Summary Duizelingwekkend: Europese cultuur rond 1900

-
603 Flashcards & Notes
36 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Duizelingwekkend: Europese cultuur rond 1900

  • 1 Adel, burgers en arbeiders

  • Hoe keek Nederland aan tegen de toekomst rond 1900. Beschrijf drie invalshoeken.
    ZELFVERTROUWEN. ER waren veel zelfvertrouwde Nederlanders rond 1900 van mening dat er nog veel goeds in het verschiet lag. Zij zouden een Gouden Eeuw van wetenschap, kunst, cultuur en handel beleven die niet onderdeed voor de zeventiende eeuw. Nederlanders wonnen Nobelprijzen, hadden een groot koloniaal rijk, waren toonaangevende kunstenaars en durfden zelfbewust de wereld tegemoet te treden. 

    KONINGSHUIS NIEUWE STIJL. Religieuze, gewestelijke en politieke verschillen moesten overbrugd worden door Koningshuis nieuwe stijl. 

    HOOG, LAAG, MIDDENSTAND. Er was wel ‘hoog’ en ‘laag’ waarbij het woord burgerlijk een sleutelrol speelde. Aristocratie en patriciaat schrok als burgers hun gewoonten over gingen nemen. Er ontstond een middenstand waar de confessionele politieke partijen zich op richten. Kleine zelfstandigen werden als de ruggengraat van de maatschappij gezien. 
  • Kunt u uitleggen wat het vakgebied Cultuurwetenschappen inhoudt?
    Onze cultuurwetenschappelijke benadering is gericht op het doorgronden van menselijk handelen en de resultaten daarvan. Wat onze cultuurwetenschappers bindt, is dat zij culturele uitingen niet zozeer willen beschrijven als wel analyseren, in een bredere context plaatsen, verklaren, en onderlinge verbanden aan het licht willen brengen. 
  • Wat verstaan we onder cultuur?
    Cultuur is een vanzelfsprekend uitvloeisel van het menselijk leven, dat alles omvat wat door mensen gedaan en gedacht is. Cultuur is het geheel van gewoonten en gebruiken van een groep mensen op een gegeven tijd en plaats. Hoge en lage cultuur samen. 
  • Wat zijn de 6 thema's die we gaan bestuderen?
    1 Adel, burgers en arbeiders over hoe modernisering tot maatschappelijke veranderingen leidt.
    2 Mannelijkheid bedreigd over man – vrouw rollen en homoseksualiteit
    3 Hemelbestormers over de ontwikkeling van kunst
    4 Veranderend mensbeeld, filosofie in deze tijd. O.a. Nietszche
    5 Tijd en ruimte over de wetenschappelijke ontdekkingen
    6 Koloniale cultuur, wederzijdse invloeden.
  • Vat kort samen wat de motor achter de veranderingen was? En vat kort samen wat er toen gebeurde.
    GLOBALISEREING, bijvoorbeeld vlees uit Nieuw Zeeland en graan uit Canada waardoor het inkomen van de oude klasse van grondbezitters daalde en de macht verschoof van platteland naar stad. 

    INDUSTRIALISATIE. een nieuw soort mensen maakte opgang: ingenieurs, technocraten, intellectuelen, stadsbewoners.

    Snelle technologische veranderingen waren voedingsbodem voor kunstenaars. Nostalgie was een groot thema.    
  • 1.1 Peter Burke over cultuurgeschiedenis

  • Noem twee benaderingen van cultuurgeschiedenis
    VAN BINNENUIT: cultuurgeschiedenis als het ware van binnenuit in ogenschouw nemen, om te zien hoe opeenvolgende problemen en vraagstukken zijn behandeld of opgelost.
    VAN BUITENAF: een benadering van buitenaf, om te zien hoe het werk van cultuurhistorici in verband staat met de tijd waarin ze leven
  • Hoe is cultuurgeschiedenis ontstaan.
    Vanaf ongeveer 1780 werd het vak in Duitsland al beoefend als een meer integrale geschiedschrijving die zich richt op cultuur als 1 samenhangend verschijnsel, of op de cultuur van bepaalde regio’s en landen. De grote traditie. 
  • Beschrijf de vier fasen van de ontwikkeling van de cultuurgeschiedenis
    De eerste, de klassieke fase in de negentiende en begin twintigste eeuw, 
    de tweede fase, sociale kunstgeschiedenis uit de jaren 30, 
    als derde in de jaren 60 de geschiedenis van de volkscultuur
    de vierde de stroming die bekend werd als nieuwe cultuurgeschiedenis.
  • Wat was de klassieke cultuur geschiedenis
    1800 tot 1950 het klassieke tijdperk, de grote traditie, een tijd waarin de cultuurhistorici zich beperkten tot de geschiedenis van de klassieke oudheid en tot de klassieke ‘canon’ van meesterwerken uit de kunst, literatuur, filosofie, natuurwetenschappen enzovoort. 
  • Wat is hermeneutiek
    Hermeneutiek, de kunst van het interpreteren.
  • Hoe keek Huizinga aan tegen cultuurgeschiedenis
    Huizinga stelt dat het belangrijkste doel is om een beeld te geven van cultuurpatronen. De karakteristieke gedachten en sentimenten van een tijdperk beschrijven. En hoe je dat terug vindt in literatuur en beeldende kunst. Bestudeer thema’s, symbolen, sentimenten, gedragsnormen en gedragsvormen. Vormen = culturele regels. Die vorm begrijpen had hij nodig om bijvoorbeeld van Amerikaanse literatuur te genieten.
  • Wat zijn de voornaamste kenmerken (ik heb er 6) van de ‘klassieke’ cultuurgeschiedenis zoals de eerste generatie cultuurhistorici, bijvoorbeeld Jacob Burckhardt en Johan Huizinga, die beoefende?
    De voornaamste kenmerken van de klassieke cultuurgeschiedenis zijn:
    - Veel aandacht voor de klassieke canon; dus veel aandacht voor de klassieke oudheid, schilderijen, literatuur.
    - De klassieke cultuurhistorici plaatsten cultuuruitingen in een historische context om zodoende een beeld van een tijdperk te schetsen en uitspraken te doen over de tijdsgeest. 
    - In zekere zin was de eerste generatie cultuurhistorici al ‘interdisciplinair’, 
    - De eerste generatie cultuurhistorici schreef toegankelijke studies voor een breed publiek.
    - Cultuurgeschiedenis (destijds ook wel aangeduid als Geistesgeschichte) was in het begin hoofdzakelijk een Duitstalige aangelegenheid.  
    - Aanvankelijk werd cultuurgeschiedenis in het algemeen beschouwd als minder wetenschappelijk dan politieke geschiedenis, omdat deze laatste gebaseerd zou zijn op harde feiten en cultuurgeschiedenis op interpretaties.
     
  • Noem een verschil tussen Burckhardt en Huizinga.
    Burckhardt wilde bijvoorbeeld ‘het beeld van een gehele cultuur’ oproepen (p. 28) en Huizinga wilde ‘karakteristieke gedachten en sentimenten [beschrijven] van een tijdperk’ (p. 29).
  • Waar lieten de pioniers van de nieuwe cultuurgeschiedenis zich door inspireren?
    ANTROPOLOGIE. 

    MAATSCHAPPIJ ALS GEHEEL Zij meenden dat cultuur niet een historische laag is die geïsoleerd kan worden van andere lagen, zoals economie, maatschappij of politiek.

    DAGELIJKS LEVEN. Binnen de nieuwe cultuurgeschiedenis verwijst cultuur niet exclusief naar hogere cultuuruitingen, maar ook naar de cultuur van het dagelijks leven, denk aan gewoonten, waarden en levensstijl.

    De meeste tegenwoordige cultuurhistorici menen dat cultuur veelvormig is en in wisselwerking met tal van andere fenomenen.
  • Verklaar de relatief late opkomst van ‘de geschiedenis van de volkscultuur’.

    Voorheen was het bestuderen van dergelijke cultuuruitingen echter vooral een aangelegenheid van niet-historici, zoals antropologen en folkloristen.


    Hoewel pas in de jaren zestig van de twintigste eeuw historici de ‘volkscultuur ontdekten’, was het concept ‘volkscultuur’ al veel ouder.

    Nu begonnen academische historici (zoals Eric Hobsbawm en Edward Palmer Thompson) zich voor het eerst te interesseren voor de volkscultuur, en werd dit een serieus academisch onderzoeksgebied.

    Er was een duidelijke relatie tussen de bestudering van de geschiedenis van de volkscultuur en de marxistisch-geïnspireerde geschiedschrijving. Er kwam aandacht voor de lagere klassen en de maatschappelijke verhoudingen.

    Aldus werd nagedacht over een tegenstelling tussen volkscultuur (lage cultuur) en elitecultuur (hoge cultuur). Deze problematisering werd mede ingegeven door ontwikkelingen in andere disciplines zoals de cultural studies (culturele studies of cultuurwetenschappen).
  • Wat zijn de voornaamste kenmerken van de benadering van de cultuurgeschiedenis door de onderzoekers in deze tweede fase, zoals Weber, Elias, Warburg, Gombrich en Panofsky? Noem er twee.
    De onderzoekers van deze tweede fase legden de nadruk op terugkerende patronen en schema’s in de geschiedenis om zo de historische werkelijkheid te duiden.

    In deze tweede fase waren de onderzoekers verrassend vaak niet-historici. 


    Weber benaderde economische ontwikkeling vanuit een cultuurhistorisch perspectief. 

    Norbert Elias bestudeerde het langdurige ‘beschavingsproces’, oftewel de voortschrijdende zelfdiscipline als gevolg van maatschappelijke veranderingen. 

    Aby Warburg wilde bijdragen aan een brede 'Kulturwissenschaft' door het verleden te duiden in culturele schema’s; er werd voortgebouwd op diens ideeën door onderzoekers als Ernst Robert Curtius, Ernst Gombrich en Erwin Panofsky met hun nadruk op topoi en patronen.
  • Bij elke historische bron moet een onderzoeker kritisch te werk te gaan. Ongeacht of het gaat om teksten of beeldmateriaal, alle bronnen worden getoetst aan de hand van de ‘bronnenkritiek’.


    Op welke punten zou een onderzoeker moeten letten om zo objectief mogelijk een dergelijke bron te analyseren?
    Enkele van de meest gestelde vragen aan historische bronnen zijn:
         



    Stap 1: Wanneer en waar is de bron vervaardigd?
    Stap 2: Wie is de auteur van de bron?
    Stap 3: Wat is de functie van de bron?
    Stap 4: Tot wie richtte de auteur zich?
    Stap 5: Hoe betrouwbaar is de informatie in de bron?
  • Routine vragen historisch onderzoek OU oude stijl. Noem 9
    1. Is de bron authentiek?
    2. Wat voor soort bron is het?
    3. Door wie geschreven, aan wie, wanneer en waar? Waarneming of interpretatie?
    4. Was de schrijver ooggetuige? (een primaire bron?)
    5. Met welke bedoeling is het stuk geschreven?
    6. Begrijpen we het stuk zoals een tijdgenoot het begrepen zou hebben?
    7. Hoe betrouwbaar is de informatie in het stuk?
    8. Kan er sprake zijn van vervalsing uit politieke, pr, financiële motieven?
    9. Geeft de bron voldoende informatie?
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Kok betoogt dat de ontwikkelingen die door Blom worden beschreven, niet leidden tot een eenduidig geluid in het filosofische denken over de mens;
Grofweg waren er twee tegengestelde, maar gerelateerde denkrichtingen te onderscheiden.

- De eerste stroming bezong het menselijk vernuft. Het legde in toenemende mate de nadruk op rationaliteit en de ‘maakbaarheid’ van mens en cultuur

- De tweede stroming wees de menselijke rationaliteit juist scherp af, ten gunste van biologische en materiële eigenschappen, zoals instincten, het onderbewuste en de wil tot leven.
Wat is niet-euclidische meetkunde?
Niet-euclidische meetkunde is meetkunde waarbij het vijfde postulaat van Euclides (het parallellenpostulaat) niet wordt aangenomen. (vééél vragen nav hiervan..).
Wat is E=MC²?
De vergelijking E = mc2 betekent in feite dat massa m en energie E twee verschillende namen zijn voor dezelfde onderliggende grootheid. Het enige verschil tussen de twee is de constante c2 wat de snelheid van het licht in het kwadraat is.
Vervolg ontwikkeling nationale identiteit België. De historische mythologie kent gelijkende Vlaamse en Waalse verhalen. De vraag die ons nu bezig houdt is: op welke manier een totaal nieuwe gegeven, de uitbreiding van het land met een Belgische kolonie, in dit - intussen aloude en bijna vastgeroeste - Belgische zelfbeeld en nationale verhaal kon worden ingeschreven.
De historische mythologie kent gelijkende Vlaamse en Waalse verhalen. De vraag die ons nu bezig houdt is: op welke manier een totaal nieuwe gegeven, de uitbreiding van het land met een Belgische kolonie, in dit - intussen aloude en bijna vastgeroeste - Belgische zelfbeeld en nationale verhaal kon worden ingeschreven.

Het ging om een nieuw gegeven, waarvoor in de traditionele nationale geschiedenis dan ook niet meteen een voorafspiegeling aan te wijzen was. Toch waren er aanknopingspunten. De Belgen hadden zich altijd moedig tegen de onderdrukkers geweerd, er waren momenten van strijd afgewisseld met gelukkige episodes geweest. Dat waren in de regel periodes waarin het land werd geregeerd oor 'grote' vorsten, die het volk begrepen, de rechte van de inwoners respecteerden en dan ook op hun trouw konden rekenen, en op die manier zorgden voor rust en welvaart. Zij maakten de natie groot, speelden zelf een internationale rol en zorgden er op die manier voor dat België een belangrijke plaats kon innemen op het wereldtoneel, en in de wereld geschiedenis. Geleerden en kunstenaars konden zich ontplooiien. Leopold 2 kon zonder moeite worden ingepast in de rij van 'grote' vorsten, die, visionair en ambitieus, het land grootse dingen hadden geschonken en het op de wereldkaart had gezet. In Congo had hij bovendien - en met hem een hele reeks landgenoten - beschaving gebracht. Eens te meer een grootse onderneming.
Wat is een premisse?
Een aanname dat iets waar is.
Ontologie is?
Zijnsleer
Op p. 286 van de reader legt Simissen uit met welk objectgebied van de filosofie de logica zich bezighoudt.Simissen geeft als voorbeeld drie redeneringen. Redenering drie is weliswaar geldig, maar toch leidt deze redenering tot een onware conclusie.Hoe kan het dat een geldige redenering toch tot een onware conclusie kan leiden?
Of een redenering geldig is of niet, is niet afhankelijk van de inhoud of de waarheid van de conclusie, maar van de vorm.
De derde redenering is formeel in orde, en dus geldig, maar omdat een van de uitgangspunten onwaar is, is ook de conclusie onwaar.
Thales van Milete was een van de eerste filosofen. Een kenmerk van de eerste filosofen, de pre-socraten, was dat zij braken met de mythische verklaringen van de wereld die tot dan toe gebruikelijk waren.Simissen stelt op p. 281-282 dat Thales van Milete heel duidelijk afstand neemt van die mythes, maar dat hij anderzijds in zijn denken inhoudelijk verwantschap bleef vertonen met de mythische verklaringen. Leg deze bewering uit aan de hand van Thales van Milete’s theorie over de oorsprong van de wereld.
Volgens Thales van Milete was de aarde ontstaan uit vocht. Dat Thales één element koos waaruit de wereld zou zijn gevormd, laat zien dat zijn denken nog altijd heel dicht stond bij de mythes, die ook vaak uitgingen van het idee dat de wereld is voortgekomen uit één enkel element.
Maar anders dan bij de mythes verkoos Thales een zuiver natuurwetenschappelijke verklaring, gebaseerd op observatie, boven een mythische, goddelijke verklaring. Het ontstaan van de wereld uit water had volgens hem geen goddelijke oorzaak, maar was een zuiver natuurkundig proces.
Noem de verschillen tussen filosofie en de andere disciplines binnen de cultuurwetenschappen.
  1. De filosofie heeft geen nauwkeurig omschreven vakgebied: filosofie kan overal over gaan.
  2. De aard van het onderzoek: historisch onderzoek gaat altijd terug op bewijsmateriaal uit het verleden en waaruit historici conclusies trekken. De systematische filosofie is niets anders dan methodisch en systematisch nadenken over bepaalde vragen, zonder daarbij een beroep te doen op bewijsmateriaal van welke aard ook, maar enkel door zo zorgvuldig en zuiver mogelijk te argumenteren.
Welk schilderij is dit?
Leo Gestel, Liggend naakt, 1910 olieverf op doek, 95 x 201 cm Stedelijk Museum Amsterdam