Summary de bestuurlijke kaart van nederland

-
ISBN-13 9789046907344
763 Flashcards & Notes
10 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • de bestuurlijke kaart van nederland
  • G E Breeman
  • 9789046907344
  • 7th

Summary - de bestuurlijke kaart van nederland

  • 1 De bestuurlijke kaart van Nederland

  • De Nederlandse bestuursstijl is te karakteriseren met behulp van zes co's. Welke zijn dat?
    • coalitie
    • collegialiteit
    • compromis
    • consensus
    • coöptatie
    • coöperatie
  • Noem 4 kenmerken van een staat
    1. Specifiek grondgebied
    2. bevolking
    3. er is een wettelijke ordening en een bestuurlijke organisatie die gezaghebbend wet en regelgeving kan handhaven
    4. een staat is erkend door andere staten (VN)
  • Noem 5 kernmerken van een rechtsstaat:
    • Het overheidshandelen dient te zijn gebaseerd op bevoegdheden die zijn vastgelegd in wetten
    • Er is sprake van een machtenscheiding
    • Het bestaan van vrije en geheime verkiezingen
    • Het bestaan van grondrechten
    • Het bestaan van vrije en onafhankelijke media
  • 2 De Nederlandse staat

  • Koninkrijk der Nederlanden omvat:
    • Nederland
    • Aruba
    • Curacao
    • Sint Maarten
  • Bonaire, Saba en Sint Eustatius hebben de status 'openbaar lichaam', zoals een gemeente - invoeringswet openbaar lichaam.
  • Wat is de APV?
    De Algemene Plaatselijke Verordening - hierin kan de gemeenteraad regelingen treffen die zijn toegespitst op de lokale omstandigheden (bijv. Openbare veiligheid, orde op de weg)
  • De Rijksoverheid, provincies en gemeenten moeten met elkaar samenwerken:
    1. Samenwerking in de vorm van een duidelijke taakverdeling (vb. Defensie, belastingen)
    2. Samenwerking omdat lagere bestuurslagen beter weten wat de problemen op lokaal niveau zijn
    3. Vele problemen waar de overheden mee te maken hebben beperken zich niet tot hun eigen grondgebied. - coördinatie ligt vaak bij de provincies.
  • Naast het huis van Thorbecke zijn er ook instituties van functioneel bestuur: het grondgebied van een functioneel bestuur wisselt in omvang: vb. Commissariaat van de media (CvdM) werkt landelijk, Hoogheemraadschap Rijnland heeft een beperkt grondgebied.
  • 3 De politiek-bestuurlijke institutie

  • Ministers zijn geen lid van de Staten-Generaal.
  • Monarchie dateert van 30 november 1813 - Willem I
  • Nederland = constitutionele monarchie
  • Er is tweederde meerderheid nodig om de grondwet te wijzigen.
  • In een parlementair stelsel is er sprake van een afhankelijkheidsrelatie tussen regering en parlement en wordt alleen het parlement direct gekozen.
  • De Staten-Generaal zijn onafhankelijk van de regering.
  • 3.1 De regering

  • Regering = Kroon = koning en ministers.
  • De koning is betrokken bij:
    • Het regeringsbeleid
    • ontvangt de notulen van de ministerraadsvergaderingen
    • heeft een wekelijks gesprek met de minister-president (opvattingen van de koning zijn geheim)
  • Kabinetsformatie:
    • programmatische aspecten
    • verdeling portefeuilles onder bewindspersonen 
  • Wat is het regeerakkoord?
    De afspraken tussen de coalitiepartijen over het te voeren regeringsbeleid.
    Fracties uit de Tweede Kamer zijn hieraan gebonden. Die uit de Eerste Kamer niet.
  • Na de kabinetsformatie worden ministers en staatssecretarissen benoemd door de koning. En is er een presentatie aan het parlement d.m.v. een regeringsverklaring.
  • Wat is een regeringsverklaring?
    Een uiteenzetting van het beoogde regeringsbeleid gevolgd door een debat.
  • Noem 5 taken van de Minister-President
    1. Voorzitter van de Ministerraad (sinds 1983)
    2. Regeringsleider in de Europese Raad (4x per jaar)
    3. Vrijdagmiddag  (na afloop van de Ministerraad) een persconferentie en een televisie interview
    4. verantwoordelijk voor de Rijksvoorlichtingsdienst (RvD) en de Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid (WRR)
    5. Wordt bijgestaan door een of meer vice-premiers
  • Noem twee verantwoordelijkheden van de Ministerraad
    1. Besluit namens het kabinet over het algemene regeringsbeleid
    2. Bevordert eenheid van het regeringsbeleid
  • De Ministerraad
    Onderraden - blijvend
    Ministeriële Commissies - tijdelijk
  • Minister van Staat = eretitel - dient het staatshoofd of de regering van advies
  • Noem 3 categorieën wet- en regelgeving:
    • Wetten (algemeen)
    • Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB)
    • Ministeriële regelingen (specifiek)
  • De regering dient een wetsvoorstel in. Leden van de Tweede Kamer kunnen ook wetsvoorstellen indienen:
    1. Wetsvoorstel wordt voorgelegd aan Raad van State
    2. Wetsvoorstel gaat naar Tweede Kamer (heeft recht van amendement)
    3. Wetsvoorstel gaan naar Eerste Kamer (heeft geen recht van amendement)
    4. Koning en betrokken ministers tekenen de wet (contraseign)
    5. Wet verschijnt in het Staatsblad
  • Algemene Maatregelen van Bestuur - Algemeen verbindend:
    1. De Raad van State adviseert
    2. Koning en betrokken ministers tekenen
    3. publicatie in Staatsblad
  • Wat is een ministeriële regeling?
    Een bindend besluit dat een individuele minister kan nemen. De grondslag voor ministeriële regelingen ligt in een wet of AMvB.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • De bestuurlijke kaart van Nederland
  • G E Breeman
  • 9789046903063 or 9046903060

Summary - De bestuurlijke kaart van Nederland

  • 1 De bestuurlijke kaart van Nederland

  • Kenmerken Nederlands bestuur:

    • Constitutionele monarchie: een koning als staatshoofd, die gebonden is aan de wet
    • Is een rechtsstaat: overheid is gebonden aan regels. Legaliteitsbeginsel
    • Scheiding van de machten: wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende machten zijn gescheiden.
    • Scheiding van kerk en staat
    • Parlementair stelsel:  de bevolking kiest rechtstreeks het hoogste besluitvormende orgaan.
    • Ministeriële verantwoordelijkheid: de ministers zijn verantwoordelijk voor het handelen van het staatshoofd en rijksambtenaren.
    • Vertrouwensregel: er wordt van de ministers verwacht dat ze aftreden als zij geen vertrouwen meer hebben van de volksvertegenwoordiging
    • Dualistisch: de volksvertegenwoordiging is onafhankelijk en ministers kunnen daarom geen deel uitmaken van de Staten-Generaal.
    • Kiezer kiest geen bestuurder, maar een vertegenwoordiger.
    • Evenredige vertegenwoordig: een partij krijgt het aantal zetels toebedeeld aan de hand van het aantal stemmen dat ze krijgen. 
    • Gedecentraliseerde eenheidsstaat: een rijksoverheid die taken uitbesteedt
    • Functioneel bestuur: Lagere overheid, denk aan waterschappen
  • Wat zijn de 14 kenmerken van het Nederlandse openbaar bestuur?
    Constitutionele monarchie
    Rechtsstaat
    Scheiding der machten
    Scheiding van kerk en staat
    Parlementair stelsel
    Ministeriële verantwoordelijkheid
    Vertrouwensregel
    Dualistisch parlementair stelsel
    Nederlandse bevolking kiest geen bestuurders
    Evenredige vertegenwoordiging
    Gedecentraliseerde eenheidsstaat
    Geen constitutioneel hof
    Geen juryrechtspraak
    Omvangrijk functioneel bestuur
  • Wat is constitutionele monarchie?
    Nederland is een constitutionele monarchie, dat wil zeggen dat een koning staatshoofd is. Het handelen van de koning is gebonden aan een grondwet of geschreven constitutie.
  • Wat houdt een constitutionele monarchie in?
    Een koning is staatshoofd, maar zijn handelen is gebonden aan een geschreven constitutie / grondwet
  • Wat is een rechtsstaat?
    Het overheidshandelen is onderworpen aan de regels van het recht, zodat de overheid niet naar willekeur mag handelen. Dit heet ook wel legaliteitsbeginsel.
    Een ander element van de rechtsstaat is dat burgers over grondrechten beschikken.
  • Wat zijn twee belangrijke elementen van de Nederlandse rechtsstaat?
    De overheid is onderworpen aan het legaliteitsbeginsel en mag alleen handelen op grond van wettelijke bevoegdheden.
    Nederlandse burgers beschikken over grondrechten.
  • Wat is scheiding der machten?
    Wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht in sterkte mate onafhankelijk van elkaar zijn en elkaar controleren.
  • Wat houdt de scheiding der machten in?
    De wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht zijn in sterke mate onafhankelijk van elkaar en controleren elkaar.
  • Wat is een parlementair stelsel?
    De bevolking kiest rechtstreeks het hoogste besluitvormende orgaan, de tweede kamer, waaraan de regering verantwoording schuldig is.
  • Waarom kan je in Nederland spreken van indirecte democratie?
    Nederland heeft een parlementair stelsel. De bevolking kiest vertegenwoordigers die vervolgens besluiten nemen.
  • Wat is ministeriële verantwoordelijkheid?
    De ministers zijn verantwoordelijk, ook voor het optreden van het staatshoofd en voor het doen en laten van de rijksambtenaren.
  • Wat zijn de twee pijlers van het parlementaire stelsel. Leg ze uit.
    1. Ministeriële verantwoordelijkheid: ministers zijn verantwoordelijk voor het staatshoofd en de rijksambtenaren
    2. Vertrouwensregel: ministers moeten aftreden wanneer zij het vertrouwen van de volksvertegenwoordiging hebben verloren
  • Uit welke twee pijlers bestaat het parlementair stelsel?
    1: het beginsel van ministeriële verantwoordelijkheid.
    2: de vertrouwensregel.
  • Wat zijn de drie territoriale bestuurslagen?
    Het Rijk, de provincie en de gemeente.
  • Wat is de vertrouwensregel?
    Ministers worden geacht af te treden zodra zij het vertrouwen van de volksvertegenwoordiging verloren hebben.
  • Geef twee 'typisch Nederlandse' voorbeelden van functioneel bestuur.
    Waterschappen en de bedrijfslichamen
  • Wat betekent het dat het parlementaire stelsel dualistisch is?
    De volksvertegenwoordiging is onafhankelijk van de regering en ministers kunnen geen deel uitmaken van de Staten-Generaal. Hetzelfde geldt voor gemeenten en provincies: gemeenteraden en Provinciale Staten zijn gescheiden van respectievelijk het college van burgemeester en wethouders en het college van Gedeputeerde staten.
  • De Nederlandse bestuursstijl is te karakteriseren m.b.v. zes c's. Welke zijn dit?
    Coalitie
    Collegialiteit
    Compromis
    Consensus
    Coöptatie
    Coöperatie
  • Wie kiest de bestuurders in Nederland?
    De leden van de gemeenteraden en van Provinciale Staten benoemen respectievelijk de wethouders en de gedupeerden. 
    De kroon benoemt formeel de ministers, de burgemeesters en commissarissen van de Koning.
  • Wat zijn de twee pijlers van het parlementaire stelsel. Leg ze uit.
    1. Ministeriële verantwoordelijkheid: ministers zijn verantwoordelijk voor het staatshoofd en de rijksambtenaren
    2. Vertrouwensregel: ministers moeten aftreden wanneer zij het vertrouwen van de volksvertegenwoordiging hebben verloren
  • Wat is een stelsel van evenredige vertegenwoordiging?
    Het aantal zetels voor een partij in overeenstemming is met de aanhang van die partij onder de bevolking.
  • Wat is een gedecentraliseerde eenheidsstaat?
    Enerzijds is er sprake van een rijksoverheid die allerlei zaken aan lageren overheden kon OPLEGGEN. Anderzijds zijn allerlei taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden OVERGEDRAGEN aan lagere overheden.
  • Wat is een constitutioneel hof?
    In Nederland is er geen sprake van een constitutioneel hof. Bij een constitutioneel hof is een onafhankelijke rechterlijke instantie, die wetten toetst aan de Grondwet.
  • Wat is een functioneel bestuur?
    Nederland heeft een functioneel bestuur. Functioneel bestuur: bestuursorganen die een beperkt, wettelijk vastgesteld takenpakket hebben. Bijvoorbeeld: een waterschap.
  • De Nederlandse bestuursstijl is te karakteriseren met behulp van zes "co's":
    Coalitie, collegialiteit, compromis, consensus, coöptatie (snelle opname van nieuwkomers in het bestel) en coöperatie.
  • De draagkracht van besluitvorming en de openheid voor nieuwkomers zijn veel geprezen elementen van het Nederlandse openbaar bestuur.
  • Het openbaar bestuur is niet goed te plaatsen zonder kennis van de omgeving waarin het zich bevindt.
  • Belangrijke punten uit hoofdstuk twee:
    Staat
    Rechtsstaat
    Gedecentraliseerde eenheidsstaat
    'Huis van Thorbecke'
  • 4 kenmerken van een staat:
    1. Specifiek grondgebied 
    2. Bevolking
    3. Wettelijke ordening en bestuurlijke organisatie die gezaghebbend de wet- en regelgeving kan handhaven.
    4. Erkenning door andere staten.
  • Soevereine staat:
    Een onafhankelijke staat die in het internationale recht gelijk is aan alle andere staten.
  • De Staat der Nederlanden is de juridische term voor de Nederlandse overheid.
    De Staat der Nederlanden is een rechtspersoon, dit houdt in dat de staat, net als een individu, bevoegd is rechtshandelingen te verrichten.
  • Nederland maakt deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden, dat ook Aruba, Curacao en Sint Maarten omvat. Hieruit blijkt dat een staat niet uit een aaneengesloten territorium hoeft te bestaan.
  • Bonaire, Saba en Sint Eustatius hebben de status 'openbaar lichaam' in het Koninkrijk der Nederlanden gekregen.
    Hun positie is te vergelijken met de positie van gemeenten.
  • Wat is het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden?
    Het Statuut voor het Koninkrijk de Nederlanden regelt het bijzondere samenwerkingsverband van Nederland, Aruba, Curacao en Sint Maarten.
    Het Statuur is van een hogere orde dan de Nederlandse Grondwet.
  • Gebleven bij pagina 24
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wie zijn er allemaal actief op het internet en waarom?
- Veel diensten van het openbaar bestuur.
- Belangenorganisaties; zij mobiliseren zo steun voor hun belangen.
- Gemeenten; besluiten en voornemens kenbaar maken.  
- Overheid; communiceert via haar eigen voorlichtingsdiensten haar beleid naar de samenleving.
Waarop heeft het internet veel invloed?
Vooral op de wijze waarop overheid en maatschappij met elkaar communiceren.
Wat omvat de media en waar zorgen zij voor?
De geschreven pers, de radio, de televisie en het internet. Zij zorgen ervoor dat het overheidsbeleid in de samenleving bekend wordt.
Waarnaar wordt gestreefd bij maatschappelijk verantwoord of duurzaam ondernemen?
Naar een balans tussen profit, people en planet. Bedrijven moeten dus economische prestaties afwegen tegen de impact die deze activiteiten hebben mensen en ecologie.
Wat is het effect van de vermaatschappelijking?
Ondernemingen expliciteren steeds vaker hun normen voor verantwoord gedrag in een corporate governance code of in een protocol voor het maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Wat houdt vermaatschappelijking van de private sector in en waardoor is dit veroorzaakt?
Private ondernemingen worden steeds vaker publiekelijk ter verantwoording geroepen voor hun handelen. Dit is veroorzaakt door acties als die van Greenpeace tegen het door Shell voorgenomen afzinken van een olieplatvorm in de Noordzee.
Welke twee typen staatsbedrijven zijn er?
1. Staatbedrijven met een publiekrechtelijke grondslag (bijv. PTT en DSM).
2. Staatsbedrijven die worden gevorm door bedrijven met een privaatrechtelijke grondslag waarvan de aandelen merendeels in handen zijn van het Rijk, de provincie of gemeenten (bijv. NS).
Wat zijn staatsbedrijven en waarom liggen ze niet meer in de kern?
Staatbedrijven zijn bedrijfsmatige productorganisaties die op een min of meer gereguleerde markt opereren en met de verkoop van diensten en producten hun inkomsten werven.

Zij liggen tegenwoordig niet meer in de kern, omdat veranderingen in de opvattingen over de relatie tussen staat een samenleving ertoe kunnen leiden dat een deel van de kern van het openbaar bestuur tot institutie in de maatschappelijke omgeving wordt gemaakt.
Welke argumenten spelen een rol voor de instelling van staatsbedrijven?
1. De overheid kan de verzorging van noodzakelijke geachte voorzieningen in de samenleving op zich nemen.
2. Zij kan diensten aanbieden die anders door monopolievorming misbruikt zouden kunnen worden.
3. Zij kan besluiten producten zelf te ontwikkelen omdat deze een strategische waarde hebben.
Wat is het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)?
Het nationale instituut voor strategische beleidsanalyses op het gebied van milieu, natuur en ruimte.