Summary Economie en bedrijfsomgeving

-
ISBN-10 9001807666 ISBN-13 9789001807665
158 Flashcards & Notes
26 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Economie en bedrijfsomgeving". The author(s) of the book is/are W Hulleman, A J Marijs. The ISBN of the book is 9789001807665 or 9001807666. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Economie en bedrijfsomgeving

  • 1 Produceren 17

  • noem enkele variabele die micro- en meso-economisch van aard zijn:
    1. marktvormen en marktomstandigheden
    2. concurrentiepositie van bedrijven
    3. technische ontwikkeling
    4. de relaties met toeleveranciers en afnemers.
  • Centrale vraag van het boek en daarmee dit vak:

    Welke invloed heeft de economische bedrijfsomgeving op de resultaten van de onderneming?

    De economische bedrijfsomgeving kent vier lagen:

    1. Macro economie

    2. Micro economie

    3. Monetaire economie

    4. Internationale economie


  • Welvaart
    Behoeftebevrediging door middel van schaarse goederen en diensten
  • Centrale vraag van het boek en daarmee dit vak:
    Welke invloed heeft de economische bedrijfsomgeving op de resultaten van de onderneming?
    De economische bedrijfsomgeving kent vier lagen:
    1. Macro economie
    2. Micro economie
    3. Monetaire economie
    4. Internationale economie
  • Centrale vraag van het boek en daarmee dit vak:
    Welke invloed heeft de economische bedrijfsomgeving op de resultaten van de onderneming?
    De economische bedrijfsomgeving kent vier lagen:
    1. Macro economie
    2. Micro economie
    3. Monetaire economie
    4. Internationale economie
  • Toevoegen van waarde 
    Verhogen van de gebruikswaarde van een product door de inzet van productiefactoren
  • Omschrijf afschrijving
    Kosten van het gebruik van vaste kapitaalgoederen in een periode
  • Nationaal inkomen
    som van de beloningen van de productiefactoren die eigendom zijn van de ingezetenen van een bepaald land
  • Primair inkomen
    Inkomen dat voortvloeit uit de inzet van productiefactoren
  • Omschrijf arbeidsdeling
    Specialisatie van productie
  • Overheidsproductie
    Uitgaven van de overheid aan salarissen, goederen en diensten
  • Omschrijf bedrijfsomgeving
    Externe omgeving van een onderneming die invloed heeft op de resultaten van een onderneming
  • Nationaal inkomen 
    sam van de beloningen van de productiefactoren die eigendom zijn van de ingezetenen van een bepaald land
  • Omschrijf economische groei

    Groei van de productie in een economie, veelal gemeten aan de groei van het bruto nationaal product (per hoofd van de bevolking)
  • Markt 
    geheel van betrekkingen tussen vragers en aanbieders
  • Omschrijf kostprijsverhogende belastingen
    Indirecte belastingen, voornamelijk bestaand uit btw en accijnzen
  • Kostprijsverhogende belastingen 
    Indirecte belastingen, btw en accijnzen
  • Omschrijf markt
    Het geheel van betrekkingen tussen vragers en aanbieders
  • Intermediaire leveringen 
    leveringen tussen bedrijven onderling van producten die nog een bewerking moeten ondergaan
  • Omschrijf overheidsproductie
    Uitgaven van de overheid aan salarissen en aan goederen en diensten ten behoeve van het in stand houden van de collectieve voorzieningen
  • Economische groei
    Groei van de productie in een economie, groei bruto nationaal inkomen
  • Omschrijf productie
    Waarde toevoegen aan producten door de inzet van arbeid, natuur en kapitaal
  • Concrete markt 
    Geheel van directe betrekkingen tussen vragers en aanbieders aangaande een bepaald product
  • Omschrijf productiefactoren
    Middelen benodigd voor het productieproces, arbeid, kapitaal(goederen), grond en ondernemerschap
  • Bruto primair inkomen
    primaire inkomens x afschrijvingen en de kostprijsverhogende belastingen - kostprijsverlagende subsidies
  • Omschrijf ruil
    Een product afstaan tegen een vooraf overeengekomen ander product
  • Binnenlands product
    Productie van goederen en diensten binnen de landgrenzen. Onderscheid tussen bruto en netto binnenlands product tegen factorkosten en marktprijzen.
  • Omschrijf toegevoegde waarde
    De toegevoegde waarde kan men op dezelfde wijze onderverdelen als het binnenlands product in netto en bruto toegevoegde waarde tegen factorkosten en marktprijzen
  • Bedrijfsomgeving 
    Externe omgeving van een onderneming die invloed heeft op de resultaten van de onderneming.
  • Omschrijf toevoegen van waarde
    Verhogen van de gebruikswaarde van een product door de inzet van productiefactoren
  • Arbeidsdeling
    Specialisatie van de productie
  • Intermediair verbruik
    De inkopen van een bedrijf bij een ander bedrijf ( bijv grond- en hulpstoffen en diensten
  • Abstracte markt
    Samenhangend geheel van vraag en aanbod waarbij de communicatie tussen vrager en aanbieders afstandelijk is.
  • Netto toegevoegde waarde
    Bruto toegevoegde waarde -/- afschrijvingen
  • (bruto) toegevoegde waarde
    Omzet -/- intermediair verbruik
  • Wat is het bruto nationaal inkomen (bruto primair inkomen)

    Binnenlandsproduct

    +

    Primaire inkomens ontvangen uit het buitenland

    -/-

    Primaire inkomens betaald aan buitenlanders

    =

    Nationaal inkomen

  • Afschrijving
    Kosten van het gebruik van vaste kapitaalgoederen in een periode.
  • Wat is het binnenlands product tegen marktprijzen

    Binnenlands product tegen factorkosten

    +

    Kostprijsverhogende belastingen

    -/-

    Kostprijsverlagende subsidies

    =

    Binnenlands product tegen marktprijzen


  • Productie
    Waarde toevoegen aan producten door de inzet van de arbeid, natuur en kapitaal.
  • Wat is het netto binnenlands product tegen factorkosten

    De som van:

    * Loon

    * Rente

    * Pacht (wordt ook wel onder rente gezet)

    * Winst

    van alle producten in een land

  • Productiefactoren
    Middelen benodigd voor het productieproces, arbeid, kapitaalgoederen, natuurlijke hulpbronnen en ondernemerschap.
  • Wat is het bruto binnenlands product tegen factorkosten

    De som van:

    * Loon

    * Rente

    * Pacht (wordt ook wel onder rente gezet)

    * Winst

    * AFSCHRIJVING

    van alle producten in een land

  • Ruil
    Een product afstaan tegen een vooraf overeengekomen ander product
  • Wat is de netto marktwaarde van een product

    Intermediair gebruik + netto toegevoegde waarde


    Intermediair gebruik:

    * Grondstoffen

    * Hulpstoffen

    * Diensten


    Netto toegevoegde waarde:

    * Arbeid

    * Kapitaal(goederen)

    * Grond

    * Ondernemerschap

  • Toegevoegde waarde
    De toegevoegde waarde kan men op dezelfde wijze onderverdelen als het binnenlands product in netto en bruto toegevoegde waarde tegen factorkosten en marktprijzen.
  • Wat is de bruto marktwaarde van een product

    Intermediair gebruik + bruto toegevoegde waarde


    Intermediair gebruik:

    * Grondstoffen

    * Hulpstoffen

    * Diensten


    Bruto toegevoegde waarde:

    * Arbeid

    * Kapitaal(goederen)

    * Grond

    * Ondernemerschap

    * AFSCHRIJVINGEN

  • Productiefactoren                 

    Productiebenadering van de toegevoegde waarde

    Inkomensbenadering van de toegevoegde waarde

    Productiefactor                                 Beloning

    * Arbeid                                              * Loon

    * Kapitaal (goederen)                        * Rente 

    * Grond                                              * Pacht (ook wel onder rente gezet)

    * Ondernemerschap                         * Winst


Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Loonkosten per eenheid product, de veranderingen weer te geven met welke vergelijking?
g Lk p.e.p. = g Lwn - g ap
relatieve groei van de loonkosten per eenheid product = relatieve groei van het loon per werknemer - relatieve groei van de arbeidsproductiviteit.
Loonkosten per eenheid product, weer te geven met welke vergelijking?
Lk p.e.p. = Lwn/ap
loonkosten per eenheid product = loon per werknemer / arbeidsproductiviteit.
Hoe kan de relaties tussen veranderingen in het loon worden weergegeven?
g l = g lwn + g av
de relatieve groei van de totale loonsom = de relatieve groei van de loonsom per werknemer + de relatieve groei van de hoeveelheid werknemers.
Hoe kan in een vergelijking het verband tussen loonsom, loon per werknemer en het aantal werknemers worden weergegeven?
L= L wn * AV
de totale loonsom = de loonsom per werknemer * de hoeveelheid werknemers.
Welke oorzaken kan een toename van de productie in een onderneming of in een land hebben?
  • een toename van het aantal werkenden
  • een toename van de arbeidsproductiviteit
Hoe kan de relatie tussen veranderingen binnen het BBP worden weergegeven?
g bbp = g av +  g ap
relatieve groei bruto binnenlands product = relatieve groei arbeidsvraag + relatieve groei arbeidsproductiviteit.
Hoe luidt de formule voor het bruto binnenlands product BBP?
BBP = Av * ap
Bruto binnenlands product = vraag naar arbeidskrachten, het aantal werknemers, de totale werkgelegenheid * arbeidsproductiviteit (de productie per eenheid arbeid per tijdseenheid)
Nominale en reële stijging: Hoe noemt men de waardestijging van een variabele en hoe noemt men de volumeverandering?
  • de waardestijging van een variabele noemt met de nominale stijging
  • de volumeverandering noemt men de reële stijging.
  • de nominale verandering is dus gelijk aan de reële verandering plus de prijsstijging.
Wat is een economisch model?
Een model is een sterk vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid waarin relaties worden gelegd tussen de verschillende variabelen
Waarom is het een verrijking als managers kunnen omgaan met voorspellingen van omgevingsvariabelen en inzien dat ze een risico voor de onderneming kunnen opleveren en het beleid ook deze manier voeren?
In werkelijkheid treden er enorme fluctuaties op in deze variabelen en als deze bij interne rendementsberekeningen voor heel lange periode stabiel worden verondersteld vereenvoudigt dit de realiteit veel te sterk