Summary Diagnostiek, leerlingbegeleding, kind en context

-
272 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Diagnostiek, leerlingbegeleding, kind en context

  • 2.1 Theoretische en empirische achtergrond

  • Definitie van rekenen:
    Een proces waarin een realiteit wordt geordend of herordend met behulp van op inzicht berustende denkhandelingen, welke onderling in principe is te kwantificeren en die toelaat om er (logische) operaties op uit te voeren dan wel uit af te leiden.
  • Bij rekenen wordt een beroep gedaan op
    Oplosvaardigheden
    informatievewerking (korttermijngeheugen, feiten ophalen uit lange termijngeheugen)
  • Hoe wordt de rol van de omgeving gedfinieerd bij het leren rekenen?
    Mediatie
  •  Wat is een informatieverwerkingsmodel? Hoe speelt dit zich af?
    Dit beschrijft de veronderstelde processen bij het verwerken van informatie en bij eventuele problemen daarin. Dit speelt zowel successief (na elkaar) als simultaan (gelijktijdig) af.
  • Hoe verloopt dit informatieverwerkingsmodel simpel gezien?
    Sensorische info --> korte termijngeheugen --> werkgeheugen (er wordt iets mee gedaan) --> info uit lange termijn geheugen nodig of extra opgeslagen daar --> uitkomst
  • Welke twee dingen beïnvloeden elkaar transactioneel waarbij omgeving een mediërende rol vervult?
    Psychosociaal functioneren en leerprestaties
  • 2.2 Rekenproblemen en dyscalculie

  • Welke dingen uit de informatieverwerkingstheorie zien we minder ontwikkelt bij de kinderen met leerproblemen?
    • Zwak werkgeheugen
    • Moeilijk oproepen kennis uit het langetermijngeheugen
    • minder efficiënte opslag in het lange termijn geheugen
  • Wat zien we beide terug in de definitie van dyscalculie?
    Feitenkennis als toepassing van feitenkennis.
  • Wat zijn de DSM-V criteria voor een specific learning disorder?
    Vroeg optredende en hardnekkige leerachterstand, specifiek, niet verklaarbaar door andere stoornissen. Niet toe te schrijven aan omgevingscondities.
  • Welke eisen worden er door het NL'se protocol dyscalculie: diagnostiek voor gedragsdeskundigen gesteld aan de diagnose?
    Een achterstand, zowel tov leeftijdsgenoten als tov eigen cognitieve mogelijkheden.
    een didactische resistentie (hardnekkigheid van de problemen ondanks goede hulp).
  • Op welke vlakken zien we problemen bij leerlingen met dyscalculie?
    • Declaratieve kennis: automatiseringstekorten
    • Procedurele kennis: moeite met het uitvoeren van procedures
    • Visueel-ruimtelijk gebied: problemen met meetkunde en kloklezen, geen getallen op de getallenlijn kunnen plaatsen.
    • Getallenkennis: tekort aan inzicht in het getallensysteem. 
  • 2.3 Implicaties voor diagnostiek

  • Wanneer spreken we van een hiaat in voorkennis?
    Als er specifieke uitval ten opzichte van de overige aspecten van de cogniteive ontwikkeling is ten opzichte van een vergelijkingsgroep.
  • 2.4 Selectie van diagnostische middelen

  • Wat speelt vanuit een formele invalshoek een rol bij de keuze voor een diagnostisch instrument?
    Onderscheid maken obv de soort vraag (verklarend, onderkennend, indicerend)
  • Vanuit een inhoudelijke theorie speelt bij de keuze voor een instrument bij rekenproblemen mee dat..
    We al weten dat dingen in de informatieverwerking een rol spelen en we dat dus kunnen uitzoeken.
  • Wat zijn logische onderkennende vragen als het gaat om rekenproblematiek?
    Hoe ernstig is het probleem? Is er sprake van dycalculie? Is er sprake van co-morbiditeit?
  • Wat zijn logische verklarende vragen als het gaat om rekenproblematiek?
    Waarom komt kennis niet tot stand?
    Waarom is dit probleem hardnekkig?
    Waarom blijft de automatisering zo achter bij het inzicht?
    Worden de rekenproblemen versterkt door de methode?
  • Welke logische vragen voor indicatie kunnen bij rekenproblemen gesteld worden?
     Wat is de beste school voor deze leerling?
    Is methode .. Geschikt voor dit probleem?
    Wat is een haalbaar interventiedoel voor de rest van het jaar?
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waar wordt vaak een verklaring voor een laag zelfconcept gezocht?
In de thuissituatie, het opvoedingsklimaat.
Als er gekeken wordt naar verklaringen voor een laag zelfconcept dan moet de diagnosticus eerst kijken naar..
De domeinen waarin het zelfconcept problematisch is.
Hoezo is het multidimensionale aspect van zelfconcept van belang in de intake- en strategiefase?
In deze fasen kan al een inschatting gemaakt worden op welke domeinen een kind zich laag inschat.
Wat maakt een gesprek met ouders en/of leerkrachten lastig bij het zelfconcept?
Het is erg subjectief, het moet eigenlijk vooral gepeilt worden bij het kind zelf.
Het zelfconcept kan in het hele diagnostisch proces aan de orde komen. Leg uit hoe dit aan bod kan komen als diagnostische vraagstelling.
Er kan sprake zijn van een verklarende vraag bijvoorbeeld of dit de verklaring van gedrag of slechte schoolresultaten is. Ook onderkennend zou kunnen als gekeken wordt naar depressie waarbij een negatieve evaluatie van de zelf een van de manifestaties is.
Waarom zou een preventief, periodieke screening logisch zijn voor het zelfconcpet
Omdat het stimuleren van een positief zelfconcept een belangrijke doelstelling is in het onderwijs.
Waarom is het verband met externaliserende gedragsproblemen en zelfconcept niet zo duidelijk?
Omdat ze enerzijds veel negatieve feedback krijgen maar anderzijds ook weer vaak schuld buiten zichzelf leggen
Welke vorm van gedragsproblemen is nauw verbonden met een laag zelfconcept
Internaliserende gedragsproblematiek
Wat zien we bij kinderen met leerproblemen?
Wel een lager academisch zelfconcept, maar geen lager algemeen zelfconcept.
Wat bedoelen we met 'big-fish-little-pond'?
Kinderen in een klas met een laag gemiddelde denken beter over eigen prestaties dan kinderen in een klas met een hoog gemiddelde. Het is dus maar net waar je het mee vergelijkt.