Summary De Organisatie

-
282 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - De Organisatie

  • 1.1 De belanghebbenden van een organisatie.

  • Wat is economie?
    Economie is de wetenschap die zich bezighoudt met het besturen van de manier waarop huishoudingen met schaarse middelen zo goed mogelijk in hun eigen behoeften kunnen voorzien. 
  • Welke twee hoofdgroepen van huishoudingen kent de economie?
    Particuliere huishoudingen en overheidshuishoudingen.
  • In welke twee soorten huishoudingen worden particuliere huishoudingen onderscheiden?
    Consumptie huishoudingen en Productie huishoudingen.
  • Wat is welvaart?
    De verhouding tussen de schaarse middelen en de behoeften noemen we welvaart. De welvaart is hoger al de middelen schaars zijn. Een huishouding moet dus doelgerichte keuzes maken om de middelen zo nuttig mogelijk te gebruiken: de keuze moet economisch verantwoord zijn.
  • In welke twee delen kunnen we de economie onderverdelen als we kijken naar de omvang van het werkterrein?
    Micro- en macro-economie.
  • Wat is macro-economie?
    De macro-economie houdt zich bezig met de economische situatie in een heel land, een groep van landen of zelfs in de hele wereld. Ze richt zich op de samenhang tussen allerlei afzonderlijke huishoudingen en komt zo tot een totaalbeeld van een bepaald economisch verschijnsel.
  • Wat is een kringloop?
    Een kringloop is een onafgebroken keten van elkaar opvolgende gebeurtenissen die afhankelijk zijn van elkaar.
  • Wat is micro-economie?
    De micro-economie houdt zich bezig met afzonderlijke huishoudingen, een bedrijf of een bedrijfstak. Ze richt zich bijvoorbeeld op het consumentengedrag.
  • Wat verstaan we onder inkomen?
    Een beloning voor een prestatie.
  • Wat verstaan we onder markten?
    Een markt is het geheel van vraag naar en aanbod van een bepaald goed. Op een concrete markt komen vragers en aanbieders in persoon bij elkaar, op een abstracte markt niet.
  • Wat verstaan we onder geldstroom?
    De geldstroom is het geheel van goederen, producten en diensten die in de hele wereld ontstaan en verhandeld worden op basis van de rekeneenheid en het ruilmiddel: geld.
  • Waar wordt in ons land het onderpand (goud en deviezen) voor het geld bewaard?
    In de Nederlansche Bank.
  • Noem twee motieven van mensen om te sparen.
    Voorzorgmotief > Voor de toekomst. Speculatiemotief > Vasthouden van geld omdat prijzen zullen dalen of later meer rente op zullen brengen.
  • Wat gebeurt er als mensen te veel sparen?
    Afname van de vraag naar producten en diensten. Bedrijven produceren minder en de werkgelegenheid daalt. Economische activiteiten nemen af.
  • Welke twee mechanismen kunnen er voor zorgen dat de producent en de consument hun economische beslissingen op elkaar afstemmen?
    Het marktmechanisme en het plansysteem. 
  • Hoe werkt het plansysteem?
    Bij toepassing van het plansysteem worden de economische beslissingen niet door de afzonderlijke economische subjecten genomen, maar door een centraal orgaan. Dit orgaan werkt volgens een economisch plan voor productie, verdeling en aanwending van goederen en diensten. Ook vaardigt het orgaan richtlijnen uit voor het economisch handelen van producenten en consumenten.
  • Wat is het verschil tussen markt- en planeconomieën?
    Bij een markteconomie hebben de consumenten en producenten de controle, bij een planeconomie heeft de een orgaan de leiding.
  • Hoe ontstaat schaarste?
    Schaarste is gebaseerd op: vraag en aanbod. Als de vraag groter is dan het aanbod ontstaat er schaarste.
  • Hoe kan een overheid de prijs beïnvloeden?
    Behalve als op te treden als marktpartij, kan de overheid het prijsvormingsproces beïnvloeden door het heffen van kostprijsverhogende belastingen of het verschaffen van prijs verlagende subsidies.
  • Wat bepaald de vorm en de ligging van de collectieve vraagcurve?
    De aantallen toe- of uittredende vragers al naargelang de prijsbeweging en een toe- of afnemende koopbereidheid bij de reeds aanwezige vragers op grond van het inkomens- en sub
  • Wat bepaald de vorm en de ligging van de collectieve aanbodcurve?
    De aantallen toe- of uittredende aanbieders afhankelijk van de prijsbeweging en de toe- of afnemende mate waarin de productiecapaciteit door de aanwezige aanbieders wordt benut.
  • Wanneer spreken we van marktevenwicht?
    Wanneer de vraag- en aanbodcurve elkaar kruisen is de evenwichtsprijs bereikt. Dit is de situatie waarin de aangeboden hoeveelheid overeenstemt met de gevraagde hoeveelheid. 
  • Benoem tenminste zes externe belanghebbende partijen voor een organisatie.
    Klanten, leveranciers, aandeelhouders, financiers, omwonenden, overheden, belangenbehartigingsorganisaties, media en concurenten.
  • Geef een verklaring voor de toegenomen diversiteit in het aanbod van producten van de laatste jaren.
    Hogere eisen aan de kwaliteit van de producten en aan het niveau van de dienstverlening, ook diversiteit in producten en diensten, snelle technologische ontwikkeling. 
  • Noem drie ontwikkelingen in de relaties tussen organisaties en hun toeleveranciers.
    Minder voorraad, constante kwaliteit van producten, internationalisering. 
  • Welke drie factoren in de prestatie van een onderneming zijn voor de aandeelhouders van belang?
    De balanswaarde van de onderneming, het publieke imago en de continuïteit van de onderneming. 
  • Verklaar de toenemende invloed die milieuorganisaties uitoefenen op het beleid van een onderneming. 
    Dit is te verklaren vanuit het toenemende belang dat in de publieke opinie aan milieukwesties wordt gehecht en vanuit de professionalisering van milieugroeperingen in het gericht beïnvloeden van die publieke opinie en in de politieke lobby. 
  • Wat is de belangrijkste overweging om samen te werken met een concurrent?
    Door samen te werken kunnen kosten worden bespaart. Er zijn diverse samenwerkingsvormen bijvoorbeeld een joint-venture of co-makership.
  • Wat wordt bedoeld met de meso-omgeving van een organisatie?
    Externe belanghebbenden maken geen deel uit van het bedrijf of de organisatie. Zij maken echter wel deel uit van de omgeving. Het deel van de omgeving waartoe de externe belanghebbenden behoren, wort de meso-omgeving genoemd.
  • Wat wordt bedoeld met de micro-omgeving van een organisatie?
    De interne belanghebbenden van een bedrijf staan dichter bij het bedrijf of de organisatie. 
  • Wat wordt bedoeld met de macro-omgeving van een organisatie?
    De indirecte omgeving van de organisatie.
  • Wat is een stakeholder?
    De belanghebbenden van een organisatie wordt een stakeholder genoemd.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Met behulp waarvan vindt procesbeheersing plaats volgens de MANS-filosofie?
Door middel van statistische technieken.
Op welke twee ideeën is de MANS-filosofie gebaseerd?
1. Alle activiteiten binnen een organisatie moeten worden gezien als dynamische processen. Deze processen kunnen we beheersen door de kwaliteit te waarborgen.
2. De individuele medewerker wordt benadrukt als het belangrijkste goed (human capital) in de organisatie. De arbeidsorganisatie moet in belangrijke mate rekening houden met menselijke relaties en gedragingen.
Wat betekend de afkorting MANS?
Management en Arbeid Nieuwe Stijl
Wat is taakverrijking?
Job-enrichment: het groeperen van taken in verticale richting, moeilijker werk en grotere verantwoordelijkheid.
Welke manieren zijn er om de inhoud van het werk te veranderen?
Autonome groepen, zelfsturende teams, taakverruiming, taakverrijking en taakroulatie.
Welke drie fasen onderscheiden we bij werkstructurering?
Verandering van de werkomgeving, de werkinhoud en de organisatiestructuur.
Wat is het belang van een goede motivatie voor de werknemer?
Een motiverend beleid bied mogelijkheden om zoveel mogelijk te voorzien in menselijke behoeften.
Wat is het belang van een goede motivatie voor de werkgever?
De werknemers zijn meer bereid tot extra inspanning en mee te werken aan oplossingen.
Waarop moeten we ons, volgens Herzberg, vooral richten bij de arbeidsmotivatie?
Het stimuleren van de motiverende factoren. 
Noem vijf belangrijke hygiënefactoren volgens Herzberg.
Beleid van de organisatie, kundigheid van de leiding en de persoonlijke verhouding met de leiding, werkomstandigheden, inkomen, onderlinge sfeer en de verhouding tot collega's, privé-situatie, status en zekerheid.