Summary De verbeelding van het denken

-
ISBN-10 9025439411 ISBN-13 9789025439415
308 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "De verbeelding van het denken". The author(s) of the book is/are J Bor E Petersma. The ISBN of the book is 9789025439415 or 9025439411. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - De verbeelding van het denken

  • 1 de oudheid

  • wat wordt onder fictie verstaan door Connie Palmen?
    een opbouwende, betekenisgevende en vernietigende macht van verzinsels die een werkelijkheid mogelijk maken en beinvloeden. 

    Fictionalisme: hoe wij de werkelijkheid zien en interpreteren is bepaald en begrensd door fictie, onze denkbeelden. Fictionalisme is een mengvorm van realisme en idealisme
  • 1.1 Het begin van de Griekse Filosofie

  • Wat wordt gezien als het startpunt van de filosofie?
    Het punt waarop het denken op een beslissende manier van karakter verandert door zichzelf in zijn reflecties te betrekken. Filosofie is het denken over het denken en denken over de werkelijkheid, beschouwd als datgene wat te denken geeft, via de omweg van een reflectie over het denken.
  • wat wordt begrepen onder mythe?
    een voorfilosofische manier van denken. De mythe gaat vooraf aan de filosofie: zij spreekt over de fundamenten van de wereld en de samenleving met de pretentie die te verklaren.
  • hoe is het begrip filosofie ontstaan?
    vanuit filosofia. Dit begrip geeft aan dat het niet om een vanzelfsprekende en definitieve wijsheid gaat, maar om het denken daarover en het zoeken daarnaar. Zonder een besef van eigen onwetendheid komt de filosofie niet van start
  • Waarom is de filosofie ontstaan?
    Door de ontmoetingen tussen verschillende culturen in o.a. Milete. De mythes en verhalen van de verschillende volken waren met elkaar in tegenspraak.
  • Filosofie gaat de concurrentie aan met de poezie. Aristoteles beschouwde Homerus en Hesiodus als verre voorgangers. Hoe is dat te verklaren?
    Degene die van mythen houdt is ook iemand die van wijsheid houdt -> filosoof
    Omdat de mythe volop stof tot verwondering geeft en daarmee de aanleiding is tot het ontstaan van wijsgerige reflectie. 
  • 1.2 Herman Simissen - Wat is folosofie?

  • Filosofie komt van het Griekse woord filosofia. Wat is de betekenis?
    Sofia staat voor wijsheid, filo staat voor liefde tot/ begeren van/ streven naar. Letterlijk dus streven naar wijsheid, begeren van wijsheid of wijsbegeerte. Wijsheid staat eigenlijk voor levenswijsheid. De oorspronkelijke betekenis van filosofia is dus begeren van levenswijsheid, wijsheid waardoor men zich kan laten leiden bij zijn handelen.
  • Wat is er volgens H Simissen kenmerkend aan filosofie?
    Filosofie is een activiteit. "we moeten filosofie niet opvatten als een samenhangend geheel van kennis, als kennis die men zich eigen kan maken en die kan worden overgedragen. Filosofie is een activiteit die steeds opnieuw vanuit het nulpunt vertrekt. Filosofie is dus niet iets wat al bestaat, filosofie komt tot stand in het proces van filosoferen. Filosoferen is het stellen van vragen.
  • Wat is het onderwerp van filosofie? (volgens H Simissen)
    Filosofie kan gaan over ieder onderwerp. Door te kijken naar de vragen die filosofen in het verleden hebben gesteld, kunnen we aflezen wat voor soort vragen de filosofie volgens hen aan de orde zou moeten stellen en wat filosofie volgens hen zou moeten zijn.
  • Waar en wanneer begint de oorsprong van de westers filosofie?
    De oorsprong ligt in de oude Griekse cultuur, in Klein Azië, vanaf grofweg 600 v Chr. De eerste filosofen noemt ment de presocraten. De presocraten hadden geen voorlopers. De eerste presocratische filosofen waren inwoners van de stad Milete
  • Waarom is juist in Klein Azie, precies in de stad Milete (Turkije) de filosofie begonnen?
    Milete was een handelsstad, waar veel verschillende culturen elkaar ontmoetten. De  mythes en religieuze opvattingen van de verschillende culturen stuiten hier op elkaar. Door de grote verschillen, ging men zich afvragen wat waar en niet waar kon zijn. De eerste filosofen zetten zich af tegen de mythen, zowel tegen hun inhoud als tegen hun methode.
  • Wat (en hoe) bestudeerde Thales van Milete (7e eeuw v Chr)?
    Hij bestudeerde vooral natuurverschijnselen. Hij gaf als eerste een zuiver natuurkundige verklaring voor het ontstaan van de wereld - zuiver natuurkundig, in die zin dat hij heel nadrukkelijk brak met de mythische verklaringen die tot dan tot gebruikelijk waren. 

    Juist omdat die mythes elkaar tegenspraken, ging hij de vraag stellen wat er over de oorsprong van de aarde kon worden vastgesteld op basis van wat een mens kan waarnemen, en door na te denken over wat werd waargenomen. Daarmee stelde Thales ook een bij uitstek filosofisch probleem aan de orde: hij stelde de vraag waarop kennis gebaseerd moet zijn en gaf als antwoord dat kennis niet moet uitgaan van mythes, maar van observaties en het denken daarover. 

    Thales blijft in zijn denken inhoudelijk verwantschap vertonen met de mythische verklaringen, maar neemt anderzijds duidelijk afstand van die mythes. Kennis moet niet uitgaan van mythes, maar van observatie. 
  • Wat is er kenmerkend aan de presocratische filosofen?
    Ze gingen meer en meer zelf onderzoek doen naar natuurverschijnselen, waarbij wetenschap en filosofie nog een geheel vormden.
  • Wie was de eerste die de termen filosofie en filosoof gebruikte
    Pythagoras (6e eeuw voor Christus)
  • Socrates (470-399 v Chr) veroordeelde de filosofie van de presocraten als waardeloos. Waarom en wat zijn invulling van de filosofie?
    Naar zijn mening diende de filosofie veel belangrijker vragen aan de orde te stellen, zoals:
    - hoe kan men goed leven?
    - hoe dient een individu zich te gedragen ten opzichte van anderen?
    - hoe moeten maatschappelijke en politieke problemen worden opgelost?
  • Socrates wordt gezien als het hoogtepunt van de Griekse en westers filosofie. Waarom?
    Omdat hij als geen ander het filosoferen als activiteit centraal stelde. Hij filosofeerde door in discussie te gaan met iemand die meende te weten wat, bijv rechtvaardigheid was, of moed, of iets dergelijks. Socrates stelde dan vraag na vraag, tot uiteindelijk duidelijk werd dat noch Socrates noch zijn gesprekspartner wist wat rechtvaardigheid was.
  • Wat is de beperking bij de denkbeelden van Socrates?
    Socrates heeft geen geschriften nagelaten, wat we van hem weten is vooral bekend door het werk van zijn leerling Plato (427-347 v Chr). De Socrates die we kennen, is voornamelijk Socrates in de interpretatie van Plato. Sommigen zijn van mening dat Socrates vooral moet worden beschouwd als de spreekbuis van de denkbeelden van Plato zelf.
  • Waar gaat het volgens Socrates om in de filosofie? Wat is de kern van filosoferen?
    filosofie leert niet zozeer antwoorden op bepaalde vragen, filosofie leert te zoeken naar antwoorden. En dit zoeken is iets wat mensen beter afgaat in samenspraak dan alleen. Socrates beschouwde het zelf dan ook als zijn verdienste dat hij anderen bewust kon maken van hun onwetendheid, om hen te stimuleren in samenspraak met hemzelf of met een ander te zoeken naar antwoorden.
  • Wat is de opvatting van Socrates over kennis?
    Kennis is niet overdraagbaar, kennis is niet het overnemen van andermans denkbeelden of inzichten. Kennis is daarentegen iets wat men zich verwerft door het zelf te zoeken, door zelf vragen te stellen.
  • Wat is (o.a. volgens Socrates en Plato) het verschil en de overeenkomst tussen filosofie en de wetenschappen?
    Overeenkomst: 
    Zowel filosofie als de wetenschappen vertrekken vanuit de verwondering

    Verschil:
    De wetenschappen proberen vanuit de verwondering tot antwoorden te komen. In de filosofie blijft steeds de verwondering aanwezig. In de voorlopige antwoorden die de filosofie geeft, spreekt steeds deze verwondering over het karakter van de wereld, de mensen en de dingen. 
  • Wat is volgens H Simissen filosofie? Welke belangrijke gemeenschappelijke kenmerken benoemt hij?
    filosofie: een reflectie op de diversiteit van de menselijke ervaring, het op rationele, methodische en systematische wijze overdenken van die zaken, die voor de mens van het grootste belang zijn. 

    1. filosofie is een reflectieve, ofwel een beschouwende activiteit
    2. filosofie heeft geen eng omschreven onderwerp, maar is een activiteit die betrekking kan hebben op elk onderwerp, op elke menselijke ervaring. 
  • Wat houdt logica in?
    De leer van het correcte redeneren en het maken van geldige gevolgtrekkingen. Het gaat niet om de inhoud of de waarheid van een redenering, maar enkel om de geldigheid. Logica is formeel en a priori

    Een redenering is niet geldig als bijv de stap van sommige naar een bepaald individu wordt gemaakt (sommige mensen zijn kleiner dan 2 meter, Napoleon is een mens -> Napoleon is kleiner dan 2 meter= redenering is ongeldig, conclusie is waar)

    Als er wordt uitgegaan van een onware vooronderstelling, dan kan er nog steeds een geldige redenering zijn: (Alle mensen zijn groter dan 2 M, Bismarck is een mens,-> Bismarck is groter dan 2M = redenering is geldig, conclusie is onwaar)
  • Wat houdt epistemologie of kenleer in?
    Dit onderdeel van de filosofie onderzoekt de vraag wat het wil zeggen iets te kennen. Wat is kennis eigenlijk, wat zijn de mogelijkheden en grenzen van kennis, wat is de bron of de oorsprong van onze kennis, waarop is onze kennis gebaseerd?
  • Op de vraag waarop onze kennis is gebaseerd zijn twee tegengestelde antwoorden mogelijk, welke?
    Vanuit het rationalisme: onze kennis gaat terug op het denken

    Vanuit het empirisme of sensualisme: onze kennis gaat terug op ervaringsgegevens die we via onze zintuigen opdoen.
  • Bij epistemologie gaat het ook om de vraag naar de verhouding tussen degene die kent (kennend subject) en datgene wat hij kent (gekend object). Ook hier zijn twee uiterste standpunten mogelijk, welke?
    realisme: de werkelijkheid bestaat onafhankelijk van ons. In onze kennis moeten we proberen die werkelijkheid zo getrouw mogelijk weer te geven. 

    Idealisme: de menselijke geest speelt een actieve rol bij het kennen van de werkelijkheid en bouwt die werkelijkheid mede op. 
  • Wat houdt wetenschapsleer in?
    Wetenschapsleer is een deelgebied van de epistemologie en houdt zich bezig met de vraag wat wetenschappelijke kennis eigenlijk is, en waardoor deze zich onderscheid van niet-wetenschappelijke kennis.
  • Wat houdt wijsgerige antropologie in?
    Dit deelgebied houdt zich bezig met de leer van de mens. Wat is de mens? Waardoor kenmerkt de mens zich? waardoor onderscheidt de mens zich van het dier? Heeft de mens een vrije wil of wordt hij door omstandigheden en aanleg bepaald?
  • Wat houdt ethiek in?
    Bij ethiek wordt systematisch nagedacht over de waarden en normen die ons gedrag bepalen of zouden moeten bepalen. Wat is goed en wat is kwaad?
  • Wat houdt meta-ethiek in?
    Hierbij gaat het om de vraag naar de grondslagen van de ethiek zelf? Bezitten morgen regels universele geldigheid of niet? Waaraan worden normen in de ethiek ontleend: aan het denken, aan de natuur, aan de godsdienst of aan de geschiedenis? Of moet elk individu voor zich zijn normen bepalen?
  • Wat houdt esthetiek in?
    Hier draait het om de vraag wat mooi is en wat lelijk is, en op grond waarvan dat kan worden bepaald.
  • Wat houdt metafysica in?
    conform de geschriften van Aristoteles gaat het hier om een analyse van het 'zijn' als zodanig. Wat wil het zeggen als iets 'is', of als iets 'bestaat'. 
    Onder invloed van het Christendom is de metafysica zich ook gaan richten op het niet-zintuiglijke en bovennatuurlijke.
  • Wat houdt ontologie in?
    Ontologie betekend zijnsleer en bestudeert verschillende zijnsvormen. 
    Het zijn of bestaan van de monarchie of een politieke partij is van een heel ander karakter dan het bestaan of zijn van een boom, huis of auto. 
  • wat wordt er bedoeld met sociale en politieke wijsbegeerte?
    In dit deelgebied wordt nagedacht over de vraag hoe een maatschappij moet worden ingericht, wat de beste staatsinrichting is en hoe een maatschappelijke ordening tot stand dient te komen.
  • H. Simissen geeft aan dat de filosofie twee hoofdbestanddelen kent. Enerzijds de geschiedenis van de filosofie en anderzijds de systematische wijsbegeerte of filosofie. Wat verstaat hij onder de 'systematische wijsbegeerte' ?
    De verschillende onderdelen van de filosofie vormen samen de systematische wijsbegeerte. Daar vallen in ieder geval de logica, epistemologie, wetenschapsleer, wijsgerige antropologie, ethiek, esthetiek, metafysica en ontologie en sociale en politieke wijsbegeerte onder. Maar dit kunnen ook andere onderdelen zijn.
  • Volgens H. Simissen heeft de filosofie binnen de cultuurwetenschappen een bijzondere positie. Welke drie argumenten geeft hij hiervoor?
    1. Anders dan de andere disciplines heeft de filosofie geen nauwkeurig omschreven vakgebied: filosofie kan over elk onderwerp gaan.

    2. De aard van het onderzoek is verschillend. Systematische filosofie is niets anders dan methodisch en systematisch nadenken over bepaalde vragen, zonder daarbij een beroep op bewijsmateriaal van welke aard ook te doen, maar enkel door zo zorgvuldig en zuiver mogelijk te argumenteren.

    3. Doordat filosofie met de andere disciplines deel uitmaakt van de cultuurwetenschappen, kan de filosofie de andere disciplines bewust proberen te maken van de vooronderstellingen waarvan zij vaak als vanzelfsprekend uitgaan. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke definitie hanteert Boethius voor een persoon?
Een persoon is de ongedeelde en ondeelbare substantie van een rationele natuur.
De invloed van Boethius verliep langs 3 lijnen, welke?
1. Via zijn uitvoerige en diepgravende commentaren op een paar logische werken uit de oudheid. (categorieenleer van Aristoteles, de inleiding hierop van Porhyrius en Aristoteles beweerzinnen)
2. Zijn eigen monografieen over o.a. het syllogisme en zijn neoplatonische werk De Consolatione philosophiae
3. Zijn theologische werken, de Opuscula Sacra en zijn werk over de triniteitsproblematiek, De Trinitate
welke redenen zijn er te noemen voor het lang negeren van Boethius
- door de politieke situatie was er gebrek aan stabiliteit.  De wetenschap en filosofie krijgen alleen kansen in enkele rustige gebieden in de periferie van het in ontbinding verkerende Romeinse Rijk. 
Alcuinus van York, minister van Karel de Grote dat de opdracht om onderwijs te organiseren. 

Pas rond het jaar 1000 is de politieke rust zodanig dat geleerden als Abbo van Fleury en Gerber van Aurillac op zoek gaan naar meer substantiele leerstof. Daarmee start de invoed van Boethius. 
wat kun je vertellen over de periodisering van de middeleeuwen?
de middeleeuwen vallen grof tussen 500-1500, 
uitgaande van het streven naar harmonie tussen geloof en rede, eindigt de periode in 1277. in dat jaar veroordeelde de Kerk een aantal wijsgerige stellingen. Hierdoor komt o.a. de thomistenschool buiten de middeleeuwen te staan. 
Wat wordt wel gezien als het wezen van de middeleeuwse filosofie?
De systematische poging de geopenbaarde geloofswaarden met behulp van veel antieke wijsgerige begrippen rationeel te doordenken. De filosofie was gericht op het aantonen van de fundamentele harmonie tussen geloof en rede.
Geef een formele structuuranalyse
1. vraagstelling (QUAESTIO)
2. vier objecties (RATIONES)
3. Argument (SED CONTRA)
4. Onderscheidingen:
- A: eerste manier waarop een wijze van zijnde kan worden uitgedrukt, die door de term zijnde zelf niet wordt uitgedrukt
- B: tweede manier ""
- B.I eerste manier van 4B
- B.II tweede manier van 4B
5. het antwoord op de vraag (RESPONSIO)
-A het antwoord op de vraag
-B drie manieren om waarheid te definieren
6. verwerping van de vier rationes
7. verwerping van het sed contra
Wat is de kernzin uit de tekst?
Dit is dus wat 'waar' toevoegt aan 'zijnde', namelijk de gelijkvormigheid (conformitas) of de overeenstemming van het ding en het verstand. 
Dit is het antwoord op de hoofdvraag
Wat is de functies van de 4 objecties/ tegenwerpingen in de tekst?
De scholastieke methode was een wetenschappelijke werkwijze die zich onder andere kenmerkt door een beroep op doctrinaire autoriteiten. Het gebruik van deze autoriteiten moet gezien worden als het uitwerpen van een anker om in het dispuut met andere vaste grond onder de voeten te krijgen. Het was gebruikelijk dat de leraar (Middeleeuwse filosofische teksten ontstonden immers meestal in een onderwijssituatie) eerst de visie van enkele autoriteiten uiteenzette, om vervolgend zijn eigen visie te geven. 

De objecties - argumenten tegen de eigen positie - zijn dus bedoeld om het eigen standpunt te positioneren binnen het debat en om de tegenstanders alvast de wind uit de zeilen te nemen. De objecties worden immers aan het einde van de tekst weerlegd door Thomas van A
In de tekst staat: De objecties stellen dat het predicaat 'waar' niets toevoegt maar geheel en al hetzelfde betekent als 'zijnde'. Hoeveel objecties geeft Thomas in zijn tekst en aan wie schrijft hij deze objecties toe?
Er worden 4 objecties gegeven: van Augustinus, Boethius, een niet expliciet toegeschreven en van Aristoteles (de Filosoof)
Wat is de hoofdvraag van de tekst?
De hoofdvraag die voorligt is of 'het ware' geheel en al hetzelfde is als 'het zijnde' of niet. 
Of wat voegt het ware toe aan het zijne, of wat wordt toegevoegd aan het zijnde als we zeggen dat het waar is.