Summary Disorders of Childhood Development and Psychopathology

-
ISBN-10 1285096061 ISBN-13 9781285096063
289 Flashcards & Notes
8 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Disorders of Childhood Development and Psychopathology". The author(s) of the book is/are Robin Hornik Parritz. The ISBN of the book is 9781285096063 or 1285096061. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Disorders of Childhood Development and Psychopathology

  • 1 Introduction

  • Wat zijn 3 verschillende methodes om te bepalen of bepaald gedrag abnormaal / psychopathologisch is?
    • Statistische afwijkingen: te laag of te hoog scoren op bepaald gedrag, op basis van test / vragenlijst.
    • Socioculturele normen: je houden aan de verwachtingen van de groep over wat acceptabel gedrag is. (bv. barrière als ouders niet willen erkennen dat er een psychologisch probleem is).
    • GGZ definities: gebaseerd op theoretische of klinische definities over de mate van distress / dysfunction.
  • Wat zijn de definities van psychopathologie en ontwikkelingspsychopathologie?

    Psychopathologie = Intense, regelmatige en/of aanhoudende afwijkende emoties, cognities en gedrag.
    Ontwikkelingspsychopathologie = Benadrukt dat afwijkende patronen optreden in de context van normale ontwikkeling en kunnen leiden tot huidige en toekomstige problemen bij baby’s, kinderen en adolescenten.
  • Wat wordt er bedoeld met de prevalence en incidence bij het voorkomen van psychopathologie?
    Prevalence = proportie vd populatie met de stoornis
    Incidence = de snelheid waarmee het aantal zieke mensen stijgt

    Ongeveer 13% van alle kinderen tussen 8 en 15 heeft een psychische stoornis.
  • Wat zijn 3 soorten obstakels waardoor mensen geen gebruik maken van GGZ zorg en noem er voorbeelden bij?
    • Structureel (lange wachtlijsten; hoge eigen kosten)
    • Percepties over psychologische problemen (ontkenning; idee dat het vanzelf wel over gaat)
    • Percepties over GGZ en jeugdzorg (weinig vertrouwen in systeem; eerdere negatieve ervaringen)
  • Wat is een groot nadeel van waarde-oordelen (bv. diagnostisering)?
    Kans op stigmatisering:
    • Kinderen: bang om afgewezen te worden
    • Ouders: schaamte / schuldgevoel / angst

    Gevolg: gebrek aan respect + slechte toegang tot hulp
  • 2 Models of child development, psychopathology and treatment

  • Wat is het verschil tussen continue en discontinue verklaringsmodellen bij psychopathologie?
    Continue
    • Er is een graduele overgang van normaal naar abnormaal gedrag
    • Kwantitatieve verschillen in gedrag: de een vertoont ergere symptomen dan de ander

    Discontinue
    • Je vertoont wel of niet bepaald abnormaal gedrag, emoties of cognities. 
    • Kwalitatieve verschillen in gedrag: je hebt bepaalde problemen wel of niet.
  • Welke 6 verschillende theoretische modellen zijn er over hoe psychopathologische problemen ontstaan (en welke 3 categorieën zijn er)?
    Biologische modellen:
    • Fysiologische modellen

    Psychologische modellen:
    • Psychodynamische modellen


    • Gedrags- en cognitieve modellen
    • Humanistisch modellen
    • Gezins- of systemische modellen

    Sociale modellen:
    • Sociocultureel modellen
  • Wat zeggen de fysiologische modellen over het ontstaan van psychopathologie en wat is het diathesis-stress model?
    Problemen zijn structureel, biologisch en/of chemisch. Er wordt gekeken naar hoe genen / omgeving invloed hebben op de ontwikkeling van de hersenen + neurale plasticiteit (nature/nurture).

    Kwetsbaarheid-stress model:
    • Diathese: fysiologische kwetsbaarheid zoals structurele schade of chemische / genetische fouten
    • Stress: fysiologisch of vanuit omgeving
     > combi van deze 2 leidt tot de ontwikkeling van een stoornis.
  • Wat zeggen de psychodynamische modellen over het ontstaan van psychopathologie (op welke 4 punten focussen ze zich vooral) en wat is het fixatie-regressie model?
    • Onbewuste cognitieve, affectieve en motivationele processen.
    • Mentale representaties van zichzelf en anderen.
    • De betekenis van individuele subjectieve ervaringen.
    • De oorzaken van normale of abnormale persoonlijkheid in de kindertijd.

    Fixatie-regressie model: Deze stelt dat als je niet slaagt in je ontwikkeling, dat je vast komt te zitten in je verleden (bv. conflicten / trauma's). Dit kan psychopathologie veroorzaken. D.m.v. psychotherapie kunnen deze onbewuste trauma's aan het licht worden gebracht.
  • Op welke 4 onderwerpen focusten klassieke psychodynamische modellen zich vooral (o.a. Freud)?
    • De invloed van onbewuste processen op de ontwikkeling
    • Psychologische conflicten: id, ego, superego
    • 3 stages van ontwikkeling
    • De invloed van (wel of niet succesvolle) oplossingen voor de uitdagingen behorende bij de stages.
  • Wat zeggen gedrags- en cognitieve modellen over het ontstaan van psychopathologie? Wat zijn 3 klassieke gedragsmodellen en welke 3 aanvullingen hebben de huidige cognitieve modellen daarop?

    Klassieke gedragsmodellen alleen gefocust op dat normale en afwijkende gedragingen aangeleerd zijn (S > R).
    • Klassieke conditionering
    • Operante conditionering
    • Observationeel leren

    Huidige cognitieve modellen ook gefocust op cognitieve processen + mentale ontwikkeling + interactie emoties en omgeving (S > C > R).
  • Wat is het neoconstructivistisch model (cognitief model)?
    Focus op evolutionaire context + het leren van ervaringen
  • Wat zeggen de humanistische modellen over het ontstaan van psychopathologie en wat houdt positieve psychologie in?
    Er is een aangeboren motivatie voor gezonde groei > zelf-actualisatie. Dit kan verstoord worden door onderdrukking van natuurlijke gedragingen van het kind om zichzelf te ontwikkelen (bepaalde vaardigheden / talenten) > psychopathologie.
    • Gerelateerd aan zelfontwikkeling, welzijn en positieve psychologie (= nadruk op geluk, creativiteit en actualisatie).
  • Wat zeggen de gezins- of systematische modellen over het ontstaan van psychopathologie?
    Begrijpen van persoonlijkheid en psychopathologie van het kind op basis van gezinsdynamiek (bv. opvoeding / link tussen stoornis ouder-kind). Diagnostiek en behandeling richt zich op het kind binnen de gezinssetting.
    • Het bekijkt de gedeelde (shared) en niet‐gedeelde (nonshared) omgeving van gezinsleden: bv. andere leeftijd / geslacht / temperament leidt tot andere behandeling van ouders.
    • Vaak worden ook andere subsystemen als peers meegenomen.
  • Wat zeggen de socio-culturele modellen over het ontstaan van psychopathologie
    Nadruk op de invloed van sociale context + cultuur (inclusief gender, etniciteit en socio-economische status) aan de hand van ecologische modellen.
    • Bv.: verhoogde kwetsbaarheid van achtergestelde groepen als vrouwen, allochtonen, arme wijken. 
  • Wat geeft het Bronfenbrenner model weer (Sociocultureel model)?
    Het geeft de verschillende ecologische modellen weer: De ontwikkeling van kinderen vindt plaats in multiple settings, milieus en systemen. Bv. thuis, school, de buurt waarin je woont.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe hebben gedragsproblemen en depressie invloed op middelenmisbruik (kindfactoren)? + Wat zegt het cognitive-deficits model over de ontwikkeling van veel gebruik tot een verslaving (fysiologisch + cognitief model)?
  • Het zijn risicofactoren voor zelf-medicatie: drugsgebruik om psychische problemen te verbeteren.
  • Cognitive-deficits model: langdurig drugsgebruik leidt tot veranderingen in de prefrontale cortex, wat leidt tot slechter beoordelingsvermogen, beslissingsvermogen en impulscontrole.
Wat zijn 7 kind-risicofactoren voor het ontstaan en instant houden van eetstoornissen?
o Persoonlijkheidskenmerken:
  • Perfectionisme: obsessie voor dun lichaam
  • Temperament
  • Neuroticisme: negatieve emotionaliteit en emotie disregulatie
  • Impulsiviteit
  • Gevoelig voor stress
  • Harm avoidance: vermijding van straf
o Geschiedenis van psychopathologie
Wat zijn 5 biologische risicofactoren voor het ontstaan en instant houden van eetstoornissen (2 genetisch + 3 fysiologisch)?
Genen
  • Erfelijkheid: vooral anorexia, bulimia. (Bij binge eating gaat het vooral om gen-omgevingsinteractie.)
  • Geslacht: meisjes
Fysiologisch: 
  • Abnormale activiteit prefrontale en temporale cortex
  • Dysregulatie serotonine / dopamine systeem
  • Problemen met allostase: dysregulatie beloningssysteem + stressregulatiesysteem
Wat zijn 3 mogelijke manieren om iemand te behandelen?
  • Outpatient
  • Inpatient: meestal als outpatient niet werkte; bij comorbide psychopathologie; bij suïcidaliteit; bij ernstige afkickverschijnselen. 
  • Day treatment programs


> Er zijn individuele behandelingen mogelijk, maar ook familie en groepsbehandelingen.
Hoe hebben ouders en leeftijdsgenoten invloed op druggebruik?
  • De verwachtingen en gedragingen van ouders hebben grote invloed op adolescenten
  • Leeftijdsgenoten die drugsgebruik oké vinden zijn vooral van invloed in de puberteit.
Op welke 5 hersengebieden heeft cannabis het meeste effect (meeste cannabinoid receptoren) en welke functie hebben deze gebieden?
  • Cerebellum: bewegingscoördinatie
  • Hippocampus: leren en geheugen
  • Cerebrale cortex (vooral cingulate, frontale en pariëtale): hogere cognitieve functies
  • Nucleus accumbens: beloning
  • Basale ganglia: bewegingscontrole

Verder: zie afbeelding
Wat houden de gateway hypothese, het common factors model en ontwikkelingscascade modellen in?
  • Gateway hypothese: het gebruik van middelen als alcohol of marijuana werken als 'gateway' voor hard drugs zoals cocaïne of methamphetamines. Nicotine zou weer een gateway drug zijn voor marijuana.
  • Common factors model: gaat er vanuit dat er een non-specifieke neiging is om drugs te gebruiken. Die neiging wordt bepaald door de mogelijkheden om drugs te gebruiken en het daadwerkelijke gebruik bij zo'n mogelijkheid. Gedeelde individuele en sociale factoren (bv. sociale normen) dragen bij aan het gebruik en misbruik van middelen.
  • Ontwikkelingscascade modellen: verschillende risicofactoren zorgen ervoor dat het gebruik steeds erger wordt. Continue transacties > misbruik.
Wat zijn de 4 mogelijke ontwikkelingspaden bij de meeste drugs (van onschuldig naar ernstig)?
  • Exposure (1x)
  • Experimenteren (een of enkele keren)
  • Regelmatig gebruik (sociaal gebruik, bv. op feestjes)
  • Misbruik en afhankelijkheid

Age of onset: vroege en late adolescentie meest kwetsbaar.
Vroeg middelenmisbruik is een risicofactor voor later middelenmisbruik.
Er zijn verschillende vormen van g x e interactie. Wat is het verschil tussen passieve, actieve en evocatieve correlatie?
  • Passief: kind ontvangt zowel genen als omgeving van ouders, bv. psychische ziekte + opvoeding.
  • Actief: kinderen met een verschillende achtergrond selecteren een verschillende omgeving (bv. verschillende schoolactiviteiten).
  • Evocatie: hoe kinderen zich gedragen (bv. antisociaal) heeft effect op hoe anderen op hen reageren (bv. afstandelijk).
Welke 3 dingen staan centraal bij motivational interviewing?
  • Motivationele psychologie
  • Cliënt gecentreerde therapie
  • Stages-of-change theorie