Summary De geo 2e fase havo aarde systeem aarde leer/opdrachtenboek

-
ISBN-10 9006435988 ISBN-13 9789006435986
614 Flashcards & Notes
168 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "De geo 2e fase havo aarde systeem aarde leer/opdrachtenboek". The author(s) of the book is/are J H A Padmos. The ISBN of the book is 9789006435986 or 9006435988. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - De geo 2e fase havo aarde systeem aarde leer/opdrachtenboek

  • 1.1.1 de derde planeet

  • Rond de zon draaien negen planeten, de aarde is er één van. Deze negen planeten vormen samen met de zon ons zonnestelsel. De zon is dan weer slechts één van de miljarden sterren die er zijn. Dit betekent dat er dus ook miljarden zonnestelsels zijn. Deze vormen samen een sterrenstelsel, het Melkwegstelsel. In het heelal zijn er weer ontelbaar veel van dit soort sterrenstelsels.

    De zon heeft een diameter van ongeveer 1.500.000 km (honderd keer groter dan de aarde) en weegt 330.000 keer meer dan de aarde. De zon staat op 150 miljoen kilometer afstand van de aarde, ondanks deze afstand zorgt zij voor licht en warmte op aarde. Zonder dit is er geen leven mogelijk op aarde.
    De negen planeten van ons zonnestelsel zijn op gedeeld in verschillende soorten:
    • Binnenplaneten: dit zijn Mercurius, Venus, de aarde (de grootste van deze vier) en Mars. Deze planteten bestaan allemaal uit steen.
    • Buitenplaneten: dit zijn Jupiter, Saturnus, Uranus, en Neptunus. Dit zijn allemaal gasplaneten.
    • De dwergplaneet Pluto.
  • Uit hoeveel planeten bestaat ons zonnestelsel?
    In totaal uit negen planeten. Deze vier binnenplaneten (Mercurius, Venus, de aarde en Mars), vier buitenplaneten (Jupiter, Saturnus, Uranus, en Neptunus) en de dwergplaneet Pluto draaien rond de zon in ons zonnestelsel.
  • Waar zorgt de zon voor, zodat er op aarde leven mogelijk is?
    De zon zorgt voor licht en warmte op aarde.
  • Wat is het Melkwegstelsel?
    Een sterrenstelsel, zo’n stelsel bestaat weer uit miljarden zonnestelsels waarvan ons zonnestelsel er één van is.
  • 1.1.2 Tijdschalen

  • De ouderdom van de aarde is aangegeven op een geologische tijdschaal. Hierop zie je de indeling in tijdperken, perioden en tijdvakken van de 4,6 miljard (geschatte) jaren omvattende geologische geschiedenis van de aarde.

    De geologische tijdschaal bestaat uit:
    • De relatieve tijdschaal: dit is een ouderdomsbepaling waarmee de volgorde van de perioden is vastgesteld. Het onderscheid tussen de verschillende periode is gemaakt aan de hand van bepaalde fossielen van planten en dieren. Hiermee is echter nog niet de werkelijke ouderdom in jaren per periode vastgesteld.
    • De absolute ouderdomsbepaling: dit is een methode waarmee de ouderdom uitgedrukt in (miljoenen) jaren van de verschillende tijdperken is vastgesteld aan de hand van het radioactieve verval van gesteenten.
  • Belangrijke begrippen
    • De Geologische tijdschaal is de indeling van de 4,6 miljard jaren omvattende geologische geschiedenis van de aarde.
    • De Relatieve tijdschaal is een ouderdomsbepaling waarbij je ervan uitgaat dat tijdperken in de aardgeschiedenis worden gekenmerkt door bepaalde planten en dieren.
    • De Absolute ouderdomsbepaling is een methode om de ouderdom uitgedrukt in (miljoenen) jaren te bepalen aan de hand van het radioactieve verval van gesteenten.
  • Hoe is de Geologische tijdschaal opgebouwd?
    De tijdschaal bestaat uit een indeling van tijdperken, perioden en tijdvakken, die gemaakt is aan de hand van de relatieve tijdschaal en de absolute ouderdomsbepaling. Aan de hand van de relatieve tijdschaal is de volgorde van de verschillende perioden vastgesteld en aan de hand van de absolute ouderdomsbepaling is de lengte uitgedrukt in (miljoenen) van de verschillende tijdperken vastgesteld.
  • Wat is de relatieve tijdschaal?
    De relatieve tijdschaal is een ouderdomsbepaling waarmee de volgorde van periodes is vastgesteld. Het onderscheid tussen de verschillende periode is gemaakt aan de hand van bepaalde fossielen van planten en dieren die kenmerkend zijn voor een periode.
  • Wat is de absolute ouderdomsbepaling?
    De absolute ouderdomsbepaling is een methode waarmee de ouderdom uitgedrukt in (miljoenen) jaren van de verschillende tijdperken is vastgesteld aan de hand van het radioactieve verval van gesteenten.
  • 1.1.3 Opbouw van de aarde

  • De aarde is opgebouwd uit een aantal bolschillen, van binnen naar buiten:
    • De kern: dit is het binnenste gedeelte van de aarde en bestaat (waarschijnlijk) uit een mengsel van nikkel en ijzer. Er is een binnen- en buitenkern. Ondanks een hoge temperatuur van 4.700 °C, is de binnenkern door hoge druk vast. De buitenkern is min of meer vloeibaar doordat de druk daar een stuk lager is.
    • De mantel: dit is is de plastische laag onder de aardkorst die tot een diepte van 2.900 km reikt. Deze bestaat ook weer uit twee delen, de binnen- en de buitenmantel. De binnenmantel gedraagt zich als vaste stof en de buitenmantel is (afgezien van de buitenste 40km) ‘taai-vloeibaar’ of plastisch (vormbaar). Het materiaal waar deze binnen- en buitenmantel uit bestaat, is een verbinding van veel ijzer en magnesium.
    • De moho-laag: dit is de grens tussen de mantel en de aardkorst.
    • De (aard)korst: dit is de lichte, buitenste schil van de aarde. De dikte varieert van 5 km onder de oceanen tot 30 km onder de continenten. De aardkorst bestaat uit gesteenten die grotendeels verbindingen van zuurstof met ijzer, calcium, magnesium, natrium en aluminium zijn.
    • De lithosfeer: dit is de buitenste schil van de aarde, bestaande uit de aardkorst en het vaste, buitenste gedeelte van de aardmantel. De lithosfeer is tussen de 100 tot 150 km dik en wordt onderverdeeld in de continentale korst en de oceanische korst.
  • De continentale korst en de oceanische korst verschillen in dikte. De continentale korst is dikker dan de oceanische korst.
    De reden hiervoor is de verschillende dikte en gewicht van het gesteente waaruit beide korsten bestaan.
    De continentale korst is tussen de 35 tot 40 km dik en bestaat voornamelijk uit graniet. Dat heeft een soortelijke massa van 2,8. De oceanische korst is tussen de 7 en 10 km dik en bestaat uit basalt. Dit is een zwaarder gesteente met een soortelijke massa van 3,0.
    Doordat de continentale korst lichter is, ligt deze van nature al hoger dan de oceanische korst.
  • Belangrijke begrippen
    • De kern is het binnenste gedeelte van de aarde.
    • De mantel is de plastische laag onder de aardkorst die tot een diepte van 2.900 km reikt.
    • De (aard)korst is de lichte, buitenste schil van de aarde. De dikte varieert van 5 km onder de oceanen tot 30 km onder de continenten.
    • De moho-laag is de grens tussen de korst en de mantel.
    • De lithosfeer is de buitenste schil van de aarde, bestaande uit de aardkorst en het vaste, buitenste gedeelte van de aardmantel.
    • De continentale korst is de aardkorst waaruit de continenten bestaan, met een soortelijke massa van ongeveer 2,8 en grotendeels bestaand uit graniet.
    • De oceanische korst is de aardkorst onder de oceanen met een soortelijke massa van 3,0, die voornamelijk bestaat uit basalt.
    • Graniet is fijnkorrelig stollingsgesteente dat rijk is aan kwarts (een mineraalsoort).
    • Basalt is stollingsgesteente dat bij vulkanische uitbarstingen aan de oppervlakte komt (uitvloeiingsgesteente).
    • De aggregatietoestand van een stof is de staat waarin een stof zich bevindt (vast of vloeibaar).
  • Uit welke verschillende bolschillen bestaat de aarde?
    Van binnen naar buiten bestaat de aarde uit de kern, de mantel, de moho-laag, de (aard)korst en de lithosfeer.
  • Hoe komt het dat de continentale korst dikker is dan oceanische korst?
    De reden hiervoor is het verschil in dikte en gewicht tussen beide gesteentes.
    De continentale korst is tussen de 35 tot 40 km dik en bestaat voornamelijk uit graniet. Dat heeft een soortelijke massa van 2,8. De oceanische korst is tussen de 7 en 10 km dik en bestaat uit basalt. Dit is een zwaarder gesteente met een soortelijke massa van 3,0.
    Doordat de continentale korst lichter is, ligt deze van nature al hoger dan de oceanische korst.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe kan de zee zorgen voor afbraak of juist opbouw?
De zee kan zorgen voor afbraak wanneer de kust vrij diep is. De kracht van de zee kan dan hard tegen de kust komen en voor erosie zorgen. Dit gebeurt vaak bij klifkusten.
Opbouw komt voor bij aanslibbingskusten. Hier wordt veel materiaal afgezet en er ontstaat een zandstrand met duinen.
Wat kan er ontstaan van divergente beweging?
Er kunnen aardbevingen en vulkanisme ontstaan. Dit is minder heftig dan bij ander plaatsgrenzen. Op het land kunnen er twee heuvels (horsten) ontstaan, waarbij het middelste gedeelte (de slenk) naar beneden zakt.
Hoe werken convectiestromen?
Kern aarde heet en verwarmd asthenosfeer. Hitte omhoog en materialen botsen tegen lithosfeer. Aan twee kanten stroomt et horizontaal weg, koelt af en zakt. Deze kringloop noemen we convectiestromen. Ze zetten de lithosfeer in beweging.
Hoe zorgt wind voor opbouw of afbraak?
Wind kan deeltje meenemen, winderosie. Hoe harder het waait hoe groter de afbrekende kracht en meer erosie. Veel in aride (droog) gebieden. 
Wanneer zanddeeltjes ergens anders worden gelegd ontstaan er zandduinen. 
Hoe ontstaat opbouw of afbraak door ijs?
Op hoge breedte en hoog in de bergen kan er meer sneeuw vallen dan dat in de zomer smelt. Hierdoor kunnen gletsjers ontstaan. Gletsjers kunnen verschuiven door zwaartekracht.
Er zijn twee soorten gletsjers: alpiene of daletsjers, zei kunnen variëren van minder dan 1km tot 10 km en kunnen een V-vormige dal veranderen in een U-vormige door het horizontale eroderen.

Tweede is door ijskappen of gletsjers die verweringsmateriaal mee nemen (morene). Dat kan op, in of onder het ijs zijn, het puin wordt in een boog afgezet.
Wat veroorzaakt V-vormige dalen?
Wanneer de hellingen van de bovenloop steil is, vind er veel erosie plaats. Dat is dus verticaal. Ook vind er horizontaal erosie plaats. Dit vormt een v-vormige dal. 
stroomsnelheid, hardheid van gesteente en hoeveel puin er wordt meegenomen. Dit alles zorgt voor diepte-erosie en V-vormige dalen.
Hoe is een rivier meestal opgebouwd?
De meeste rivieren bestaan uit drie zones.
De bovenloop: hier vind veel erosie plaats
De middenloop: Veel wordt hier getransporteerd
De benedenloop: materiaal sedimenteert hier veel, de stroomsnelheid heeft hier invloed op. 
Wat gebeurt er met water dat niet door de hydrologische kringloop in de bodem zakt?
Dat water wordt meestal naar de zee vervoerd. Water dat dus via een rivier wordt vervoerd noemen we het stroomgebied of (drainagebekken of rivierbekken) De grens tussen stroomgebieden worden gevormd door een waterscheiding.
Noem voorbeelden van massabewegingen.
Steenlawines, modderstromen en aardverschuivingen.
Wanneer noemen we iets een massabeweging en welke factoren spelen daarbij een rol?
Wanneer er op een helling verweringsmateriaal door zwaartekracht naar beneden glijdt noemen we dat een massabeweging. 
factoren:
vorm van gesteente: rond op plat
steilheid van de berg: steiler meer zwaartekracht
hoeveel water het vasthoud: met water glijd het makkelijker