Summary Economie Class notes

Course
- Economie
- Dhr. Stuivenberg
- 2014 - 2015
- Revius Lyceum Doorn
- V5
200 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Economie Class notes

  • 1409695200 Vraag en Aanbod 1

  • Verschuiving over de vraaglijn:
    Bijv. spijkerbroeken worden goedkoper, je koopt er dus meer voor een lagere prijs
  • Verschuiving van de vraaglijn:
    Bijv. de voorkeur voor een merk spijkerbroeken neemt toe, de gevraagde hoeveelheid per prijs stijgt dus
  • Substitutiegoederen = 
    Goederen die elkaar vervangen (spijkerbroeken)
  • Complementaire goederen = 
    Goederen die elkaar aanvullen (spijkerbroek + riem)
  • Collectieve vraag
    De gezamenlijke vraag van alle consumenten
  • De prijselasticiteit geeft aan:
    hoe sterk de vraag reageert op een prijsverandering
    (% verandering  gevraagde hoeveelheid / % verandering prijs)
  • Is de absolute waarde van elasticiteit > 1:
    Dan is de vraag elastisch (vraag verandering is groter dan prijs verandering)
  • Is de absolute waarde van elasticiteit < 1:
    Dan is de vraag inelastisch (vraag verandering is kleiner dan prijs verandering)
  • De kruiselingse prijselasticiteit van de vraag geeft aan:
    Hoe sterk de vraag naar het ene goed reageert op de prijsverandering van een ander goed (% verandering gevraagde hoeveelheid van een product / % verandering prijs van een ander product)
  • De inkomenselasticiteit geeft aan:
    Hoe sterk de gevraagde hoeveelheid van een product reageert op veranderingen in het inkomen (% verandering gevraagde hoeveelheid / % verandering besteedbaar inkomen)
  • 1457737200 Levensloop

  • Wat is consumeren?
    Het kopen van goederen door consumenten
  • Wat is investeren?
    Het kopen van (kapitaal)goederen door bedrijven om te kunnen produceren.
  • Wat zijn de opofferingskosten?
    De opbrengsten van het beste niet-gekozen alternatief.
  • Wat is een budgetlijn?
    Een lijn die alle bestedingsmogelijkheden voor een bepaald budget in kaart brengt.
  • Wat is koopkracht?
    De reële waarde van inkomen. Het geeft aan hoeveel producten je van een bepaald inkomen kopen kan.
  • Wat is de dominante strategie bij speltheorie?
    De strategie die voor beide partijen apart het meest oplevert. Het is dus de strategie die onafhankelijk van wat de ander doet, gekozen wordt.
  • Wat is de tit-for-tat-strategie?
    Als een gevangenendilemma zich vaker herhaalt, kan deze strategie gebruikt worden. Het betekent dat de ene partij de andere volgt in strategie. Als één partij dus van strategie verandert, volgt de ander meteen. Zo wordt het duidelijk dat samenwerken meer loont.
  • Wat is meeliftersgedrag/free-ridersgedrag?
    Ontstaat wanneer iemand (gratis) kan profiteren van de aankoop/inspanning van een ander.
  • Wat is het verschil tussen een stroomgrootheid en een voorraadgrootheid?
    Een stroomgrootheid meet je over een bepaalde periode (inkomen) en een voorraadgrootheid is een hoeveelheid geld die je op een bepaald moment hebt (geld in portemonnee).
  • Wat is het nettoloon?
    Brutoloon - loonheffingen.
  • Wat is inkomens(de)nivellering?
    De inkomensverschillen worden bij nivellering kleiner en bij denivellering groter.
  • Hoe bereken je de inkomensverschillen?
    - Bereken de verhouding tussen wat de 10% meest-verdienende verdienen en wat de 10% minst-verdienende verdienen.
  • LORENZ CURVE MANIER VAN OPSTELLEN!!
  • Wat is sparen?
    Het niet besteden van een deel van het inkomen.
  • Wat is lenen?
    Het gebruik maken van vermogen van anderen.
  • Wat is intertemporele ruil?
    Ruilen over tijd. Door geld te lenen kan je een besteding naar voren halen, maar dan moet je later wel meer rente terugbetalen. Als er sprake is van een hoge rente, dan is er ook sprake van hoge opofferingskosten.
  • Wat is menselijk kapitaal?
    Het geheel aan kennis en vaardigheden. Hoe meer menselijk kapitaal, hoe groter de verdiencapaciteit (hoeveel een mens max. kan gaan verdienen).
  • Wat is de algemene heffingskorting?
    Het bedrag wat in mindering wordt gebracht op de te betalen loonheffing.
  • Wat is het besteedbaar inkomen?
    Inkomen - heffingen maar + subsidies.
  • Wat is asymmetrische informatie?
    Als 1 partij bij een ruil meer of betere informatie heeft dan de andere partij.
  • Wat is averechtse selectie?
    Mensen met een hoog risico verzekeren zich wel, maar mensen met een laag risico niet omdat ze bang zijn om te veel te betalen door asymmetrische informatie.
  • Hoe bereken je een premie?
    kans op schade x gemiddelde hoogte verwachte schade.
  • Wat is Moral Hazard?
    Het gevaar dat mensen of instellingen zich roekelozer of onverantwoordelijker gaan gedragen als ze zelf niet op hoeven te draaien voor de kosten.
  • Hoe kan moral hazard bestreden worden?
    - Premiedifferentiatie (als je meer schade veroorzaakt, gaat je premie omhoog en vice versa)
    - Eigen risico (niet alles wordt dan uitgekeerd door de verzekeringsmaatschappij)
  • Op welke manier kan averechtse selectie bestreden worden?
    - Door mensen tot een verzekering te verplichten. Ook de goede risico's moeten zich dan verzekeren.
    - Premiedifferentiatie
  • Wat is de bonus-malus-regeling?
    Mensen die veel schade rijden, moeten een hele hoge premie betalen, terwijl mensen die no-claim rijden korting krijgen.
  • Wat is de i/a-ratio en hoe bepaal je die?
    Het aantal inactieven (mensen in de bijstand, aow, etc.)/het aantal actieven x 100
  • Wat is een volledig contract?
    Een contract waarin alle onvoorziene omstandigheden zijn opgenomen. Bestaat alleen in theorie.
  • Wat is de totale vraag naar arbeid?
    Vacatures + werknemers in loondienst + werkende zelfstandigen.
  • Wat is de beroepsbevolking?
    Aanbod van arbeid = werknemers + werklozen + zelfstandigen (die allemaal willen en kunnen werken)
  • Wat is de werkgelegenheid?
    Werknemers + zelfstandigen
  • Wat is het nominale inkomen?
    Inkomen uitgedrukt in geld.
  • Hoe bereken je het indexcijfer van het reële inkomen?
    RIC = NIC (nominaal indexcijfer, dus + 100)/ PIC (prijsindexcijfer) x 100
  • Wat is inkomen?
    De beloning voor productiefactoren die in de productie worden ingezet. KANO: kapitaal = rente, arbeid = loon, natuur = pacht en ondernemerschap = winst
  • Hoe bereken je het belastbaar jaarinkomen?
    Bruto-inkomen - aftrekposten.
  • Waarom is het Nederlandse belastingstelsel een progressief stelsel?
    Naarmate je meer inkomen hebt, moet er ook meer belasting over betaald worden. Het tegenovergestelde hiervan is een proportioneel stelsel.
  • Wat is het gemiddelde heffingstarief/ gemiddelde heffingsdruk?
    Inkomensheffing / brutoloon x 100
  • Hoe bereken je het vermogensrendement?
    Inkomen uit vermogen/ vermogen x 100
  • Wat is het belastbaar vermogen?
    Vermogen op 1 januari - vrijstelling.
  • Hoe bereken je het fictief rendement van vermogen?
    Belastbaar vermogen x 0,04
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke 3 nadelen hebben overheidstekorten?
- Ze kunnen inflatie veroorzaken (als overheden meer uitgeven dan ze binnenkrijgen, kan de vraag naar producten stijgen --> bestedingsinflatie)
- De rente opdrijven (de overheid moet veel geld bijlenen --> hogere rente)
- Overheidstaken in gevaar (geld kan niet meer voor andere zaken gebruikt worden)
Waarom leidt een hogere rente tot een stijging van de wisselkoers?
Een hogere rente maakt het voor buitenlandse beleggers aantrekkelijker om te investeren in het land met de aantrekkelijke rente.
Wat is revaluatie?
Als een beperkt zwevende wisselkoers ver buiten zijn bandbreedte komt, kan de centrale bank besluiten om de wisselkoers naar boven aan te passen, dat is revaluatie. Als  het naar beneden gebeurt, heet het devaluatie.
Welke 3 soorten wisselkoersvormen heb je?
- Flexibele wisselkoers
- Beperkt zwevende (de centrale bank zorgt dan dat de koers binnen een bepaalde bandbreedte blijft door aankopen over verkopen te doen van de munt)
- Vaste wisselkoersen
Welke 2 soorten inflatie zijn er?
- Kosteninflatie: Als de kosten van het maken van een product stijgen en ook doorberekend worden in de prijs.
- Bestedingsinflatie: Als de vraag naar producten groter is dan de productiecapaciteit
Wat is depreciatie van een munt?
Elk aanbod van een munt heeft een neerwaartse druk op de wisselkoers, dat is depreciatie. Andersom is het appreciatie.
Waarom leidt een overschot op de kapitaalrekening tot een tekort op de lopende rekening?
Als er een investering gedaan wordt in een land, leidt dat in de toekomst tot winstuitkering op de lopende rekening.
Waarom leidt een overschot op de lopende rekening tot een tekort op de kapitaalrekening?
Landen met een overschot bieden geld aan op de kapitaalmarkt, en lenen uit aan landen met een tekort. Het geld stroomt dus weg uit het land, en zorgt dus voor een tekort op de kapitaalrekening.
Wat staat op de kapitaalrekening van een land?
Internationale investeringen, beleggingen en leningen.
Wat staat op de lopende rekening?
Waarde internationale handel in goederen en diensten en internationale inkomens.