Summary Crisis Havo bovenbouw Lesbrief

-
ISBN-10 9071154920 ISBN-13 9789071154928
278 Flashcards & Notes
94 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Crisis Havo bovenbouw Lesbrief". The author(s) of the book is/are LWEO aut Olivier Rijcken ' s Jan van Berkel. The ISBN of the book is 9789071154928 or 9071154920. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Crisis Havo bovenbouw Lesbrief

  • 1.1 Gevolgen van de kredietcrisi voor de bouwsector

  • De crisis heeft grote invloed op de bouwsector: in 2008, 2009 en 2010 werd een verlies van 50.000 banen verwacht. Banken zijn voorzichtiger met het financieren van bouwprojecten (ze draaien de geldkraan dicht). Bedrijven en consumenten worden voorzichtiger met het kopen van een huis of bouwen van een nieuw bedrijfspand. Er ontstaat een kopersstaking. Veel bouwprojecten gaan niet meer door.
  • Projecten in de bouwsector hebben te maken met een lange doorlooptijd: een project wordt gestart door de aankoop van een nieuw gebouw, maar het duurt ongeveer anderhalf jaar voor dat dit werkelijk gebouwd kan worden. Bouwvakkers van nu werken dus aan projecten die anderhalf jaar geleden gekocht zijn. Dit heeft een na-ijleffect als gevolg: de werkgelegenheid in de bouwsector zal later op een daling van de vraag reageren door de crisis.
  • Door de daling van de vraag in de bouwsector kunnen er ook in andere sectoren banen verloren gaan. De bouwsector heeft namelijk grote uitstralingseffecten naar andere sectoren. Voor een bouwproject zijn niet alleen bouwvakkers nodig maar ook onder andere projectontwikkelaars, architecten en metselaars.
  • Waarom reageert de bouwsector pas later op de crisis?
    Projecten in de bouw hebben te maken met lange doorlooptijden. Op het moment dat er een bouwproject bedacht en gekocht wordt, gaat er zeker anderhalf jaar overheen voordat het daadwerkelijk kan worden gebouwd. Bouwvakkers werken nu dus aan projecten die anderhalf jaar geleden bedacht zijn.
  • Waarom zorgt een afname van bouwprojecten voor werkloosheid in andere sectoren?
    Veel verschillende bedrijven en beroepen hebben met de bouw te maken. Voor een bouwproject zijn niet alleen bouwvakkers nodig, maar ook architecten en metselaars. Zij kunnen hun baan ook verliezen als het aantal bouwprojecten afneemt.
  • 1.2 Banken in nood

  • In 2008 ontstaat er een kredietcrisis: sommige banken gaan failliet, bij andere banken wordt een faillissement voorkomen door overheidssteun. De banken vormen de financiële sector. De reële sector is de 'maakeconomie', waar goederen en diensten worden verkocht. In de crisis van 2008 hebben de problemen in de financiële sector grote negatieve gevolgen voor de reële sector. 
  • Oorzaken van de problemen in de financiële sector
    Amerikaanse banken verstrekten te makkelijk hypothecaire leningen.
    Een hypothecaire lening is een lening met een onroerend goed (een gebouw of huis) als onderpand. Als de lening niet meer kan worden afbetaald kan de bank het onderpand opeisen om de schuldrest en de achterstallige interestbetalingen op te eisen. Interest/rente zijn de kosten die een lener aan de bank betaald om een bedrag te mogen lenen. Vaak is het een percentage van het totale schuldbedrag, het rentepercentage.
    Omdat banken in de Verenigde Staten te makkelijk leningen verstrekten aan mensen die dit eigenlijk niet konden betalen (ze hadden te weinig bezittingen en een te laag inkomen), waren er een hoop leningen die niet afgelost konden worden. Een hoop huizen moesten worden verkocht, maar de prijs van de huizen daalde. De bank kon dus met het verkopen van het onderpand de restschuld niet meer aflossen en kwam zelf met schulden te zitten. De Amerikaanse banken hadden een groot deel van de hypotheekleningen doorverkocht aan Europese banken, waardoor deze ook in de problemen kwamen. Banken durfden nu geen geld meer uit te lenen, bedrijven kwamen dus moeilijker aan geld voor investeringen. Bedrijven moeten investeringen in machines en fabrieken doen om te kunnen produceren en verkopen, maar dit was niet meer mogelijk omdat ze er geen geld meer voor hadden. Zo had de financiële crisis negatieve effecten op de reële economie.
  • De financiële crisis had een aantal gevolgen:
    - Banken leenden minder makkelijk geld uit, sommige banken gingen failliet. Hierdoor werd het lastiger voor gezinnen en bedrijven om geld te lenen, de investeringen en de bestedingen nemen hierdoor af. De vraag naar goederen en diensten in de reële sector daalt. De afname van de vraag zorgt voor een daling van de productie. Als de productie daalt, neemt de werkgelegenheid af en stijgt de werkloosheid.
    - De bankencrisis zorgt voor een afname van het consumentenvertrouwen. Het consumentenvertrouwen is het vertrouwen dat consumenten hebben in de economie. Als veel consumenten bang zijn hun baan kwijt te raken is er een laag consumentenvertrouwen. Dit zal als gevolg hebben dat er meer gespaard wordt om het verlies in inkomen door eventuele werkloosheid op te kunnen vangen. Meer besparingen zorgt voor een afname van de vraag, wat weer zorgt voor een lagere productie en een lager inkomen.
    - Het gaat slechter met de banken en bedrijven. Hierdoor dalen de aandelenkoersen. Aandelenbezitters worden armer en ook zij zullen minder besteden, wat weer voor een afname van de productie zorgt.
  • Wat is het verschil tussen de financiële en de reële sector van de economie?
    De financiële sector is de sector van geld, dus van banken, beleggingen en leningen. De reële sector is de 'maakeconomie', waar goederen en diensten worden verkocht. 
  • Wat is een hypothecaire lening?
    Een hypothecaire lening is een lening met een onroerend goed als onderpand. Dit onderpand kan de bank opeisen als de lening niet meer kan worden afgelost.
  • Wat is onroerend goed?
    Onroerend goed zijn goederen zoals gebouwen, huizen en grond. 
  • Wat is rente?
    Rente zijn de kosten die een lener moet betalen aan de bank. Meestal is dit een vast rentepercentage van de totale lening (bijvoorbeeld 3%).
  • Waarom kwamen ook Europese banken in de problemen door de problemen bij Amerikaanse banken?
    De Amerikaanse banken hadden de hypotheekleningen doorverkocht aan Europese banken. Nu de leningen niet meer konden worden afgelost, kregen ook de Europese banken hun geld niet meer terug en kregen deze schulden.
  • Hoe zorgen lagere bestedingen voor meer werkloosheid?
    Als de bestedingen afnemen neemt de vraag naar goederen en diensten af. De productie zal dalen. Als de productie daalt is er minder arbeid nodig. Er is dus minder vraag naar arbeid, er zijn minder vacatures en banen beschikbaar en er worden zelfs mensen ontslagen. De werkloosheid neemt dus toe.
  • Waarom dalen de aandelenkoersen in een crisis?
    In een crisis wordt verwacht dat bedrijven minder winst zullen maken. Als bedrijven minder winst maken daalt de waarde van de aandelen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Rekening-courant tegoed
Een rekening-courant tegoed is een betaalrekening bij de bank. Je kunt hier giraal geld opzetten waar je snel weer over kan beschikken.
De ABC bank heeft 8 miljoen rekening-courantkredieten en 2 miljoen liquide middelen. Wat is het dekkingspercentage van de ABC bank?
Het dekkingspercentage van de ABC bank is 2/8 x 100% = 20%
Wanneer is er sprake van een comparatief kostenvoordeel?
Bij comparatieve kostenvoordeel kijk je hoeveel procent een persoon langer doet over een activiteit dan een andere persoon. Bijvoorbeeld: Erik heeft bij het stofzuigen 50% meer tijd nodig dan Sanne en bij het water geven van planten 100%. Erik heeft dus een comparatief kostenvoordeel bij stofzuigen, het is het efficiëntst als Erik stofzuigt.
Wat is indirecte ruil?
Bij indirecte ruil wordt het goed eerst tegen geld verkocht, zodat je met het geld andere goederen kunt kopen. Bij indirecte ruil zijn de transactiekosten lager.
Waar wordt op bespaard?
In een crisis neemt de koopkracht af. Dit zal betekenen dat er bespaard moet worden, er kunnen minder producten worden gekocht. De eerste besparingen die mensen doen zijn vaak op luxegoederen, zoals restaurant- en theaterbezoekjes.
Wat is rente?
Rente zijn de kosten die een lener moet betalen aan de bank. Meestal is dit een vast rentepercentage van de totale lening (bijvoorbeeld 3%).
Wat is rioolrecht?
Rioolrecht is een onderdeel van de gemeentebelasting. Dit zijn de kosten voor het schoonmaken van het riool.
Welke organisatie zorgt voor het zuiveren van water?
De waterschappen zorgen voor het zuiveren van water.
Wat is de watervoetafdruk?
De watervoetafdruk is de totale hoeveelheid verbruikt huishoudelijk water en onzichtbaar water.
Wat is de goedkoopste oplossing voor de watercrisis?
De goedkoopste oplossing voor de watercrisis is om de watervoetafdruk te verkleinen. Als we de hoeveelheid waterverbruik per persoon verkleinen, dan zal het tekort afnemen.