Summary Diagnostiek

-
413 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Diagnostiek

  • 1 De plaats van diagnostiek

  • Doelen psychodiagnostiek
    1. Verkrijgen van betrouwbare en valide beschrijving van psychosociale functioneren
    2. Zoeken naar mogelijke verklaringen v ontstaan en instandhouding
    3. Bepalen passende interventies
    4. Bepalen effect hulpverlening
    5. 

    Hoorcollege:
    Proces v onderzoek op het verkrijgen van een compleet klinisch beeld, problemen begrijpen en verklaren met oog op advisering en probleemoplossing
  • Eisen diagnostiek
    - Betrouwbaar (hypothese en toetsing moeten zo onafhankelijk mogelijk zijn)
    - Valide (hypothese en toetsing moeten daadwerkelijk betrekking hebben op datgene waar voor is bedoeld) 
  • De empirische cyclus stappen + doel
    1. Observatie : verzamelen en groeperen van gegevens
    2. Inductie: formuleren van hypothesen op basis v waarneming
    3. a. Deductie: afleiden van toetsbare voorspellingen uit die hypothese
         b. Operationalisering: zoeken van adequate onderzoeksmiddelen om voorspelling toetsbaar te maken
    4. Toetsing: Nagaan of voorspellingen uitkomen door nieuwe info te verzamelen
    5. Evaluatie: toetsing verwerpen of niet?


    Doel: stapsgewijs toetsen vd juistheid van hypothesen. Steeds terugkerend geïntegreerd element vd regulatieve cyclus. 
  • De regulatieve cyclus stappen + doel
    1. Probleemherkenning: Onderkenning probleem, wie wat en wie betrokken. mond uit in onderkennende hypothese

    2. Probleemdefiniering: formuleren van theorie of probleemdefinitie, de oorzaal van het probleem. 

    3. Handelingsmogelijkheden: de doelen die in vorige fasen zijn geformuleerd --> geconcretiseerd in aanpak. (brainstormen: bedenken welke opties er zijn en kosten-baten analyse: afwegen van alternatieven)

    4. Planning van interventie: concrete afspraken maken over wie wat gaat doen, waar, wanneer etc. 

    5. Uitvoering interventie: er wordt continu onderzocht of de interventie gewenste en verwachte effect heeft. 

    6. Evaluatie vd effecten: beoordelen vd effecten en besluit afsluiten of voortzetten. 

    Doel:
    Stapsgewijs bereiken doelen bij het oplossen van problemen. 
  • Professionele relatie hulpvrager en hulpverlener
    1. Afstand en nabijheid
    2. Omgang met culturele diversiteit: in de ene cultuur is het ene gepast en andere ongepast
    3.  Explicitering en kwaliteit: in staat zijn uit te leggen wat hij doet en waarom = expliciteren
    4. Verantwoordelijkheden: zelf verantwoordelijk voor zijn handelen, ook gebonden aan beroepsethische regels. 
  • Toestemmingsrechten

    - Mag hulpverlener ingaan op hulpvraag v kind?
    0-12 j: toestemming beide gezagdragende ouders vereist
    12-16: naast toestemming kind ook beide gezahsdragende ouders
    16-18: zelfstandige beslissing (tenzij wilsonbekwaam of residentieel behandeling)
    >18 zelfstandig (tenzij wilsonbekwaam)

    - Alleenstaande ouder? Altijd nagaan of er nog andere gezaghebbende ouder is die toestemming vereist. 
    Geen reactie? Brief met mededeling hulpverlening van start gaat. 

    - Toestemming is niet vereist in acute situatie, bij bijv. mishandeling. Wel recht op informatie. 
    - Toestemming vragen voor elk afzonderlijk onderzoek!
    - Multidisciplinaire teams hebben geen toestemming nodig om dossier in te zien.
    - Hulpverlener moet toestemming vragen (beide ouders) om contact op te nemen met de andere hulpverlener
  • 2 Theoretische aspecten van diagnostiek

  • Multidisciplinair onderzoek
    Uitvoering diagnostiek door meerdere diagnostici. Coördinatie en samenwerking groot belang.
  • Traditie van Psychiatrie
    - Gericht op psychopathologie en stoornissen. 
    - Medische model
    - Maken verschil tussen classificatie en diagnose
        Classificatie: toestandsbeeld bepalen 
         Diagnose: mogelijk aanwezige causaliteit, verder onderzoeken mogelijke   interventies
    - DSM gebruik 
  • Voor en nadelen classificatie




    • Voordelen
    • Betere communicatie met professionals en ouders;
      systematisch onderzoek naar aard, voorkomen, oorzaak en gevolg; duidelijke koppeling met prognoses; en met behandelingsmogelijkheden\


    • Nadelen
    • Stigmatiserend; te simplificerend, gaat voorbij aan
      omstandigheden en relaties die van belang zijn bij de ontwikkeling van psychopathologie; zet aan tot onjuist gebruik 


      Classificatie omschrijft alleen een eventuele gedragingen die van toepassing kunnen zijn bij de stoornis. 
      De stoornis is geen oorzaak vh gedrag!
  • ICD-10
    In eerste instantie om doodsoorzaken vast te stellen
    Na WOII een classificatiesysteem van ziekte vd wereldgezondheidsorganisatie, inclusief psychiatrische ziektebeelden. 

    Opbouw is niet multidimensionaal. 
    Assen:

    - Klinisch-psychiatrische syndroom
    - Specifieke ontwikkelingsstoornissen
    - Intellectueel niveau
    - Somatische condities
    - Abnormale psychosociale factoren in gezin of wijdere omgeving
    - Psychosociaal functioneren
  • CAP-J
    Is Nederlands classificatiesysteem (codering uit DSM en ICD) die ook lichtere problemen in psychosociaal functioneren, opvoedproblemen en problemen gezin bevat.
  • Traditie vd ontwikkelingspsychopathologie
    Belangstelling voor verloop vd ontwikkeling.
    2 stromingen
    1. Empirische kinderstudies: verzamelen van normatieve gegevens over gedrag van kinderen (ontwikkelen van ontwikkelingsmatigheden, algemeen)

    2. Klinische georiënteerd onderzoek: richt zich op kinderen wiens ontwikkeling wordt bedreigd (ontwikkelen probleemgerichte theorien, specifiek problemen)
  • Traditie orthopedagogiek
    Beschrijven, verklaren, veranderen van stagnerende leer- opvoedingssituaties. 
    Handelingsgerichte wetenschap gericht op kind + context
  • Psychodynamisch model
    Problemen uit de kinderjaren spelen belangrijke rol bij ontstaan latere problematiek. Hoe nieuwe conflicten verwerkt worden, beïnvloed door hoe oude conflicten zijn opgelost. Dit intrapsychisch conflict kan leiden tot fixatie (stagnering ontw.) of regressie (terugval)

    Id: primaire behoeften
    Superego: geïnternaliseerde regels van omgeving (het geweten)
    Ego: bemiddelt tussen id en superego, organiseert het gedrag en reflecteert  over gedrag
  • Gehechtheidstheorie (+belangrijk begrip)
    Verwijst naar de duurzame affectieve relatie tussen kind en ouder.

    Belangrijk begrip: sensitieve responsiviteit
    Sensitiviteit = vermogen van opvoeder om signalen waar te nemen
    Responsiviteit = vermogen adequaat te reageren op waargenomen gedrag. 
  • Leertheoretisch model
    Stelt probleem gedrag voort komt uit voorafgaande stimuli (antecedent) en erop volgende stimuli (consequente variabele). 

    Essentieel onderdeel van diagnostiek:
    - Analyse maken van uitlokkende factoren (betekenisanalyse) 
    - Analyse maken van bekrachtigende factoren (functieanalyse)

    Aandacht voor ontwikkelingsperspectief
  • Groepen voor normaliteit
    1. Norm van afwezigheid stoornissen.
    Wel of geen sprake van stoornis? Criterium voor normaliteit altijd gehanteerd met adoptie, er moet sprake zijn van lijden of verstoring sociale/arbeidsleven


    2. Statistische norm 
    Gebaseerd op onderzoek en kijkt naar welk gedrag op welke leeftijd voorkomt 

    3. Norm van ideale of gewenste toestand
    Deze norm is onpraktisch omdat dit cultureel bepalend kan zijn en niemand bereikt zijn ideale optimale zelfontplooiing 

    4. Normaal als succesvolle adoptie
    Een geslaagde adoptie wanneer er optimale match tussen behoeften kind en hetgeen dat de omgeving biedt. (dynamisch evenwicht eigen behoeften en eisen omgeving)
  • Ontwikkelingsleeftijd als maatstaf (redenen voor kritiek)


    Empirische norm(door ervaring geleerd) is zeer geschikt. MAAR:

    1. Het gemiddelde is met het 50e percentiel is geen reeel criterium om problemen te signaleren

    2.  In ontwikkelingslijsten wordt grens tussen normaal en niet-normaal vaak bij 90e percentiel gelegd. Dit verschil is groot vergeleken met 50e percentiel. 

    3. Achterblijven op bepaalde vaardigheid is niet altijd alarmsignaal, moet naar het hele gedragsbeeld kijken. 

    4. Normen zijn niet altijd toepasbaar op elke cultuur

    5. Normen kunnen verouderd zijn

    6. Score hangt samen met de context waarin iemand zich bevindt
  • Type onderzoeksinstrument

    Instrumenten stellen verschillende normen voor het aannemen van hypothese 
    Communicatiegericht (Communication-referenced): Beschrijving vh gedrag
    - interviews, observaties, projectietests


    Criteriumgericht (criterion-referenced): gedrag vergeleken met vooropgestelde criteria
    - Geen vergelijking met leeftijdsgenoten, maar kijken of zijn eigen doelen zijn behaald. Individuele vooruitgang op vaardigheden goed te meten. 

    Hybride instrument: zowel criterium als normgericht informatie opleveren. 

    Normgericht (norm-referenced): empirisch vastgestelde statistische normen
  • Soorten diagnostische informatie
    Questoinnaire-data (Q-data): zelfbeschrijvingen en vragenlijsten


    Test-data (T-data): observaties van reacties op taken/opdrachten (experiment bijv)

    Life record-data (L-data): observaties v gedrag in natuurlijke situaties

    *Geen enkel instrument is gebonden aan een specifieke fase vd regulatieve cyclus*
  • Bronfenbrenner bio-ecologische model
    Maakt deel uit van het systeemperspectief

    Maakt onderscheid tussen:
    - microsystemen (school en gezin, directe contact)
    - mesosystemen (contact school en gezin met elkaar)
    - Exosystemen (economie en politiek)
    - macrosystemen (drie systemen bij elkaar)
    - Chronosysteem (tijd)
  • Balansmodel

    Empowerment (hulpverlener moet zichzelf overbodig maken, hulpvrager heft in eigen handen), veerkracht, protectieve factoren begrippen die vooraf gingen aan ontwikkelen van balansmodel.


    Draaglast en draag kracht zijn belangrijke begrippen. 
  • Cumulatief risico
    Opeenstapeling risicofactoren
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Neuropsychologische testbatterij
Iedereen krijgt dezelfde tests aangeboden. Serie taakjes. Probleem: tijdrovend, kostbaar, taken niet altijd voldoende gevalideerd, taak impurity Problem
Groepen kinderen in aanmerking voor neuropsychologisch onderzoek
Leerstoornissen (dyslexie, taal-spraakstoornissen)

Psychiatrische stoornissen en gedragsstoornissen (ADHD, Tourette syndroom, ODD)

Aangeboren en verworven hersenstoornissen (CP, hersentrauma, hersenbloeding)

Neuropsychologische stoornissen (hersentumor, epilepsie)
Fasen neuropsycholoisch onderzoek
1. Verhelderen doelstelling
2. Dossieronderzoek
3. Anamnese
4. Formuleren onderzoeksvragen
5. testonderzoek
6. Integrale beschrijving en interpretatie onderzoeksgegevens
Neuropsychologisch onderzoek als:
- Ontwikkelingsproblemen
- Hersenschade
- Evaluatie behandeling
- Evaluatie vd ontwikkeling
- Ondersteuning v keuzen in opvoeding en beroepskeuze bij kinderen met een problematische ontwikkeling. 


- achteruitgang cognitief functioneren(regressie)
Witte en grijze stof
Witte stof = verhoogd snelheid v verbindingen (maat voor myelinisering)
grijze stof  = maat voor synapsdichtheid en aantal dendrieten
Pruning
Overproductie synaptische verbindingen, niet alle blijven bestaan --> wegsnoeien v grote aantallen synaptische verbindingen /synapseliminatie
Diagnostiek neuropsychologie bij kinderen
- zoekt verklaringen
- uitspraken over onderliggende cognitieve processen
- kan bestaan v hersenbeschadiging/dysfunctie niet aantonen
- kan geen uitspraak doen over exacte locatie dysfunctie
Ontwikkelingsneuropsychologie
De ontwikkelingsneuropsychologie of kinderneuropsychologie houdt zich bezig met het bestuderen vd relatie tussen hersenen en gedrag bij kinderen en adolescenten binnen dynamische context vh ontwikkelende brein

Klinisch kinderneuropsychologi richt zich op het leggen v verbanden tussen !problematisch of afwijkend gedrag en disfuncties vd ontwikkelende hersenenen bij kinderen
Plasticiteitstheorie en kwetsbaarheidstheorie
plasticiteitstheorie: De gevolgen v lokale schade zijn de eerste levensjaren betrekkelijk gering

Kwetsbaarheidstheorie: De gevolgen v diffuse schade is in eerste jaren veel groter dan in volwassenheid 
Growing into deficit
De gevolgde v vroege hersenbeschadiging kunnen veel later pas openbaren