Summary Consumentengedrag

-
ISBN-13 9789001782535
501 Flashcards & Notes
53 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Consumentengedrag
  • Jeske Nederstigt, Theo Poiesz
  • 9789001782535
  • 5

Summary - Consumentengedrag

  • 5 Maatschappelijke ontwikkelingen en trends 103

  • Wanneer wordt er gesproken over sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen?
    Veranderingen die de maatschappij als geheel treffen. Het gaat hier dus feitelijk om veranderingen op macroniveau.
  • Wat zijn voorbeelden van sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen?
    - Demografische ontwikkelingen (ontgroening en vergrijzing)
    - De groei van de allochtone bevolking
    - De post-industriële samenleving

    Het betreft hier maatschappelijke bewegingen die tientallen jaren in beslag nemen.
  • Wat wordt er bedoeld met psychologische-maatschappelijke ontwikkelingen?
    Veranderingen in het gedrag van (groepen) consumenten.
    Het gaat daarbij om algemeen gedrag, dus niet markt- of productgebonden.

    Men spreekt ook wel van consumententrends.
  • Hoe lang houden de ontwikkelingen van consumententrends aan?
    Meestal zo'n vijf tot tien jaar.

    Denk bijvoorbeeld aan:
    - Het hedonisme
    - Toenemende behoefte aan vrije tijd
  • Hoe lang houden domeingebonden trends gemiddeld aan?
    Gemiddeld één tot vijf jaar.
  • Hoe lang houden producttrends gemiddeld aan?
    Producttrends zijn vaak al na een jaar verdwenen.
  • Wat wordt er verstaan onder de demografische omgeving?
    De samenstelling van de bevolking in termen van:
    - leeftijd
    - opleiding
    - beroep
    - sociale klasse
    - gezinssamenstelling
    - enzovoort

    Veranderingen in de demografische samenstelling van een land kunnen leiden tot  veranderingen in het consumentengedrag.
  • Wat bedoelt men met driedubbele vergrijzing?
    1. Er komen meer ouderen
    2. Mensen leven langer
    3. Ouderen blijven langer vitaal
  • Wat houdt educatia permanente in?
    Dat werknemers steeds meer gevraagd wordt hun professionaliteit op peil te houden.

    De verwachting is dat, door de vergrijzing, mensen steeds langer moeten doorwerken.
  • Wat bedoelt men met de 'zachte' postindustriële- of kennismaatschappij?
    Een maatschappij die gekenmerkt wordt door een hoog gemiddeld opleidingsniveau en een relatief hoog percentage personen dat werkzaam is in de dienstverlening.
  • De huidige consument is een welvaartsconsument, wat houdt dat in?
    Een consument die steeds hogere eisen aan service, kwaliteit en persoonlijke aandacht stelt.
  • Waardoor wordt de machtspositie van de consument versterkt?
    - Consumenten beschikken over vrijwel alle gewenste informatie over producten en diensten.
    - Ze zijn beter dan ooit op de hoogte van technische mogelijkheden
    - En van de verschillende aanbiedingen op de markt.
  • Een deel van de toegenomen welvaart lekt weg door:
    - Gewenning
    - Sociale vergelijking
    - Een voortdurende presentatie van meer en betere alternatieven.

    Er blijft altijd een streven naar 'nog meer' dit kan een gevoel van machteloosheid veroorzaken.
  • Voorbeelden van internationalisering van de samenleving:
    - Invloed van de Amerikaanse cultuur: 
    Communicatie van Amerikaanse origine, zoals (pop)muziek, films en televisieprogramma’s is enorm van omvang en invloedrijk.

    Europa en de euro
    Sinds 31 december 1992 is er een ‘open’ Europese markt en sinds januari 2001 is er bovendien de euro. De Europese markt maakt het aanbod rijker en de consumenten meer internationaal georiënteerd.


    Multiculturele samenleving
    De Nederlandse maatschappij is door het toenemend aantal allochtonen van verschillende afkomst een smeltkroes van culturen geworden.
  • De keuzevrijheid van consumenten m.b.t. de manier waarop ze hun leven inrichten is enorm toegenomen. Dit uit zich in het volgende consumentengedrag:
    De consument wilt geen kuddedier zijn, niet in de massa opgaan, maar gebruikt consumptie ook om zich juist van anderen te onderscheiden.
  • Mensen organiseren zich nog steeds in groepen, hoe deden ze dat vroeger en hoe doen ze dat nu?
    - Vroeger waren deze groepen statisch (zuilen).
    - Tegenwoordig zijn deze groepen veel beweeglijker (instabiel).
  • Welke verschuiving is er in de marketing?
    De verschuiving van kant-en-klare producten naar het aanbieden van ' op maat gemaakte ' producten.
  • Wat heeft de ontzuiling voor gevolg?
    Dat consumenten op zoek zijn naar 'gelijkgestemden'.
  • Wat wordt er verstaan onder intensivering?
    Het verschijnsel dat consumenten steeds bewuster bezig zijn met 'beleven' van verschillende aspecten van het leven zoals werk en vrije tijd.
  • Wat wordt er verstaan onder het Hedonisme?
    Het toenemende belang en het hogere verwachtingspatroon die bestaan bij consumenten over het bevredigen van eigen behoeften.

    Hard werken, grenzen verleggen (bij het sporten), hard zijn voor jezelf.
  • Wat wordt er bedoeld met de ontwikkeling 'experience'?
    Een steeds groter deel van het budget van consumenten gaat op aan zaken die een ervaring opleveren: entertainment, reizen, uiteten, etc.
  • Wat wordt er bedoeld met de ontwikkeling 'veiligheid en zekerheid'?
    Het zo veel mogelijk vermijden van risico's is een belangrijk aspect geworden in het consumptiegedrag. 

    B.v. de behoefte aan 'veilig' voedsel.
  • Wat wordt er bedoeld met de ontwikkeling van 'gezondheidsbewustzijn'?
    Consumenten houden bij de keuze van producten steeds meer rekening met de gezondheidsaspecten.
     
    De belangstelling voor sport past ook binnen het streven naar een ‘gezond lijf’.
  • De ‘gezonde consument’ heeft een veranderende houding tegenover de gezondheidszorg:
    De consument heeft steeds meer een eigen mening over wat goed voor hem is en wat niet. Hij neemt meer verantwoordelijkheid voor zijn eigen lichaam: allerlei kwalen probeert hij door zelfmedicatie op te lossen.
  • Wat zijn trends?
    Een trend is een tendens waarbij bepaalde producten, onderwerpen of ideeën steeds meer ingang vinden bij een groeiende laag van de bevolking. Trends geven de voorkeuren van grote groepen consumenten aan en weerspiegelen daarmee ook de waarden van consumenten.
  • Welke drie soorten trends zijn er?
    1.Consumententrends
    2.Markttrends
    3.Producttrends
  • Wat houdt een consumententrend in?
    Een consumententrend geeft een tendens weer in het gedrag van consumenten, los van een bepaald domein. Consumententrends zijn dus eigenlijk hetzelfde als psychologisch-maatschappelijke ontwikkelingen.
  • Wat houdt een markttrend in?
    Een markttrend laat zien wat de gedrag tendens is van consumenten binnen één bepaald domein, bijvoorbeeld op het gebied van voeding, vrije tijd of vervoer.
  • Wat houdt een producttrend in?
    Een producttrend heeft betrekking op de voorkeuren voor specifieke producten: zo kan bijvoorbeeld op het gebied van voeding sushi tijdelijk dé trend zijn en op het gebied van vervoermiddelen de fourwheeldrive of de scooter.
  • Wat houdt de netwerkbenadering van Carl Rohde in?
    Om te weten wat er over een anderhalf jaar gebeurt laat hij consumenten in beeld brengen en beschrijven wat zij ‘cool’ vinden. Uit deze registratie leidt hij mentaliteitsveranderingen af. Deze methode noemt hij zelf Coolhunt.
  • Wat verstaan we onder maatschappelijk verantwoord consumeren?
    Consumenten merken dat hun individuele keuzes en beslissingen uiteindelijk effect hebben op het functioneren van de maatschappij.
  • Individu en collectief:
    Mensen vinden zichzelf  belangrijker dan anderen. 
  • Dichtbij en op afstand:
    Mensen zijn geneigd om effecten die zich dichtbij voordoen meer gewicht te geven in hun beslissingen dan effecten op afstand.
  • De korte en lange termijn:
    In consumentenbeslissingen hebben opbrengsten en kosten op de korte termijn de neiging om die op de lange(re) termijn te domineren.
  • Zeker en onzeker:
    Sommige effecten zijn niet aan zekerheden, maar aan waarschijnlijkheden gebonden: we spreken dan van risico’s. Maatschappelijk verantwoord consumeren ligt meer voor de hand als de effecten zeker zijn.
  • Zichtbaar en onzichtbaar:
    Veel maatschappelijke effecten van consumptie komen langzaam tot stand, zijn onzichtbaar, of deels zichtbaar, en zijn soms moeilijk toe te schrijven aan consumptie.
  • Wat wordt er bedoeld met prisoner's dilemma?
    Als ik de enige ben die rekening hou met het maatschappelijk effect en anderen doen dat niet, heb ik een dubbel nadeel.
    Ik draag wel de kosten en ervaar niet het gewenste gedrag.
  • Wat is een sociaal dilemma?
    Een situatie waarin tegenstrijdigheid is tussen het eigen belang en het gezamenlijk belang, noemt men ook wel een sociaal dilemma.
  • Wat zijn twee oplossingen voor een sociaal dilemma?
    1.Structurele oplossingen
    2.Psychologische oplossingen
  • Wat zijn structurele oplossingen?
    Een structurele oplossing neemt het dilemma zelf weg. Dat kan door de nadelen van maatschappelijk verantwoord consumentengedrag  weg te nemen.
  • Wat zijn psychologische oplossingen?
    Een psychologische oplossing neemt niet het dilemma zelf weg, maar is erop gericht het najagen van eigenbelang weg te nemen.
    Psychologische oplossingen zijn communicatief van aard. Mogelijke strategiën zijn:
    -Het vergroten van de kennis over de voordelen van het gewenste gedrag en het overtuigen van het bestaan en de ernst van de problematiek.
    -Voorlichting, gericht op vergroting van de gepercipieerde beheersbaarheid. Met andere woorden: maak zichtbaar wat het effect is van het gewenste gedrag, bij voorkeur op individueel niveau.
    -Beïnvloeding van de motivatie door in te spelen op de sociale motivatie. In dat geval kan men communiceren wie er allemaal wél/óók hun medewerking verlenen.
  • Structurele oplossingen zijn weliswaar vaak effectiever, maar leiden niet tot intrinsieke motivatie bij de consument. Psychologische oplossingen vragen waarschijnlijk iets meer tijd, maar leiden daarentegen uiteindelijk tot intrinsiek gemotiveerd, maatschappelijk verantwoord consumentengedrag.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Consumentengedrag
  • A T A M Nederstigt, Th B C Poiesz
  • 9001782531
  • 5e [geactualiseerde] dr.

Summary - Consumentengedrag

  • 1 Consumentengedrag en scenario's

  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • Wat is consumentengedrag
    Consumentgedrag is een gedrag van de consument naar het zoeken,het kopen, het evalueren  van producten, ideeën en dinsten. 
  • Wat is consumentengedrag
    Consumentgedrag is een gedrag van de consument naar het zoeken,het kopen, het evalueren  van producten, ideeën en dinsten. 
  • 1.1 Wat is 'consumentengedrag'?

  • Wat zijn de onderdelen van Customer Activity Cycle?
    1. Pre-Aankoopfase
    2. Aankoopfase
    3. Post-aankoopfase
  • Wat verstaan we onder 'consumentengedrag'?
    Al het gedrag dat een consument vertoont bij het zoeken naar, het kopen, het gebruiken/verbruiken, het evalueren en het zich ontdoen van producten, diensten en ideeën.
  • laat me met rust
    echt wel
  • Rol van informatie- en communicatietechnologie (ICT) Niet meer weg te denken in de cyclus van consumentengedrag
  • De onderdelen van consumentengedrag worden samengevat in drie fasen. Welke fasen zijn dit en hoe worden deze fasen ook wel genoemd?
    1. Pre-aankoopfase (behoefte bepalen, informatie zoeken)
    2. Aankoopfase (bij diensten is dat tevens de consumptiefase)
    3. Post-aankoopfase (gebruiken, evalueren en afdanken)

    De Customer Activity Cycle.

  • laat me met rust
    echt wel
  • Wat is consumentengedrag?
    Al het gedrag dat een consument vertoont bij het Zoeken , Kopen, Gebruiken/Verbruiken, Evalueren en het zich Ontdoen van Producten.
  • Customer Activity Cycle
    Onderstaande Onderdelen van consumentengedrag beïnvloeden elkaar.

    Waarom wordt er een nieuwe fiets gekocht? BV oude gestolen kapot
    Wat voor fiets wordt er gekocht? BV. jou mening over je oude fiets, je wilt de trend volgen. 

    * Pre-Aankoopfase
    - Behoefte bepalen
    - Informatie zoeken

    * Aankoopfase
    Bij diensten ook wel consumptiefase genoemd.
    * Post-aankoopfase
    -Gebruiken
    -Evalueren
    -Afdanken
  • 1.1.1 Beschrijven, verklaren en voorspellen van Consumentengedrag

  • Waarvoor is een consumentenanalyse goed voor?
    1. Biedt een vollediger beeld van de werkelijkheid dan de analyse van de markt of het product
    2. Het inzien van een probleem van de marketeer wordt oftewel vereenvoudigd, of juist ingewikkelder worden. Maar altijd schept het een beter beeld van de werkelijkheid
  • Wat kan je als je consumentengedrag verklaart hebt?
    Dan kan je dit gedrag ook begrijpen en voorspellen. Eventueel kun je het zelfs beïnvloeden.
  • Hoe kom je er achter waarom een consument zich gedraagt zoals hij zich gedraagt.
    Door consumentengedrag te gaan verklaren.
  • Wat houdt het beschrijven van consumentengedrag in?
    Wat, waar, wanneer en hoe vaak kopen, gebruiken, evalueren en ontdoen consumenten zich van producten, diensten of ideeën?
  • De analyse van het consumentengedrag biedt een vollediger beeld van de werkelijkheid dan de analyse van de markt of het product. Soms zal een probleem waar de marketeer mee te maken krijgt, worden vereenvoudigd door een consumentenanalyse, soms zal het juist ingewikkelder worden, maar altijd zal de consumentenanalyse de realiteit van het beeld vergroten.

  • 1.1.2 Waarop heeft consumentenbedrag betrekking?

  • Waarop heeft consumentengedrag betrekking?
    1. Producten
    2. Diensten
    3. Ideeën --> Activiteiten of informatie-uitingen voor niet commerciële doeleinden die de consument worden aangeboden. (BV Stichting ideële reclame, jaarlijkse campagne gevaren vuurwerk)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 3:

  • Consumentengedrag
  • A T A M Nederstigt, Th B C Poiesz
  • 9789020733341 or 9020733346
  • 4e dr.

Summary - Consumentengedrag

  • 1 Motivatie en behoeften

  • Wat zijn latente behoeften

    Behoeften waar de consument niet aan denkt

  •  

    Wat is consumentengedrag?

    Al het gedrag dat een consument vertoont bij het zoeken naar, het kopen, het gebruiken/verbruiken, het evalueren en het zich ontdoen van producten en ideeën.

  • Wat is consumentengedrag?

    Al het gedrag dat een consument vertoond bij het zoeken naar, het kopen, het gebruiken/verbruiken, het evalueren en het zich ontdoen van producten, diensten en ideeën.

  • Wat zijn primaire behoeften?

    Dit zijn fysologische behoeften, behoefte aan eten en drinken

  • Wat is direct marketing?

    Direct marketing, waarbij de marketeer zicht rechtsstreeks tot de individuele consument richt

  • 1.1 Het begrip consumentengedrag gedefinieerd

  • Consumentengedrag: Al het gedrag dat een consument vertoont bij het zoeken naar, het kopen, het gebruiken/verbruiken, het evalueren en het zich ontdoen van producten, diensten en ideeën. 

  • Je kunt een analyse maken van het product, de markt en de consument. Welke vergroot je de realiteit van het beeld het meeste en waarom?

    De consumentenanalyse. Je kunt namelijk na een analyse van een product denken dat je product aanpassingen moet maken voor je product, maar als blijkt dat de consument niet meer weet dat je product nog te koop is ligt het probleem heel ergens anders. Dit kun je alleen halen uit de consumentenanalyse.

  • Waar staat SIRE voor?

    Stichting Ideële Reclame. Een consument kan ook een idee overnemen.

  • Hoe consumenten zich gedragen ligt aan een aantal factoren. Op Macro, meso en micro niveau. Wat houden deze verschillende soorten nivuea's in?

    Macro: factoren die voor alle consumenten gelden.

    Meso: factoren die voor bepaalde groepen gelden.

    Micro: invloed op het gedrag van de individuele consument.

  • De consument gaat door zes verschillende fase heen bij het aanschaffen van een product. Welke zijn dit?

    De eerste is het creeeren van een behoefte (er is iets kapot gegaan of er is een beter alternatief).

    Ten tweede gaan ze informatie verzamelen (via internet of uit eigen kennis)

    Als derde gaan ze de informatie beoordelen (zijn er nog andere opties beter?)

    Dan moet er een beslissing worden genomen (niet alleen om welk product maar ook hoe)

    Als dat is gebeurd kun je het product gaan gebruiken (boodschappen auto of voor naar het werk)

    En als laatste ga je evalueren en dit kan leiden tot een eventuele herhalingsaankoop van het product.

  • 1.3 Het beslissingsproces van consumenten

  • Wat zijn optimizers en satisficers? En wat hebben deze twee begrippen met elkaar te maken?

    Optimizers zijn de consumenten die alleen maar genoegen nemen met het allerbeste alternatief en blijven daarom wikken en wegen tot dat ze de beste optie hebben gevonden.

    Terwijl statisficers liever niet meer tijd en moeite besteden aan het beslissingsproces dan nodig is.

  • Hoe werkt de matrix van Rossiter en Percy?

                                                       Informationeel                                                              Transformationeel

    Lage betrokkenheid           Levensmiddelen                                                            Sigaretten

                                                    Pijnstillers                                                                     Drank

                                                   Wasmiddel                                                                      Snoep

     

    Hoge betrokkenheid         Hypotheek                                                                       Kleding

                                                   Wasmachine                                                                 Vakantiereis

                                                 Verzekering                                                                     Juwelen

     

    Informationeel staat in deze tabel voor producten waarvan de consument graag informatie wil verwerken en heeft dus een probleemoplossende functie.

    Transformationeel heeft een waarde toevoegende functie, producten waarbij de affectieve of de emotionele aspecten een zwaardere uiting hebben op de marketing.

  • 1.3.2 Soorten beslissingsgedrag

  • Wat is een uitgebreid probleemoplossend beslissingsgedrag?

    Bijvoorbeeld bij de aanschaf van een mobiele telefoon. Men zoekt er informatie over op (meestal via internet) en zal vergelijkingen trekken. Beslissing belangrijk = bereidheid tot informatie zoeken en verwerken groot.

  • Wat is beperkt probleemoplossend gedrag?

    Het product is niet belangrijk genoeg om er allerlei informatie over op te zoeken. De bekendheid met het merk is nog niet groot, maar je probeert het gewoon een keer.

    Impulsaankopen zijn een extreme vorm van beperkt probleemoplossend gedrag.

  • Wat is routinematig gedrag?

    Je kent het merk al en je bent tevreden, je hoeft niet meer verder te zoeken en gaat ervan uit dat wanneer je dat merk koopt er niks mis kan gaan.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Een marketeer kan verschillende strategieën hanteren om ongewenste attituden te veranderen in gewenste attituden:
1. Onderdelen van het Fishbein model veranderen.
De totaalscore moet verhoogd worden door:
1. Het gewicht van één of meer attributen te veranderen;
 2. Eén of meer beliefs te beïnvloeden;
 3. Beliefs weg te nemen.

2. De balanstheorie:
Ieder mens streeft naar balans of evenwicht tussen zijn attituden. Wanneer attituden met elkaar in tegenspraak zijn, veroorzaak dat een gevoel van onbehagen. Om dat gevoel van onbehagen op te lossen zal het individu zijn attituden zodanig aanpassen, dat ze weer met elkaar in evenwicht zijn. 

3. Vergelijking met de concurrent:
Een marketeer kan ook proberen de attituden van de doelgroep t.a.v. zijn product of merk in positieve richting te veranderen door de attitude t.a.v. de concurrent in negatieve richting te beïnvloeden.  

4. Socialjudgementtheorie:
Een consument die informatie krijgt over een attitudeobject, zal deze informatie altijd vergelijken met de bestaande eigen attitude.

5. Cognitieve dissonantie na aankoop kan op drie manieren worden gereduceerd door de consument, namelijk: 
 1. Aanpassen van gedrag;
 2. Aanpassen van de attitude;
 3. Externe attributie.

6. Foot-in-the-doortechniek:
Een consument wordt eerst verzocht gedrag te vertonen waaraan geen of weinig risico is verbonden.

7. Door-in-the-facetechniek:
De kans dat de consument een verzoek inwilligt is groter, als eerst een ander verzoek is gedaan, waarbij méér van de consument is gevraagd.
Verschillende vormen van attitudevorming:
1. Klassiek conditioneren:
De consument associeert een attitudeobject met een bepaalde uitstraling.

2. Instrumenteel conditioneren:
Een vorm van passief leren, d.m.v. trial and error, ofwel door ervaring op te doen met het attitudeobject.

3. Cognitief leren:
Actief leren. Hij is bereid informatie te verzamelen en te verwerken om kennis over het object op te doen.
Wat houdt de 'Theorie van Gepland Gedrag' in?
Ajzen en Fishbein ontdekten dat een positieve gedragsattitude niet altijd leidde tot het daarbij verwachte gedrag, bijvoorbeeld door omstandigheden waar de consument zelf geen invloed op kan uitoefenen.
Wat houdt het 'gedragsattitudemodel' in?
Is gebaseerd op hetzelfde principe als het objectattitudemodel. Alleen gaat het hier niet om de gewogen (of verwachte) kenmerken van het object, maar om de gewogen verwachte gevolgen van het gedrag.
Wat houdt het 'objectattitudemodel' in?
Volgens dit model bestaat een attitude van een object uit de som van de producten van beliefs m.b.t. het object en de evaluatie van die beliefs.
Wat is evaluatie?
Het gewicht of het belang dat wordt toegekend aan een kenmerk van het attitudeobject.
Wat zijn multiattribuutmodellen?
Volgens Ajzen en Fishbein zijn attituden opgebouwd uit het totaal van beliefs en hun evaluatie.
Wat is cognitieve dissonantie?
Als twee van de drie aspecten van attituden elkaar tegenspreken.
Wat zijn beliefs?
Beliefs zijn opvatting van mensen over kenmerken van objecten.
Het tri-componentenmodel:
Volgens dit model bestaat een attitude uit drie compenenten:

1. De cognitieve component: betreft de kennis van de consument over het attitudeobject.
De cognitieve component bestaat vaak uit beliefs met betrekking tot het attitudeobject.   

2. De affectieve component: betreft de gevoelens of emoties van de consument ten aanzien van het object. De affectieve component is evaluatief van aard.

3. De conatieve component: betreft de gedragsgeneigdheid van de consument te n aanzien van het object.