Summary eco h3

-
140 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - eco h3

  • 1.1 Waar kies je voor

  • basis behoeften: 
    eten drinken kleding woonruimte en veiligheid ook wel primaire behoeften genoemd. 
  • secundaire behoeften zijn:
    luxebehoeften.
  • Wat zijn voorbeelden van middelen:
    om in je behoeften te voorzien heb je middelen nodig zoals geld, bezitingen en tijd.
  • 5.1 hoeveel kost het?

  • Wat is afzet?
    Het aantal producten dat een bedrijf verkoopt.
  • Hoe kun je de omzet berekenen?
    je vermenigvuldigt de afzet met de verkoopprijs exclusief btw.
  • Wat is de omzet?
    De geldopbrengst van de verkochte producten. 
  • Hoe noem je de omzet ook wel?
    verkoopwaarde of opbrengst.
  • Wat is een marktaandeel?
    Het marktaandeel is de afzet of de omzet van een bedrijf in verhouding tot de totale afzet of de totale omzet van de productgroep. 
  • Wat is bruto winst?
    Van de omzet (of verkoopwaarde) moet je de inkoopwaarde van de goederen afhalen. dit is de bruto winst.
  • Wat is het nettoresultaat?
    Het nettoresultaat (nettowinst/nettoverlies) is het bedrag wat uiteindelijk over blijft. Bij het berekenen van de winst is alles exl. btw.
  • Wat zijn bedrijfskosten?
    Alle kosten die je maakt om te produceren, naast de inkoopwaarde. Zo heeft een winkelier te maken met personeelskosten, de huur van een winkelpand, rente over leningen en de kosten van kapitaalgoederen, bijv. afschrijvingskosten. Voor de ondernemer is het van belang dat de bedrijfskosten niet te hoog zijn.
  • Wat is afschrijving?
    Het bedrag dat de jaarlijkse waardevermindering van een kapitaalgoed aangeeft.  Je rekent de afschrijving tot e bedrijfskosten het afschrijvingsbedrag reserveer je, zodat je later genoeg geld hebt om het kapitaal te vervangen.
  • Wat is consumentenprijs?
    De prijs die de consument in de winkel betaalt, noem je consumentenprijs. Dit is de verkoopprijs inclusief btw.
  • Voor de bereking van de verkoopprijs van een product wordt de inkoopprijs verhoogd met een brutowinstmarge. Die kun je uitdrukken in en percentage van de inkoopprijs.
  • voor levensmiddelen en boeken 6% btw
  • 5.2 Kun je meer produceren?

  • Wat betekent productiecapaciteit?
    Alle beschikbare kapitaalgoederen en arbeidskrachten bepalen samen de productiecapaciteit van een bedrijf.
  • Wanneer is de productiecapaciteit onderbezet?
    Als alle machines niet gebruikt worden of er niet genoeg werk is voor het personeel.
  • Wanneer is de productiecapaciteit overbezet?
    Als er meer vraag is naar producten dan het bedrijf met zijn machines en personeel aankan.
  • Wat is mechanisatie?
    Als lichamelijke arbeid vervangen wordt door machines.
  • Wat is automatisering?
    Als computers de machines besturen.
  • Wat is arbeidsproductiviteit? 
    Dat is de productie per persoon in een bepaalde tijd. Als die omhoog gaat dalen de loonkosten per product. Hierdoor kan de verkoopprijs omlaag gaan en zal de afzet toenemen.
  • Noem 5 kenmerken van arbeidsverdeling:
    1. Technologische ontwikkelingen. (mechanisatie/automatisering)
    2. Een betere arbeidsverdeling of specialisatie. (Dit betekent dat de werkzaamheden in het productieproces zo verdeeld worden, dat iedereen doet waar hij goed in is.
    3. Scholing: Als je goed opgeleid bent, kun je je werk beter en sneller doen dan zonder opleiding.
    4. beloning voor betere prestaties, bijv. bonus.
    5. verbeteren van de arbeidsomstandigheden en de werksfeer. De werknemers zullen beter hun best gaan doen.
  • Wat is bedrijfstijd?
    Dat is het aantal uren dat een bedrijf open is. Je kunt de bedrijfstijd verlengen door bijvoorbeeld ook 's avonds, 's nachts of in het weekend te produceren. Hierdoor maak je beter gebruik van je kapitaalgoederen. Met dezelfde machines kun je dan in een week meer produceren. Het gevolg daarvan is dat de productiekosten lager worden.
  • Noem een voorbeeld van productiekosten:
    lonen, grondstoffen, energie, huisvesting en belasting. Als de productiekosten stijgen stijgen de prijzen. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn voorbeelden van middelen:
om in je behoeften te voorzien heb je middelen nodig zoals geld, bezitingen en tijd.
secundaire behoeften zijn:
luxebehoeften.
basis behoeften: 
eten drinken kleding woonruimte en veiligheid ook wel primaire behoeften genoemd. 
Wat is fairtrade?
Dat is handel waarbij de producent een eerlijke prijs voor zijn producten krijgt. Zodat ze geld in hu eigen bedrijf kunnen steken voor een betere toekomst.
Hoeveel ontwikkelingshulp moet een land minimaal geven volgens de vn?
0,7 procent van het bbp.
Ontwikkelingsamenwerking:
Het duurzaam vergroten van de welvaart in arme landen.
Structurele hulp:
Deze hulp is gericht op de langere termijn het doel is de oorzaak van armoede te bestrijden en de landen economisch zelfstandig te maken.
Wat is noodhulp:
Bij rampen krijgen mensen noodhulp om in leven te blijven.
Wat zijn buffervoorraden?
Om prijsschommelingen tegen te gaan kan je een buffervooraad aanleggen dit is een vooraad waarop je kunt terugvallen als er van een product minder is.
Wat is een monocultuur?
Sommige ontwikkelingslanden hebben een monocultuur: Ze produceren maar 1 soort landbouwproducten. Hun inkomsten zijn daardoor erg afhankelijk van de opbrengst van dat product.