Summary Cultuur En Psychodiagnostiek

-
ISBN-10 9031385794 ISBN-13 9789031385799
430 Flashcards & Notes
14 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Cultuur En Psychodiagnostiek". The author(s) of the book is/are Ria Borra Rob Van Dijk Raymond Verboom. The ISBN of the book is 9789031385799 or 9031385794. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Cultuur En Psychodiagnostiek

  • 1 Inleiding

  • Welke factoren kunnen de validiteit van uitspraken bij interculturele diagnostiek beïnvloeden? 3 vormen van vertekening:
    1. Constructbias: crossculturele verschillen in constructen die gemeten worden (depressie, in sommige culturen geen woord ervoor of wordt lichamelijk uitgedrukt)
    2. Methodebias: verschillen in specifieke eigenschappen van de culturele achtergrond/verschillen in communicatiepatronen/persoonlijke eigenschappen
    3. Itembias: verschillen in interpretaties van het item (liegen)
  • Vier perioden/fasen waarin steeds op andere wijze omgegaan wordt met met interculturele diagnostiek:
    1. Jaren 60: weinig behoefte en interesse
    2. Jaren 80: er ontstond meer belangstelling voor de bruikbaarheid van psychologische tests
    3. Jaren 90: ontwikkelingen op twee fronten: studies naar vertekening in instrumenten en studies waarin nieuwe instrumenten gepresenteerd worden
    4. 21e eeuw: de ontwikkeling heeft zich nauwelijks voortgezet en het onderzoek is minder geworden door beperkte financiële mogelijkheden en de afgenomen wetenschappelijke nieuwswaarde 
  • Betekenis acquiescence
    Bevestigen van positieve uitspraken en ontkennen van negatieve uitspraken, ongeacht de inhoud van de uitspraak
  • Oplossingen voor interculturele diagnostiek (3 keer), wat is de conclusie in elk van de drie gevallen?
    1. Gebruik cultuurvrije tests
    2. Gebruik standaardtests 
    3. Gebruik geen standaardtests en werk enkel met interviews en gedragobservaties

    Conclusie: het betreft een aanpak waarvan de kern bruikbaar is, maar die, indien consequent toegepast wordt, niet tot een adequate oplossing leidt. 
  • Wat houdt triangulatie in?
    In de praktijk wordt vaak gebruik gemaakt van triangulatie: deze procedure houdt in dat de onzekerheid die gecreëerd wordt omdat een bepaald instrument of methode niet valide zou kunnen zijn, gereduceerd wordt door een tweede instrument/methode te gebruiken.

  • Welke heuristieken zijn van belang in interculturele diagnostiek (6 keer) in het kort:
    1. Er bestaat geen standaardaanpak om problemen van validiteit en vertekening op te lossen.
    2. Er zijn geen cultuurvrije test, maar wel tests die beter bruikbaar zijn dan andere. 
    3. Het afnemen van de test stelt eisen aan instrument, diagnosticus en client. 
    4. Het is van groot belang rekening te houden met bronnen van vertekening. 
    5. De kwaliteit wordt bepaald door het vermogen van de diagnosticus om om te gaan met de problemen als gevolg van beperkte bruikbaarheid van tests.
    6. Het getuigt van professionalisme om goed duidelijk te kunnen maken hoe rekening is gehouden met de culturele achtergrond van client. 
  • 2 Intersectionaliteit

  • Met welke twee specifieke dilemma's en taken in het diagnostische proces krijgt de hulpverlener te maken?
    1. De psychologische tests zijn meestal niet afgestemd op clienten die geen Nederlandse achtergrond hebben. 
    2. De interpretatie van de onderzoeksresultaten is niet los te zien van de culturele context van de client en de hulpverlener.
  • Wat is nodig om de kloof met de client te overbruggen en effectieve diagnostiek te bedrijven?
    Hiervoor is cultuurbewuste hulpverlening nodig. De hulpverlener moet zich bewust zijn van de werking van cultuur in zijn denken en handelen en in dat van zijn client. 
  • Wat is intersectionaliteit/kruispuntdenken? 
    In de hulpverlening worden clienten vaak gereduceerd tot een bepaalde deelidentiteit (vb. leeftijd, sekse, problematiek, etniciteit, klasse). Iedereen heeft verschillende deelidentiteiten. Deze samenhang wordt intersectionaliteit genoemd. Het kruispunt denken wordt door een aantal belangrijke assen gevormd. 
  • Benoem het uitgangspunt van intersectionaliteit:
    Alle mensen hebben gelijktijdig op verschillende assen een plaats. Het gaat altijd om een aantal assen tegelijk en om de eigen combinatie van assen.  
  • De volgende vier begrippen omschrijven cultuurbewuste zorg:
    1. interculturele kennis
    2. culturele bewustwording
    3. interculturele vaardigheden
    4. interculturele competenties
  • Er zijn meerdere modellen als hulpmiddel in de culturele hulpverlening die zijn gebaseerd op klassiek-antropologisch vertoog. Waar gaat een klassiek-antropologisch vertoog vanuit?
    Dat mensen uit hetzelfde land een groep vormen en een cultuur delen. Deze visie is wel verouderd maar komt in de gezondheidszorg nog wel terug. 
  • Model van Papadopoulus , Tilki en Taylor staat voor veel andere modellen. Welke vier begrippen zien zij als cyclische, opeenvolgende stadia van goed cultureel hulpverlenerschap? 
    1. cultureel bewustzijn
    2. culturele kennis
    3. culturele sensiviteit
    4. cultureel competent
  • Wat is goed en wat is slecht aan het model van Papadopulous?
    Goed: de onderdelen per stadium zijn richtinggevend en kunnen aangepast worden aan kennisniveau en specifieke beroep van hulpverlener.
    Slecht: het doet rigide (stijf) aan. De volgorde van de stadia met
    cultureel bewustzijn als start is discutabel (bedenkelijk). Men kan immers ook vanuit andere stadia beginnen. In de praktijk blijken de afzonderlijke componenten elkaar te overlappen en complementair (aanvullend) te zijn.
  • Noem de drie domeinen waarin de interculturele hulpverleningscontext kon worden ingedeeld (Kramer + Pinto):
    1. Bewustzijn van eigen culturele waarden en vooroordelen
    2. Bewustzijn van de kijk op de wereld van de client
    3. Hanteren van op cultuur toegesneden interventie strategieën 

    Deze domeinen gecombineerd met kennis, houding, en vaardigheden geven specifieke velden van competenties. 
  • Noem de belangrijkste kenmerken van een cultuurbewuste hulpverlener:
    - weinig vooroordelen
    - openminded
    - sterk empathisch vermogen
    - door de bril van anderen kunnen kijken
    - makkelijk aanpassen aan nieuwe situaties
  • Drie soorten kennis die nodig zijn voor een goede benadering en waaruit bestaan deze:
    1. Theoretische kennis (kennis over allerlei culturen: migratiegeschiedenis, veranderingen in sociale status, veel voorkomende ziektebeelden)
    2. Professionele kennis (een vertaling van de interculturele kennis naar de eigen professie). 
    3. De persoonlijke kennis (het zelf doorleven van diversiteit door persoonlijke en betekenisvolle contacten aan te gaan met cultureel anderen)
  • Wat zijn de drie acculturatiepatronen volgens Stevens?
    1. Geïntegreerd: binding met de Nederlandse en de eigen groep
    2. Gesepareerd: weinig binding met de Nederlandse groep, sterke binding met de eigen groep
    3. Ambivalent: weinig binding met beide groepen
  • Naast kennis en houding is het belangrijk om over persoonlijke (sociale) vaardigheden te beschikken (7 keer):
    Conversatiemanagement, altercentrisme, flexibiliteit, luistervaardigheid, bedachtzaamheid, emphatie en aanpassingsvermogen.
  • Beschrijf dinamic sizing:
    Het beschikken over de vaardigheden om te weten wanneer te generaliseren en wanneer te individualiseren. 
  • Wanneer zijn mensen openminded:
    Ze kunnen zich verplaatsen in mensen uit andere culturen en ze nemen verschillen en overeenkomsten tussen hun eigen cultuur en die van anderen op een adequate manier waar. 
  • Migratie houdt niet alleen verlies in, maar leidt ook verrijking, leg dit uit:
    De breuk moet eerst creatief verwerkt worden, soms in therapie, om uiteindelijk evenwicht te hervinden. Het evenwicht wordt gekenmerkt door hybriditeit, zoals het ontstaan van hybride identiteiten.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is Rekenen met munten?
15
Wat is ZAT?
4,9,10,11
Wat is WISC-III
7
Wat is WAIS-III-NL
4,8,9,13
Wat is Visuele associatietest? (VAT)
15
Wat is VISK?
7
Wat is Verbal fluency?
15
Wat is UCL?
4,9,10,11,13
Wat is TRF?
6,7
Wat is Token test? (Akense Afasietest)
15