Summary EcoMO onderbouw(d).

-
ISBN-10 9042535679 ISBN-13 9789042535671
288 Flashcards & Notes
8 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • EcoMO onderbouw(d).
  • C H M Bentlage Fidder & Löhr Gijs Bekenkamp Raymond Nijssen Jan Willem Wennekes
  • 9789042535671 or 9042535679
  • 1e dr.

Summary - EcoMO onderbouw(d).

  • 1.1.1 De jonge consument

  • Wat is een behoefte?
    Alles wat je nodig hebt of wilt hebben.
  • wat is behoefte
    alles wat je nodig hebt of wilt hebben
  • primaire goederen --> noodzakelijke goederen.
  • Wat zijn primaire goederen?
    Dar zijn goederen die je echt nodig hebt, zoals voedsel en kleren.
  • wat zijn primaire goederen
    noodzakelijke goederen, goederen die je echt nodig hebt
  • secundaire goederen --> luxe goederen
  • Wat zijn secundaire goederen?
    Dat zijn luxe goederen, dus eigenlijk goederen die je niet nodig hebt.
  • wat zijn secundaire goederen
    goederen die niet echt nodig zijn
  • stoffelijke goederen/producten --> kun je aanraken.
  • wat zijn stoffelijke goederen/ producten
    goederen die je kunt aanraken
  • onstoffelijke goederen hebben vaak te maken met diensten.
  • wat zijn onstoffelijke goederen
    goederen die je niet kunt aanraken zoals diensten
  • Wat is een behoefte?
    Alles wat je nodig hebt of wil hebben
  • Wat betekend consumptie?
    Dat is het kopen van goederen om je eigen behoeften te vervullen.
  • Wat zijn stoffelijke goederen?

    Goederen die vast kan pakken of aan kan raken.

     

  • Hoe worden goederen genoemd die je maar 1 keer gebruikt?
    Niet-duurzame consumptiegoederen of verbruiksgoederen.
  • Wat zijn onstoffelijke goederen?
    Diensten
  • Hoe worden goederen genoemd die je meer dan één keer kunt gebruiken?
    Deze worden duurzame consumptiegoederen of gebruiksgoederen genoemd.
  • 1.1.2 Consumptie in Nederland

  • Wat is consumptie?
    het kopen van goederen om je eigen behoeften te vervullen.
  • wat zijn niet-duurzame consumptie goederen
    consumptie goederen die maar 1 keer gebruikt kan worden
  • Hoe noem je consumptiegoederen die je 1 keer gebruikt?
    niet-duurzame consumptiegoederen of verbruiksgoederen.
  • wat zijn duurzame consumptiegoederen
    consumptiegoederen die je meer als 1 keer kunt gebruiken
  • hoe noem je consumptiegoederen die je vaker dan 1 keer gebruikt?
    duurzame consumptiegoederen of gebruiksgoederen.
  • hoe noem je ook wel duurzame consumptie goederen
    gebruiksgoederen
  • wat doet het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS)?
    Die verzamelt allerlei gegevens over de economie.
  • hoe noem je ook wel niet-duurzame consumptiegoederen
    verbruiksgoederen
  • waar hangt het koopgedrag per persoon van af?
    inkomen, leeftijd, streekgewoonten, klimaat en je smaak
  • wat doet de Centraal Bureau voor Statistiek
    verzamelt allerlei gegevens over de economie
  • Wat betekent een procent?
    Een honderdste
  • Noem 4 redenen voor de toename van de totale consumtpie in Nederland?
    - De bevolking groeit
    - Door de stijgende inkomens neemt de koopkracht toe
    - Nieuwe producten doen nieuwe behoeften ontstaan
    - De prijzen van consumptiegoederen stijgen.
  • Wat betekent een promille?
    Een duizendste
  • Wat is een perunage?
    Is een getal uitgedrukt in de vorm van een percentage
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • EcoMO onderbouw(d).
  • C H M Bentlage Gijs Bekenkamp Welmoet de Graaf
  • 9789042535725 or 9042535725
  • 1e dr.

Summary - EcoMO onderbouw(d).

  • 1.1 De jonge consument

  • Een behoefte is alles wat je nodig hebt of wilt hebben.

  • Hoe worden noodzakelijke goederen genoemd?

    primaire goederen

  • primaire goederen zijn goederen zoals voedsel en kleding, dat heb je echt nodig.
  • Hoe worden luxe goederen genoemt?

    secunadaire goederen

  • Luxe goederen zijn goederen die je niet echt nodig hebt
  • Hoe heten goederen die je kunt aanraken?
    stoffelijk goederen of producten
  • Denk aan een fiets of een iPod. Dat zijn stoffelijke goederen.
  • Wat is zijn dan onstoffelijke goederen?
    Onstoffelijke goederen zijn meestal diensten, bijv. een dj, een politieagent of een dokter.
  • Lees blz 10 voor de reken stof nl. gemiddelden en afronden.
  • 1.2 Consumptie in Nederland

  • Consumptie is het kopen van goederen om je eigen behoeften te vervullen.
  • Hoe heten consumptiegoederen die je maar één keer gebruikt?
    niet-duurzame consumptiegoederen of verbruiksgoederen
  • Denk aan eten of een condoom.
  • Hoe heten consumptiegoederen die je méér dan één keer gebruikt?
    duurzame consumptiegoederen of gebruiksgoederen
  • Het Centraal bureau voor de Statistiek (CBS) verzamelt allerlei gegevens over de economie.
  • Één procent (1%) betekent het eenhonderste deel. dus 1% = 1/100 = 0,01 .Het getal 0,01 wordt het perunage van 1% genoemd. Een perunage is dus een percentage uitgedrukt in een getal. Één promille (1‰) betekent het eenduizendste deel. Dus 1‰ = 0,001. Één promille (1‰) = o,1% .

  • Lees blz 14 voor nog meer reken stof nl. procentberekeningen.
  • Je koopgedrag hangt af van je inkomen en het kan verschillen van persoon tot persoon. Verdien je veel dan zal je ook meer kunnen kopen en gaan kopen. Verdien je minder dan zal je meer letten op de prijs en alleen essentiële producten kopen.
  • Op blz. 15 staat ook reken stof. Deze gaat over grote getallen.
  • 1.3 Schaarste en welvaart

  • De (ieder) mens heeft oneindige behoeften. Men zou altijd wel wat meer willen.
  • Productie middelen zijn beperkt want er zijn op de wereld onvoldoende productiemiddelen om alle goederen te produceren. Men noemt dat beperkt aantal productiemiddelen.
  • Wat wordt bedoeld met schaarste?
    Dat er met de beschikbare productiemiddelen niet voldoende goederen kunnen worden geproduceerd om al onze behoeften te vervullen.
  • Met schaarste wordt bedoeld dat er met de beschikbare productiemiddelen niet voldoende goederen kunnen worden geproduceerd om al onze behoeften te vervullen.
  • Daarom moet je voor schaarse goederen meer betalen. Omdat er dus niet genoeg van is, en het dus duur is om te maken is het ook duur om te kopen.
  • Voor schaarse goederen moet je betalen. Hoe schaarser een goed, hoe hoger de prijs.
  • Schaarste moet je niet verwarren met zeldzaam. Bijv. Een zakje patat is niet zeldzaam, maar wel schaars, want je moet ervoor betalen. Een zonsverduistering is wel zeldzaam  maar niet schaars. Een schilderij van Vincent van Gogh is zowel schaars als zeldzaam. Er zijn eigenlijk maar weinig goederen die niet schaars zijn.
  • Wat is prioriteiten stellen?
    Het kiezen wat je het belangrijkst vindt om te kopen.
  • Prioriteiten stellen is bij ieder persoon een eigen keus. Het is het kiezen wat je het belangrijkst vindt om te kopen. Ga je je geld meteen uitgeven of ga je sparen voor later? 
  • Welvaart in ruime zin is de mate waarin je met je beschikbare middelen in je behoeften kunt voorzien.
  • Welvaart in enge zin is het meten van je rijkdom door te kijken naar de koopkracht van je inkomen.
  • Wel zijn is de mate waarin je je gelukkig voelt.
  • Welvaart (rijkdom) en welzijn (geluk) zijn dus twee verschillende begrippen. Bij het vak economie staat het begrip welvaart centraal. De welvaart neemt toe, zodra de schaarste afneemt. En als de schaarste toeneemt, daalt de welvaart. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe kun je de liquiditeit berekenen?
                       Vlottende activa + liquide middelen
 Liquiditeit=   -------------------------------- 
                              Vreemd vermogen kort
Wat geeft liquiditeit aan?
Geeft aan in welke mate een onderneming in staat is om de korte schulden terug te betalen.
Wat is een balans?
Een overzicht van de bezittingen, het eigen vermogen en de schulden van een organisatie op een bepaald moment.
Wat is vreemd vermogen kort?
Geleend geld met een looptijd korter dan een jaar.
Wat is vreemd vermogen lang?
Geleend geld met een looptijd langer dan een jaar.
Wat is eigen vermogen?
Geld dat de eigenaren zelf in de onderneming hebben gestoken plus dat deel van de winst dat ze in het bedrijf hebben behouden.
Wat zijn liquide middelen?
Het kasgeld en de banktegoeden van een onderneming.
Wat zijn vlottende activa?
Bezittingen die korter dan een jaar in het bedrijf aanwezig zijn (voorraad producten die je verkoopt).
Wat is vaste activa?
Bezittingen die langer dan een jaar meegaan (vb winkelpand, bestelbus).
Welke taken heeft de kvk (kamer van koophandel)?
1. Uitvoering van wetten (vb handelsregisterwet en de Vestigingswet Bedrijven).
2. Verstrekken van informatie aan bestaande en nieuwe ondernemers.
3. Bevorderen van het economisch klimaat in de regio, zodat ondernemingen gemakkelijker en beter zaken kunnen doen.