Summary Cognitive development and learning in instructional contexts

-
ISBN-10 0205507719 ISBN-13 9780205507719
152 Flashcards & Notes
10 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Cognitive development and learning in instructional contexts". The author(s) of the book is/are James P Byrnes. The ISBN of the book is 9780205507719 or 0205507719. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Cognitive development and learning in instructional contexts

  • 1 introduction

    1. Waarom is dit boek geschreven?
    1. het helpt geslaagde en niet-geslaagde studenten begrijpen waarom ze succesvol zijn als student.
    2. het helpt studenten die teleurgesteld zijn in hun prestaties op school te begrijpen hoe ze hun prestaties kunnen verbeteren.
    3. het helpt leraren en leraren in wording het nature van leren en motivatie te begrijpen
    4. het geeft leraren, ouders de kennis die ze nodig hebben om te evalueren en hebben een duidelijk beeld wat er moet veranderen in klaslokalen, scholen etc. voorkomen van het falen van scholen.

  • waarom moeten lezers informatie ontvangen?
    1. effectief diagnoseren van de ooraken van hun leerprolemen
    2. en uit te vinden hoe ze hun eigen problemen kunnen oplossen.

  • Wat is procedurele kennis?
    ook wel weten hoe. het is de kennis van doelgerichte acties.
  • Voorbeelden van procedurele kennis: veters strikken, oplossen van wiskunde problemen en het rijden van een auto. dit kan automatisch worden, maar gaat met alcohol op moeizamer.
  • Waarom hebben ervaren leraren een belangrijke soort van procedurele kennis (en niet ervaren leraren niet)?
    Ze weten hoe ze verschillende onderwerpen moeten behandelen door middel van specifieke instructionele technieken en lessen. ze weten dat de onderwerpen op verschillende manieren geleerd kunnen worden.

  • Wat betekent conceptuele kennis?
    kennis hebben over concepten, feiten en principes die beschrijven hoe een systeem in elkaar zit. het is een soort boekenkennis. de kennis over het waarom. we herkennen de wereld en praten erover. stelt ons in staat de wereld te herkennen, te begrijpen, ermee te interacteren en erover te praten.
  • 1.1 two central constructs

  • cognitief
    focussen op mentale processen zoals denken, leren, herinneren en probleem oplossen
  • Wat is cognitive (cognitief)?
    het woord cognitive wordt gebruikt om uit te leggen dat we focussen op mentale processen zoals denken, leren, herinneren en oplossen van problemen.
  • development/ontwikkeling
    de ontwikkeling die de persoon door leeftijd doormaakt

  • Wat is development (ontwikkeling)?
    ontwikkeling betekent twee dingen. Allereerst is het zo dat cognitieve processen veranderen naar mate je ouder wordt of door ervaringen. ten tweede verandering ter verbetering.
  • Wat betekent developmental mechanisms (ontwikkelingsmechanisme)?
    het is het meenemen van factoren en processen die de leeftijden beinvloeden tijdens de ontwikkeling.
  • 1.2 why studie developmental and individual differences

  • er zijn geen technieken die op alle leerlingen op alle niveaus tegelijk werken
  • Wat betekent differentiated instruction benadering?
    De instructie wordt aangepast aan de cognitieve en motivationele behoefte van de individuele leerling in de klas.
  • different instruction approach
    dat vervormd instructie naar de cognitieve en motivatie niveau van individuele leerlingen in verschillende klassen
  • 1.3 common themes across chapters

  • de gemeenschappelijke thema's door de hoofdstukken heen:

    1. het contrast tussen routine leren en betekenisvol leren.
    2. de nadruk op de constructivistische kijk op het leren.
    3. het bestaan van ontwikkelings- en individuele verschillen in cognitieve performance.
    4. prestaties van studenten zijn bijna op elk gebied teleurstellend
    5. er zijn een aantal begrenzingen aan cognitieve ontwikkeling dat invloed heeft waardoor verbeteringen kunnen plaatsvinden.
    6. verder onderzoek is nodig voor de toekomst om de oorzaken van successen of falen op school te kunnen verklaren
  • 2 theories of cognitive development and learning

  • Welke theorieen zijn gericht op individuen?
    Thorndike, Piaget en Vygotsky
  • Welke zes thema's van iedere theorie worden belicht?
    1. natuur van kennis
    2. leren en groei van kennis
    3. zelfregulatie
    4. onderwijstoepassing
    5. neurobiologie
    6. higher order thinking

  • Welke theorieen zijn gericht op de nature van het geheugen?
    Information processing, schema theory en connectionism

  • Welke theorieen hebben een indirecte link met onderwijs?
    expert-novice approach en "theory" theory
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is de visie van Connectionisme op de zes thema's?
1. Kennis benaderd vanuit abstracte computermodellen (ANN), opgebouwd uit a) units: input units(stimulus), output units (respons door netwerk) en hidden units(voor het leggen van connecties tussen units)
b) connecties (theoretische links tussen sets van units).
Kennis = het patroon van connecties tussen sets van units.
2. Hoe sterker verband tussen units, des te meer kennisverbetering. Feedback en goede output units balangrijk als versterker van kennisvergaring.
3. Verandert gradueel, vergelijkbaar met Piaget (voorm van accomodatie en autoregulatie)
4. Focus op feedback en herhaling
5.Sterke affiniteit met neurobiologie.
6. Geen hiërarchie tussen HOT en LOT
Wat is de visie van Vygotsky op de zes thema's?
1. Twee vormen van kennis: 1) concepten (=categorieen, generaliseerbaar en niet-contextafhankelijk scientific concepts vs. spontaneous concepts). 2)5 cognitieve functies: taal, denken, waarneming, aandacht, geheugen)
2. Ontwikkeling door symbolen en sociale interactie. Veranderen van spontaneous naar scientific concepts. Zone van nabije ontwikkeling= afstand tussen niveau van zelfst. probleemoplossen en niveau ondersteund door anderen.
3. 1) communicative speech
    2) egocentric speech: praten tegen jezelf
    3) inner speech: geinternaliseerde versie van egocentric speech
4.- scaffolding: leraren begeleiden kinderen totdat ze het zelf kunnen
   - instructies binnen zone van nabijheid
   - reciprocal teaching (wederkerig onderwijs; instructie laten afnemen)
   - scientific concepts aanbieden om spontaneous concepts accurater te maken
5.-
6. Voorwaarden: -verschuiving other regulation naar self regulation
                             -bewuste toegang tot cognitieve activiteit
                             -cognitieve activiteit heeft sociale oorsprong
                             - signalen of symbolen gebruiken om cogn. activiteit mogelijk te maken.
Wat is de visie van de informatieprocestheorie op de zes thema's?
1. Twee kennisstructuren:
    a) Declaratieve kennis (semantische netwerken;feiten in vorm van proposities
    b) Procedurele kennis gevormd door producties= als....dan-stelling.
Set van producties in combinatie met werkgeheugen =productiesysteem.
2. Kennis opgeslagen in 1) sensorisch geheugen, 2)korte termijngeheugen,       3) langetermijngeheugen.
3. Zelf bepalen strategie, cognitieve monitoring en evaluatie.
4.-Leraren moeten kleine delen info aanbieden, expliciete strategie-instructies en chunks maken.
   -Veel oefening om procedurele en declaratieve kennis op te bouwen.
5. Vergelijking hardware computer met brein, verstand is software=antibiologisch standpunt.
6.Metacognitie: zelfreflectieve kwaliteiten van het verstand
Wat is de visie van de schematheorie op de zes thema's?
1.twee basisvormen schema's: objecten en gebeurtenissen(scripts).
   4 functies: categoriseren, herinneren, probleemoplossen, begrijpen.
2. Schema's gevormd door abstractie: 1. selectie, 2. gistextractie(samenvatten informatie)3.interpretatie(wat wordt behouden van ervaring of ontbrekende info aangevuld). Schema's veranderen agv groei, aanpassing(assimilatie), herstructereren(accomodatie).
3.succesvolle probleemoplossers hebben flexibele en accurate schema's.
4.-leren is aanmaken van schema's ipv stampen van feiten.
   -zonder studiehulpmiddelen slechts selectief onthouden
   -leraren moeten eerst schema's aanbieden voordat onderwerp wordt        aangeboden.
5.onderzoek naar welke hersenhelften actief zijn bij bep. soort schema's
6.geen sprake van ontwikkelingsstadia, wel bep. niveau begrip en abstractie noodzakelijk.
Wat is de visie van Piaget op de zes thema's?
1. Schema (generalisatie over situaties), concept vorm van abstract begrip (nummers causaliteit, categorieën) en kennisstructuur (organisatie van ideeën).
2. leren en groei van kennis: Assimilatie (nieuwe kennis in bestaand schema), Accomodatie (ingrijpende aanpassing schema door nieuwe kennis), Equilibratie (balans assimilatie-accomodatie)
   4 ontwikkelingsstadia: a) sensomotorisch stadium (0-18mnd) hier en nu
                                         b) preoperationeel stadium (tot 6 jr) representatie afwezige situatie mogelijk. Toekomst en verleden.
- waargenomen gelijkheid
- unidimensionaal object
- acties onomkeerbaar
- onderscheid realiteit-fantasie moeilijk
                                         c) concreet operationeel stadium (tot 12 jaar)
mentale, meer abstracte representatie mogelijk
                                         d) formeel operationeel stadium: denken onderdeel structureel geheel. Hypothetisch en abstract mogelijk.
3. Zelfregulatie agv equilibratie
4. schema's internaliseren door oefenen doel te bereiken
    onderwijsprogramma aanpassen aan elk ontwikkelingsstadium
    Voorwaarden: -basis voor opslaan latere ideeen
                             -nieuwe kennis conflicteert met bestaande kennis
                             -alternatieve oplossingen om afweging te stimuleren
5. neurobiologie: interactie met fysieke en sociale wereld noodzakelijk,          hersenontwikkeling alleen niet toereikend.
6. Logisch denken: als sprake is van goede classificatie kunnen valide, inductieve en deductieve interferenties worden gemaakt. Kinderen leren logisch analyseren.


Wat is de visie van Thorndike op de zes thema's?
1. kennis is netwerk van associaties tussen situaties en respons. Individuele aspecten coderen en opslaan(mentale sporen) dan respons geactiveerd
2. Law of exercise (situatie-respons maakt connectie sterker), Laf of effect (feedback=bevestigen connectie), Law of readiness
3. other regulated
4. Herhaling, straffen en belonen, gerelateerde onderwerpen niet tegelijk aanleren.
5. neurobiologie: connectie is synaptische verbindingen in hersenen (neurale bekrachtiging onjuist)
6. higher order thinking: niet
Welke zes thema's van iedere theorie worden belicht?
1. natuur van kennis
2. leren en groei van kennis
3. zelfregulatie
4. onderwijstoepassing
5. neurobiologie
6. higher order thinking
Wat is autoregulatie?
verstand dat geneigd is tot zelfregulatie
Hoe denkt Piaget over zelfregulatie?
Het verstand is geneigd tot zelfregulatie, omdat ze wereld en de realiteit willen uitvinden. 
Wat is onomkeerbaarheid?
Bij onomkeerbaarheid kunnen kinderen zich niet voorstellen iets om te draaien of om te keren