Summary Delphi : maatschappijleer 2e fase HAVO

-
ISBN-10 9006482781 ISBN-13 9789006482782
141 Flashcards & Notes
16 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Delphi : maatschappijleer 2e fase HAVO". The author(s) of the book is/are Jan de Kievid, Hans van der Heide, Bert de Weme. The ISBN of the book is 9789006482782 or 9006482781. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Delphi : maatschappijleer 2e fase HAVO

  • 3.5 Nederlande en de Europese Unie

  • Waarom is Nederland een gedecentraliseerde eenheidsstaat?
    De eenheidsstaat komt van: Alle belangrijke regels worden voor het hele land 'centraal' vastgelegd, dat maakt het een eenheid. Decentraal komt van: Lagere overheden(provincie,gemeente en waterschappen) kunnen op sommige punten een eigen beleid voeren, dan gebeurd het dus niet meer centraal.
  • Wat is autonomie? En wat is medebewind?
    Autonomie= Als er ruimte is om je eigen beleid te voeren. Medebewind= Lagere overheden voeren taken uit in opdracht van de hogere overheden. (vb: taken op het gebied van onderwijs, bijstandswet). 
  • Wat doet de nationale overheid?
    De nationale overheid zorgt voor de eenheid van de staat. Ook kan de nationale overheid verordeningen(=regels die gemeente en provincie kunnen maken) vernietigen als ze in strijd zijn met de wet of het algemeen belang.
  • Taken van de provincie: Verkeer, ruimtelijke ordening, milieu en toezicht houden op gemeenten en waterbeheer.

    Taken commissaris van de koningin(benoemd door regering): Belangen van provincie en het rijk in de gaten houden. 

    Taken van de gemeente: Verkeer, openbaar vervoer, sport- en onderwijsvoorzieningen, woonerven en bestemmingsplannen. 

    Taak burgemeester: Verantwoordelijk voor openbare veiligheid en orde.
  • 3.7 Massamedia en politiek in een democratie

  • Wat zijn de vijf politieke functies van de massamedia?
    Informatiefunctie, platform- of spreekbuis functie, controle functie, commentaar functie en onderzoeksfunctie.
  • Per functie, wat houdt het in? Informatie; De media zorgt dat de burgers informatie krijgen over de belangrijke problemen en wat politici daar aan doen. 
    Platform- of spreekbuis; Geeft de burgers een mogelijkheid om hun mening te uiten.
    Controle; De media volgen de politici en regering kritisch, bv. wat hebben ze waargemaakt van de gemaakte beloftes?
    Commentaar; Journalisten leveren commentaar op het handelen van de politici.
    Onderzoek; Sommige journalisten duiken in een kwestie en zoeken die tot op de bodem uit. 
  • Waarom heeft media meer invloed op de politiek dan op de gewone burgers?
    Omdat de politiek heeft de media nodig om opvattingen, de partij en zichzelf bekend te maken. De politiek moet voortdurend op de hoede zijn voor de media, omdat de media bijvoorbeeld invloed kan krijgen op besluiten, omdat zij ervoor kunnen zorgen dat er een lek ontstaat. Ze kunnen ook kwesties tot op de bodem uitzoeken en er commentaar op leveren. Dit stoort natuurlijk enorm voor de politiek. 
  • 3.8 Ongelijke politieke invloed

  • Ambtenaren spelen een centrale rol bij de voorbereiding van besluiten.
     Ze hebben veel invloed op de wetsontwerpen. 
    Regering staat extra sterk tegenover het parlement door de steun van de ambtenaren. 
  • Verschillen tussen pressiegroepen en partijen?
    Pressiegroepen richten zich op een deel van het overheidsbeleid (bv. economie, milieu en gezondheidszorg). Partijen richten zich op het geheel van het overheidsbeleid.

    Pressiegroepen doen niet mee aan de verkiezingen en partijen wel. 
  • Actiegroepen? 
    Burgers van actiegroepen, vestigen zich meestal maar tijdelijk om het beleid te beïnvloeden. Actiegroepen kunnen uitgroeien tot een grote organisatie (vb. milieuorganisaties: Green Peace). 
  • Wie zijn lobbyen? 
    Lobbyen zijn groepen die praten met ambtenaren, kamerleden en ministers. 
  • Verzuiling is?
    Verdeling van de samenleving in organisaties op levensbeschouwelijke grondslag. 
  • 3.9 Burgers

  • Wat betekent politieke participatie?
    Het deelnemen aan de politiek in brede zin. 
  • Op de burgers wordt geklaagd, omdat ze teveel dingen in eigen belang doen in plaats van in algemeen belang. Dit heeft te maken met de individualisering. Volgens pessimisten staan burgen wel op rechten, maar verwaarlozen ze hun plichten. 
  • Hoe kunnen burgers invloed uitoefenen? 
    Stemmen bij de verkiezingen en lid worden van organisaties.
  • Burgers proberen via actiegroepen invloed te krijgen op besluiten die hen zeer direct raken, bv. het sluiten van scholen van hun kids en snelwegen aanleggen bij hun huis. Hoe beïnvloeden ze dat?
    - Contact leggen met ambtenaren, raadsleden, partijen enz.
    -Bezwaarschrift
    - Actie op straat uitvoeren
    - Of via de rechter je gelijk krijgen
  • Wat heb je nodig om succes te behalen?
    -Doorzettingsvermogen; geef niet op als je je gelijk wilt hebben.
    -Goede organisatie; zorg dat je veel organisaties in ''bezit'' hebt.
    -Kennis van zaken; weet waar je over praat, zorg dat je niet voor verrassingen komt te staan.
  • Hoe dichten we de kloof tussen burgers en politici?
    -Burgers moeten meer rechtstreekse invloed krijgen bij het aanstellen van personen, zoals bijvoorbeeld een burgemeester. 
    - Politici moeten luisteren naar burgers. 
  • Wat is referendum?
    Volksstemming
  • Tegenstanders van referendum vinden dat:
    - Burgers te weinig kennis hebben om ingewikkelde, omstreden zaken te beoordelen.
    - Burgers laten zich snel meeslepen in emoties.
    - Burgers kunnen gemakkelijk een onverstandig besluit nemen. 

    Voorstanders van referendum vinden dat: 
    - Het stimuleert de burgers zich te verdiepen in kwesties. 
    - Burgers zullen zich misschien laten meeslepen in emoties, maar kamerleden zullen dat ook doen. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

wat is een maatschappelijk probleem?
probleem dat opgelost moet worden
verschillende actoren 
verschillende meningen
overheid is betrokken
Welke wet nam de overheid aan om goede arbeidskrachten te krijgen?
In 1900 namen ze de leerplichtwet aan. Kinderen van 6 tot 12 jaar moesten verplicht naar school met als uitzondering boerenkinderen in de oogsttijd en dochters die het gezin moesten verzorgen.

Hoe kreeg de verzorgingsstaat vorm?
Door de arbeiders onrust zag de overheid zich genoodzaakt om steeds meer zorgtaken op zich te nemen zoals, bestrijding van de armoede, wegen aanleggen, zorgen voor betere huisvesting en gezondheidszorg.

Welke partijen in politiek steunde de arbeidersbeweging.-
De socialistische partijen.
Wat was de invloed van de arbeidersbeweging?
Er werden vakbonden opgericht. Zij zetten zich in voor meer salaris, betere arbeidsomstandigheden, verbod op kinderarbeid, bescherming tegen beunhazen.
Wat was de reden dat de politiek uiteindelijk de arbeiders steunde en wat hield die steun in?
Ze waren bang dat de protestacties van de arbeiders op een revolutie uit zouden kunnen draaien en het land onbestuurbaar zou worden.
Er kwam een parlementaire enquête naar de werkomstandigheden van arbeiders.
De arbeidsinspectie werd opgericht die er op toe zag dat de wetten nageleefd werden.

Hoe reageerden werkgevers op de stakingen/demonstraties en welke consequenties had dat voor de werknemers?
Arbeiders werden ontslagen of kregen een boete.
De solidariteit onder werknemers werd daarmee op de proef gesteld. Geen werk betekende geen inkomen en dus geen brood op de plank en armoe voor vrouw en kinderen.
Hoe uitte de maatschappelijke onrust zich en hoe werd dat genoemd?
Armoede, ziekte, zwaar en lang werken eisten hun tol van de arbeiders waardoor de onvrede toe nam. Arbeiders kwamen hiertegen in opstand door de staken en te demonstreren.
Dit wordt ook wel de sociale quaestie (sociale kwestie) genoemd.
Welke keerzijde had de industrialisering?
Arbeiders werkten lang
Verrichten van zware arbeid onder slechte omstandigheden
Ongevallen, ziekte kwamen vaak voor
Lage lonen
Kinderarbeid om het gezinsinkomen aan te vullen
Slechte woonomstandigheden
Slechte hygiëne veroorzaken epidemieën.

Welke drie ontwikkelingen zorgen ervoor dat de verzorgingsstaat ontstond?
1 Mensen werden zich meer en meer bewust van het feit dat de industrialisering een keerzijde had.
2. Dit zorgde voor het gevaar van maatschappelijke onrust, mensen pikten het niet langer.
3. De arbeidersbeweging kreeg daardoor steeds meer invloed.