Summary Cursus Expressionisme werkboek

-
ISBN-10 9035817117 ISBN-13 9789035817111
326 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Cursus Expressionisme werkboek". The author(s) of the book is/are Maria Lambertha Johanna Rijnders. The ISBN of the book is 9789035817111 or 9035817117. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Cursus Expressionisme werkboek

  • 1 Expressionisme in Duitsland

  • wat wordt verstaan onder het begrip expressionisme?
    1. de Duitse bijdrage, begin 20e eeuw
    2. stroming eerste kwart 20e eeuw in de kunst in Duitsland en de stijl waarvan zich in de loop van deze eeuw verschillende groepen kunstenaars hebben bediend: fauvisten in Frankrijk, Duitse expressionisten, na WOII Cobra-leden in Denemarken, Belgie en Nederland en abstract-expressionisten in VW en neo-expressionisten in VS en West-europa in de jaren 80-90.
  • Wat is de rode draad van tekstboek 1: Evocatie door deformatie. Expressionisme in Duitsland 1908-1924.
    De vraag naar de ontstaansachtergrond en de juistheid van de terminologie. De algemene kenmerken van het Duits expressionisme worden behandeld. De kenmerken zijn vaker aanwijsbaar in de kunst van de 20e eeuw.
  • Wat is de rode draad van tekstboek 2: Expressionisme en primitivisme in de beeldende kunst van de 20e eeuw?
    Op welke momenten in de beeldende kunst van de 20e eeuw raakte het expressieve en primitieve elkaar. Wat was de aard van het primitieve en welke invloed oefende het uit? 
  • 1.1 H1 Expressionisme- Constructies en Tradities (samenvatting)

  • Wat is expressionisme in 'enge' zin?
    bepaalde stroming in de Duitse (beeldende) kunst, 1908-1924. 
  • Wat kun je zeggen over de verschijningsvormen van het expressionisme?
    zeer uiteenlopend. Kirchner en Kandinsky zijn heel verschillend in thematiek en inspiratie, maar ook in vormgeving. 
  • Wat is het gemeenschappelijke kenmerk van het expressionisme?
    het deformerende karakter van hun vormentaal. 'een overwegend door het gevoel geleide vervorming van de zichtbare werkelijkheid, niet alleen van de afzonderlijke figuratieve elementen, maar vooral van de totale beeldruimte'. Maar iedere kunstenaar heeft zijn eigen variant.
  • Wanneer werd het begrip expressionisme voor het eerst gebruikt?
    in Duitsland in 1911 bij de expositie van de Berliner Secession, ter aanduiding van in Parijs werkzame schilders, fauvisten.
    In de kunstkritiek werd de term vervolgens gebruikt om alle niet meer op het impressionisme voortbouwende kunst te bestempelen. 
    Daarnaast werd het begrip gebruikt voor de nieuwe emotioneel-expressieve richting in de eigen Duitse kunst. 
  • Waar werd het begrip Ausdruckskunst voor gebruikt?
    ander woord voor expressionisme, ook gebruikt voor meer traditionele kunstwerken die door hun diepgang typisch Duits zijn.
  • Van wie is de eerste Duitstalige expressionismetheorie?
    Max Raphael (1910-1911). De kunstenaar moet zijn eigen beleving tot uitgangspunt nemen en daarvoor een vorm ontwikkelen die als noodzakelijk wordt ervaren.
  • Welke drie richtingen zijn er in de ontwikkeling van expressionistische kunsttheorieen? 
    1. internationalistische traditie
    2. de metafysische traditie
    3. de etnopsychologische traditie
  • Wat weet je van de internationalistische traditie?
    Herwarth Walden, expressionisme als internationale avant-garde
  • Wat weet je van de metafysische traditie?
    Expressionisme is een stroming die een metafysische waarheid overbrengt die achter de waarneembare verschijnselen schuilgaat. Exponenten zijn met name Kandinsky, Marc en anderen. Belangrijke invloed van Matisse - Notes du'n peintre en uitgewerkt door Paul Fechter in Der Expressionismus (1914).
  • Wat weet je van de etnopschologische traditie?
    expressionisme als uiting van het Duitse wezen. Worringer die de tendens tot abstractie voorstelde als een typisch Germaanse drang. 
  • wat is een centraal idee in de kunsttheorieen van het expressionisme?
    Innere Notwendigkeit. Geintroduceerd door Kandinsky rond 1911. Echte kunst is het product van een heilig moeten. Het begrip behoorde zowel tot de gedachten wereld van de metafysici (kandinsky en de zijnen) als van de sensualisten (Kirchner en de zijnen). Worringer had het over das Entwicklungsgeschichtlich-Notwendig: expressionisten deden wat ze moesten doen. zij vervulden een historische taak. 
  • 1.2 H2 Tijd en plaats (samenvatting)

  • ontwikkeling expressionisme
    rond 1908-1911 tot ontwikkeling gekomen, hoogtepunt voor het midden van de jaren 20 (beeldende kunst); ontwikkeling in de andere kunsten verliep niet in dezelfde tijd.
  • verklaringen opkomst en ondergang expressionisme
    Niet alleen historische omstandigheden ( heersende maatschappelijke onrust, sociale omwentelingen door economische ontwikkelingen, snelle verstedelijking, internationale spanningen, toenemend nationalisme, ontevredenheid intelligentsia), maar ook eigen dynamiek verschillende kunstvormen en snel ontwikkelende communicatieve infrastructuur.
  • Wat was de begeleidende ideologie?
    Die was er eigenlijk niet (zie ook H1), maar als dan was deze deels negatief van aard: tegen materialisme, tegen burgerlijke bekrompenheid, tegen technische maakbaarheid van de wereld; en deels positief: ontwikkeling van nieuwe krachten die de mens in staat moesten stellen zelf richting te geven aan een menswaardig leven
  • welke post-impressionistische tendensen waren van invloed?

    1. Van Gogh: sterk emotionele lading en krachtige, direct met elkaar geconfronteerde kleuren

    2. Gauguin: onplastische invulling van de kleurvlakken en gedeeltelijk onrealistische kleurgebruik;

    3. de Nabis (Denis, Sérusier); symbolisme en radicalisering van lijn, vlak en kleur als zelfstandige beeldmiddelen;

    4. Cézanne: als geloofwaardige weergave van zichtbare wereld en uitgewerkte kleurcompositie het resultaat van tegelijk analyserende en construerende werkwijze.

    Daarnaast is ook Jugendstil van invloed geweest door lijn, vlak en kleur als zelfstandige beeldmiddelen.

  • Noem de 5 fasen van het expressionisme

    1. 1908-1911, Opkomst expressionisme. Vanaf 1908 duidelijke deformerende elementen. atonaliteit ipv tonaliteit in de muziek (1908-1909), Literatuur vertegenwoordigd in de Neue club (1909).

    2.1912-1914, nationalisme. Chauvinistisch pamflet tegen de invloed van moderne Franse kunst en tegen aankoop Franse kunst door Duitse musea. expressionistische tijdschriften Der Sturm, Die Aktion. Houtsnede als experimenteermedium. Beeldhouwkunst door Lehmbruck, met geëlongeerde vormen.Expressionistische verhalen (Einstein) en  toneelstukken (Sorge, Barlach). Gesamtkunstwerk van Kandinsky, Der gelbe Klang. Expressionistische muziekstukken van Benn, Webern en Schonberg. Ontwikkeling expressionistische dans (Dalcroze, Laban, Wiesentalen Duncan)

    3. 1914-1918, oorlogsroes. Veel kunstenaars namen deel en verscheidenen sneuvelden (Marc, Macke, Stadler, Morgner), Beckmann en Dix ontwikkelde weerzin, na aanvankelijk engagement. de kring rond Die Aktion nam geen deel. kunstleven ging gewoon door, oprichting Das Kunstblatt, pro-expressionisme. eerste kritiek van dadaïsten.

    4.1918-1919, revolutionaire onrust. nov 1918 Arbeitsrat für Kunst (Behne, Taut, Gropius). Dec 1918 Novembergruppe (Pechstein, Klein, Tappert) -> verbetering van de wereld en bevrijding van de kunst. Maart 1919 Bauhaus, programma door Gropius. Expressionistische architectuurontwerpen van de Gläserne Kette (Taut, Finsterlin, Scharoun e.a.)

    5. 1919-1924, verbreding en popularisering. Begunstiging door politiek, aan academies en in musea. Veel investeringen door inflatie. Ook dichtkunst was zeer succesvol (bloemlezingen), evenals toneel (Toller) en dans (Mary Wigman. expressionistische film: Das Kabinett des dr Caligari, 1919. Architectuur: Einsteinturm, Mendelsohn; Huis Wijlerberg van Bartning. vanaf 1933 aanvallen van nationaal-socialistische zijde.



Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

wie schreef: Met name in de manier waarop een invloedrijk criticus als Greenberg de nieuwe amerikaanse kunst afleidde uit de Parijse versmelting van kubisme, fauvisme en abstracte kunst, speelde de idee van het zuivere schilderij als esthetische doelstelling een overwegende rol. Greenberg zag de essentiele ontwikkeling van het modernisme als een lang proces van reiniging
Rudi Fuchs, 1997
wie schreef; de kunstkritieken van clement greenberg waren zo overtuigend omdat hij in staat was een plausibele ontwikkeling te beschrijven waarin de nieuwe en verrassende Amerikaanse kunst, (pollock, newman) ter verbinden met europese oorsprongen, de avant-garde in Parijs uit het begin van de eeuw (Picasso, braque, matisse, Mondriaan).
rudi Fuchs, 1997
Wie schreef: Lupertz heeft als weinigen de artistieke opdracht van de moderne kunst letterlijk opgevat: dat alles steeds nieuw moet zijn en anders dan het vorige.
rudi Fuchs, 1987 catalogus.
Wie schreef: Markus Lupertz zou zich van de grote loop van de moderne kunst, van haar schijnbare logica niets aantrekken Hij grijpt schaamteloos naar andere voorbeelden.
Rudi Fuchs, 1987 catalogus
Welke kunstenaar maakt zijn werken op de meeste traditionele wijzea. Sandro Chiab. Jackson Pollockc. Julian Schnabel
a. Chia gebruikt geen andere techniek dan de schildertechniek, hangt zijn doek aan de wand voor hem en experimenteert niet met andere materialen
Beoordeel de juistheid van de volgende stellingen over Gans' opvatting over Appel in De werkelijkheid van Karel Appel uit 1962 en de action painterI Het schilderij van de action painter is een oppervlak waarop zich een handeling voltrekt. Het schilderen zelf is uiteindelijk de eigenlijke voorstelling van het schilderijII Het schilderij van Appel krijgt gestalte. De handeling is ondergeschikt gemaakt aan de voorstelling.
Stelling I en II zijn beiden juist
Welke reden geeft Pollock voor het feit dat hij zijn doek op de grond legt?
Hij is zo meer deel van het werk
Wie schreef: Ik ben nooit tevreden over een schilderij en daarom overschilder ik het. Overschilderen is een contemplatieve bezigheid, het is een soort mediteren. Ik heb van het overschilderen niet zozeer een concept als wel een strategie gemaakt, een beeldstrategie. Het is mijn manier om gestalte te geven aan mijn motieven.
Arnulf Rainer - interview met Betty van Garrel, 1995
Waarom kan het postmoderne primitivisme gekarakteriseerd worden als een vorm van bricolage?

Omdat de postmoderne primitivist als bricoleur (knutselaar) te werk gaat:

- hij gebruikt het materiaal dat voorhanden is

- hij verzamelt dingen en bewaart ze volgens het principe dat het altijd wel ergens voor te gebruiken is

Waarom hebben vrouwelijk kunstenaars, volgens Christos Joachimides, weinig of niets bijgedragen aan de neo-expressionistische schilderkunst?
Vrouwelijk kunstenaars kunnen moeilijk de hegemonie van de mannelijke kunstenaars doorbreken binnen de traditionele media