Summary Competentievergroting in de residentiële jeugdzorg / deel HBO

-
ISBN-10 9055746398 ISBN-13 9789055746392
706 Flashcards & Notes
21 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Competentievergroting in de residentiële jeugdzorg / deel HBO". The author(s) of the book is/are N W Slot, H J M Spanjaard Juliette de Wit. The ISBN of the book is 9789055746392 or 9055746398. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Competentievergroting in de residentiële jeugdzorg / deel HBO

  • 2.2 Competentie als ontwikkelingspsychologisch begrip

  • Wat betekend het begrip 'ontwikkelingstaken'?

    Ontwikkelingstaken zijn thema's die karakteristiek zijn voor een bepaalde levensfase en die bepaalde vaardigheden vragen. 

     

  • Waar worden ontwikkelingstaken door bepaald?

     

    Ontwikkelingstaken worden bepaald door veranderingen die op biologisch, psychisch en sociaal gebied plaatsvinden bij het vorderen van de leeftijd.  

  • Wat is het doel van het competentiemodel?
    Niet afleren maar aanleren
  • Wat wordt bedoelt met competentievergroting?

    Het blijkt een motiverende benadering te zijn. Het gaat om het versterken van krachten
  • Competentie

    Voldoende vaardigheden om ontwikkelstaken te vervullen.
  • Zijn ontwikkelingstaken tijd en cultuurbepaald?
    Ja, Wat in onze cultuur als competent geld, kan in andere tijden en culturen als inadequaat of ongepast worden gezien.
  • Fysologische regulatie

    het kernennen van fysiologische signalen ,het uiten van spanning en ongemk aan de opvoeder, het zelfreguleren van spanning.
  • Autonomie

    weten dat je een individu bent met eigen wensen en voorkeuren, zonder paniek allen kunnen zijn
  • Affectdifferentiatie en regulatie

    het herkennen en van gevoelens en het leren van omgaan met emoties
  • Symbolische ontwikkeling

    interpreteren en produceren van vormen, klanken voor lezen, rekenen, communicatie, taal, het vormen en behouden van beeld
  • Psychische stoornis
    Een binnen de geldende cultuur ongebruikelijk patroon van gedragingen dat gepaard gaat met leed, een minder goed functioneren, of dat in buitengewone mate het risico verhoogt om in aanraking te komen met lijden, de dood of vrijheidsverlies.
  • Stressoren,wat zijn het en wat voor invloeden heeft het?
    Stressoren hebben negatieve invloed op de balans van ontwikkeling en vaardigheden. Het zijn invloeden waaraan men zich niet of moeilijk kan ontrekken. ongeluk krijgen, zakken voor n examen, schulden of dood van een geliefd persoon.
  • Cognitieve beperkingen:

     Laag intellectueel functioneren (IQ) maar ook om beperkingen in het sociale verkeer en het leven van alle dag. Moeilijk lerende kinderen. Moeite om vaardigheden en kennis eigen te maken en te generaliseren. Moeite met dat geen wat ze geleerd hebben toe te passen in de praktijk


  • Protectieve factoren

    Factoren die competenties positieff beïnvloeden/bevorderen/beschermen.
  • Protectieve persoonseigenschappen:

    intelligent, toegankelijkheid, opgewekt, positief zelfbeeld, neiging tot autonomie
  • Protectieve omgevingsfactoren

    volwassenen die ondersteuning bied, sportclub (coach), kennis
  • Protectieve factoren zijn als compensatie voor?

    invloed van stressoren, psychische stoornissen en cognitieve beperkingen.
  • Transactioneel model

    competentie van kinderen en ouders
  • Transactioneel denken
    het 'transactionele' denken houdt in dat de opvoeding niet via een eenrichtingsmechanisme plaatsvindt. Ouders beïnvloeden het kind maar het kind beïnvloed net zo goed zijn ouders. 
  • 2.3.1 Factoren die competentie negatief beïnvloeden: stressoren, psychische stoornissen en cognitieve beperkingen

  • Wat zijn stressoren?
    hebben een negatieve invloed op de balans. het zijn invloeden waaraan men zich niet of moeilijk kan onttrekken en die een negatieve invloed uitoefenen op het functioneren.
  • Waarbij gaat het om een cognitieve(of verstandelijke) beperking?
    niet alleen om een laag intellectueel functioneren(IQ), maar ook om beperkingen in het sociale verkeer en het leven van alledag
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waarom is het van belang steeds de niet-betrokken jongeren te vertellen wat er aan de hand is en wat de volgende stappen zullen zijn?
Omdat als jongeren niet weten wat er precies aan de hand is, zij gaan speculeren en dan kunnen er wilde geruchten ontstaan.
Waarom moet men voorkomen dat men tijdens een incident of crisis de groep jongeren als één geheel toespreekt?
Het resultaat is blokvorming, waardoor een oplossing bemoeilijkt wordt. 
Uit welke twaalf stappen bestaat het protocol voor apart zetten?
1. Maak contact
2. Benoem het inadequaat gedrag en zeg dat dit moet stoppen
3. Zeg dat afzondering volgt, noem de plek en het aantal minuten
4. Begeleid de jongere naar de plek
5. Benoem het adequate gedrag tijdens de afzondering
6. Benoem het adequate gedrag na de afzondering
7. Herhaal de duur en sluit af
8. Licht de groepsgenoten in over de reden van het apart zetten en zeg hoe lang dit duurt. 
9. Instrueer de groepsgenoten hoe zij het beste op de apart gezette jongere kunnen reageren wanneer hij terugkomt in de leefgroep
10. Ga op het desbetreffende tijdstip weer naar de jongere en probeer met napraten en instructies de jongere tot een adequate participatie aan de dagelijkse routine te bewegen. Benoem opnieuw het adequate gedrag na de afzondering
11. Begeleid de jongere terug naar de leefgroep, geef de jongere en eventueel de groepsgenoten instructies en geef feedback op adequaat gedrag
12. Maak melding van het incident of de crisis en het daarop volgende apart zetten volgens de richtlijnen van het tehuis
Waarom wordt apart zetten toegepast?
Apart zetten wordt toegepast om een gedragsverandering te bewerkstelligen.
Wat betekent apart zetten?
Apart zetten betekent dat men een jongere voor enige tijd weghaalt uit de situatie waarin hij verkeert om te bewerkstelligen dat hij niet met bepaalde stimuli of versterkers in aanraking komt en daardoor beter in staat zal zijn adequaat gedrag te laten zien.
Uit welke twaalf stappen bestaat het protocol voor fysiek sturen?
1. Vraag een tweede groepsleider erbij en spreek af wie de woordvoerder is
2. Maak contact met de jongere
3. Zeg dat er sprake is van ernstig probleemgedrag en benoem het gedrag
4. Zeg wat het gewenste gedrag is (het gaan naar een andere ruimte)
5. Geef de jongere de gelegenheid op eigen kracht naar de ruimte te gaan
6. Leg uit wat sturen is (als de jongere zelf niet wil)
7. Begin met sturen (let op de aandachtspunten)
8. Geef feedback op adequaat gedrag, als daar aanleiding toe is
9. Eenmaal op de plek aangekomen: vertel de jongere hoe lang hij daar moet blijven
10. Herhaal nog een keer het tijdstip waarop je terugkomt en sluit af
11. Ga op het desbetreffende tijdstip weer naar de jongere toe en probeer met napraten en instructies de jongere tot een adequate participatie aan de dagelijkse routine te stimuleren
12. Maak melding van het incident of de crisis en het daarop volgende fysiek sturen volgens de richtlijnen van het tehuis.
Wanneer wordt fysiek sturen gebruikt?
Fysiek sturen wordt gebruikt bij ernstig inadequaat gedrag, waarbij de groepsleiding het niet langer verantwoord vindt dat de jongere zich op een bepaalde plek ophoudt en de jongere iedere medewerking weigert om mee te gaan naar een andere plek. 
Wanneer spreken we van fysiek sturen?
We spreken van fysiek sturen als we een jongere van de ene plek naar de andere plek brengen met behulp van de principes druk en sturing.
In welke drie situaties gebruikt men het stopteken/het schepje?
Als men: 
- tussen twee jongeren in wil gaan staan om een van de jongeren te beschermen
- een jongeren wil tegenhouden
- zich wil verdedigen tegen stompen en slaan
Uit welke drie elementen bestaat het schepje?
1. De groepsleider brengt beide onderarmen omlaag, zodat de handen iets boven de knieën zijn; de armen zijn iets uit elkaar
2. De groepsleider draait de eigen handpalmen naar buiten, zodat het kind open handen ziet (geen vuisten)
3. De groepsleider brengt de eigen ellebogen naar binnen, zodat onderarmen in een verticale positie staan.