Summary Economie in nederland

-
ISBN-10 900179775X ISBN-13 9789001797751
587 Flashcards & Notes
15 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Economie in nederland". The author(s) of the book is/are Hans Buunk. The ISBN of the book is 9789001797751 or 900179775X. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Economie in nederland

  • 1 Kapitalisme in Nederland een terugblik 9

  • Het handelskapitalisme, de eerste fase van het kapitalisme ontstond in de late middeleeuwen. Het kenmerkte zich onder andere door toenemende arbeidsverdelingen en opkomst van de markteconomie. De theorie van Adam Smith, de grondlegger van de economische wetenschap, analyseert die ontwikkelingen.

  • wat is kenmerkend voor het kapitalisme?

    streven naar winst 

  • Wat is conjunctuur?
    Conjunctuur geeft de schommelingen weer van economische groei en achteruitgang. 
  • wat houdt het begrip kapitalisme in ?

    is het economisch systeem dat gebaseerd is op het prive eigendom van kapitaalgoederen, grond en op het behalen van winst.

  • Er zijn verschillende marktvormen. Welke? 
    Monopolie -> 1 aanbieder van een bepaald product (bijv. olie) 
    Oligopolie -> Beperkt aantal aanbieders  
    Volkomen -> Veel verschillende aanbieders 

    Als een beperkt aantal aanbieders hetzelfde product aanbied: homogeen oligopolie. 
    Als een beperkt aantal aanbieders een ander product aanbied: heterogeen oligopolie. 
    Als veel aanbieders hetzelfde product aanbieden: volkomen concurrentie.
    Als veel aanbieders verschillende producten aanbieden: monopolistische concurrentie. 

    Homogene producten zijn bijvoorbeeld olie, aandelen, valuta, graan, tabak, agrarische producten. Ze zijn voor iedereen hetzelfde, maar hebben vaak wel verschillende aanbieders. 
    Zo zijn er bijvoorbeeld veel aanbieders van melk in Nederland: volkomen concurrentie. 

    Heterogene producten zijn bijvoorbeeld kleding, frisdrank, auto's. Heterogene marktvormen komen het meeste voor. 
  • Adam smiths is voor vrijhandel, beperkte rol van de overheid en het prijsmechanisme.
    Hij zegt dat door het prijsmechanisme de werkloosheid wordt opgelost. > er is veel aanbod  en weinig vraag > dan worden de lonen verlaagt waardoor de vraag stijgt en het aanbod daalt. zo is de werkloosheid verholpen.

    2 mannen die hier een kanttekening bij plaatsten.

    1. Karl marx--> biedt de markt wel eerlijke uitkomsten ? Het prijsmechanisme is efficiënt, maar brengt nadelige sociale gevolgen met zich mee vb armoede
    2. John maynard keynes--> werkt het prijsmechanisme wel perfect? de lonen zijn verlaagt maar er is nog steeds werkloosheid.  

    Dus wat moet er gebeuren om de werkloosheid op te lossen ?

     

    • de overheid moet ingrijpen door de economie te stimuleren --> belasting verlagen en uitgaven verhogen. 
    • Door het voeren van het anticyclus beleid: tegen de cyclus in.  
  • Wat is een conglomeraat?
    Dat is een bedrijf die steeds meer verschillende producten aanbiedt, die steeds minder verwantschap tonen. In de jaren 60 maakte deze vorm opgang, maar al snel kwam men erachter dat dit niet de meest effectieve manier van ondernemen was. Het idee was namelijk dat je, als je je op verschillende vlakken begon uit te breiden, je meer stabiliteit zou krijgen. Als het op het ene vlak minder ging, kon de ander wellicht juist bloeien. 
    Specialisatie in 1 taak leek dus achteraf efficiënter dan generalisatie (op meerdere verschillende vlakken inzetten).  
  •             Nic

    Ric=---------- x 100%  denk aan 5= 10/2

                Pic 


    reele in in koopkracht.

    Nominale in geldbedrag

     

     

     

  • Waaruit kwam de Tweede Industriele revolutie voort? 
    Uit verwetenschappelijking. Hieruit kwam bijvoorbeeld ook het 'scientific management' voort van F.W. Taylor. Hij was van mening dat het arbeidsproces wetenschappelijk georganiseerd moest worden. Door rationeel en objectief het arbeidsproces te bestuderen zal er volgens Taylor prestatieverbetering plaatsvinden. 
    Belangrijk bij deze theorie van Taylor was de scheiding tussen planning en uitvoering. 
  • Nationaal product is de totale waarde van in een jaar geproduceerde goederen en diensten.
    Nationaal inkomen = bij de som verdiende inkomens. --> is de beloning van nederlandse productiefactoren in het buitenland.
    Binnenlands product= de beloning van buitenlandse productiefactoren in nederland

  • Welke landen speelden een grote rol bij de Tweede industriele revolutie? 
    VS en Duitsland. Duitsland had een goed onderwijssysteem waardoor het land snel industrialiseerde. Hier was de chemische industrie vooral in opmars, hier werkte veel wetenschappelijk geschoold personeel. In de VS was het de elektronische industrie. 
    Grote bedrijven richtten hun eigen scholen op. 
  • conjuctuur: geeft de veranderingen in de groeitempo van de economie door veranderingen in de bestedingen.

     

     

  • Wat is scientific management? En wie richtte dit op?
    F.W. Taylor kwam met het scientific management. Hij was ervan overtuigd dat een wetenschappelijke manier van arbeidsvorming de prestaties op de werkvloer verbeterde. Hij deed nauwkeurige arbeidsstudies. 
  • Wanneer was de Derde industriële revolutie en stond hierbij centraal? 
    Vanaf 1940. De verwetenschappelijking van de Tweede industriële revolutie drong steeds meer door. Mechanisering maakte steeds meer plaats voor automatisering. Ook werd het scientific management nog steeds doorgevoerd waardoor veel organisatiestructuren veranderden. Er kwamen bijvoorbeeld veel managementfuncties. 
  • Wat is Lean production? En waar kwam het vandaan? 
    Assemblage is dat elke stap in het productieproces door 1 persoon wordt uitgevoerd. Bij Lean production worden deze stappen door een groepje uitgevoerd, die ook hun eigen werk controleerden.  
    Het kwam uit Japan. 
  • Wat is kaizen?
    Het voortdurend stapsgewijs verbeteren van de productiemethode. 
  • Wat stelde het just-in-time-systeem voor? 
    Dat onderdelen pas door toeleveranciers geleverd werden wanneer ze daadwerkelijk nodig waren. Een efficiente manier van werken waardoor geen onnodige uitgaven werden gedaan. 
  • Waarom was de Derde industriële revolutie kapitaalintensief? 
    Omdat er zo veel effectiever en gestructureerder gewerkt werd wat de productie vergrootte. Kapitaalintensief werk staat voor het gebruik van veel machines en weinig arbeid. 
  • Je hebt twee verschillende investeringen waardoor de kapitaalintensiteit verandert. Welke zijn dit? 
    Diepte-investeringen -> Hierbij neemt de kapitaalintensiteit toe. Dus wordt er meer geproduceerd. Bijvoorbeeld wanneer een bedrijf zijn productieproces automatiseert. 
    Breedte-investeringen -> Hierbij blijft de kapitaalintensiteit gelijk. Bijvoorbeeld wanneer een bedrijf naast zijn bestaande machines, nieuwe, gelijkwaardige machines installeert. 
  • Op welke twee manieren kan de concentratie op de markt worden vastgesteld? 
    Door de concentratiegraad en het marktaandeel. 
    Het marktaandeel is het percentage van de omzet die een bepaalde onderneming op een bepaalde markt in handen heeft. 
    De concentratiegraad zijn de marktaandelen van de grootste ondernemingen bij elkaar opgeteld. 
    Hoe groter het marktaandeel, hoe groter de invloed van het bedrijf op bijvoorbeeld de marktverhoudingen en de prijsvorming. 
  • Wat zijn de coordinatieprincipes die H.W. De Jong heeft opgesteld voor zijn dynamische markttheorie?  
    - Concurrentie 
    - Samenwerking 
    - Beheersing 
  • Wat houdt het coordinatieprincipe 'concurrentie' in bij de dynamische markttheorie van H.W. De Jong? 
    Onder concurrentie valt bijvoorbeeld productdifferentiatie. Wat maakt een zelfde product anders dan de concurrent? Denk hierbij aan kwaliteit of verpakking. -> Hierdoor worden de producten meer heterogeen. 
  • Wat houdt het coordinatieprincipe 'samenwerking' in bij de dynamische markttheorie van H.W. De Jong? 
    Samenwerking door bijvoorbeeld een 'kartel'. Dit is een overeenkomst die de concurrentie moet beperken. Bijvoorbeeld een prijs- of conditiekartel (de verkoopvoorwaarden van een product). 
    Wat hieruit kan voortkomen is 'parallel gedrag' -> d.w.z. dat ondernemingen hun gedrag op elkaar afstemmen, bijvoorbeeld met prijsleiderschap. 
  • Wat houdt het coordinatieprincipe 'beheersing' in bij de dynamische markttheorie van H.W. De Jong? 
    Je hebt twee vormen van beheersing, namelijk horizontale en verticale concentratie. 
    Horizontale concentratie -> wanneer een onderneming een concurrerende onderneming overneemt. 
    Verticale concentratie -> wanneer een onderneming bijvoorbeeld een leverancier of afnemer overneemt. Dit wordt ook wel integratie genoemd. 

    Integratie is dus het overnemen van een leverancier of afnemer en hetzelfde als verticale concentratie. 
  • Welk coordinatieprincipe, concurrentie, samenwerking of beheersing, is in de laatste jaren ter vergelijking met de andere twee toegenomen? 
    Beheersing. 
  • Bij de dynamische markttheorie heeft De Jong, naast de coordinatieprincipes, ook de levenscyclus van een onderneming als centraal element. Wat zijn de stadia in deze cyclus? 
    1) Introductiefase -> Langzame groei van de productie. Consumenten moeten nog gewonnen worden en fouten in het productieproces worden opgelost. Het is nog een beetje sleutelen. 
    2) Expansiefase -> In deze fase vindt meer economische en productieve groei plaats. Het is de puntjes op de 'i' zetten, het productieproces efficienter maken. 
    3) Rijpheidsfase -> Het product krijgt vervanging op de markt, de markt wordt langzaam verzadigd. Er worden minder producten verkocht, en de producten die worden verkocht zijn vaak vervangingsaankopen. 
    4) Teruggangs- of stagnatiefase -> De verkoop neemt af, want er komen vervangende producten op de markt. 

    De levenscyclus en coordinatieprincipes hebben een verband met elkaar. Wanneer een product zich bijvoorbeeld in de expansiefase bevindt, is er minder concurrentie nog dan wanneer het in de teruggangsfase zit. Dan komen er vervangende producten op de markt. 
  • Wat is het verschil tussen NV's en BV's? 
    Bij NV's zijn de aandelen vrij verhandelbaar, bij BV's niet. 
  • Wat is een aandeel? 
    Een aandeel kun je bij een onderneming kopen. Hiermee koop je jouw onderdeel van een onderneming waarover je dividend ontvangt. Dit is afhankelijk van de winst van de onderneming. 
    Dit dividend heet ook wel het eigen vermogen. 
  • Je hebt een vreemd vermogen en een eigen vermogen. Leg uit wat deze twee zijn. 
    Eigen vermogen is wat je ontvangt uit je aandeel. 
    Het vreemde vermogen is wat een onderneming leent en waarover zij rente betalen. 
  • Sinds de Structuurregeling van 1871 hebben commissarissen steeds meer macht. Eerst lag de meeste macht bij de aandeelhouders. Waarom is deze macht verschoven? 
    Omdat hiermee de onderneming beschermd kan worden tegen overname. Dit doen de commissarissen bijvoorbeeld door: 
    - Uitgeven prioriteitsaandelen -> hieraan zijn bijzondere zeggenschapsrechten verbonden, bijvoorbeeld het benoemen van het bestuur. 
    - Bestuurders zelf kunnen recht hebben op bindende voordracht -> dit geeft hun het recht om zelf beslissingen te nemen, zonder invloed van buitenaf. Dit wordt ook wel coöptatie genoemd. 
    - Aandelen kunnen worden gecertificeerd -> Hierdoor kan er bijvoorbeeld wel dividend worden ontvangen, maar geen stemrecht. 
    - Aan de hand van de Statuten kan een onderneming meer aandelen uitgeven en plakken bij bevriende relaties. Zo krijgt de onderneming zelf meer aandelen, en hoe meer aandelen, hoe moeilijker het is voor de 'vijand' om de onderneming over te nemen. De vijand blijft dan namelijk kopen. 

    Kortom: de macht is naar commissarissen geschoven om de onderneming te beschermen. 
  • De invloed van commissarissen bij NV's wordt toch vaak besproken en velen willen de macht van aandeelhouders opnieuw gaan vergroten. Dit door bijvoorbeeld de Code-Tabaksblad in 2003. Wat houdt deze code in? 
    - Een commissaris mag niet recentelijk als werknemer of bestuurder bij de onderneming gewerkt hebben; 
    - 1 persoon mag niet in meer dan 5 commissariaten van beursgenoteerde Nederlandse ondernemingen zitting hebben; 
    - Een commissaris mag niet langer dan 3 perioden van 4 jaar zitting hebben. 
  • Moet de Code-Tabaksblad altijd worden nageleefd?
    Nee. Er geldt het pas-toe-of-leg-uit-principe. Het hoeft niet worden toegepast, maar wanneer je dit niet doet moet er wel worden uitgelegd waarom niet.
  • Hoe wordt de manier waarop het bestuur in ondernemingen geregeld is genoemd?
    Corporate governance. 

    Dit gaat dus bijvoorbeeld om de invloed van het bestuur, aandeelhouders en commissarissen. 

    Bij zowel de Code-Tabaksblad als het Corporate governance geldt het pas-toe-of-leg-uit-principe. 
  • De Code-Tabaksblad en de Corporate governance zijn dus veel besproken om de macht van aandeelhouders te vergroten. Waar heeft dit toe geleid? 
    Dat de Structuurregeling werd gewijzigd. Zo is het recht op coöptatie, dus dat de bestuurders alle rechten op zich eisen zonder invloed van buitenaf, afgeschaft. Dit geldt voor NV's met meer dan 100 werknemers (structuurvennootschappen). 
    Sinds de afschaffing van het cooptatierecht is het benoemen van commissarissen weer een bevoegdheid van de aandeelhouders. 
  • Wat is het nadeel van de opnieuw grote invloed van aandeelhouders? 
    Dat minderheidsaandeelhouders wel erg makkelijk invloed kunnen hebben nu. Vooral bij de kredietcrisis van 2007 kwam deze discussie vaak aan bod. 
  • De Internationale handel kwam na 1945 flink op gang, met name door de ondertekening van de overeenkomst van Bretton Woods. Wat hield deze in?
    Hiermee werd een internationaal geldstelsel geschapen. Er kwamen vaste wisselkoersen. Opvallend was dat alleen de Amerikaanse dollar ook tegen goud kon worden ingewisseld: andere valuta konden dit niet. 
    Werd door 44 landen ondertekend.
  • Naast de overeenkomst van Bretton Woods zorgde ook het General Agreement on Tariffs and Trade (GATT) voor de groei van de Internationale handel. Waarom? 
    Daar waar de overeenkomst van Bretton Woods zich richtte op de internationale handel op het gebied van geld, namelijk de wisselkoersen, richtte de GATT zich op de handel. Zo werden bijvoorbeeld de invoerrechten verlaagd. 

    GATT werd in 1995 -> WTO -> World Trade Organisation. 
  • Wat is er opvallend aan de export van Azie, voornamelijk naar Amerika?
    De export overtreft de import. De export naar Noord-Amerika is meer dan het dubbele dan de export van Noord-Amerika naar Azie. 

    Noord-Amerika heeft een tekort op de betalingsbalans doordat haar export vele malen kleiner is dan de import, in vergelijking met Azie en Europa. 
  • Welke twee soorten kapitaalverkeer zijn er? 
    Kapitaalverkeer ten behoeve van investeringen en kapitaalverkeer ten behoeve van beleggingen. 
    Ten behoeve van investeringen -> Dit zijn directe investeringen. Bijv. het overnemen van een onderneming in het buitenland of het financieren van een dochteronderneming in het buitenland.  
    Ten behoeve van beleggingen -> Bijvoorbeeld het aankopen van buitenlandse effecten of het op de bank zetten van geld in het buitenland. Je belegt geld om er financieel voordeel uit te halen. 

    Het kapitaalverkeer is sinds de internationalisering en de opkomst van multinationale ondernemingen sterk gegroeid. 
  • Op welke manier werden de belemmeringen voor de internationale handel (economische integratie) weggewerkt? 
    - Vrijhandelszone: vrij verkeer van goederen en diensten 
    - Douane-unie: gemeenschappelijk buitentarief 
    - Gemeenschappelijke markt: vrij verkeer van productiefactoren 
    - Oprichten van de Economische Unie: gemeenschappelijk economisch beleid
    - Oprichten van de Monetaire Unie: gemeenschappelijk monetair beleid, gemeenschappelijke valuta en gemeenschappelijke centrale bank
  • Waarom kan een land die handel voert met een land die lid is van de vrijhandelszone, verschillende prijzen verwachten? 
    Omdat landen die lid zijn van de vrijhandelszone hun eigen tarieven en invoerrechten mogen bepalen. Ze bepalen hun eigen politiek. 
  • Zes landen sloten in 1957 het Verdrag van Rome, wat zorgde voor de oprichting van de EEG (Europese Economische Gemeenschap). De oprichting zorgde voor Europese Eenwording. Waarom? 
    Omdat de invoerrechten in West-Europa werden opgeheven en dit het vrije verkeer natuurlijk bevorderde.  

    Toch pakte het niet goed uit en raakte de EEG in vele crises. Het bleef timmeren aan een interne markt. De Europese Akte werd in 1987 ondertekend om weer meer richting de interne markt te komen: 
    - Fysieke belemmeringen werden verwijderd, bijv. grenscontroles;
    - Technische belemmeringen werden verwijderd, bijv. het door het harmoniseren van technische normen en standaarden -> hierdoor konden bedrijven in heel Europa hetzelfde product leveren; 
    - Fiscale belemmeringen werden verwijderd, met name op het gebied van btw en accijnzen 
  • Waartoe leidde de verschijning van het Rapport Delors in 1989? 
    Tot de oprichting van de Europese Monetaire Unie en de  Euro in 1999. 
  • Wat is de betalingsbalans? 
    Een overzicht van alle internationale uitgaven en inkomsten van een land. 
  • Welke drie rekeningen vind je op de betalingsbalans? 
    - Lopende rekening: het goederen- en dienstenverkeer, inkomens en inkomensoverdrachten;
    - Vermogensoverdrachtenrekening: schenkingen in kader van ontwikkelingssamenwerking; 
    - Financiele rekening: internationale beleggingen, leningen en investeringen. Ook staan op deze rekening de voorraad goud en de vreemde valuta's van de Nederlandsche Bank. 
  • Heeft de lopende rekening van Nederland al sinds 1981 een voortdurend overschot of juist een tekort op de lopende rekening? 
    Een voortdurend overschot. Er wordt meer geëxporteerd dan geïmporteerd. 
  • Mag de import tot de Nederlandse bestedingen worden gerekend? 
    Nee, dit wordt in het buitenland als export gezien. Het behoort daar tot de bestedingen, bij ons tot de export.  
    De import wordt dus ook bij de Nederlands nationaal product en het nationale inkomen niet meegerekend.  
  • Wat is het nationaal spaarsaldo? 
    Het verschil tussen de export en de import van een land. 
  • De internationalisatie en groei van Philips heeft juridische veranderingen in het bedrijf met zich meegebracht. Zo werd er bijvoorbeeld een houdstermaatschappij opgericht in 1920, omdat er dreiging was van een groot concern in Amerika dat het Philips zou overnemen. Nu is Koninklijke Philips Electronics NV de houdstermaatschappij. 
    Op welke manier kan het bedrijf zichzelf beschermen tegen dreigende overname? 
    Het kan het aandelenkapitaal verdubbelen.  
  • Wat houdt het plan Vision 2015 van Philips in? 
    Dat het tot 2015 een omzetgroei realiseert die 2 procent boven de groei van de wereldeconomie ligt. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.