Summary Cultuur en psychodiagnostiek Professioneel werken met psychodiagnostische instrumenten

-
ISBN-10 9031385808 ISBN-13 9789031385805
194 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Cultuur en psychodiagnostiek Professioneel werken met psychodiagnostische instrumenten". The author(s) of the book is/are Ria Borra Rob van Dijk Raymond Verboom. The ISBN of the book is 9789031385805 or 9031385808. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Cultuur en psychodiagnostiek Professioneel werken met psychodiagnostische instrumenten

  • 1 Interculturele psychodiagnostiek: zes vuistregels

  • Er zijn 3 vormen van vertekening: construct-, item- en methodebias. Wat voor vertekeningen zijn dit?
    Constructbias: verschillen in de trek of vaardigheid (construct) die de test wil meten
    Itembias: items van een instrument, bijv. interpretatie van begrippen in een test
    Methodebias: specifieke eigenschappen uit culturele achtergrond, persoonlijke eigenschappen testafnemer of verschillende in communicatiepatronen tussen etnische groepen.
  •  Diagnostiek:
      verhelderen van het probleem en vaststellen van de hulpvraag (vervolgens
    hypothesen opstellen (onderkennend en verklarend) en vanuit daar testen waar het op
    cognitief, sociaal-emotioneel en gedragsmatig functioneren mis gaat)
  • Welke drie vormen van Validiteit (geldigheid) van uitspraken van interculturele diagnostiek bedreigen. Deze  3 vormen van vertekening (bias) zijn:
    Constructbias: Wordt verwezen naar verschillen in de trek of vaardigheid die een test bedoelt te meten. 

    Methodebias: Heeft te maken met de methodische aspecten van interculturele diagnostiek. De drie bronnen die problemen kunnen opleveren zijn:
    • Specifieke eigenschappen uit culturele achtergrond van de persoon (verschillen in responsstijlen tussen allochtonen en autochtonen)
    • Persoonlijke eigenschappen van de persoon die de test afneemt, kunnen invloed hebben op de testresultaat. 
    • Verschillende in communicatiepatronen tussen etnische groepen.

    Itembias (differential item functionering): items van een instrument, bijv. interpretatie van begrippen in een test. 
    • Vreemde of onverwachte antwoorden van een client kunnen wijzen op misinterpretaties of ongeschiktheid van de vraag voor een client.
  • Wat zijn de 6 heuristieken die van belang bij interculturele diagnostiek volgens het boek?
    1. Geen standaardaanpak: sensitiviteit voor problemen is belangrijker
    2. Geen cultuurvrije tests, wel beter bruikbare tests en minder bruikbare tests
    3. Afnemen van psychologische tests stelt eisen aan instrument, cliënt en diagnosticus
    4. Het is van belang rekening te houden met bronnen van vertekening
    5. Kwaliteit van de interculturele diagnostiek wordt bepaald door het vermogen van de diagnosticus om op adequate wijze om te gaan met problemen van standaardtesten en improviseren
    6. Het is professioneel om in de rapportage aan te geven hoe met de culturele achtergrond rekening is gehouden.
  •   Waarom cultuurbewuste diagnostiek?

     NIP-code paragraaf III.3.1.3, algemeen respect, geen discriminatie
    Psychologen zijn zich bewust van de individuele kenmerken en omstandigheden van
    iedere cliënt en van de culturele verschillen die tussen cliënten bestaan.  
     Toenemende culturele diversiteit in Nederland
     Om gelijke kansen en mogelijkheden te creëren, moet je juist verschil maken
  • Was wordt bedoelt met Sociale wenselijkheid en Acquiescence?
    Bevestigen van positieve uitspraken en ontkennen van negatieve uitspraken, ongeacht de inhoud van de uitspraak. Komt meer voor zijn lager opgeleide allochtonen dan bij autochtonen.

  • De auteur noemt drie mogelijke oplossingen die zijn aangedragen om met de 
    validiteit van interculturele diagnostiek om te gaan. Noem deze en geef per oplossing minstens één reden die vóór en één reden die tegen deze oplossing pleit. 

    Gebruik cultuurvrije tests 
    Vóór: is niet afhankelijk van taal of cultuurgebonden beelden, bijvoorbeeld 
    zoals complex taalgebruik en spreekwoorden (die relatief laat in het 
    ontwikkelen van taalvaardigheid worden aangeleerd). 
    Tegen: geen enkele test is geheel cultuurvrij. 
    Gebruik standaardtests 
    Vóór: ook standaardtests, afgenomen bij allochtonen, hebben voorspellende waarde. 
    Tegen: Het gaat niet altijd om toekomstig gedrag, maar ook om huidig functioneren 
    (klinische praktijk). Vaak is ook “wat er voorspeld wordt” in termen van toekomstig 
    gedrag cultuurgebonden. 

    Gebruik alleen interviews en gedragsobervaties 
    Vóór: validiteit van tests bij andere culturele achtergronden speelt geen rol meer. 
    Tegen: je bent nu volledig gewezen op de “klinische blik”, ervaring en vaardigheden 
    van de diagnosticus. Het validiteitsprobleem verschuift zich naar een algemeen 
    validiteitsprobleem: subjectiviteit van de diagnosticus. 
  •  Welke factoren kunnen de validiteit (geldigheid) van uitspraken bij interculturele diagnostiek
    bedreigen? Er zijn drie vormen van vertekening, die betrekking kunnen hebben op het
    construct (trek of vaardigheid die een test bedoelt te meten)
    Bias: storende factor/ vertekening → 3 soorten:
    Constructbias: verschillen in de trek of vaardigheid (construct) die de test wil meten
    Itembias: items van een instrument, bijv. interpretatie van begrippen in een test
    Methodebias: specifieke eigenschappen uit culturele achtergrond, persoonlijke eigenschappen testafnemer of verschillende in communicatiepatronen tussen etnische groepen.
  • Hoe kan je negatieve stimuli verminderen bij het afnemen van cognitief test?
    • Vergroten van bekendheid met de psychologisch test
    • Een langere testinstructie dan gebruikelijk is, kan de problemen verminderen. 
  • Wat is een noodzakelijke voorwaarde voor goede testafname bij interculturele groepen?
    Culturele sensitiviteit bij de testafnemer
  •  Methodebias
    Onbekendheid met testen, neiging tot instemmen en sociale wenselijkheid, de persoon
    die de test afneemt
    → 3 bronnen;
      Eigenschappen van de culturele achtergrond van de persoon die getest
    wordt, zoals kennis van de Nederlandse taal en cultuur, de mate van
    bekendheid met tests en met gehanteerde begrippen of testtactieken (gokken
    als je het antwoord niet weet en niet de vraag overslaan). Sociale wenselijkheid
    of acquiscence (bevestigen van positieve uitspraken en ontkennen negatieve
    uitspraken ongeacht de inhoud) komt vaker voor laag opgeleide migranten dan
    bij autochtonen.
     Persoonlijke eigenschappen van de testafnemer zoals, ervaring met
    culturele groepen, het taalgebruik en de invloed van persoonlijke opvattingen
    bij ongestructureerde meetinstrumenten zoals een open interview.
      Verschillen in communicatiepatronen doordat de afnemer en de geteste
    persoon tot verschillende etnische groepen behoren. Hierbij kan het gaan om
    impliciete verwachtingen en normen die horen bij de communicatie tijdens de
    testsituatie die voor iemand die nog nooit getest is onduidelijk zijn. In
    Nederland is bijvoorbeeld het direct aankijken van de hulpverlener
    gebruikelijk, terwijl dit in andere culturen als onbeleefd wordt gezien.
  • Wat zijn conventies?
    Allerlei impliciete verwachtingen en normen in communicatie tussen client en psycholoog.

  • De auteur noemt drie mogelijke oplossingen die zijn aangedragen om met de 
    validiteit van interculturele diagnostiek om te gaan. Noem deze en geef per oplossing minstens één reden die vóór en één reden die tegen deze oplossing pleit.
    1. Gebruik cultuurvrije tests 
    Vóór: is niet afhankelijk van taal of cultuurgebonden beelden, bijvoorbeeld 
    zoals complex taalgebruik en spreekwoorden (die relatief laat in het 
    ontwikkelen van taalvaardigheid worden aangeleerd). 
    Tegen: geen enkele test is geheel cultuurvrij. Maar er zijn betere en slechtere test voor diagnostiek in interculturele groepen. 

    2. Gebruik standaardtests 
    Vóór: ook standaardtests, afgenomen bij allochtonen, hebben voorspellende waarde. 
    Tegen: Het gaat niet altijd om toekomstig gedrag, maar ook om huidig functioneren 
    (klinische praktijk). Vaak is ook “wat er voorspeld wordt” in termen van toekomstig 
    gedrag, culturele en talige vertekening bevat.  

    3. Gebruik GEEN standaardtest en werk alleen met interviews en gedragsobervaties 
    Vóór: validiteit van tests bij andere culturele achtergronden speelt geen rol meer. 
    Tegen: je bent nu volledig gewezen op de “klinische blik”, ervaring en vaardigheden 
    van de diagnosticus. Het validiteitsprobleem verschuift zich naar een algemeen 
    validiteitsprobleem: subjectiviteit van de diagnosticus.
  •  2000 - 2010 → Deze ontwikkeling heeft zich nauwelijks voortgezet. De belangstelling naar
    fundamenteel en wetenschappelijk onderzoek voor interculturele diagnostiek is weer wat
    minder geworden
    Redenen:
     o Beperkte financiële mogelijkheden
    o Afgenomen wetenschappelijke nieuwswaarde van het onderwerp nu de
    psychometrische en statistische aspecten van vertekening zich volledig
    uitgekristalliseerd lijken te hebben
  • Wat zijn Culture-fair(Cattell)/Culture-reduced (Jensen) test?
    Het idee om test te gebruiken die zo weinig mogelijk gebruik maken van kennis van de taal en cultuur van de testontwerp.
  •  Wel is de belangstelling toegenomen; waar het enkele decennia terug vooral psychologen en pedagogen met veel allochtone cliënten waren die belangstelling hadden in interculturele
    diagnostiek, zie je de laatste decennium steeds meer professionalisering in de diagnostische
    praktijk
  • Wat kan de validiteit van een persoonlijkheidsinstrument ernstig beperken?
    Het gebruik van complexe taal. Het is beter om gebruik te maken van Big-5 instrumenten.
  •    Echte en vermeende oplossingen voor interculturele
    diagnostiek
    • Gebruik cultuurvrije tests 

    •   Gebruik standaardtests

    • Gebruik geen standaardtests en werk enkel met interviews en gedragsobservaties 
  • (T)Wat zijn de 6 heuristieken die van belang bij interculturele diagnostiek volgens het boek?
    1. Geen standaardaanpak: sensitiviteit voor problemen is belangrijker
    2. Geen cultuurvrije tests, wel beter bruikbare tests en minder bruikbare tests
    3. Afnemen van psychologische tests stelt eisen aan instrument, cliënt en diagnosticus
    4. Het is van belang rekening te houden met bronnen van vertekening
    5. Kwaliteit van de interculturele diagnostiek wordt bepaald door het vermogen van de diagnosticus om op adequate wijze om te gaan met problemen van standaardtesten en improviseren
    6. Het is professioneel om in de rapportage aan te geven hoe met de culturele achtergrond rekening is gehouden.
  •   1. Gebruik cultuurvrije tests

    Weglaten van bijvoorbeeld gezegdes (omdat deze later verworven worden bij het leren
    van een tweede taal).
    Kritiek: Het gebruik van cijfers in een test voor kortetermijngeheugen, of het gebruik
    van abstracte figuren (Raven) is nooit helemaal los te zien van de culturele context:
    kinderen in sommige culturen hebben meer ervaring met dit soort stimuli.
    Oplossingen:
     We moeten bij het opstellen en kiezen van tests die gebruikt gaan worden voor
    interculturele diagnostiek alert zijn op impliciete en expliciete kennis van de

    Nederlandse taal en cultuur (gebruik van specifieke woorden of uitdrukkingen,
    of verwijzen naar binnen autochtonen breed gedeelde culturele kennis) en op
    de vraag of een cliënt wel over deze kennis beschikt.
     De diagnosticus dient een goed oordeel te vormen over de bruikbaarheid van
    tests en om deze bruikbaarheid ook mee te laten wegen in het uiteindelijke
    oordeel
  •   2. Gebruik standaardtests

    Zolang tests even goed voorspellen voor alle culturele groepen, zijn ze bruikbaar voor
    interculturele diagnostiek
    Kritiek:
     Tests worden vaak gebruikt om uitspraken over eigenschappen en
    vaardigheden te doen die niet noodzakelijk naar toekomstig gedrag verwijzen
     Het is kortzichtig om tests alleen op pragmatische bruikbaarheid te beoordelen
    en voorbij te gaan aan relevante individuele eigenschappen van de cliënt (een
    derde generatie allochtone leerling heeft veel meer Nederlandse bagage dan
    een recent vluchteling)
  •   3. Gebruik geen standaardtests en werk enkel met interviews en gedragsobservaties

    Observaties en interviews kunnen helpen om de testbaarheid van een persoon te
    bepalen
    Kritiek:
     Dat tests niet goed bruikbaar zijn, betekent nog niet dat ze helemaal
    onbruikbaar zijn.
     Van ongestandaardiseerde methoden, zoals het ongestructureerde interview, is
    bekend dat ze een dubieuze validiteit kunnen hebben.
     Een aantal psychologische eigenschappen zijn met interviews en
    gedragsobservatie niet goed te achterhalen (bv. ktm)
     Normgegevens zijn niet bruikbaar wanneer men op ongestandaardiseerde wijze
    wil testen (p18)
  •  Pragmatisme







    Het pragmatisme is een filosofische stroming gekenmerkt door de focus op het verbinden van de praktijk met de theorie, die volgens het pragmatisme niet los van elkaar staan. Het bekendst is wellicht hun pragmatische theorie van de waarheid die stelt dat een opvatting waar is als het in de praktijk werkt
  •    Het lijkt erop dat een pragmatische aanpak tot betere resultaten zal leiden. Belangrijke
    kenmerken hiervan worden in de volgende paragraaf genoemd.
    Kort samengevat;
    Validiteitsproblemen
    (schijn)oplossingen:


    1. Cultuurvrije tests bestaan niet, ben kritisch op de bruikbaarheid van testen
    2. Gebruik standaardtesten met een goede predictieve validiteit. Probleem: je wil niet
    altijd voorspellen maar alleen een diagnose stellen
    3. Interviews en gedragsobservaties kennen ook validiteitsproblemen
  •  Vragen:
    1. De auteur noemt drie mogelijke oplossingen die zijn aangedragen om met de validiteit van
    interculturele diagnostiek om te gaan. Noem deze en geef per oplossing mistens één reden
    die vóór en één reden die tegen deze oplossing pleit
     
    Antwoorden:
    1. Gebruik cultuurvrije tests
    Vóór: is niet afhankelijk van taal of cultuurgebonden beelden, bijvoorbeeld zoals complex taalgebruik en spreekwoorden (die relatief laat in het ontwikkelen van taalvaardigheid worden aangeleerd).
    Tegen: geen enkele test is geheel cultuurvrij.
    Gebruik standaardtests
    Vóór: ook standaardtests, afgenomen bij allochtonen, hebben voorspellende waarde.
    Tegen: Het gaat niet altijd om toekomstig gedrag, maar ook om huidig functioneren (klinische praktijk). Vaak is ook “wat er voorspeld wordt” in termen van toekomstig gedrag cultuurgebonden.
    Gebruik alleen interviews en gedragsobservaties
    Vóór: validiteit van tests bij andere culturele achtergronden speelt geen rol meer.
    Tegen: je bent nu volledig gewezen op de “klinische blik”, ervaring en vaardigheden van de diagnosticus. Het validiteitsprobleem verschuift zich naar een algemeen validiteitsprobleem: subjectiviteit van de diagnosticus
  •  2. Noem de zes vuistregels (aanbevelingen) die de auteur doet bij diagnostiek van allochtonen.

    2. (p. 19-22)
    • Er bestaat geen standaardaanpak (om problemen van validiteit en vertekening in interculturele diagnostiek op te lossen).
    • Cultuurvrije tests bestaan niet, alleen tests die beter of minder goed bruikbaar zijn.
    • Testen bij een allochtone cliënt stelt eisen aan zowel het instrument als de diagnoticus en de cliënt. Hou (nog meer) rekening met bronnen van vertekening.
    • De kwaliteit van diagnostiek wordt sterk bepaald door het vermogen van de diagnosticus om om te kunnen gaan met beperkte bruikbaarheid van tests.
    • Leg verantwoording af over hoe er rekening is gehouden met de cultuur van de cliënt, ook in de verslaglegging.
  • Interculturele diagnostiek in Nederland in de afgelopen 40 jaar. Wel is de belangstelling toegenomen; waar het enkele decennia terug vooral psychologen en pedagogen met veel allochtone cliënten waren die belangstelling hadden in interculturele
    diagnostiek, zie je de laatste decennium steeds meer professionalisering in de diagnostische praktijk. Welke drie redenen geeft de auteur aan:
    1. De 1e plaats zijn er te weinig bruikbaar instrumenten voor de multiculturele samenleving ontwikkeld. 
    2.  Ten 2e, interculturele diagnostiek is nog steeds geen integraal onderdeel is van het denken van test. Ongeveer 20% van Nederlanders is allochtoon. 
    3. Ten 3e, kan een verder professionalisering van de testpraktijk bijdragen tot een verhoging van de kwaliteit van dienstverlening. 
  •  Methodebias: Onbekendheid met testen, neiging tot instemmen en sociale wenselijkheid, de persoon die de test afneemt 3 bronnen;
    •  Eigenschappen van de culturele achtergrond van de persoon die getest
    wordt, zoals kennis van de Nederlandse taal en cultuur, de mate van
    bekendheid met tests en met gehanteerde begrippen of testtactieken (gokken
    als je het antwoord niet weet en niet de vraag overslaan). Sociale wenselijkheid
    of acquiscence (bevestigen van positieve uitspraken en ontkennen negatieve
    uitspraken ongeacht de inhoud) komt vaker voor laag opgeleide migranten dan
    bij autochtonen.
    • Persoonlijke eigenschappen van de testafnemer zoals, ervaring met
    culturele groepen, het taalgebruik en de invloed van persoonlijke opvattingen
    bij ongestructureerde meetinstrumenten zoals een open interview.
    •  Verschillen in communicatiepatronen doordat de afnemer en de geteste
    persoon tot verschillende etnische groepen behoren. Hierbij kan het gaan om
    impliciete verwachtingen en normen die horen bij de communicatie tijdens de
    testsituatie die voor iemand die nog nooit getest is onduidelijk zijn. In
    Nederland is bijvoorbeeld het direct aankijken van de hulpverlener
    gebruikelijk, terwijl dit in andere culturen als onbeleefd wordt gezien.
  •  2000 - 2010 → Deze ontwikkeling heeft zich nauwelijks voortgezet. De belangstelling naar
    fundamenteel en wetenschappelijk onderzoek voor interculturele diagnostiek is weer wat
    minder geworden
    Redenen:
     o Beperkte financiële mogelijkheden
    o Afgenomen wetenschappelijke nieuwswaarde van het onderwerp nu de
    psychometrische en statistische aspecten van vertekening zich volledig
    uitgekristalliseerd lijken te hebben
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Twee misvattingen en valkuilen van Cultuurbewuste zorg
De misvatting dat een allochtone hulpverlener beter in staat zal zijn allochtone clienten te helpen.
  • 1e, Er is niet zoiets als een allochtone cultuur.
  • 2e, Het gedeelde referentiekader  van migranten niet noodzakelijkerwijs toereikend.
(T)De samenhang van kennis, houding en vaardigheden is zeer belangrijk bij interculturele diagnostiek. Noem de drie domeinen van Kramer waarin de interculturele hulpverleningscontext kan worden ingedeeld:
a. bewustzijn van de eigen culturele waarden en vooroordelen
b. bewustzijn van de kijk op de wereld van de cliënt
c. hanteren van op cultuur toegesneden interventiestrategieën
Wat is een (beroeps)competentie:
Een geïntegreerd geheel van kennis, inzicht, vaardigheden, houding en persoonlijke eigenschappen waarmee op adequate wijze adequate resultaten kunnen worden behaald in een beroepscontext. Competenties zijn grotendeels aan te leren maar ook afhankelijk van individuele vermogens.
Punten van Culturele competentie (Competence) van Papadopoulos
  • Assessment skills
  • Clinical skills (Patient Centredness)
  • Challenging and addressing predudice, discrimination and Inequalities   
Punten van Culturele sensitiviteit (Sensitivity) van Papadopoulos
  • Empathy
  • Interpersonal/communications skills
  • Trust
  • Aceptance
  • Appropriateness
  • Respect  
Punten van Culturele kennis (Knowledge) van Papadopoulos
  • Health beliefs and behaviours 
  • Barriers to cultural sesitivity
  • Stereotyping
  • Ethnohistory
  • Socillogical understanding
  • Similarities and variations     
Punten van Culturele bewustzijn (Awareness) van Papadopoulos
  • Self awareness
  • Culturele identiteit
  • Heritage
  • Ethnocentricity
Heeft het model van Papapopoulos afzonderlijke componenten?
Alhoewel het model suggereert dat het gaat om afzonderlijke componenten, blijken deze in de praktijk elkaar te overlappen en complementair te zijn.
(T) Het model van Papadopoulos (Model voor het ontwikkeling van culturele competentie)
 Het model van Papadopoulos, Tilki en Taylor (1998) staat voor veel andere modellen. Zij zien vier begrippen cyclische, opeenvolgende stadia van goed intercultureel hulpverlenerschap.
  1. Culturele bewustzijn (Awareness)
  2. Culturele kennis (Knowledge)
  3. Culturele sensitiviteit (Sensitivity)
  4. Cultureel competent (Competentie)

Kritiek: de volgorde van stadia is discutabel. Iemand kan bijv. ook starten bij het stadium van culturele sensitiviteit (bijv. door een sterk ontwikkeld empathisch vermogen) overgaan tot culturele bewustwording en vervolgens culturele kennis vergaren om uiteindelijk cultureel competent te worden.
Wat is het sympathiek aan het model van Papadopoulos?
Dat onderdelen per stadium slechts richtgevend zijn en aangepast kunnen worden aan het kennisniveau en het specifieke beroep van iedere individuele hulpverlener.