Summary De taalontwikkeling van het kind

-
ISBN-10 900186631X ISBN-13 9789001866310
388 Flashcards & Notes
10 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • De taalontwikkeling van het kind
  • Anne Marie Schaerlaekens
  • 9789001866310 or 900186631X
  • 2016

Summary - De taalontwikkeling van het kind

  • 1.1 Korte schets van de taalontwikkeling

  • Wat is een onmondig kind?
    Een kind die de mond alleen gebruikt om te ademen, te slikken en te zuigen, maar nog niet voor de functie die in onze volwassen wereld een zeer belangrijke plaats zal innemen, namelijk het produceren van gesproken taal.
  • De taalontwikkeling van een kind loopt van 0-9 jaar. Daarna spreekt het kind correct volgens de regels van de moedertaal zoals een doorsnee volwassene
  • Waarom heeft het taalverwervingsverloop een ingewikkeld neuroanatomisch en neurofysiologisch correlaat?
    Omdat het ten nauwste is gestuurd door de lokalisatie en het rijpingsproces van de bij de geboorte aanwezige hersencellen. Opdat deze hersencellen de nodige onderlinge verbindingen (synapsen) zouden kunnen aangaan, en aldus een soort complexe mentale atlas kunnen vormen, moet er voldoende stimulatie vanbuiten zijn, in dit geval dus taalstimulatie.
  • Rond vijf jaar kan het kind taal gebruiken als volwaardig communicatiemiddel
  • Wat betekent geletterdheid?
    Kunnende lezen, maar daarnaast ook: ontwikkeld, geleerd of belezen.
  • Naast taalontwikkeling heb je ook nog:

    • Geletterdheid: schriftelijke taalverwering (na het spreken; zo rond 6 jaar; met instructie aan te leren)
    • Gebarentaal
  • Wat is schriftelijke taalverwerving?
    Een proces dat secundair is aan de mondelinge taalverwerving; een kind leert eerst spreken en past later lezen en schrijven.
  • Wat is gebarentaal?
    Een proces dat veel parallelle vertoont met gesproken taalverwerving, ook wat betreft het taalaanbod.
  • 1.1.2 Aspecten van de taalontwikkeling

  • Wat is de receptieve taalontwikkeling?
    De receptieve taalontwikkeling, ook wel passieve taalontwikkeling of comprehensie genoemd, is het leren begrijpen.
  • Wat is comprehensie?
    Passieve, receptieve taalontwikkeling
    Het begrijpen van taal
  • Wat is de actieve taalontwikkeling?
    De actieve taalontwikkeling, ook wel de productie, is het zelf praten.
  • Wat zijn expressieve kinderen?
    Expressieve kinderen zijn kinderen die relatief meer imiteren en meer sociale uitdrukkingen gebruiken, bij hun eerste woorden zitten veel formules als daaag, magniet, slaaplekker. De expressieve kinderen zullen veel snelle alles wat ze gehoord hebben imiteren en zelf proberen.
  • Wat zijn referentiële kinderen?
    Referentiële kinderen zijn kinderen die meer benoemend en behoedzaam te werk gaan, hun eerste woorden zijn bijvoorbeeld meestal namen van dingen die ze kennen. De referentiële kinderen horen iets langer toe en trachten te begrijpen alvorens ze iets zelf in de mond nemen.
  • Wat is de fonetiek?
    De fonetiek bestudeert de waarneembare eigenschappen van klanken vanuit drie invalshoeken?
    1. De articulatorische fonetiek. Hoe worden de klanken precies gevormd door de articulatieorganen?
    2. De akoestische fonetiek. Welke fysische eigenschappen hebben deze klanken? Hoe kan men ze bijvoorbeeld ontleden in termen van luidheid (decibel), of toonhoogte (Hertz)?
    3. De auditorische fonetiek. Hoe worden de klanken door het gehoororgaan waargenomen? 
  • Wat is de fonologie?
    De fonologie verwijst regelrecht naar een bepaalde taal: welke klanken hebben in die taal een betekenisonderscheidene functie? Dit zijn de fonemen van die bepaalde taal.
  • Wat is het Nederlandse foneem systeem?
    Het Nederlandse foneem systeem bevat klinkers en medeklinkers. Daarnaast zijn er tweeklanken en halfvocalen.
  • Wat is de articulatieplaats van de medeklinkers?
    - Bilabialen worden met beide lippen gevormd; /p/, /b/, /m/
    - Bij de labiodentalen worden de bovenlanden op de onderlip geplaatst: /f/, /v/
    - Bij de dentalen en alveolaire wordt de tongpunt tegen de tanden of tandkassen geplaatst: /t/, /d/, /n/, /s/, /z/, /l/, /r/ (tongpunt-r)
    - Bij palatalen raakt het toonblad het harde verhemelte: /j/, /sj/ (zoals in sjaal), /zj/ (zoals is bagage)
    - Bij velaren wordt de tonbrug naar het zachtste gehemelte bewogen: /k/, /g/, /ng/, /ch/ 
    - Bij laryngalen ontstaat een geruis achter in de keelholte: /h/, /r/ (huig-r)
  • Wat zijn syllaben?
    Fonemen worden samengevoegd tot syllaben of lettergrepen, en een woord kan bestaan uit één of meerdere syllaben.
  • Wat is de semantiek?
    De semantiek is het gebruik van woorden en woordbetekenissen.
  • Wat is de syntaxis?
    De syntaxis bestudeert de zinsopbouw: het samenvoegen van woorden groepen, die op hun beurt als delen van een zin functioneren.
  • Wat is de morfologie?
    De morfologie bestudeert vormverandering binnen woorden.
  • Wat is de derivatiemorfologie?
    De derivatiemorfologie gaat om de vormveranderingen die de betekenis van woorden essentieel wijzigen.
  • Wat is flexiemorfolgie?
    Bij flexiemorfologie veranderen woorden van vorm naargelang ze meervoud of enkelvoud zijn, een tijd- of ander aspect weergeven, of naargelang de functie die ze in de zin vervullen: zo zijn er vervoegingen en verbuigen van het woord. Hierbij blijft de betekenis van het woord echter in principe ongewijzigd.
  • Wat is de grammatica?
    De grammatica is de term die gebruikt wordt voor het geheel van woordvolgorde en flexiemorfologie.
  • Wat is de pragmatiek?
    De pragmatiek richt zich op het taalgebruik.
  • Wat is de metalinguïstiek?
    De metalinguïstiek richt zich meer op de reflectie, op het nadenken over taal. Bij metalinguïstiek wordt gereflecteerd over de vorm en de functie van de taal, eerder dan de taal te gebruiken voor een communicatief doel.
  • Wat is de prelinguale periode?
    De prelinguale periode (doorsnee 0-1 jaar) waarin het kind wel geluid maakt en communiceert met zijn omgeving, maar nog geen conventionele woordjes produceert.
  • Wat is de vroeglinguale periode?
    De vroeglinguale periode (doorsnee 1jaar tot 2 jaar en 6 maanden) waarin het kind woorden gebruikt en woorden samenvoegt tot telegramstijlachtige zinnetjes.
  • Wat is de differentiatiefase?
    De differentiatiefase (doorsnee 2 jaar en 6 maanden tot 5 jaar) heeft opvallende veranderingen. De zinnen worden vollediger en correcter.
  • Wat is de voltooiingsfase?
    De voltooiingsfase (5 jaar tot 10 jaar) is de fase waarin het kind zijn taal verder afwerkt, en voegt er lezen en schrijven aan toe, indien dat in zijn opvoeding wordt aangeboden.
  • Wat is interne chronologie?
    Chronologie die eerst en vooral van toepassing is op de relatieve volgorde warin de interne aspecten voor het eerst aan bod komen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • De taalontwikkeling van het kind
  • Annemarie Schaerlaekens
  • 9789001709471 or 9001709478
  • 2008

Summary - De taalontwikkeling van het kind

  • 1 Kindertaalontwikkeling en kindertaalstudie

  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • De pragmatiek richt zich op het taalgebruik
    Juist
  • 1.1 Korte schets

  • Op welke leeftijd beheerst het kind de taal als een volwaardig communicatiemiddel?
    Op 5-jarige leeftijd
  • 1.2.1 Comprehensie en productie

  • Wat is een ander woord voor comprehensie?
    passieve, receptieve taalontwikkeling (het begrijpen)
  • Comprehensie = begrip
  • Loopt comprehensie voor op productie of andersom?
    Comprehensie loopt voor op productie gedurende de gehele taalverwervingsperiode
  • Voorbeeld Comprehensie
     Kind noemt alle autotjes op tafel; 'auto' of 'to'. Wanneer gevraagd wordt of hij de brandweerauto, ziekenwagen, raceauto, vuilniswagen, tractor en politiewagen wil aanwijzen, pikt hij deze er feilloos uit.
    Het ene actieve woord 'auto' verbergt dus 6 passieve varianten.
  • 1.2.2 Linguïstische aspecten

  • Klankleer
    Fonologie
  • Betekenisaspect
    Semantiek
  • Zinsbouwregels
    syntaxis
  • vormleer
    morfologie
  • Grammatica = combinatie van (2)
    Syntaxis en morfologie
  • 1.2.2.1 Fonologie

  • Fonetiek vs. Fonologie
    Hoe worden klanken gemaakt vs. welke klanken zijn betekenisonderscheidend
  • Fonetiek
    Hoe klanken precies gevormd worden door de articulatieorganen
  • Bij fonetiek niet belangrijk tot welke taal klanken behoren en of ze überhaupt tot een taal behoren. Het enige dat telt is dat ze geproduceerd worden door het menselijke stemapparaat.
  • Fonologie
    Verwijst wel naar taal. Welke klanken hebben in de taal een betekenisonderscheidende functie; fonemen
  • Articulatieapparaat
    Welke articulatieorganen (11)
    Articulatieorganen; 
    Bovenlip, boventand, tandkas, harde gehemelte, zachte gehemelte, huig, onderlip, ondertand, tongpunt, tongblad, tongrug
  • Articulatieplaats - Bilabialen
    Gevormd met beide lippen; /p/, /b/, /m/
  • Articulatieplaats -Labiodentalen
    Boventanden worden op onderlip geplaatst; /f/, /v/
  • Articulatieplaats -Dentalen/ Alveolaren
    Tongpunt wordt tegen de tanden of tandkassen geplaatst; /t/, /d/, /n/, /s/, /z/, /l/, /r/  (tongpunt).
  • Articulatieplaats -Palatalen
    Het tongblad raakt het harde gehemelte; /j/, /sj/, /zj/.
  • Articulatieplaats -Velaren
    De tongrug raakt het zachte gehemelte; /k/, /g/ /ng/, /ch/.
  • Articulatieplaats -Laryngalen
    Geruis op glottisniveau; /h/, /r/ huig /r/. 
  • Articulatiewijze - Nasalen vs niet-nasalen
    /n/, /m/ vs. /t/, /p/.
  • Articulatiewijze - Stemhebbend vs. stemloos
    /v/ vs. /f/
    /d/ vs. /t/
  • Articulatiewijze - Ploffer (occlusief) vs. glijder (fricatief)
    /p/ vs. /f/
    /t/ vs. /s/
  • Syllaben
    Lettergreep
  • Fonotactische regels
    Bepalen welke foneemcombinaties per taal voorkomen en welke veranderingen fonemen bij samenvoeging kunnen ondergaan. 
    bed - bedden. Stemhebbende en stemloze eindklank.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is morfologie? Uit welke twee onderdelen bestaat morfologie?
Vormveranderingen

  1. Derivatiemorfologie: door samenstellingen ontstaat een nieuw woord: bakken+meel=bakmeel
  2. Flexiemorfologie: vervoegingen, naamvallen: vormveranderingen die aan het woord een andere betekenis geven als meervoud, verkleinwoord, tijdsgebruik
Wat is overgeneralisatie en wat is overextensie en wat is het verschil?
Overgeneralisatie (of overregulatie): het kind heeft voorkeur voor regelmatige vormen in de taal (Bij werkwoorden of meervoud 

Overextensie: een woord wordt in een ruimere betekenis gebruikt (hond voor alle dieren)
Wat is pseudodialoog?
Als de volwassenen in gesprek is met een pre-intentioneel kind en de verbale en non-verbale uitingen van het kind woorden geeft
Wat is protoconversatie?
Om de beurt praten, waarbij de bijdrage van het kind niet uit verstaanbare woorden hoeft te bestaan maar qua intonatie patroon wel op de bijdrage van de andere aansluit
Wat zijn narratieve vaardigheden?
Vaardigheden die nodig zijn om een samenhangend verhaal te maken
Etymologiseren komt voor binnen de metalinguïstiek van de differentiatie en voltooiingsfase. Wat is het?
Het kind gaat zelf een verklaring zoeken waarom iets een bepaalde naam heeft. Het gaat op zoek naar logische verbanden.
speelgoed, waarom is dat goed?
Wat zijn lapidaire spreuken? Noem voorbeelden
Lapidair is kort en hard, maar soms een beetje dom. Voorbeelden van lapidaire spreuken: beloofd is beloofd, opgestaan is plaatsje vergaan
Wat is de sense-periode van 5-9 jaar?
Ze onderzoeken de juiste betekenis van woorden en de semantische relaties rond woorden. Nog steeds overextensie, maar het valt wel minder op dan bij jongere kinderen, het gaat vaak om woorden die het standpunt van de spreker aanduiden zoals: tamelijk, gedeeltelijk etc
Op welke twee manieren breid de woordenschat van kinderen zich uit in de voltooiingsfase?
  1. Gemeenschappelijke dingen: scholen, omgeving
  2. Specifieke interesses
Wat is de streeflijst voor 6-jarigen?
Een lijst van woorden waarvan de leerkrachten verwachten dat zesjarigen ze kennen.