Summary Diagnostiek van alledaagse klachten

ISBN-13 9789036811545
287 Flashcards & Notes
18 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Diagnostiek van alledaagse klachten". The author(s) of the book is/are . The ISBN of the book is 9789036811545. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Diagnostiek van alledaagse klachten

  • 7 Moeheid

  • Moeheid volgens stressmodel
    Disbalans tussen iemands draaglast en draagkracht.
  • Overschrijding van draagkracht, soms gesproken van
    Surgemange (overspanning)
  • Surmenage klachten
    • moeheid
    • lusteloosheid
    • prikkelbaarheid
    • slapeloosheid
    • hoofdpijn
    • concentratieproblemen
    • duizeligheid
    • gejaagdheid
    • gespannenheid
    • emotionele labiliteit
  • Fysiologische moeheid
    Heeft een duidelijke relatie met belastende omstandigheden die passen bij het gewone leven en reageert goed op rust en slaap.
  • Pathologische moeheid
    Wordt verklaard door een specifieke diagnose, groot deel blijft onverklaard.

  • Somatische aandoeningen die kunnen zorgen voor moeheid:
    • Infectieziekten (pfeiffer, CMV, COVID, tbc)
    • Cardiovasculair
    • Gastro-intestinaal
    • bewegingsapparaat
    • hematologische aandoeningen (anemie)
    • hormonale stoornissen (DM, hypothyreoïdie)
    • metabole stoornissen
    • neuromusculaire aandoeningen
    • bijwerkingen geneesmiddel
    • tekort aan nutriënten
  • Hb waarden moeheid
    < 6.5 mmol/L
  • Psychische en sociale problemen
    • Depressie
    • Angst
    • Middelengebruik
    • Slaapstoornis
  • Depressie
    • Sombere stemming
    • minder plezier in het leven
    • verminderde/verhoogde eetlust
    • denken aan zelfdoding
    • slapeloosheid
    • moeheid 
    • concentratieproblemen
  • Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS)
    Hoofdcriteria: vermoeidheid die
    • herhaaldelijk terugkeert of duidelijk begin heeft
    • niet het resultaat is van voortdurende belasting
    • niet duidelijk minder wordt door rust
    • een aanzienlijke afname van vroegere activiteitsniveau tot gevolg heeft

    Nevencriteria: (ten minste 4)
    • verminderd kortetermijngeheugen of concentratievermogen
    • keelpijn
    • gevoelige cervicale/axillaire lymfeklieren
    • spierpijn
    • pijn in gewrichten zonder zwelling/roodheid
    • hoofdpijn nieuw qua ernst/vorm/duur
    • slaap waar patiënt niet van uitrust
    • malaisegevoel na inspanning > 24 uur aanwezig
  • Patiënten < 40 jaar: moeheid is vaak
    Bovenste luchtweginfectie
  • Ouderen > 75 jaar
    Verhoogde apriorikans op een ernstige somatische aandoening als maligniteit
  • Red flags moeheid
    • Maligniteit uitvragen
    • Moeheid bij inspanning?
    • Familie anamnese
  • Yellow flags moeheid
    • Sombere gedachten
    • In bed blijven liggen/geen plezier
  • Lab moeheid:
    • BSE
    • Hb
    • TSH, vrij T4
    • Glucose
    • Leuko's en differentiatie
    • Creatinine (bij ouderen)
    • ALAT (bij gering vermoeden op leveraandoening)
    • urine: nitriet, sediment, ery's, leuko's
  • Moeheid anamnese


    Aard:
    • moeheid vs sufheid
    • moe bij inspanning? (somatisch of CVS)
    • aantal uren slaap? Kwaliteit van slaap?


    Intensiteit:
    • mate van belemmering in dagelijks leven


    Tijdsbeloop:
    • duur (> 6 mnd --> CVS)
    • plots of geleidelijk
    • uitlokkende factor? (Stressvolle periode)
    • helpt slaap?
    • Neemt moeheid toe of af in loop van de dag?
      • Toename = somatisch
      • Afname = depressie 


    Context:
    • nagaan fysieke, mentale, emotionele, sociale belasting


    Beïnvloedende factoren:
    • medicijngebruik, alcohol, etc


    Bijkomende klachten:
    • koorts, nachtzweren, verminderde eetlust, vermagering, veranderd defecatiepatroon. (infectie of maligniteit?
  • Andere relevante bevindingen:

    • dyspnoe d'effort, nachtelijke dyspnoe of oedemen (hartfalen)
    • proximale spierpijn of stijfheid 
    • Dorst en veel plassen
    • gejaagdheid, hartkloppingen, vermagering = hyperthyreoidie
    • gejaagdheid en hartkloppingen = angststoornis
    • traagheid, aankomen, koud hebben = hypothyreoïdie 
    • spierzwakte = somatische oorzaak
    • sombere stemming, gewichtsverlies/toename = depressie
  • Belangrijkste labonderzoek:
    • BSE
    • Hb
    • Glucose
    • TSH (verhoogd --> vrij T4)


    ouderen: urine 
  • Waarom lichamelijk onderzoek bij geen verdenking op somatische klachten?
    • bijdrage aan zekerheid dat belangrijke somatische aandoeningen zijn uitgesloten
    • de patiënt voelt zich serieus genomen
    • goed argument om aanvullende diagnostiek achter wege te laten
    • makkelijk uitvoerbaar
    • goedkoop
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welk aanvullend onderzoek kan van waarde zijn?
Allergie onderzoek, bloedafname op IgE/RAST-test/ huidtest
Licht toe wat de verschillende PROVOKE parameters betekenen
P: versch.vormen van eczeem hebben soortspecifieke voorkeurslokalisatie
R: onderlinge samenhang van de laesies, bv confluerend (samenvloeiend), gegroepeerd, folliculair
O: omvang in cm
V: typische vorm zoals annulair (ringvormig), polygonaal (in veel richtingen)
O:  begrenzing bedoeld, zoals scherp of onscherp begrensd
K: kleur is roder in acute fase en bleker bij chron. eczeem
E:  elementen die samen de huidaandoening vormen (Primaire efflorescenties zijn de eerste en meest kenmerkende elementen van een huidaandoening, zoals maculae, papels en vesikels, te vinden bij een atopisch eczeem in een acuut stadium).
Waar staat de term PROVOKE voor als instrument voor huidinspectie?
 Plaats, Rangschikking, Omvang, Vorm, Omtrek, Kleur, Efflorescenties.
Wat maakt de anamnese belangrijk?
Je kunt dan de duur van het eczeem , uitlokkende factoren en aanwezigheid van jeuk uitvragen
Waarom is de voorgeschiedenis belangrijk?
De belangrijkste factor in de voorgeschiedenis is een atopische constitutie (astma, atopisch eczeem en allergische rinitis)
Waarom speelt leeftijd belangrijke rol bij eczeem diagnosticeren?

  • Contacteczeem komt op alle leeftijden veel voor.

  • Bij eczeem op de zuigelingenleeftijd is kort na de geboorte de kans op seborroïsch eczeem het grootst, bij het ontstaan in de 3e maand atopisch eczeem.

  • Bij het ontstaan op kinderleeftijd is de kans op atopisch eczeem het grootst; ook juveniele plantaire dermatose en pityriasis alba worden in deze leeftijdsgroep relatief vaak gezien.

  • In de puberteit komt atopisch eczeem nog steeds veelvuldig voor, maar er moet ook gedacht worden aan allergisch contacteczeem. Soms wordt pityriasis alba gezien.

  • Op volwassen leeftijd neemt de kans op dyshidrotisch eczeem toe.

  • Indien bij ouderen eczeem ontstaat, is de kans op hypostatisch en asteatotisch eczeem groter dan op andere leeftijden.
Wat kenmerkt acuut , subacuut en chronisch eczeem?
Acuut eczeem wordt gekenmerkt door een polymorf beeld van erytheem, oedeem, papels en vesikels, soms nattend. In het subacute stadium neemt de polymorfie af, wordt de huid droger en ontstaat er meer schilfering. In de chronische fase neemt het erytheem af, wordt de huid dikker en ontstaan er kloven.
Wat is de prevalentie van atopisch eczeem?
 3–10 % op kinderleeftijd 
1–3 % op volwassen leeftijd 
Welke vormen van eczeem zijn er?
Atopisch
seborroïsch
numulair
hyposthatisch
allergisch/contacteczeem
Dyshidrotisch
Tylotisch (hyperkeratotisch)
asteatotisch
Lichen simplex
pityriasis alba
juveniele plantaire dermatose
intertrigineus
Wat zijn soortspecifieke voorkeurslokalisaties?
  • handen: allergisch contacteczeem, ortho-ergisch contacteczeem, dyshidrotisch eczeem, atopisch eczeem;
  • onderbenen: hypostatisch eczeem, asteatotisch eczeem, atopisch eczeem;
  • voeten: dyshidrotisch eczeem, juveniele plantaire dermatose, tylotisch eczeem, atopisch eczeem;
  • huidplooien: seborroïsch eczeem, intertrigineus eczeem;
  • extremiteiten: atopisch eczeem, lichen simplex, nummulair eczeem (symmetrisch);
  • gelaat: atopisch eczeem, seborroïsch eczeem, allergisch contacteczeem, pityriasis alba.