Summary CRUX 1 2020-2021

-
340 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - CRUX 1 2020-2021

  • 2.1 Structuur functie van eiwitten

  • Waar door worden de aminozuren in een eiwit bij elkaar gehouden
    Covalente peptidebindingen
  • Een eiwit is opgebouwd uit aminozuren deze worden bij elkaar gehouden door covalente petidebindingen. De vouwing en dus de functie wordt bepaald door de aminozuur volgorde. De vouwing komt tot stand door niet-cofalente bindingen.
  • Welke soort niet-covalente bindingen heb je
    1.van der Waalskracht
    2.waterstofbruggen
    3.elektronische krachten
    4.hydrofobe reactie
  • De 4 organisatie nivea's van eiwitten beschrijf ze
    1. Primair (aminozuurvolgorde)
    2. Secundair (vouwing Alf-helix en Beta-sheat)
    3. Tertiar (3D-vouwing van het eiwit deze wordt bepaald dooor de zeiketens van de aminozuren)
    4. Quatenair: )eiwitktens in complexen met andere eiwit ketens)
  • Hoe werkt een beta sheet?
    Vlakken van eiwit ketens met waterstof bruggen. Kunnen parallel naar bij de C-terminus bij de C-terminus ligt of antiparallel waar bij de C-terminus bij de N-termunis ligt. Deze strucuten geven stevigheid.
  • Hoe werkt een Alfa-Helix
    Hier bij binden H-bruggen elke 4 aminozuren aan elkaar dit creerd een spiraal. Ze kunnen ook in elkaar wikkelen dan worden het coiled coil'd genoemd. In een waterig mileu steken de hydrofobe koppen naarbinnen. Coiled coiles zitten vaak op het celmembraan als transporter en receptor.
  • Fosforylering: aan en uit zetten van een enzym door het koppelen van een fosfaatgroep. Dit doet Kinase. Het loskoppelen van de fosfaat groep wordt gedaan door fosfatase. Afhankelijk van het enzym zorgt fosforulering voor activatie of inactivatie.
  • GTP-binding: GTP gebonden eiwit actief. Eiwit kan GTP zelf hydroliseren tot GDP dit maakt het eiwit in actief. GDP wordt dan weer vervangen voor GTP.
  • Collageen: bestaat uit een 3 dubblen helix van 3 eiwit ketens.
  • Hemoglobine: quatenaire structuur bestaat uit 2 alfa-globine 2 Beta globine. Kan 4 zuurstofmoleculen vervoeren
  • Osteogenesis imperfecta
    -noem dysfunctioneel eiwit
    -beschrijf ziekte beeld
    Collageen type 1
    -kan geen tripple helixen vormen. Hierdoor zak collageen dus zwakke botten
    - 4 subtypes
  • Marfamsyndroom
    -noem dysfunctioneel eiwit
    -beschrijf ziekte beeld
    Fibrilline
    -fibriline kan niet polymeriseren dus functie verlies.
    -gevolge te veel TGF-beta
    -overmatig bodgroei
    -verandering mitralis klep.
  • Sikkelcelanemie
    -noem dysfunctioneel eiwit
    -beschrijf ziekte beeld
    -Hemoglobine 
    -Beta-globine keten muteerd na afgifte zuurstof. Dit zorgt voor sikkel vormige cellen die snel afgebroken worden.
    -gevolg anemie en billirubine overschot
  • Erfelijke Sferocytose
    -noem dysfunctioneel eiwit
    -beschrijf ziekte beeld
    -spectrine 
    -ondergaat conformatie verandering waardoor rodebloedcellen rond worden en stukjes celmembraan verliezen. Deze ery's worden in de milt snel afgebroken. 
    -gevolg anamie bilirubine overschot.
  • 2.2 Structuur functie DNA en RNA

  • DNA is een polymeer van nucleotiden. Een Nucleotide bestaat weer uit suikerfofaat groep en een stikstof base. 
  • Wat zijn de base uit een nucelotide
    A: adenine
    T: thyamine
    C: cytosine
    G: Guanine
  • Wat onder gaat als enige splicing, capping, polyadenylation, ook wel RNA-processing
    Pre-mRNA
  • Wat zijn de base paringen van DNA en RNA
    DNA
    - A-T
    - C-G  

    RNA
    - A-U
    - C-G
  • 2.3 Trans scriptie en translatie

  • Wat is er nodig voor initatie van de transcriptie
    -Speciale DNA code (ATAT box)
    -Eiwitten die zorgen dat Ribosomen kunnen binden
  • In welke richting wordt de DNA (template steng) afgelezen?
    Van 3' -> 5'
  • Pre-RNA wordt gemaakt van
    5' -> 3'
  • Pre-mRNA is gelijk aan de coderende streng dat is de overliggende aan de template streng.
  • Terminatie: RNA polymerase stopt bij het stop codon, TAG, TGA, TAA
  • Polyadenylation
    Process waar bij er meerderder adenines aan de 3' terminus worden gekoppeld om een polly-A staart te vormen dit maakt het RNA stabiler
  • Splicing
    Introns worden verwijderd uit RNA alleen extrons blijven over deze worden aan elkaar geplakt. Dit word gedaan door snRNA's
  • Capping
    Er word een methylgroep aan de guanine van de 5'-terminus gebonden voor stabileit bij transport
  • Translatie
    Omzetting van mRNA in een eitwit
  • tRNA Bevat 3 nucleotiden  nucleotiden (het anticodon) die hechten aan de nucleotiden op het mRNA. Aan de andere kant bevat de tRNA een aminozuur die via een peptide verbinding aan het volgende aminozuur wordt bevestigd en zo een polypeptide vormt
  • Hoe verplaatst tRNA zich over mRNA
    5'->3'
  • Ribosomen
    Doen translatie. Hebben een grote en kleine unit grote zit boven. Hebben een A->P->E site waar de tRNA bind weer word afgestoten. Translatie gaat snel omdat er meerdere ribosomen op een mRNA kunnen zitten.
  • Transcriptie
    DNA gekopieerd naar mRNA
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat doet een IPSP
Verkleint de kans op een actie potentiaal
Wat doet een EPSP
vergroot de kans op actie potentiaal
Beschrijf de 4 fase van het actie portentiaal
  1. Rising fase: membraan potentiaal stijgt - Na omhoog permiabiliteit
  2. Overshoot fase: membraan potentiaal wordt positief - permeabiliteit neemt af
  3. falling fase: membraan potentiaal - Na-kanalen sluiten permiabiliteit K omhoog
  4. Undershoot: membraan wordt lager dan de rust potentiaal
Noem de twee soorten epilepsie
-gegeneraliseerd: snelle epileptische activiteit over beiden hemisferen
  • Tonisch-clonisch: eerst verstijven dan schokken
  • Abcence: vooral bij kinderen volledige absence
-Focal/partieel: abnormale burst fire van neuronen.
  • elematair )bewust zijn minder intackt)
  • Complex patieel (verminderde gewaarwording)
Wat is aangetast bij de ziekte van Huntington en waar lijd het toe
Het striatum is aangedaan en er treed degeneratie van de cortex op. 
Dit resulteert in een bewegingsoverschot.
N VI
Abducens motories oog bol mortoriek
NV
Tricheminus sensibilietei gelaat en motorisch de kauwspieren
N IV
Trochlearis motorisch voor naar beneden kijken
NIII
Oculomotorius motorische zenuw oog en oog lid spieren
NII
Opticus sensorisch reuk