Summary Clinical Pharmacokinetics and Pharmacodynamics Concepts and Applications

-
ISBN-10 0781750091 ISBN-13 9780781750097
427 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Clinical Pharmacokinetics and Pharmacodynamics Concepts and Applications". The author(s) of the book is/are Malcolm Rowland Thomas N Tozer. The ISBN of the book is 9780781750097 or 0781750091. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Clinical Pharmacokinetics and Pharmacodynamics Concepts and Applications

  • 1 Therapeutic relevance

  • Wat is de definitie van farmacokinetiek?
    Het gaat bij farmacokinetiek om dat wat het lichaam met het geneesmiddel doet.  I.T.T. de farmacodynamiek: dat wat het geneesmiddel doet met het lichaam.
    Farmacokinetiek bestudeert de lotgevallen van het geneesmiddel in het lichaam. Dit houdt in dat:
    - het de processen beschrijft die geneesmiddelen in het lichaam ondergaan.
    - mechanismen van die processen
    - verloop van de concentraties en processen in de tijd.
  • Wat zijn de 3 redenen dat farmacokinetiek nodig is?
    1) Het is een "hulpmiddel" voor het bepalen van de juiste dosering.
    2) Het is van belang om de relatie te begrijpen tussen dosis en effect.
    3) Het is van belang om te weten te komen wat er gebeurt met het geneesmiddel in het lichaam.
  • Wat is therapeutic drug monitoring?
    Dit wordt gedaan a.d.h.v.  de gewenste plasmaconcentratie en de gemeten plasmaconcentratie. A.d.h.v. wordt dan een dosering opgesteld. Dit is met name van belang voor geneesmiddelen met een smalle therapeutische breedte zoals antibiotica, antiepileptica, antipsychotica en cytostatica.
  • Wat zijn kenmerken binnen de farmacokinetiek als het gaat om de vraag wat het lichaam met het geneesmiddel doet?
    - Waar gaat het geneesmiddel naartoe.
    - Wat doet het daar
    - Wat gebeurt er met het geneesmiddel/ worden er metabolieten gevormd? zoja, wat doen deze?
  • Waar blijven geneesmiddelen vaak?
    - Ze kunnen zich ophopen in het vetweefsel.
    - uitscheiding in moedermelk
    - carcinogenese/ teratogenese
    - toxische effecten: Bij chronisch gebruik, maar soms ook al naar 1 keer.
  • Hoe verdeelt een geneesmiddel zich vaak over het lichaam?
    Vaak eerst in de hersenen, hart,lever en nieren. Daarna naar de spieren en de huid. Als laatst naar het vetweefsel, botten en ander bindweefsel.
  • Welke fases zijn er bij toediening van een geneesmiddel?
    1) farmaceutische fase: In deze fase komt het geneesmiddel vrij uit de toedieningsvorm.
    2) Farmacokinetische fase
    3) farmacodynamische fase
  • Wat is precies de farmaceutische beschikbaarheid?
    De toediening bepaalt hoeveel van een geneesmiddel wordt vrijgegeven en met welke snelheid dit gebeurt. Dus eigenlijk is het de fractie van een farmacon die uit de toedieningsvorm vrijkomt.
  • Wat zijn de toedieningswegen intravasculair?
    - intraveneuze injectie (bolusinjectie)/ infusie
    - intra-arterieel
    De toediening is hierbij direct in de bloedbaan.
  • Wat zijn de toedieningswegen extravasculair?
    Parenteraal: intramusculair, subcutaan, intranassaal, inhalatie, pulmonaal, transdermaal.
    Enteraal: oraal, rectaal, sublinguaal

    Hierbij is er dus een absorptie nodig zodat er een systemisch effect kan plaatsvinden.
  • Wat is enterale toediening?
    Dit is alles dat via het maagdarmkanaal wordt toegediend.
  • Wat is lokale toediening?
    Bijv. via de huid of slijmvliezen. Het is niet gericht op een systemische toediening.
  • Waaruit bestaat de farmacokinetische fase?
    ADME
    1) absorptie: van plaats van toedienen naar de bloedbaan.
    2) Distributie/verdeling: van bloedbaan naar diverse weefsels
    3) Metabolisme: Omzetting in het lichaam.
    4) Excretie: verwijdering uit het lichaam.
  • Wat is dispositie?
    Hieronder vallen de eliminatie en de distributie. De eliminatie is weer op te delen in metabolisme en excretie.
  • Wat is de absorptie?
    Dit het transport van de plaats van toediening naar de bloedbaan. Het heeft te maken met snelheid en met de mate van volledigheid (fractie van de dosis)
    Dit geldt voor alle extravasculaire toedieningen bedoelt met een systemische werking.
  • F = biologische beschikbaarheid. Dit is de hoeveelheid werkzame stof die voorbij het first pass effect is gekomen (de eerste leverpassage). En die dus op de bestemming aankomt waar het moet werken.
  • Wat is het verschil tussen bloed, plasma en serum?
    Bloed bevat alles. Dus zowel bloedcellen als plasma.
    plasma bevat alles behalve bloedcellen. Om dit in de praktijk te krijgen moet er bijv. heparine aan worden toegevoegd zodat de stollingsfactoren niet gaan klonteren met de rode bloedcellen.
    Serum bevat alles behalve bloedcellen en de stollingsfactoren. In de praktijk slaan hierbij dus zowel de bloedcellen als de stollingsfactoren neer.
  • Wat is de dispositie?
    1) distributie: de verdeling van het geneesmiddel in het bloed versus weefsels. 
    2) eliminatie: metabolisme en excretie (uitscheiding)
  • Wat is de enterohepatische circulatie?
    Dit houdt in dat iets dat door de lever is uitgescheiden in het gal, in de darmen nog weer kan worden opgenomen in het bloed. Dus iets is pas echt uitgescheiden als het in de faeces zit.
  • Er is niet altijd direct een effect waar te nemen na toediening van een geneesmiddel omdat dit soms komt doordat er eerst nog andere factoren bij zijn betrokken. 

    Niet iedereen reageert hetzelfde op een bepaalde dosis van een geneesmiddel. Dit hangt af van leeftijd, geslacht, gewicht, stadium in obesitas, soort ziekte, gebruik van andere medicijnen.
  • Hoe kunnen medicijnen elkaar beinvloeden?
    Ze kunnen de leverenzymen beinvloeden die het andere medicijn afbreekt of omzet. Zo kunnen deze enzymen worden afgebroken of juist worden overgeactiveerd.
  • Therapietrouw (adherence) is ook een belangrijke factor in de uitkomst van het effect. Dus: voorgescreven dosis, therapietrouw, blootstelling in het lichaam en dan de effecten en bijeffecten in het lichaam.
  • Hoe speelt de farmacokinetiek een belangrijke rol in de klinische trials?
    In de dierstudies en celstudies (voor de klinische trials aan) wordt met farmacokinetisch onderzoek een voorspellende waarde gegeven. Vervolgens komt fase 1 van het klinische onderzoek waarin de farmacokinetiek een belangrijke rol speelt ivm de veiligheid. In fase 2 is de farmacodynamiek meer van belang. In fase 3 wordt gekeken naar  de farmacokinetiek/dynamiek in speciale populaties.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

So, why human ADME studies?
 A human ADME study provides essential and unique data to support safe and efficient clinical drug development.
What does metabolite profiling?
It shows which metabolite peaks are present in the plasma urine and feces. 
- HPLC separation of parent drug and metabolites
- identify quantitatively relevant unknown metabolites.
For what purpose is the Accelerator Mass spectrometry (AMS) used?
- originally used for carbon 14 dating of objects. 
- applied for microtracer label studies
- it counts C14 atoms.
How is the bionanalysis of the parent and known metabolites in the plasma and urine done?
by using LC-MS/MS. This can also be used for C13 labeled parent (stable isotope)
How is the total radioactivity (radioactive decay) analysed?
This is done by using liquid scintillation counting (LSC)
1) The plasma, urine, 14 CO2 solution is directly mixed with scintillation fluid.
2) whole blood after cell lysis and decoloration
3) feces is burnt and CO2 is trpped in solution and  measured.
What is not done by PRA?
- pharmaceutical analysis
- full dose human ADME
- Light label (microtracer) human ADME
- microdose
- metabolite profiling and identification
What parameters are obtained from the feces in the study?
- assuming a constant production of 9 mmol Co2 per hour per kg body weight
- cumulative excretion from AUC of excretion rate versus time.
What parameters are obtained from the feces in the study?
- excretion per collection interval and cumulative (% of dose)
- optional: excretion rate per collection interval and area under excretion rate versus time curve.
- fraction absorbed: C14 excreted in feces as metabolites.
What parameters from urine are obtained from the study?
- excretion per collection interval and cumulative (% of dose)
- optional: excretion rate per collection interval and area under excretion rate versus time curve
- fraction of cumulative excretion as parent + known metabolites
- for parent and known metabolite(s) Clr
- When I.V. and oral dose in study estimation of fraction absorbed from cumulative radioactivity excretion in urine.
What parameters in plasma are obtained from the study?
- AUC, Cmax
- half life
- ratio of AUC for parent versus AUC total radioactivity
- for parent after I.V. dose also Cl and Vd
- when I.v. and oral dose in study: absolute bioavailability and estimation of fraction absorbed.

- whole blood/plasma ratio of total radioactivity over time.