Summary De diagnostische cyclus

-
ISBN-10 9033452987 ISBN-13 9789033452987
2452 Flashcards & Notes
104 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • De diagnostische cyclus
  • E E J De Bruyn
  • 9789033452987 or 9033452987
  • Volledig herwerkte uitg.

Summary - De diagnostische cyclus

  • 1.1 Doelstelling van dit boek

  • Wat is het doel van de klinische psychodiagnostiek?
    Het verzamelen van informatie over de client en zijn/haar omgeving, met als doel:

    • het maken van de meest adequate aanpak van de probleemen die door de client zelf of door zijn/haar omgeving worden gesignaleerd.
  • Hoe kan je diagnostiek ook beschrijven?
    Als een zoek- en beslissingsproces dat in gesprek met de client en zijn/haar omgeving wordt uitgevoerd.
  • Welke drie doelen dient de handleiding van De Bruyn?
    1. leidraad in scholing in diagnostische besluitvorming
    2. voorlichting aan praktiserend diagnosticus over hoe aankomende collega's opgeleid worden
    3. hulpmiddel voor praktiserend diagnosticus tbv analyseren kwaliteit van zijn/haar diagnostische besluitvorming
  • 1.2 De noodzaak van opleiding

  • Wat bedoeld men in de literatuur met 'klinisch oordeel'?
    Het beslissen op basis van eigen ervaring en intuitie.
  • Vanuit de resultaten van ten minste 3 ontwikkelingen in het gedragsonderzoek dringt de noodzaak van opleiding in diagnostische besluitvorming zich op.
    Welke 3 ontwikkelingen zijn dat?
    1. het onderzoek naar de kwaliteit van het ongewapende (klinische) oordeel
    2. de ontwikkelingen in de besliskunde
    3. het ontwikkelen van prescriptieve kaders tbv de professionele diagnostiek
  • Wat is een ongewapend oordeel?
    De diagnosticus spreekt oordelen uit zonder expliciet een beroep te doen op methodologische principes of systematische procedures die kunnen voorkomen dat er fouten en onterechte vertekeningen in het oordeel optreden.
  • Wat is de definitie van de traditionele psychodiagnostiek vlg De Zeeuw?
    Het onderscheiden van personen naar hun individuele psychische kenmerken, zoals die zich manifesteren in hun typische gedrags- en uitingsvormen, en wel met behulp van tests.
  • Waar leidt het ongewapend oordeel vaak toe?
    Tot tekorten en vertekeningen.
  • Wat wordt concreet gemaakt in het een prescriptief kader?
    Een duidelijke visie op wat wel en  niet voldoet aan de eisen die aan de verantwoorde diagnostiek gesteld worden.
  • Waarom wordt gesproken over ongewapend oordeel en niet over klinisch oordeel?
    Om vereenzelviging met de klinische beroepsactiviteit van de diagnosticus te vermijden.
  • Wat is één van de basis ingredienten van de opleiding tot diagnosticus?
    Scholing in het hanteren van prescriptieve diagnostische denkkaders.
  • Waar gaat het in complexe beslissingssituaties om?
    • het exploreren van een probleem
    • afweging van verschillende soorten informatie (levensgebeurtenissen, rapportcijfers, gezinssamenstelling, testresultaten)
  • Wat is in de besliskunde ontwikkeld voor complexe beslissingssituaties?
    Procedures die de gebruiker in staat stelt op rationeel verantwoorde wijze beslissingen te nemen.
  • 1.3 Pretenties en beperkingen

  • Wat wordt onder gedisciplineerde vakbeoefening verstaan?
    Dat het handelen van de diagnosticus verloopt  volgens regels die door hem zelf uitgelegd kunnen worden: 
    het handelen wordt hierdoor transparant en het kan aan toetsing worden onderworpen (empirisch-analytisch)
  • Wat is de pretentie van de handleiding van De Bruyn?
    Te laten zien dat diagnostische besluitvorming in de praktijk op wetenschappelijk-professioneel verantwoorde wijze kan worden doorlopen.
  • Waarvan is de diagnosticus afhankelijk?
    Van de kwaliteit van de hulpmiddelen.
  • Welke hulpmiddelen zijn dit?
    • inhoudelijke theorieen over het ontstaan en in stand blijven van probleemgedrag
    • kennis over normale en afwijkende ontwikkelingspatronen
    • instrumenten en technieken om gedragsverschijnselen in kaart te brengen
    • statistische en psychometrische technieken om gegevens te verwerken
  • Welk prescriptief model ligt ten grondslag aan de handleiding van De Bruyn?
    Het model van de diagnostische cyclus.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • De diagnostische cyclus
  • de Bruyn
  • or
  • 7th

Summary - De diagnostische cyclus

  • 1 Inleiding

  • T.b.v. Diagnostisch scenario: Stap 1 --> bepalen type hulpvraag
    Verhelderend (VDH): ik kan niet VERWOORDEN wat er met mij aan de hand is. Ik wil dat u mij helt te verwoorden wat er aan de hand is.
    Onderkennend (ODK): ik wil hebben dat u uitzoekt WAT er met mij aan de hand is
    Verklarend (VKR): ik wil hebben dat u uitzoekt WAAROM dit met mij aan de hand is
    Indicerend (IDC): ik wil hebben dat u uitzoekt HOE ik van mijn probleem kan afkomen
  • T.b.v. diagnostisch scenario: Stap 2 --> omzetten naar diagnostisch scenario
    Aanvang is altijd verhelderend onderzoek (ook al is er geen verhelderende vraagstelling) = VDH
    De klachten moeten immers worden verhelderd en geïnventariseerd
    Het scenario begint dus altijd met VDH
    Vervolgens kijk je naar type hulpvraag (meestal 1, soms meer).
    Bij een 0 scenario stopt de diagnostische cyclus
  • Uitwerking / voorbeelden  hulpvragen (huiswerk)
    - Ik zou graag hebben dat u uitzoekt wat er met mij aan de hand is = onderkennend --> diagnostisch scenario bestaat minimaal uit VHD - ODK
    - Ik zou graag hebben dat u uitzoekt waarom dit met me aan de hand is = verklarend --> diagnostisch scenario bestaat minimaal uit VHD - VKR
    - Ik zou graag hebben dat u uitzoekt hoe ik van mijn klachten afkom = indicerend --> diagnostisch scenario bestaat minimaal uit VHD - IDC
    - Ik zou graag hebben dat u uitzoekt wat er met mij aan de hand is en hoe ik er van afkom = onderkennend en indicerend --> diagnostisch scenario bestaat minimaal uit VHD - ODK - IDC
    - Ik zou graag hebben dat u uitzoekt wat er met mij aan de hand is, hoe dat zo is gekomen en hoe ik er van af kom = onderkennend, verklarend, indicerend --> het diagnostisch scenario bestaat minimaal uit VHD - ODK - VKR - IDC
  • Voorbeeld Gedragsconfirmatie - heuristiek (huiswerk)
    Maja lokt onbedoeld gedrag uit bij Sam dat haar idee dat hij autisme heeft ondersteunt. Ze praat te snel of in volwassen taal of vuurt bijvoorbeeld allerlei vragen op hem af, waarop Sam, die tenslotte maar een kind is, niet adequaat reageert. 
    Mogelijk gevolg: ze blijft steken in een gedachtespoor en staat niet open voor andere mogelijke diagnoses, met een verkeerde diagnose en behandeling als gevolg.
  • Voorbeeld beschikbaarheidsheuristiek - heuristiek (huiswerk)
    Maja denkt aan autisme, omdat die stoornis vers in haar geheugen zit en ze makkelijk voorbeelden van kinderen met autisme kan bedenken. Bijvoorbeeld omdat ze net een boek gelezen heeft over autisme of net drie andere autistische kinderen heeft gezien. Daardoor is ze geprimed op autisme en komt deze diagnose gemakkelijk in haar hoofd op, waardoor ze ook autisme denkt te zien bij Sam.
    Mogelijk gevolg: ze staart zich blind op een gedachtespoor en staat niet open voor andere mogelijke diagnoses, met een verkeerde diagnose en behandeling als gevolg.
  • Voorbeeld Representativiteitsheuristiek - heuristiek (huiswerk)
    Sam lijkt typisch een autistisch kind, maar dit is te kort door de bocht. Er zijn een heleboel andere stoornissen waar deze symptomen op kunnen wijzen. Maja kijkt te veel naar de kenmerken die typisch zijn voor de gemiddelde autist en te weinig naar de individueel afwijkende kenmerken van Sam. De kans dat Sam een ander probleem heeft (depressie, verlegenheid) is zeker aanwezig. Autisme komt relatief weinig voor, minder dan verlegenheid of depressie.
    Ook is het mogelijk dat Maja een behandeling adviseert omdat deze vaak lijkt te werken bij andere kinderen met communicatieproblemen. Maja moet kijken naar de individuele kenmerken.
    Gevolg: Maja gaat te generalistisch te werk en kijkt te weinig naar het individu, waardoor Sam een verkeerde diagnose en/of behandeling zou kunnen krijgen
  • Voorbeeld confirmatorische teststrategie - heuristiek (huiswerk)
    Maja neemt bij Sam een test af voor communicatieproblemen. Die laat zien dat Sam daar hoog op scoort in vergelijking met 'normale' kinderen. Ze denkt daarmee ondersteuning te hebben gevonden voor haar hypothese dat Sam autisme heeft. Maar ze weet niet in hoeverre kinderen met andere problemen (verlegenheid / depressie) ook niet en dergelijke lage score halen. Zij zou dus ook een test moeten afnemen die TEGEN veronderstelling van autisme pleit.
    Gevolg: Maja zoekt bevestiging voor haar vermoedens. Dit leidt ertoe dat ze niet open staat voor andere diagnoses, waardoor Sam de verkeerde diagnose of behandeling zou kunnen krijgen
  • Een diagnostische hulpvraag begint altijd met.....
    Ik zou graag hebben dat u uitzoekt.. hoe/wat/waarom.....
    Dit geeft een bepaalde richting aan je vraagstelling
    Diagnostiek heeft eenmaal te maken met uitzoeken
  • Voorbeelden Omzetten klacht in hulpvraag
                              Omzetten hulpvragen in deelhulpvragen (huiswerk)
    - Klacht: ik pieker veel en voel me down
    Hulpvraag: ik zou graag hebben dat u uitzoekt hoe ik me beter zou kunnen voelen en mijn leven weer op de rails kan krijgen
    - Klacht: ik verlies de grip op mijn kind. Hij luistert niet goed naar me. Ik voel me daarover gefrustreerd. Ik vraag me af wat er met hem aan de hand is en waarom. 
    Hulpvraag a: Ik zou graag hebben dat u uitzoekt hoe ik meer grip kan hebben op mijn kind.
    Hulpvraag b: ik zou graag hebben dat u uitzoekt wat er aan de hand is met mijn kind en waarom.
  • Redenen waarom het belangrijk is positieve belevingen boven water te krijgen (huiswerk)
    - D is op zoek naar een volledig beeld van de situatie van C
    - door alleen klachten en negatieve belevingen centraal te stellen, kunnen deze onbedoeld teveel worden uitvergroot
    - het geeft een voorzet op de probleemanalyse, waarin ook positieve belevingen / gedragingen worden geïnventariseerd omdat ze kunnen helpen een probleem te relativeren, aanknopingspunten kunnen bieden voor een bepaalde aanpak en een idee geven over de ernst van de problematiek
  • Hoe kan D de feitelijkheid van klachten nagaan? (huiswerk)
    Deze vragen gaan over of iets daadwerkelijk gebeurt (feitelijk/objectief/waar) of dat het gaat om een vermoeden, een gevoel.
    Bijvoorbeeld: je zegt dat je je leven niet op de rails hebt. Waaruit blijkt dat? Is het een gevoel? Welke dingen in je leven lukken werkelijk niet?
  • Hoe kan D de klachten specificeren? (huiswerk)
    Deze vragen zijn er om achter te komen wat de klacht precies inhoudt, zoals wie, wat, waar, wanneer, hoeveel, hoe lang, hoe ernstig.
    Bijvoorbeeld: Waar pieker je precies over? Wanneer pieker je? Hoe lang pieker je? Sinds wanneer?
    Soms helpt het naar een voorbeeld te vragen wanneer de klacht zich voordoet. Het is dus wat anders dan het uitvragen van specificiteit (welke situaties)
  • Hoe kan D de hulpvraag expliciteren? (huiswerk)
    Hier wil je duidelijk krijgen waar C precies hulp voor zoekt.
    Bijvoorbeeld: je zegt dat je je down voelt en dat je daar wat aan wilt doen. Wat heb je precies in gedachten?
  • Hulpvragen vertalen naar diagnostisch scenario (huiswerk)
    Geef je beredenering weer
    Dus: uit welke feitelijke klachten haal je de hulpvraag
    Klacht --> hulpvraag --> uitfilteren diagnostische hulpvraag --> bepalen type vraagstelling (code) --> bepalen type diagnostisch onderzoek --> vertalen diagnostisch scenario --> verkorte uitkomst diagnostisch scenario
  • De structuur van DSM IV (huiswerk)
    Onderverdeling op 5 assen
    As I psychiatrische aandoening, meestal de reden voor zorg
    As II persoonlijkheidsstoornissen en verstandelijke beperking
    As III relevante somatische aandoening
    As IV factoren die beperkend werken op het psychisch welbevinden, zoals problemen op het gebied van relaties, werk, financien
    As V het niveau van functioneren met een score van 0 tot 100 = GAF score (Globaal Algemeen Functioneren). Twee scores: 1 voor het huidig functioneren en 1 voor het hoogste functioneren van het afgelopen jaar
  • Uitwerking DSM IV casus Richard (huiswerk)
    De problematiek van Richard heeft waarschijnlijk betrekking op As I: Richard heeft last van symptomen zoals angst die voor stress zorgen
    De problematiek van Richard zou ook betrekking kunnen hebben op As II: het kan zijn dat de angst geen voorbij gaand probleem maar persoonlijkheidsproblematiek betreft. Hier is dus aanvullend onderzoek voor nodig (diagnose op As II uitgesteld)
    De problematiek van Richard lijkt ogenschijnlijk geen betrekking te hebben op As III: omdat hij geen somatische klachten aangeeft. Dit zal echter uitgesloten moeten worden door hiernaar te vragen
    As IV: Het is onduidelijk of de problematiek van Richard ook te maken heeft met As IV: er zal geinventariseerd moeten worden in hoeverre Richard psychosociale en omgevingsproblemen ervaart
    As V cijfer invullen op basis scorelijst DSM IV
  • Bereken de relatieve basisfrequentie = base rate (huiswerk)
    de kans = P
    de stoornis = S
    de conditie = C
    P(S+) = berekening is de kans op stoornis S
    P(S+/C+) = berekening is de kans op stoornis S, als conditie C er is
    P(S+/C-) = berekening is de kans op stoornis S, als conditie C er niet is
  • Oorzaak en gevolg, oftewel causaal verband / causaliteit (huiswerk)
    - Als er geen significante samenhang is, kan er ook geen oorzaak-gevolgrelatie zijn
    - Hoe kan worden vastgesteld dat het ene het andere veroorzaakt?
    1 De oorzaak moet in tijd voorafgaan aan het gevolg: (controle of de zaken samen opgaan en welke van de twee als eerste voorkwam: Als Anja's gepieker al was begonnen voordat Pieter vertrok, dan kan zijn vertrek niet de oorzaak zijn van haar gepieker)
    2 Is het aannemelijk dat er een causaal verband is? Daarvoor is onderzoek wetenschappelijke kennis nodig om de houdbaarheid van de theorie te toetsen, bv. via experimenteel onderzoek. Bij de experimentele groep komt de oorzaak wel voor, bij de controlegroep niet, alle andere zaken zijn gelijk.
    3 Controleren of het om een effect gaat (cijfermatig bekijken of er een verschil is en of dat binnen het verwacht patroon valt (voorbeeld over beschermende ouder i.r.t. verhoging angst kind)
    4 Er zou een derde variabele in het spel kunnen zijn
  • Uitwerking voorbeelden causaal verband (huiswerk)
    Voorbeeld 1: Piekert Anja omdat Pieter haar verlaten heeft? Er is een samenhang voor de aanvang van haar piekeren. Tijdselement klopt: eerst ging Pieter weg. is het aannemelijk? psychologe zal kijken naar onderzoek. Vanuit de uitkomsten van het onderzoek is het aannemelijk maar niet absoluut.
    Voorbeeld 2:Over beschermende ouder toename angst kind? Onderzoek:
    A hoe vaak komt een angststoornis uberhaupt bij kinderen voor, ongeacht welk soort ouders?
    B hoe vaak komt een angststoornis voor wanneer er wel een over beschermende ouder is
    C hoe vaak komt een angststoornis voor wanneer er geen over beschermende ouder is. 
    Als het hebben van een overbeschermende ouder effect heeft, dan kunnen we verwachten dat een angststoornis het minst vaak voorkomt wanneer er geen overbeschermende ouders is (c), het vaakst voorkomt wanneer er wel een overbeschermende ouder is (b) en dat het voorkomen ongeacht type ouder (a), tussen die 2 cijfers ligt. Oftewel: b > a > c (berekenen door ... / ...)
    Niet alleen het feit dat er een verschil is tussen cijfers, is belangrijk om een effect aan te tonen, het verschil moet ook nog eens significant zijn (niet toe te schrijven aan toeval).
    Bij causaal verband ga je af op wezenlijke verschillen: verschillen die zowel significant als groot genoeg zijn om gemakkelijk op te vallen
  • Wat is significantie? (huiswerk)
    De kans is klein dat het verschil toevallig is
    Significantie kun je verhogen door meer mensen in je streekproef op te nemen. Hoe meer mensen je onderzoekt hoe kleiner de kans dat iets toevallig is
  • Wat is validiteit bij testafname? (huiswerk)
    Heeft te maken met of er gemeten wordt wat er werd beoogd: de testscore is weinig valide (uitkomst weerspiegelt niet sociale vaardigheden client, maar de mate waarin deze een goede indruk wilde maken/sociaal wenselijk. De test meet dus iets anders dan werd beoogd)
  • Wat is betrouwbaarheid bij testafname? (huiswerk)
    Heeft te maken met herhaalbaarheid van scores en eenzelfde score bij soortgelijke situaties: de test kan nog steeds een betrouwbaar instrument zijn. Hij meet alleen iets anders dan beoogd, maar dat betreft een validiteitsprobleem. Het meet in ieder geval heel betrouwbaar het vekeerde begrip.
  • Wat is objectiviteit bij testafname? (huiswerk)
    Heeft te maken of anderen tot een zelfde score zullen komen: de test kan nog steeds objectief zijn. Scoort een andere diagnosticus deze afname, dan is de kans heel groot dat hij tot precies dezelfde score komt
  • Gehanteerde normen bij testafname (huiswerk)
    Worden gebruikt om de scores te vergelijken met een groep met dezelfde kerneigenschappen als de ondervraagde; deze worden niet beinvloed door de testscore van de client, behalve als men de testscores van de client wil opnemen in de normgroep. 
    Vergelijken met de normgroep heeft met deze score geen zin. Door gebrek aan validiteit vergelijk je scores op twee verschillende begrippen met elkaar
  • Voorbeeld digitale weegschaal inzake betrouwbaarheid, validiteit, objectiviteit en normen (huiswerk)
    - Op weegschaal en hij geeft 70 kg aan, 2 minuten later 72 kg en 3 minuten later 67 dan zouden we zeggen: deze weegschaal is onbetrouwbaar
    - Stel weegschaal is betrouwbaar en geeft op alle 3 de momenten 70 kg aan. Ik gebruik de weegschaal echter om mijn IQ te bepalen. Dat is een validiteitsprobleem, weegschaal weegt gewicht en is geen goede maat voor IQ. De weegschaal is betrouwbaar, maar niet valide om het IQ te bepalen
    - Objectiviteit is bij deze weegschaal geen punt. Of jij of ik aflees, we komen beiden tot dezelfde meting
    - Normen: vergelijking mijn score (70) met de gemiddelde score van een groep van mensen die op mij lijken (lengte,gewicht)
  • Berekenen van het verwachte nut (huiswerk)
    D dient de cijfers positief nut te vermenigvuldigen met de cijfers kans van slagen
    Bijvoorbeeld mindfulnesstherapie: 7 x 0.9 = 6,3
  • Het adviesgesprek bestaat uit de volgende stappen en geef aan welke gesprekmodi van toepassing is (huiswerk)
    Stap 1 = voorbereiding adviesgesprek --> gespreksmodi n.v.t.
    Stap 2 = voorlichting client --> informatiemodus
    Stap 3 = controle voor diagnosticus --> informatiemodus
    Stap 4 = overleg met client om te komen tot overeenstemming --> informatiemodus en concensusmodus, soms beinvloedingsmodus
    Stap 5 = concretiseren advies --> informatiemodus en consensusmodus
    Stap 6 = afronding adviesgesprek --> gespreksmodi n.v.t.
  • Welke vragen kan een diagnosticus stellen om te controleren of client de indicatieanalyse voldoende heeft begrepen? (huiswerk)
    - Heb ik voldoende uitgelegd waarom ik deze behandeling aanbeveel?
    - Zijn de voordelen van de behandeling voor u helder?
    - Heb ik voldoende uitgelegd dat ik alle opties goed met elkaar heb vergeleken?
    - Hoe belangrijk is het dat een behandeling niet te veel energie vergt (als het belangrijk is voor client, zal het als afweging moeten worden meegenomen, eventueel moet de kans van slagen worden verlaagd, bv. bij depressie)
    - Wat verwacht je precies van een behandeling?
    - Hebben mensen die je kent positieve ervaringen gehad met medicatie?
  • Welke onderdelen dienen in een clientverslag te zijn opgenomen (huiswerk)
    Aanmelding
    Klachtenanalyse
    Diagnostisch scenario
    Indicatieanalyse
    Advies
  • Welke mogelijkheden heeft een client om iets aan het verslag te doen? (huiswerk)
    - Inzage verslag, voordat het verslag naar derden wordt gestuurd
    - Recht om het verslag te laten blokkeren, waardoor D het bv. niet naar de huisarts mag sturen
    - Recht om verstrekte gegevens te laten wijzigen, verwijderen of aan te vullen. Het gaat om feitelijke gegevens (niet als C het niet eens is met de visie van D)
    - Klacht indienen Commissie van Toezicht (bij BIG registratie) of beroepsvereniging
  • Klinisch oordeel of ongewapend oordeel (boek)
    Het beslissen op basis van eigen ervaring en intuitie
    D spreekt oordelen uit zonder een beroep te doen op methodologische principes of systematische procedures die kunnen voorkomen dat er fouten en onterechte vertekeningen in het oordeel ontstaan
  • Beschrijven diagnostische cyclus (leerdoel)
    Empirische cyclus
    De cyclus is prescriptief = het schrijft stappen en substappen voor die D moet doorlopen. Elke stap levert een conclusie op
    Onderzoek start bij aanmelding = Anm
    Klachtenanalyse = KA
    Probleemanalyse = PA
    Verklaringsanalyse = VA
    Indicatieanalyse = IA
    Advies = Adv
  • Verschillende fouten (leerdoel)
    - Blootleggen van cognitieve vuistregels en heuristieken (zoekstrategie die tot oplossingen kunnen leiden)
    - Kwaliteit van het professionele oordeel in beslissituaties kan te wensen overlaten
    - De wijze waarop mensen met kansen en waarschijnlijkheden omgaan


    -Het leren van fouten is geen probleem, het negeren ervan wel (Garb 1998)
    - Voor het terugdringen van vertekeningen en fouten, bestaan computerprogramma en expertisesystemen die de afwikkeling van het diagnostisch proces ondersteunen
  • Wat is een diagnostisch onderzoek (leerdoel)
    Alle handelingen die D verricht ter beantwoording van de vraagstelling, gericht op verheldering, onderkenning, verklaring en indicatie
  • Van hulpvraag tot diagnostisch scenario (boek)
    1 Hulpvraag
    2 Uitfilteren tot diagnostische hulpvragen
    2a Nagaan van diagnostische deelhulpvragen
    2b Verkort herschrijven van de diagnostische (deel)hulpvragen
    3 Bepalen van het type vraagstelling
    4 Bepalen van het type diagnostisch onderzoek
    5 Vaststellen van het diagnostisch scenario (informeren client)
  • Diagnostische hulpvragen en deelhulpvraag (boek)
    Zijn vragen waarop diagnostisch onderzoek een antwoord kan geven.
    Niet alle vragen komen in aanmerking voor diagnostisch onderzoek
  • Vraagstelling en type vraagstelling (boek)
    Kunnen worden gespecificeerd naar het doel van het beoogde onderzoek
    Verhelderend, onderkennend, verklarend, indicerend
  • Diagnostisch scenario (boek)
    Een reeks van typen onderzoek, per diagnostische hulpvraag geordend en afgestemd op de principes van de diagnostische cyclus
  • Onderzoeksmiddelen gekoppeld aan soort conditie (boek)
    - Gebeurtenis (gesprek / interview: check daadwerkelijk opgetreden)
    - Waarneembaar gedrag (observatie, vragenlijst)
    - wel niet beheersen vaardigheid (prestatie vastgesteld door test, toets, interview, observatie)
    - Cognitie, emotie, beleving (persoon zelf als informatiebron, interview, test, spel)
    - Onbewuste thema's (projectieve techniek)
    - Kenmerken gezin / school (gesprek, observatie, tests)
    - Verleden (gesprek betrokkenen, dossier)

    Bij de keuze van onderzoeksmiddelen: COTAN boek --> beslisboom

    Geen middel: middel op maat (zelfgemaakt proefje)
  • Toetsingscriteria bij diverse onderzoeksmiddelen (kernbegrip)
    - Test of genormeerde vragenlijst --> bereik van standaardscores / normeringstabellen om ruwe score om te zetten in standaardscore
    - Observatie --> de absolute of relatieve frequentie van voorkomen, van duur of intensiteit
    - Interview --> doel: informatie verschaffen over een bepaalde conditie. Hoe gestructureerder, specifieker D gegevens wil verzamelen hoe meer gesloten de antwoordcategorieen
    - Projectieve technieken --> nauwelijks valide en betrouwbaar. Wel: Rorschachmethode Exner
    - Dossieranalyse --> globaal aangeven wat men verwacht te vinden of waar men naar op zoek gaat
  • Toetsingscriteria bij meerdere onderzoeksmiddelen (kernbegrip)
    Naast toetsing per onderzoeksmiddel, worden tevens beschreven hoe de resultaten op de verschillende onderzoeksmiddelen zich verhouden. 
    D kan vooraf aangeven of hij meer waarde toekent aan een bepaald instrument
  • Prescriptief model of kader (boek)
    De visie wordt geconcretiseerd door gebruik te maken van heuristische procedures dia aan het diagnostisch proces sturing geven. Scholing is van belang.
  • Empirisch analytische aanpak (boek)
    Het handelen van de diagnosticus verloopt volgens regels die door hemzelf geexpliciteerd kunnen worden. Het handelen wordt transparant en kan aan toetsing worden onderworpen
  • De psychodiagnostische cyclus: de Groot 1950 (boek)
    Algemene denkschema's van inductie, deductie, toepassen toetsing, voorafgegaan door observatie en afgesloten met evaluatie
  • De diagnosticus is wetenschappelijk naarmate hij: van Strien 1984 (boek)
    Explicieter werkt met theorieen
    Bewust rekenschap geven wanneer hij wel of niet voor bepaalde theorie kiest
    Denkstappen duidelijk vast legt die geleid hebben tot advies
    Onderzoek doet naar waarde theorieen en het effect
    Resultaat eigen werk uitwisselt met collega
  • Beschikbaarheidsheuristiek (boek)
    De neiging een verschijnsel hoger in te schatten naarmate zij meer voorbeelden voor de geest kunnen halen. Mensen hebben de neiging informatie te zoeken die de eigen opvatting ondersteunt
    Gevolg: kwaliteit professioneel oordeel laat te wensen over / fouten en vertekeningen ontstaan
  • Normatieve beslissingstheorie (boek)
    Een verzameling van modellen en procedures die aangeven hoe de beslisser in de verschillende stappen van het beslissingsproces kan handelen met het oog op het te bereiken doel.
    Doel: vermijden van fouten en vertekeningen
  • Prescriptieve diagnostiek (boek)
    het volgen van voorschriften verhoogt de kans tot het komen van oplossing
    De methodologische voorschriften zijn niet empirisch maar logisch theoretisch.
    De regels fungeren als normen.
    De activiteiten van het genereren en toetsen van hypothesen staat centraal
  • Verhelderend onderzoek (boek)
    Aanvang / stap van elk diagnostisch scenario
  • Verschillende scenario's (boek)
    0 scenario --> na VDH blijkt verder onderzoek niet nodig
    1 scenario --> na VDH wordt 1 type onderzoek toegevoegd
    2 scenario --> na VDH worden 2 typen onderzoek toegevoegd
    3 scenario --> na VDH worden 3 typen onderzoek toegevoegd
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke vier gesprekstaken kent de werkwijze van de diagnosticus bij de KA?
  1. het formuleren van klachten en hulpvragen
  2. het controleren van de betekenis van deze geformuleerde klachten en hulpvragen
  3. het controleren van de volledigheid van de geformuleerde klachten en hulpvragen
  4. het controleren van de interne consistentie van de geformuleerde klachten en hulpvragen
Waarom is de klacht van een cliënt per definitie subjectief?
Het gaat over de belevingswereld van de cliënt.
Klachten leiden naar hulpvragen is ........, van aard.
Klinisch- methodisch, de hulpverlening dient aan te sluiten bij de diagnostische hulpvraag van de cliënt.
Het luisteren naar en begrijpen van de cliënt is ....., van aard.
Professioneel, legt de basis van een goede samenwerkingsrelatie.
De persoonsgerichte benadering is ...., van aard.

Principieel ethisch, terug te vinden als het basisprincipe respect.
Wie zijn de Betrokkenen?
Alle overige personen of instanties die zodanig aan de aanmelding en het vervolgtraject zijn gerelateerd, dat zij over de uitkomsten van het onderzoek op de hoogte moeten worden gesteld.
Wat is het Clientsysteem?
Bestaat uit een groep van personen op wie het diagnostisch onderzoek betrekking heeft.
Wie is de Cliënt?
De persoon op wie het diagnostisch onderzoek betrekking heeft.
Wie is de Opdrachtgever?
De persoon die krachtens een wettelijk-professionele bevoegdheid opdracht heeft gegeven tot het uitvoeren van een diagnostisch onderzoek.
Wie is de Aanmelder?
De persoon die daadwerkelijk met de hulpverlener contact heeft opgenomen met het verzoek aandacht te besteden aan de problematiek.