Summary ECK Nu Nederlands Niveau 3/4

-
ISBN-13 8717927085660
232 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "ECK Nu Nederlands Niveau 3/4". The author(s) of the book is/are Onbekend. The ISBN of the book is 8717927085660. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - ECK Nu Nederlands Niveau 3/4

  • 2.1.1 Onderwerp & hoofdgedachte

  • Doel
    • Je herkent het onderwerp en de hoofdgedachte van een tekst.
  • Uitleg

    Het onderwerp van een tekst beschrijft in één woord of in een paar woorden waarover de tekst gaat. Wat er in de tekst over dat onderwerp wordt gezegd, kun je vaak in één zin weergeven: de hoofdgedachte. De hoofdgedachte is dus de kortst mogelijke samenvatting van een tekst.

    Bijvoorbeeld: een voorlichtingsfolder van de politie heeft als onderwerp ‘inbraakpreventie’ en als hoofdgedachte: ‘Neem maatregelen om inbraak te voorkomen.’ Bij nieuwsberichten in een krant vind je de hoofdgedachte door de vraag te beantwoorden: ‘Wat is het belangrijkste nieuws dat in de tekst staat?’ Bijvoorbeeld: ‘Op een kippenbedrijf in Exloo is vogelpest geconstateerd.’

    Je vindt onderwerp en hoofdgedachte vaak in de titel en inleiding van een tekst. Soms wordt hij letterlijk geformuleerd, soms moet je hem zelf uit de tekst afleiden. Bij langere artikelen wordt de hoofdgedachte in het slot soms herhaald of staat hij in de conclusie.
  • 2.1.2 Doel en publiek

  • Doel
    • Je weet wat de schrijver met zijn tekst wil bereiken en voor wie de tekst bedoeld is.
  • Uitleg

    Teksten
    over hetzelfde onderwerp kunnen totaal verschillen. Het hangt er maar vanaf welk doel de schrijver met zijn tekst heeft en voor welk publiek hij de tekst schrijft. Neem bijvoorbeeld twee teksten over het onderwerp ‘bijbaantjes’. De eerste tekst komt uit een weekendbijlage bij de krant en geeft een overzicht van de meest voorkomende en populaire bijbaantjes. Het doel is een breed publiek over het onderwerp te informeren. De tweede tekst is een advertentie van een grote hotelketen op de site van Student.net. De tekst wil studenten overhalen een bijbaan in een van de hotels te nemen.


    Als je het doel en het publiek van een tekst wilt weten, hoef je de tekst niet intensief te lezen. Als je een tekst globaal doorleest, weet je vaak al wat voor tekstsoort het is en kun je het hoofddoel aangeven.


    Sommige teksten hebben meerdere doelen, maar bijna altijd is een van die doelen het hoofddoel.

    in­form­er­en
    nieuws­bericht of re­port­age, achter­g­r­ond­artikel, bro­chure, voor­licht­ings­folder

    in­struer­en
    re­cept, handleiding, gebruiksaan­wijz­ing

    over­tui­gen of be­to­gen
    in­gezonden brief, for­umbijdrage op in­ter­net, re­cen­sie, som­mige columns

    over­halen of act­iver­en
    re­clame­folder, ad­vertori­al, uit­nodi­ging
  • 2.1.3 Betrouwbaarheid van een tekst

  • Doel
    • Je kunt inschatten of de informatie in een tekst betrouwbaar is.
  • Uitleg

    Betrouwbare informatie bestaat uit feiten. Je kunt controleren waar de informatie vandaan komt en de precieze informatiebron terugvinden. Als de informatie van een deskundige afkomstig is, vergroot dat de betrouwbaarheid. Ook is het belangrijk dat de informatie actueel is. Verouderde informatie is vaak niet meer betrouwbaar.


    Niet alle informatie is dus even betrouwbaar. Soms is de informatie onvolledig of slordig en soms wordt er ook gewoon misleid of zelfs gelogen; zeker als de bron belang heeft bij een bepaalde voorstelling van zaken. Reclame bijvoorbeeld wil je overhalen iets te kopen. Vaak zullen de voordelen dan wel uitvoerig genoemd worden, maar de nadelen niet.


    TIP: Betrouwbaarheid van webteksten kun je checken met een controlelijst van www.internetdetective.nl.
  • 2.2.1 Indeling van teksten

  • Doel
    • Je herkent de opbouw (structuur) van een tekst en je vindt snel je weg in een tekst.
  • UitlegIn een goed opgebouwde tekst bestaat er een logisch verband tussen de tekstdelen en heeft elk deel zijn eigen functie.
    De titel bevat het onderwerp en/of trekt de aandacht. Sommige teksten hebben een lead (= vetgedrukte tekst onder de titel) die de tekst kort samenvat of extra aandacht trekt.
    In het begin van een tekst wordt het onderwerp geïntroduceerd. Dat kan op verschillende manieren:


    • met de deur in huis vallen. Vanaf de eerste zin weet je waarover de tekst gaat en wat de bedoeling van de schrijver is.
    • belangstelling wekken voor het onderwerp. De schrijver begint bijvoorbeeld met een anekdote of een voorbeeld.
    • met een inleiding. Daarin wordt het onderwerp nader toegelicht en staat soms hoe de tekst is opgebouwd.

    Na de introductie van het onderwerp worden in het middenstuk de verschillende kanten van het onderwerp behandeld. Bij langere teksten gaat dat vaak volgens een vaste structuur. Bijvoorbeeld de voor- en nadelenstructuur: na de introductie van het onderwerp, noemt de schrijver in het vervolg de verschillende voordelen en nadelen.


    Het slot van een tekst kan bijvoorbeeld bestaan uit:
    • de laatste beschrijving van een deel van het onderwerp.
    • een verwijzing naar het voorbeeld of de anekdote uit het begin van de tekst.
    • een samenvatting of conclusie.
  • 2.2.2 Deelonderwerpen herkennen

  • Doel
    • Je herkent de deelonderwerpen van een tekst.
  • Uitleg

    Deelonderwerpen zijn de verschillende kanten van een onderwerp die in een tekst aan bod komen. Bijvoorbeeld: het onderwerp is tuinonderhoud en de deelonderwerpen zijn zaaien, bemesten, snoeien en maaien.
    Denk bij deelonderwerpen ook aan argumenten, oorzaken, voordelen of oplossingen.
    Soms beslaat een deelonderwerp één alinea, soms enkele alinea’s.
    Een goede aanpak om de deelonderwerpen snel te vinden:


    • Lees de titel en de inleiding; stel vast wat het onderwerp is.
    • Bekijk de lay-out van de tekst.
      • Soms geven witregels de scheiding tussen de deelonderwerpen aan.
      • Soms staan er tussenkoppen boven de deelonderwerpen.
    • Lees bij twijfel de eerste en/of laatste zin van een alinea om vast te stellen waar een nieuw deelonderwerp begint.
  • Doel
    • Je herkent signaalwoorden en je ontdekt verbanden in een tekst.
  • Uitleg

    In een goed opgebouwde tekst vind je logische verbanden tussen de verschillende zinnen en alinea’s. De schrijver kan gebruikmaken van signaalwoorden om die relaties duidelijk te maken.
    Bijvoorbeeld: om een opsomming aan te geven, kan een schrijver beginnen met het woord ‘eerst’. ‘Eerst moet er voldoende geld opgehaald worden.’ Het signaal ‘eerst’ zegt: let op, er komt nog meer! Misschien zie je dan verderop in de tekst woorden als vervolgens, bovendien, daarna en ten slotte.
    Andere verbanden die door signaalwoorden aangegeven kunnen worden, zijn:
    • reden of argument: daarom, omdat, derhalve, aangezien, namelijk.
    • tegenstelling: maar, echter, desondanks, hoewel, toch.
    • conclusie: dus, hieruit volgt, kortom.
    • oorzaak-gevolg: doordat, daardoor, als gevolg van, waardoor, zodat.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Persoonsvorm
De pv is een vorm van het werkwoord die zich aanpast aan het onderwerp van de zin. Als het onderwerp een enkelvoud is, is de pv dat ook. Is het onderwerp een meervoud, dan is de pv dat ook: 
Persoonsvorm
Persoonlijk voornaamwoord
Wat is de rol van een bijvoeglijk naamwoord?
Het bijvoeglijk naamwoord (bn) geeft extra informatie over een zelfstandig naamwoord: een interessante vacature, de beste film.

Soms staan er meerdere bijvoeglijke naamwoorden voor een zn. De bijvoeglijke naamwoorden zijn dan gescheiden door een komma: een verplicht, moeilijk vak. Een bn kan ook achter een zn staan: Mijn stagebegeleidster is erg behulpzaam. Op de meeste bijvoeglijke naamwoorden kun je de trappen van vergelijking toepassen:
He kun je een zelfstandig naamwoord herkennen?
Zo herken je een zelfstandig naamwoord:
  • Voor de meeste zelfstandige naamwoorden kun je de, het of een zetten: de trein, het ei, een afspraak, de Vondellaan.
  • Je kunt ze meestal in het meervoud zetten: een afspraak, twee afspraken.
  • Je kunt er vaak een verkleinwoord van maken: de afspraak, het afspraakje.
Wat duid een zelfstandig naamwoord aan?
Zelfstandige naamwoorden zijn woorden die ‘een zelfstandigheid’ aanduiden.
Dat kunnen concrete zaken zijn als mensen (man, Ineke), dieren (paard) en dingen (huis, hout). Maar het kunnen ook plaatsen zijn (Den Haag, Frankrijk) en abstracte zaken als gevoelens (liefde), tijdsruimten (dag), eigenschappen (grootte), gebeurtenissen (botsing) en denkbeeldige personen of zaken (elf, Luilekkerland).


Zelfstandige naamwoorden kun je meestal combineren met een van de lidwoorden de, het of een. Het is de/een kast, het/een huis, de/een week, enz.
Wat geeft de werkwoordsvorm het tegenwoordig deelwoord meestal aan?
Het tegenwoordig deelwoord geeft meestal aan dat iets gelijk met iets anders gebeurt.

VB:

Siska houdt haar presentaties altijd het liefst staand. Siska staat dus terwijl ze presenteert.
Wat geeft het voltooid deelwoord aan?
Het voltooid deelwoord geeft aan dat iets eerder is gebeurd.  

VB:
Fatma heeft een DTP-cursus gevolgd.
Wat wordt er bedoeld met het infinitief?
De onbepaalde wijs of infinitief is een werkwoordsvorm die niet vervoegd is naar persoon of getal. De infinitief wordt ook wel "het hele werkwoord" genoemd. In het Nederlands wordt de infinitief in het algemeen gevormd door aan de stam de uitgang -en toe te voegen. 

VB
buig-en, lop-en, schrijv-en, werk-en.

Vervoeging
  is het veranderen van de vorm van een werkwoord om de tijd, persoon, genus, modus of aspect aan te geven.


Bron:   https://nl.wikipedia.org/wiki/Infinitief
Waaraan kun je de persoonsvorm herkennen?
Dit is een werkwoord dat je in de zin van tijd kunt veranderen. De vorm wordt bepaald door het onderwerp.

VB:
Het salaris wordt (werd) later uitbetaald, want de salarisadministratie kampt (kampte) met een computerstoring.

Het salaris (het onderwerp) is enkelvoud en derde persoon (hij/zij/het), dus 'wordt' is ook derde persoon enkelvoud.