Summary Economie vandaag 2012 : handboek algemene economie voor het hoger onderwijs

-
ISBN-10 9038219229 ISBN-13 9789038219226
400 Flashcards & Notes
13 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Economie vandaag 2012 : handboek algemene economie voor het hoger onderwijs". The author(s) of the book is/are Ivan De Cnuydt, Sonia De Velder. The ISBN of the book is 9789038219226 or 9038219229. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Economie vandaag 2012 : handboek algemene economie voor het hoger onderwijs

  • 1 Inleiding

  • Het aanvoelen van een tekort en het streven dit tekort te bevredigen (subjectief).

    Behoefte

  • Een economisch verschijnsel dat afhankelijk is van meerdere variabelen die gezien worden alsof alle andere factoren constant blijven.

    Ceteris paribus-clausule

  • Gemeenschappelijke behoeften: behoeften die gelijkaardig zijn voor een groot aantal personen en die door de gemeenschap bevredigd worden.

    Collectieve behoeften

  • Wat is consumeren?

    Inkomen uitgeven.

  • Aanwending van economische goederen voor niet-productieve doeleinden.

    Consumptie

  • Goederen die de behoeften van gezinshuishoudingen direct bevredigen.

    Consumptiegoederen

  • Van een algemeen beginsel nieuwe besluiten afleiden.

     deductieve methode

  • De studie van het menselijk streven naar bevrediging van behoeften met behulp van schaarse middelen.

    Economie

  • Met gegeven middelen een maximale behoeftebevrediging bereiken.

    Economisch principe

  • Wat zijn economische goederen?

    Schaarse goederen.

  • Wat zijn gebruiksgoederen?

    Duurzame consumptiegoederen.

  • Subjectieve behoeften die bevredigd worden door de inspanning van personen of van hun gezin.

    Wat zijn individuele behoeften

  • Het algemene uit het bijzondere afleiden.

    de inductieve methode

  • Goederen die dienen om andere goederen te produceren.

    investeringsgoederen

  • Productiegoederen: duurzame investeringsgoederen.

    kapitaalgoederen

  • Studie van alle bedrijven, alle gezinnen en alle overheidshuishoudingen.

    macro-economie

  • Studie van het gedrag van individuele huishouding.

    micro-economie

  • Behoeftebevredigend (subjectief).

    iets nuttig

  • Kapitaalgoederen die langs een omweg bijdragen bij tot de uiteindelijke behoeftebevrediging.

    omwegproductie

  • Levensnoodzakelijke behoeften.

    primaire behoeften

  • Scheppen of toevoegen van waarde/nuttigheid aan de economische goederen.

    productie

  • In principe rivaliserende en uitsluitbare goederen, maar om praktische of sociale redenen worden ze vaak door de overheid aangeboden, dus zijn ze toch niet-rivaliserend en niet-uitsluitbaar.

    quasicollectieve goederen

  • Middel waarvan de verlangde hoeveelheid de beschikbare hoeveelheid zou overtreffen indien het gratis ter beschikking stond.

    een schaars middel

  • Niet-duurzame consumptiegoederen.

    verbruiksgoederen

  • Wat zijn vlottende investeringsgoederen?

    Niet-duurzame investeringsgoederen die tijdens het productieproces verwerkt of vernietigd worden, zoals grondstoffen en hulpmaterialen.

  • Niet-schaarse goederen.

    vrije goederen

  • Mate waarin mensen met de beschikbare schaarse middelen in hun behoefte kunnen voorzien.

    welvaart

  • Gevoel van welbevinden en bevrediging van verlangens die geen beslag leggen op schaarse middelen.

    welzijn

  • Niet-rivaliserende en niet-uitsluitbare goederen.

    zuiver collectieve goederen

  • Rivaliserende en uitsluitbare goederen.

    zuiver individuele goederen

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Nominaal inkomen gecorrigeerd door de huidige prijzen van goederen en diensten.

Reëel inkomen

Nominale rente minus het inflatiepercentage.

Reële rente

Aandeel van het beschikbaar inkomen dat de particulieren sparen.

Spaarquote

Goederen die elkaar in bepaalde verhoudingen kunnen vervangen zonder dat het niveau van de behoeftebevrediging verandert.

Substitueerbare goederen

Draagkracht van de aarde.

de biologische capaciteit

Een hoogtepunt.

een boom

Conjunctuurindicatoren waarvan de keerpunten min of meer samenvallen met die van het bbp.

coïncidente/gelijklopende indicatoren

Belangrijkste indicator voor de conjunctuur in België.

de conjunctuurbarometer van de NBB

Opeenvolging van een periode van snellere en tragere economische groei.

een conjunctuurbeweging

Overheidsmaatregel om de conjunctuurschommelingen af te zwakken.

conjunctuurpolitiek