Summary De Taaltoets-pabo haal je zo

-
ISBN-10 9046901033 ISBN-13 9789046901038
314 Flashcards & Notes
66 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "De Taaltoets-pabo haal je zo". The author(s) of the book is/are Hans de Weerdt. The ISBN of the book is 9789046901038 or 9046901033. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - De Taaltoets-pabo haal je zo

  • 2.1 spelling toepassen

  • Krijgt een sterk- of een zwak werkwoord te maken met klankverandering in de VT?
    Een sterk werkwoord
  • Zwak en sterk 


    Sterke werkwoorden krijgen een klankverandering in de verleden tijd. Zoals:
    Ik word boos
    Ik werd boos

    Een sterk werkwoord eindigt nooit op DT!
    Zwakke werkwoorden krijgen in de verledentijd +de of +den, +te of +ten
  • Kan een sterk werkwoord op DT eindigen?
    nee
  • Voltooid deelwoord


    Voorbeelden van voltooide deelwoorden: gevist, verhuisd, gekrabd.
    'T ex-kofschip


    Staat de laatste letter van de stam in 'T ex-kofschip? Dan eindigt het voltooid deelwoord op een T

    Staat de laatste letter van de stam niet in 't ex-kofschip? Dan eindigt het voltooid deelwoord op een D
    Boff(en): Ik heb gebof +t
    Viss(en): Ik heb gevis +t
    Fax(en): Ik heb gefax +t
    Verv(en): Het heeft geverf +d
    verhuiz(en): We zijn verhuis +d
    krabb(en): Ik ben gekrab +d
  • Als de laatste letter van de stam in 't ex-kofschip staat, dan eindigt het voltooid deelwoord op een?

    t
  • Als de laatste letter van de stam niet in 't ex-kofschip staat, dan eindigt het voltooid deelwoord op een?

    d
  • Werkwoord als bijvoeglijk naamwoord?


    Maak van het bijvoeglijk naamwoord een voltooid deelwoord.

    Eindigt het voltooid deelwoord op een d of een t? Dan zo kort mogelijk.
    De bomen zijn geplant -> de geplante bomen
    De stoel is bekleed -> de beklede stoel
    Eindigt het voltooid deelwoord op en? Dan eindigt het bijvoeglijk naamwoord ook op en.
    Het vlees is gebraden -> Het gebraden vlees.
  • De bomen zijn geplant, de ........ bomen
    Geplante
  • De stoel is bekleed, de ....... stoel
    beklede
  • Het vlees is gebraden, het .......... vlees
    gebraden
  • Engelse werkwoorden


    Engelse werkwoorden worden in principe op dezelfde manier vervoegd als Nederlandse werkwoorden.

    In sommige Engelse werkwoorden blijft de laatste E van het hele werkwoord staan, omdat anders de uitspraak zou veranderen: 
    Timen- hij timet- timede - getimed
  • Infinitief (hele werkwoord)

    Als het niet is: persoonsvorm, voltooid deelwoord, of werkwoord als bijvoeglijk naamwoord. 
    na te
    Hij moest die volders gisteren verspreiden.
    Had je niet even kunnen wachten?
    Dat was te verwachten
    De te beantwoorden brief. 

  • Horloge's of horloges?
    Bij zelfstandige naamwoorden die in het meervoud een S krijgen, wordt die S aan het zelfstandig naamwoord geplakt, behalve als de uitspraak daardoor verandert, in dat geval schrijf je 's. 

    Horloge-horloges, tante-tantes, niveau-niveaus

    foto-foto's, taxi-taxi's 

  • Zeeen of zeeën?


    Zelfstandige naamwoorden die eindigen op EE krijgen in het meervoud ën
    zee-zeeën, ree-reeën, idee-ideeën
  • Melodiën of melodieën?


    Zelfstandige naamwoorden die eindigen op ie, krijgen in het meervoud ën, als de klemtoon op de laatste lettergreep ligt. 

    Melodíe-melodíeën
    Industríe-industríeën

    Als de klemtoon niet op de laatste lettergreep ligt, krijgt het meervoud alleen N en een trema (") op de laatste E.

    Bactérie-bactériën 
    Pórie-póriën
  • Monnikken of monniken?

    zelfstandige naamwoorden waarvan de klemtoon niet op de laatste lettergreep ligt, krijgen in het meervoud alleen EN.

    Mónnik-mónniken
    Hávik-háviken
    bángerik-bángeriken

    Zelfstandige naamwoorden waarvan de klemtoon wel op de laatste lettergreep ligt, krijgen in het meervoud een verdubbeling van de laatste letter. 

    Baronés-baronéssen
    krokét-krokétten
    marionét-marionétten

    Zelfstandige naamwoorden die eindigen op IS, AS, US, krijgen een verdubeling van de S, ook als de klemtoon niet op de laatste lettergreep ligt. 

    Vónnis-vónnissen
    átlas-átlassen
    cúrsus- cúrsussen
  • Piet's moeder of Piets moeder?


    Een bezit wordt altijd aangegeven door een S vast te plakken aan de naam van de eigenaar, behalve als de uitspraak daardoor verandert: in dat geval schrijf je 's.

    De moeder van Piet - Piets moeder
    De hoofdstad van Italië-Italiës hoofdstad

    De school van Anna - Anna's school
    Het schilderij van Jo- Jo's schilderij

    Als een naam eindigt op een sisklank, komt achter de naam van de eigenaar alleen een apostrof. (').

    Het schrift van Jos- Jos' schrift
    De vrouw van Max- Mas' vrouw
    De regering van Bush- Bush' regering.
  • Maak af: monnik... 
    monniken
  • Maak af: Vonnis...
    vonnissen
  • Maak af: Kroket.....

    kroketten
  • Maak af: Havik..

    Haviken
  • Maak af: Bangerik
    bangeriken
  • Maak af: Cursus

    Cursussen
  • Alle of allen?

    Als alle, eerste, enige, enkele, laatste of sommige zelfstandig in een zin straat, komt er een N achter als het om mensen gaat. Gaat het niet om mensen, dan komt er geen N achter. 

    Allen wisten het antwoord.
    Alle stonden op stal.

    Sommigen hadden een onvoldoende voor het tentamen.
    Sommige moesten worden omgehakt.

    Als deze woorden voor een zelfstandig naamwoord staan, komt er hoe dan ook geen N.

    Alle leerlingen wisten het antwoord.
    Alle koeien stonden op stal. 
  • Goed of fout? Alle wisten het antwoord.
    Fout
  • Goed of fout? Sommige hadden een onvoldoende voor het tentamen.

    Fout
  • Goed of fout? Sommige moesten worden omgehakt.

    Goed
  • Pannekoek of pannenkoek?


    In zelfstandige naamwoorden die weer uit twee andere zelfstandige naamwoorden bestaan (hondenhok =honden+hok), schrijf je een tussen-n als het eerste zelfstandige naamwoord alleen een meervoud op EN heeft. 

    Pan-pannen =pannenkoek
    Hond-Honden= hondenhok
    Paard-Paarden= Paardenbloem
    Als het eerste zelfstandige naamwoord twee meervoudsuitgangen heeft, schrijf je alleen een E.
    Gedaante-Gedaanten/Gedaantes= gedaanteverwisseling
    Groente-Groeten/groentes= groentesoep
    Als het eerste zelfstandige naamwoord uniek is of het is een versterking van het tweede deel van het woord, schrijf je ook alleen een E.
    Beresterk, zonneschijn, apetrots
  • Goed of fout? Berensterk
    fout
  • Goed of fout? Groentesoep

    Goed
  • Goed of fout? Apetrots

    Goed
  • Autoongeluk of auto-ongeluk?

    Samenstellingen worden aaneengeschreven, behalve als er klinkerbotsing ontstaat. In dat geval gebruik je een koppelteken.

    Zo-even, Politie-uniform, Auto-ongeluk
  • Beroemste of beroemdste? 

    Achter een bijvoeglijk naamwoord dat in de overtreffende trap staat, komt st(e). 

    Beroemd+ste=beroemdste
    Vervelend+ste=vervelendste

    In woorden die beginnen met ont, wordt makkelijk de t vergeten. 

    Ont+doen, ont+dekking, ont+trekken

  • s' avonds of 's avonds? 

    Van het woord des (=van) worden vaak de eerste twee
    letters vervangen door een apostrof ('). Dit betekent dat je dus eerst de apostrof moet schrijven en dan pas de s en niet andersom. Aan het begin van een zin mag alleen de eerste letter van het eerste volledige woord met een hoofdletter worden geschreven. De s van des moet aan het begin van de zin dus met een kleine letter worden geschreven. De s van des moet aan het begin van de zin dus met een kleine letter worden geschreven. Pas het eerstvolgende volledige woord begint dan met een hoofdletter. 

    's Avonds, laat ik altijd de hond uit. 
    Ik laat 's avonds de hond uit
    's Winters gaan we vaak skiën



  • s' avonds of 's avonds?
    's avonds (want de 's is een afleiding van DEs)
  • Jou of jouw? 


    Je schrijft jou (zonder W) als het niet voor een zelfstandig naamwoord staat. Als je jou vervangt door mij, hoor je geen n; in dat geval schrijf je ook geen w.

    Is die tas van jou?
    Is die tas van mij?

    Die opmerking van u kwam hard aan.
    Die opmerking van mij kwam hard aan.
    Is dat jouw tas?
    Is dat mijn tas?
    Uw opmerking kwam hard aan.
    Mijn opmerking kwam hard aan.
  • Financiëel of financieel?

    Een trema (") wordt gebruikt om te voorkomen dat een woord verkeerd gelezen wordt. 

    Financiën: zonder trema zou die ie als één klank moeten worden gelezen, zoals in zien; met trema worden de i en de e als twee aparte klanken gelezen. 

    financieel: zonder trema, want dit woord kan niet anders gelezen worden. 

    Kopiëren-gekopieerd, discussiëren-gediscussieerd, officieel, principieel., individueel-ruïne-reünie-mozaïek
  • nederlandse of Nederlandse?

    Aardrijkskundige namen of afleidingen daarvan worden met een hoofdletter geschreven. 

    Ik woon in Nederland
    De Nederlandse regering
    Dat zijn Nederlanders

    Als een aardrijkskundige naam begint met een windstreek, moet die windstreek ook met een hoofdletter worden geschreven; bovendien komt er altijd een koppelteken naar die windstreek.

    Noord-Holland
    De Noord-Hollandse badplaatsen.
    Noord-Hollanders. 
  • kerstvakantie of Kerstvakantie?


    De namen van feestdagen worden met een hoofdletter geschreven.

    Kerstmis, Pasen, Hemelvaart, Moederdag, Suikerfeest. 

    Samenstellingen met feestdagen worden niet met een hoofdletter geschreven.

    kerstvakantie, paasei.
  • Mevrouw van der Weele of mevrouw Van der Weele?



    Over het algemeen wordt alleen het eerste deel van een naam en het laatste deel van een naam met hoofdletters geschreven. 

    Ik heb Linda van der Weele gisteren gesproken. 
    Ik heb mevrouw Van der Weele gisteren gesproken. 
  • Men vermoedt dat zij die diefstal hebben gepleegd. 
    Goed, vermoedt is een persoonsvorm in de tegenwoordige tijd. Regel: lopen gebruiken. Men loop(t) dat zij die diefstal hebben gepleegd. Men vermoedt dat zij die diefstal hebben gepleegd..
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat woord bedoeld met een zelfstandig naamwoord?
Dit. Zijn woorden voor mensen, dieren, dingen, plaatsen of eigen namen. 

Je kunt voor een zelfstandig naamwoord vaak de, het, een zetten. 

-het oude huis
-de drukke hond
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
Een bijvoeglijk naamwoord geeft je meer informatie over een zelfstandig naamwoord. Het geeft iets aan over een eigenschap, toestand.

Stel jezelf de vraag: wat is+zelfstandig naamwoord


-Nathalie heeft gestreepte en rode haarlinten gekregen.
Werkwoord als bijvoeglijk naamwoord.
Maak van het bijvoeglijk naamwoord een voltooid deelwoord.

Eindigt het voltooid deelwoord op een d of t? Dan zo kort mogelijk.
-De bomen zijn geplant. De geplante bomen.

Eindigt het voltooid deelwoord op en? Dan eindigt het bijvoeglijk naamwoord ook op en. 
-Het vlees is gebraden. Het gebraden vlees.
Voltooid deelwoord wat is dit? En hoe pas ik het aan?
Gebruik ‘t exkofschip.


Staat de laatste letter van de stam hier in? Dan eindigt het voltooid deelwoord op een t.

Staat de letter er niet in? Dan eindigt het voltooid deelwoord op een d.
Hoe doe ik dat dan met persoonsvorm verleden tijd? ( zwak)
Stam+de (enkelvoud)   Ik wandel+de
Stam+den (meervoud) wij wandel+den

Stam+te (enkelvoud).       ik lach+te
Stam+ten (meervoud)     Ik lach+ten
Hoe doe ik dat met de persoonsvorm verleden tijd? (Sterk klinkerverandering)
Schrijf het sterk werkwoord zoals je hoort.
Een sterk werkwoord eindigt in verleden tijd nooit op dt.

Ik werd boos, vond jij het goed?
Hij werd boos, jij vond het goed?
Hoe vind je de persoonsvorm tegenwoordige tijd?
Gebruik lopen.

Hoor je in lopen geen t? Dan gebruik je alleen de stam.

Hoor je in lopen wel een T? Dan is het +t

Ik loop gek > ik word gek
Jij loopt gek > jij wordt gek
Wat zijn bijwoordelijke bepalingen?
Bwb zeggen iets over de handeling, het gebeuren of de toestand en geven antwoord op vragen als: waar-wanneer-waarom-waarheen-hoe- enz.
Voorbeeld:
De kinderen slapen op zolder- waar slapen de de kinderen?
op zolder is dan de bijwoordelijke bepaling van plaats.
Voorzetselvoorwerp
Is een zinsdeel dat begint met een voorzetsel dat een vaste verbinding heeft met een ww.
Ik verlang  naar onze vakantie.
Wat is kenmerkend van een voorzetsel?
Het drukt een relatie uit met het woord dat erachter staat;  voorzetsels kunnen we ook plaatsen achter het woord waar ze bijhoren.