Summary Cultuur en opvoeding

-
ISBN-10 9047704169 ISBN-13 9789047704164
214 Flashcards & Notes
20 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Cultuur en opvoeding". The author(s) of the book is/are Lotty Eldering. The ISBN of the book is 9789047704164 or 9047704169. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Cultuur en opvoeding

  • 1 Allochtonen in Nederland

  • Het begrip allochtoon is ontleend aan het Grieks. Wat betekent het?

    Afkomstig van een andere bodem, een ander land.

  • 1.1 Identificatiecriteria

  • Wat zijn de meest gebruikte criteria om allochtonen in Nederland te identificeren?

    Nationaliteit, geboorteland, geboorteland van ouders.

  • Waarom kunnen de criteria om allochtonen te identificeren niet afzonderlijk gebruikt worden?

    Omdat elk criterium bepaalde categorieën allochtonen uitsluit.

  • De omvang van de allochtone populatie in een land is afhankelijk van de identificatiecriteria die men gebruikt. Naarmate een allochtone groepering langer in een land verblijft wordt het steeds moeilijker deze te identificeren.

  • 1.2 Herkomst en omvang allochtonenpopulatie

  • Welke doelgroepen vallen onder het minderhedenbeleid?

    • Immigranten uit voormalige koloniën (met uitzondering van de repatrianten uit Indonesië)
    • Buitenlandse werknemers en hun gezinnen uit landen rond de Middellandse Zee
    • Vluchtelingen en asielgerechtigde personen
    • Zigeuners en woonwagenbewoners
  • Waar zijn de vier grote allochtonengroeperingen uit afkomstig?

    • Suriname
    • Nederlandse Antillen
    • Turkije
    • Marokko
  • 1.3 Migratie, een proces in fasen

  • Wat zijn pushfactoren?

    Pushfactoren stimuleren tot emigratie.

  • Wat zijn pullfactoren?

    Pullfactoren stimuleren tot immigratie

  • De emigratie uit Suriname naar Nederland had aanvankelijk het karakter van aan educatieve emigratie. Dit is een pullfactor in Nederland. Het kreeg rond de onafhankelijkheid meer een politiek en economisch karakter (bang voor de overheersing door Creoolse Surinamers). Dit was een pushfactor in Suriname.

  • Welke fasen zijn te onderscheiden in de migratiebeweging uit Marokko en Turkije, en vormen dus een overeenkomst voor de allochtonen uit deze landen?

    • Periode van arbeidsmigratie
    • Gezinshereniging in Nederland
    • Vorming van etnische gemeenschappen met eigen voorzieningen
    • Gezinsvorming
  • Welke verschillen bestaan er in de migratiegeschiedenis van Marokkanen en Turken?

    • Alhoewel beide grotendeels van het platteland kwamen, hebben Turken meer en beter onderwijs gehad dan Marokkanen.
    • Turkije is sinds 1920 een seculiere staat, in Marokko is er geen scheiding tussen kerk en staat.
  • Wat is acculturatie?

    Het overnemen van elementen van een vreemde cultuur wanneer groepen langdurig in direct contact met elkaar staan.

  • Op individueel niveau zijn er naast de genoemde economische, politieke en religieuze factoren ook persoonlijke omstandigheden zoals ziekte, familieverhoudingen en statusverlies van invloed op de beslissing om te migreren.

  • 1.4 Enkele demografische kenmerken

  • In de eerste fase van de arbeidsmigratie uit de landen rond de Middellandse Zee was het aantal mannen veel groter dan het aantal vrouwen. Inmiddels is de seksratio veel meer in balans.

  • Hoewel ruim de helft van de allochtone populatie nu nog uit immigranten bestaat, wordt het aandeel van de tweede in Nederland geboren generatie steeds groter.

  • Het kindertal van de eerste generatie allochtone vrouwen is hoger dan dat van de tweede generatie. Dit is een voortzetting van een trend die in het land van herkomst begonnen is.

  • 3 Theoretisch kader

  • Om de culturele dimensie van de opvoeding in kaart te brengen wordt het theoretisch raamwerk van Harkness en Super (1999) geïntegreerd in het ecologisch model van Bronfenbrenner (1977): het cultureel-ecologisch model.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

In leren maken psychologen en pedagogen een onderscheid, noem de twee vormen van leren.
-Informeel leren (observeren van anderen)
-Formeel leren (school)
Het model van kagitabasi laat de socialisatie in collectivistische culturen zien. Waar gaat Kagitabasi vanuit?
Kagitabasi gaat ervan uit dat de leefwijze en culturele oriëntatie van een groep van invloed zijn op de interactiepatronen, familiestructuur, socialisatiewaarden, bij het opvoedingsproces en dat deze uiteindelijk ook invloed hebben op de identiteit van de persoon. Ook wel de cultures of relatedness genoemd.
 
Het model wordt ook wel interdepedentiemodel genoemd. 
Noem twee belangrijke verschillen tussen ouders uit westerse culturen en ouders uit niet-westerse culturen.
-       Binnen niet-westerse culturen hebben traditie en religie een grotere invloed dan wetenschappelijke inzichten
-       Binnen niet-westerse culturen richten zich op een meer seksespecifieke opvoeding. 
Waar richt de crossculturele studie zich op?
Een studie die zich richtte op de ouders en de opvattingen die zij hebben over de rol en waarde betreft kinderen, over de voor- en nadelen van het hebben van kinderen. 
Er bestaan niet alleen grote verschillen in de rol van kinderen tussen westerse en niet-westerse culturen, maar ook bij de niet-westerse culturen onderling bestaan er in de opvoeding van kinderen grote verschillen. Door de volgende twee factoren worden deze verschillen veroorzaakt ..
1. De complexiteit van het sociaal-economisch systeem: Hierbij maken ze
onderscheid tussen eenvoudige culturen en meer complexe culturen.
2. De structuur van de huishouding waarin kinderen opgroeien: Hierbij maken ze een onderscheid tussen extended family-culturen en gezinsculturen.
Wat houdt de zesculturenstudie in?
Eerste studie die zich richt op de microsystemen waarin kinderen opgroeien.
Macrosysteem 
Een macrosysteem is te beschouwen als de culturele blauwdruk van de samenleving. Het macrosysteem heeft betrekking op de cultuur of de ideologie van een samenleving. 
Exosysteem 
Het exosysteem bestaat uit formele en informele sociale structuren rond het gezin. Deze structuren hebben vooral invloed op ouders en daarmee indirect ook op kinderen. De belangrijkste sociale structuren van het exosysteem zijn het werk en het sociale netwerk van ouders, de buurt waarin het gezin woont en de etnische en religieuze gemeenschap waarvan het gezin deel uitmaakt. 
Mesosysteem
Het geheel van microsystemen waarvan een jeugdige deel uitmaakt wordt mesosysteem genoemd. 
Microsysteem
Het gezin, thuis, familie.
Naarmate kinderen ouder participeren zij ook in andere microsystemen zoals de peuterspeelzaal, de school, de sportclub en de vriendenkring.