Summary Dierenvoeding 1

-
307 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Dierenvoeding 1

  • 1 Droge of verse stof

  • Verschil watergehalte in verschillende dierenvoeders. Hooi -> 10% water, vers gras -> 80% water.
  • Commerciële voeders katten: blikvoeding -> 75% water, droge korrels -> 7% water.
  • Water verdunt andere voedingstoffen, per eenheid zal er minder energie, vetten enz inzitten. Hoe meer water -> hoe minder voedingstoffen.
  • Hoe zorgen we ervoor dat dieren voldoende energie en voedingstoffen binnenkrijgen?
    De aanbevelingen van voedingstoffen voor dieren worden gecompenseerd voor verdunningsfactor water.
  • Hoe gebeuren de aanbevelingen voedingstoffen?
    De aanbevelingen gebeuren vaak op droge stof basis. Droge stof: voeder waar AL het water is uitgehaald.
  • Wat is droge stof?
    Voeder waar alle water is uitgehaald.
  • VB: Aanbeveling Zebra
    Een zebra moet per dag 2,5 % van zijn lichaamsgewicht krijgen (ruwvoeder voordrooggras (60% droge stof, 40% water) of hooi (90 % droge stof, 10 % water) -> Aanbeveling op droge stof basis.
    Zebra 260 kg -> 2,5 % van 260 -> 6,5 kg ruwvoeder nodig op droge stof.
    Als hooi wordt gegeven moet er 7,2 hooi gevoederd worden (6,5/0,9 = 7,2)
  • Wat is verse stof?
    Wat je geeft in realiteit is nooit helemaal droog en dat noemt men verse stof. Het hooi of voordroog dat je voedert is verse stof.
  • 1.1 Weende analyse

  • Wat is de Weende analyse?
    Ruwe analyse die elk voeder opdeelt in 6 fracties
  • Wat zijn de 6 fracties van de Weende analyse?
    Vocht, ruw eiwit (RE), ruw vet (RV), ruwe celstof (RC), ruwe as (RA), overige koolhydraten (OK, OKH)
  • De 5 fracties van de Weende analyse (vocht, ruw eiwit, ruw vet, ruwe celstof, ruwe as zijn steeds zichtbaar op het voederetiket. 
    Koolhydraten moeten zelf berekend worden.
  • Hoe worden de overige koolhydraten (OKH, OK) berekend?
    OKH%= 
    100 - (VOCHT%+RE%+RV%+RC%+RA%)
  • Wat is de som van de 6 fracties?
    100
  • Ruw eiwit, ruw vet, ruwe celstof, ruwe as en overige koolhydraten behoren tot droge stof.
  • Als je wil weten hoeveel vocht er in de voeding zit dan doe je 100 - DS (droge stof)
    Als je wil weten hoeveel droge stof er in de voeding zit dan doe je 100-Vocht.
  • Wat zijn ruwe as?
    Mineralen
  • Als er minder dan 14 % vocht in de voeding zit dan is het niet wettelijk verplicht om dit te vermelden op de verpakking.
    Staat het vochtpercentage niet vermeld dan neem je 
    Katten : standaard 7% vocht
    Honden: standaard 9% vocht
    Andere dieren: standaard 10% vocht
  • Ruwe celstof en overige koolhydraten behoren allebei tot de koolhydraten
    Ruwe celstof: harde plantenvezels, materiaal die moeilijk door de enzymen verteerbaar is maar dit kan wel door planteneters verteerd worden.
    Vier vezels: cellulose, hemicellulose, lignine (verhouting van de plant) , cutine (verkurking van de plant)
  • Overige koolhydraten: suikers, zetmeel, een deel oplosbare vezels: pectines, gommen.
  • Als het niet op het etiket vermeld is dat het op droge stof staat dan gebruik je altijd verse stof!
  • De componenten van de Weende analyse vormen de basis om voeders te waarderen, te vergelijken en om voedingsbehoeftes an dieren in kaart te brengen.
  • Vocht: water, moisture
    Ruw eiwit: crude protein (CP)
    Ruw vet: crude fat, ether extract (EE)
    Ruwe celstof: crude fibre (CF)
    Ruwe as: crude ash (CA), AS, ASH, anorganic matter
    Overige koolhydraten: nitrogen free extract (NFE)
  • Elk voedermiddel wordt eerst gedroogd en gemalen. Alle verdere stappen gebeuren op een staal waaruit het water is weggehaald = DROGE STOF (DS) DRY MATTER (DM)
  • Het watergehalte van een voedermiddel wordt bepaald door een monster te laten drogen in een droogstoof tot er een constant gewicht bekomen wordt.
  • Het ruwe as gehalte van een voedermiddel wordt bepaald door het gedroogde monster te verbranden aan hoge temperaturen (>600 °C). Wat overblijft zijn:
    -> Mineralen: CA, P, Mg, P, Na, Cl
    -> Sporenelementen: Fe, Se, Cu, Mo, Zn
    -> Zand/aarde
  • Hoe wordt het ruw vetgehalte bepaald?
    Het monster wordt behandeld met ether en er wordt etherextractie uitgevoerd. De bestanddelen die oplossen in de ether vormen het ruwe vetgehalte.
  • Hoe wordt het ruw eiwitgehalte bepaald?
    Er wordt gebruik gemaakt van de Kjeldahl methode -> bepalen van stikstof (N) in het voeder.

    RE = N - gehalte x 6,25
  • Hoe wordt de ruwe celstof bepaald
    Het monster wordt gedroogd
    Het wordt behandeld met ether om het ruwe vet te verwijderen.
    Het wordt behandeld met zwavelzuur en natriumhydroxide om de aanwezige eiwitten, suikers en zetmeel te verwijderen.
    de restfractie wordt gedroogd (verwijderen watergedeelte), verast (verwijderen anorganische bestanddelen) en gewogen.
  • Wat is de organische stof (OS) van een voedermiddel?
    Het droge stofgehalte van het product mijn het percentage ruwe as.

    OS % = DS % - RA %
               = VS % - VOCHT % - RA %
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Prebiotica?
Niet verteerbare complexe koolhydraten die de groei van een of meerdere soorten bacteriën in de dikke darm stimuleren.
Probiotica?
Zorgen voor een ongunstige zuurtegraad voor pathogenen. Het dier heeft hierdoor een betere weerstand
Voordelen pro en prebiotica?
-voorkomen van spijsverteringsstoornissen
-verbetering van de algemene gezondheidstoestand
-minder diarree, minder uitval
-betere zoötechnische resultaten
Enzymen?
Biokatalysatoren, eiwitmoleculen die het mogelijk maken dat chemische reacties binnen levende organismen gecontroleerd kunnen verlopen.
Organische zuren?
Lagere zuurtegraad van het voeder waardoor de conservering stijgt. Ze kunnen ook de ontwikkeling van bepaalde bacteriën en schimmelstammen remmen. Zowel in het voeder als in het dier.
Groeibevorderaars?
Voor een betere voederbenutting en verbetering productiviteit.
Mineralen
Twee categorieën: de minerale stoffen (grondstoffen) en de sporenelementen (toevoegingselementen). Onderscheid tussen beide groepen is een combo van twee factoren: het inmengingspercentage en de functionaliteit. Sporenelementen worden op ppm niveau toegevoegd, macromineralen worden in kg/ton ingemengd.
nutritionele toevoegingsmiddelen
Onmisbare schakels voor het optimaal functioneren. Alle vitaminen worden in de nodige hoeveelheden toegevoegd aan het voeder
Carotenoïden?
Afgeleid van caroteen, aanwezig in wortelen. Dieren zijn niet in staat op carotenoïden aan te maken, deze nemen ze op via het voedsel. 
Een van de belangrijkste plaatsen waar carotenoïden worden afgezet: eierdooiers, roze zalm
Kleurstoffen?
Stoffen die aan een diervoeder kleur geven, stoffen die een effect hebben op siervogels en vissen.