Summary Economisch Recht

-
126 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Economisch Recht

  • 1 Recht en Rechtstaat

  • Door wie worden rechtsregels uitgevaardigd?
    Nationaal: Belgische wetgever
    Supranationaal: Europese Unie
    Internationale instantie: Verenigde Naties
  • Wat is het verschil tussen objectief en subjectief recht?
    OBJECTIEF RECHT: (Law)
    Het geheel van regels dat uiterlijke gedragen van mensen regelt en dat wordt afgedwongen door de overheid zoals dat op een bepaald moment aan het individu verschijnt. 

    SUBJECTIEF RECHT: (Right)
    De aanspraak die een bepaald persoon aan het objectieve recht ontleent te duiden. Dit kan een aansprak zijn op een bepaalde zaak of op een prestatie van een ander persoon. Wordt vanuit het individu bekeken. 
  • Wat is positief recht?
    Verwijst naar recht dat op een bepaald tijdstip en een bepaalde plaats geldt.
  • Wat is gemeen en bijzonder recht?
    Soms hebben verschillende regels op één en dezelfde situatie toepassing. Ene vorm is dan een algemene regel ('het gemeen recht') en de andere rechtsvorm bijzonde regel ('het bijzondere recht'). Als deze conflicteren wordt aangenomen dat de bijzondere regel voorrang heeft op de algemene. Het algemeen of bijzonder zijn van een wet is relatief. 

    Binnen het privaat recht wordt het burgerlijk recht als 'gemeen' recht beschouwd en het ondernemingsrecht als het 'bijzonder' recht. 
  • Wat is formeel en materieel recht?
    Materieel recht omvant de eigenlijke gedragsvoorschriften. 

    Met formeel recht of procedureel recht wordt het recht aangeduid dat dient om de eigenlijke gedragsvoorschiften af te dwingen. Het bepaalt de procedure van de toepassing en de handhaving van het materiële recht. 
  • Wat is aanvullend, (gewoon) dringend en dwingend recht van openbare orde?
    AANVULLEND RECHT
    zijn regels die van toepassing zijn indien partijen niets anders zijn overeengekomen. Het staat partijen vrij ervan af te wijken (in een overeenkomst) maar indien dit niet is gebeurd, dan verbinden deze aanvullende regels wel degelijk partijen. Het recht voorziet dus een modeloplossing. In het privaat recht (geheel van regels dat de private belangen van de burgers regelt) neemt men het uitgangspunt dat deze aanvullend zijn. In het publiekrecht (geheel van regels dat de organisatie en werking van de overheidsinstellingen betreft en de interactie met burgers) is het uitgangs punt dat deze dwingend zijn.

    DWINGEND RECHT
    Partijen krijgen niet langer de volledige vrijheid om zelf de volledige inhoud en/of vorm van hun contracte te bepalen. Met dwingende rechtsregels gaat de wetgever een bepaalde groep van personen beschermen. In eerste plaats particuliere belangen

    REGELS VAN DWINGEND RECHT VAN OPENBARE ORDE
    Regels van openbare orde zijn die in het privaatrecht de juridische grondslagen vastleggen van de ethische, economische, sociale, maatschappelijke orde met inbegrip van de goede zeden. Regels van openbare orde beschermen het algemeen belang en overstijgen het louter particuliere belang, waar regels van gewoon dwingend recht particuliere belangen beschermen. 
  • Hoe wordt het objectief ingedeeld?
    PUBLIEK EN PRIVAAT RECHT:
    Publiek gaat over de regels die de organisatie en de werking van de overheidsinstellingen betreffen en die de verhoudingen tussen de burgers en de overheid beheersen, wanneer deze als overheid optreedt. Het privaatrecht behandelt de regels die de relaties tussen de burgers onderling betreffen. Rechtstakken bij publiekrecht zijn: grondwettelijk, administratief, straf en procesrecht, gerechtelijk en belastingrecht. Rechtstakken bij privaatrecht zijn: burgerlijk, handels en vennootschapsrecht. 

    STRAFRECHT
    Behelst de regels betreffende de beteugeling door de overheid van bepaalde gedragingen van personen. De overheid treedt hier op als houde van het monopolie inzake de uitoefening van geweld. Het strafrecht omvat een omschrijving van algemene kenmerken van misdrijven, een opsomming van de misdrijven en hun kenmerken, alsook de sancties waarme die gedragingen die als misdrijven worden omschreven worden bestraft. 

    BURGERLIJK RECHT
    Deel van privaatrecht en regelt de verhoudingen tussen privépersonen. omvat: vermogens, personen, familie en het familiaal vermogensrecht. 

    ECONOMISCH / ONDERNEMINGSRECHT
    Vennootschapsrecht maakt deel uit van het ondernemngsrecht en kan worden omschreven als het afwijkend privaatrecht dat van toepassing is op de economische samenwerkingsvormen die als vennootschap worden omschreven. 
  • Wat is een rechtstaat?
    Men spreekt van een rechtstaat indien het uitvaardigen, toepassen en doen naleven van rechtsregels in een bepaalde Staat volgens door rechtsregels beheerste procedures verloopt. Rechtsregels gelden zowel voor de rechtsonderhorigen als voor de gezagdragers. 

    3 fundamentele functies: scheiding der machten, scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. 
  • Wat zijn de formele bronnen van recht?
    1. de wet (in materiële zin), elk algemeen verbindend voorschrift uitgevaardigd door een bevoegde overheid


    2. het gewoonterecht
    - wordt verwezen naar de gevestigde gebruiken die door de rechtsgenoten als bindende rechtsregels worden beschouwd. De bindende kracht vloeit hier uit traditie. 

    3. de algemene rechtsbeginselen
    - zijn ongeschreven gedragsregels, die als bindend worden beschouwd omdat ze op een bepaald ogenlijk wezenlijk worden geacht voor de samenleving. Het zijn rechters die deze beginselen formuleren als een aanvulling van de wettelijke bepalingen

    4. de rechtspraak
    - het geheel van uitspraken van rechtscolleges waarbij rechtsgeschillen worden beslecht. Binden in principe enkel de betrokken partijen

    5. de rechtsleer
    Omvat artikelen, boeken, commentaren die door juristen worden geschreven over bepaalde problemen. Deze zijn niet bindend maar kunnen wel de rechtspraak beïnvloeden of inspireren. 
  • Hoe komt een wet tot stand?
    Er zijn 3 instellingen: De kamer van volksvertegenwoordigers, de senaat en de koning. Kamer en senaat vormen samen het parlement of de wetgevende macht. Somiggen wetten kunnen nu zonder de senaat worden aangenomen (Art 77, 78 Gw)

    Voor de totstandkoming zijn drie procedures mogelijk. Wat van de materie afhangt. 

    VOLLEDIGE BICAMERALE MATERIES (77, gw) 
    De wetgevende macht bestaat uit de kamer, senaat en de koning. Bevoegheden zijn: verklaring tot herzien grondwet, wetten aannemen met meerderheid. 
    Wanneer de kamer het initiatief neemt heet het een wetsvoorstel. Als de koning (eigenlijk de regering of minister) dat doet heet het een wetsontwerp. Deze kan bij de kamer of senaat worden ingediend. Vervolgens wordt deze gestemd in de kamer en senaat. Deze tekst moet bekrachtigt worden door de koning. Daarna wordt deze gepubliceerd, bindend, en in werking de tiende dag na publicatie tenzij anders bepaalt. 

    OPTIONEEL BICAMERALE
    Enkel koning (regering/minister) of kamerleden initiatiefrecht. Eerst behandeld in de kamer, goedgekeurd dan gezonden naar Senaat. Senaat niet verplicht te onderzoeken (anders dan volledig) Senaat heeft evocatierecht als 15 leden zich melden binnen 15 dagen, dan hebben ze 30 dagen ter reflectie. Dan neemt kamer definitieve beslissing. Beide gevallen daarna door naar koning ter bekrachtiging. 

    MONOCAMERALE MATERIES
    Standaarprocedure geworden. Koning en kamer initiatiefrecht. Senaat geen enkele bevoegdheid. 

    KONINKLIJK en MINISTERIËLE BESLUITEN
    Zijn materiële wetten. 
  • Wat is de huidige staatstructuur?
    Oprichting: sterk centraal gezag en ruime autonomie voor gemeenten. Provinciale niveau minder ruime bevoegdheden. Wordt georganiseerd als een territoriaal gedecentraliseerde eenheidsstaat. In verschillende staatshervormingen veranderd naar een federale staat. Steeds meer gezeag voor de gemeenschappen en gewesten. Het grondwettelijk hof bewaard de verdeling tussen deze bevoegdheden. 

    FEDERALE OVERHEID
    Bevoegd voor alle aangelegenheden niet uitdrukkelijk toegewezen aan Gemeenschappen of Gewesten. Onder meer: ordehandhaving, verkiezingen, monetair en budgetair beleid, vreemdelingen, sociale zekerheid, handelsrecht, fiscaal en gerechtelijk recht. 

    GEMEENSCHAPPEN, voornamelijk onderwijs, cultuur en taal

    GEWESTEN, voor plaatsgebonden matieres. Ruimtelijke ordeing, landbouwbeleid, economisch, energie, tewerkstellings beleid. Openbare werken etc. 

    WETTEN
    Regionaal bestaat uit uitvoerende en wetgevende macht, bestaat uit één wetgevende vergadering. Recht van initiatief komt toe aan de uitvoerende (regering) als aan de leden van parlement. Bekrachtiging gebeurt door de regering. Deze zijn in de vorm van decreeten. Zelfde niveau als federale overheid, dus formele wetten. 
  • Welke soorten europese regelgeving zijn er?
    PRIMAIR UNIERECHT
    Worden de verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen en de verdragen van wijzigingen en aanvullingen hiervan. Genieten de hoogste rechtskracht

    SECUNDAIR UNIERECHT: (288, VWEU)
    Regelgeving die wordt aangenomen door de europese instellingen, bestaan verschillende soorten

    -VERORDERING
    is verbindend in al haar onderdelen. Leggen afdwingbare regels vast van toepassing in alle lidstaten

    -RICHTLIJN
    is verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd is. De instanties mogen wel kiezen op welke wijze ze dit resultaat willen bereiken. Gebruikt ter harmonisatie. Vaak ook termijn aan vast. 

    -BESLUIT
    Heeft geen algemene draagwijdte maar een individuele strekking. Ze is wel verbindend in al haar onderdelen tot wie zij is gericht. 
  • Wat zijn de belangrijkste Europese instellingen?
    RAAD (16 VEU)
    Samen met parlement verantwoordelijk voor het aannemen van wetten en het nemen van beleidsbeslissingen. Heeft een vertegenwoordiger van elke lidstaat op ministerieel niveau. Er zijn verschillende soorten meerderheden. Volstrekt: helft plus 1. Gekwalificeerd: 55% van leden van de raad + 65% vertegenwoordiging van bevolking. Voorzitterschap roteert per zes maanden. Deze roept samen, voorzit, roept tot stemming en zorgt voor functioneren. 

    EUROPESE RAAD. 
    Presidenten / ministers die bij een komen. Voorzitter wordt elk 2,5 jaar gekozen. 

    COMISSIE (17 VEU)
    Heeft vertegenwoordiger uit elk Europese lidstaat. Handelen in Europees belang, geen instructies van nationale regering. Comissie heeft het initiatiefrecht voor aannemen van nieuwe regelgeving, ruime uitvoerende bevoegdheden en is tevens 'watchdog' voor de lidstaten. Indien lidstaten niet naleven, eerst een aanmaning, vervolgens kan deze advies geven. Wordt deze niet gevolgd stapt de comissie naar Hof van Justitie. 

    PARLEMENT (14 VEU)
    Vroeger adviesbevoegdheid, nu steeds meer beslissingsmacht in de vorm van vetorecht. Taak is aannemen Europese wetgeving, gedeeld met de raad. Ook samen met raad verantwoordelijk voor goedkeuring begroting. Wordt per 5 jaar verkozen. 

    HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE (19 VEU)
    Omvat Hof van Justitie, het Gerecht en gespecialiseerde rechtbanken. Afdwinging van gemeenschapsrecht is en blijft eerste plaats taak van de nationale rechters. Deze kunnen hof van justitie wel om advies vragen. Sommigen geschillen wel rechtstreeks voor Hof van Justitie. 
  • Hoe is de rechterlijke macht gestructureerd?
    VREDERECHT (59, Ger, W)
    Elk karton is er een vredegerecht. De vrederechter zetelt alleen en is er een beroepsmagistraat. Hij oordeelt over kleine geschillen met beperkte waarde (5000€) die niet tot de bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank behoren. Verder specifiek, ongeacht de waarde,: huurgeschillen, consumentenkredieten (591 Ger, W). Hoger beroep is mogelijk bij de rechtbank van eerste aanleg tenzij het bedrag van de vordering niet hoger is dan 1860 eur (617 Ger, W)

    RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG
    In elk gerechtelijk arrondissement is een rechtbank van eerste aanleg. Vier secties met kamers: burgerlijke, correctionele, familie- en jeugd en strafuitvoeringsrechtbank. De burgerlijke rechtbank doet geschillen (met waarde >5000) behalve economische of sociaalrechtelijke, die zijn voor ondernemings of arbeidsrechtbank. Eerste aanleg oordeelt ook over in hoger beroep van vrederechter. 

    ONDERNEMINGSRECHTBANK
    Oordeelt in aarste aanleg over economische geschillen. Tussen ondernemingen die betrekking hebben op een handeling welke is gericht in het kader van verwezenlijking van dat doel (573, Ger,W) Onderneming is ruim, vallen ook vrije beroepen onder, winstoogmerk is niet vereist. 

    HOF VAN BEROEP
    In België zijn er vijf: Gent, Antwerpen, Brussel, Luik en Bergen. Elk heeft kamers voor burgerlijke, handels, jeugd en strafzaken. Elke kamer is samengesteld uit 1 of 3 raadsheren(beroepsmagistraten). Handelt enkel hoger beroep, dus niet in eerste aanleg. 

    HOF VAN CASSATIE
    Er is er maar één: Brussel. Samengesteld uit 3 kamers: burgerlijke en handelszaken, criminele, correctionele en politiezaken, en een voor arbeidszaken. Elk twee afdelingen, Nederlands & Frans. Het hof kijkt of de rechter in het laatste aanleg de wet wel correct heeft toegepast. Indien negatief, zal het Hof het arrest of vonnis verbreken, de zaak wordt teruggestuurd naar een ander rechtscollege. Er is geen wettelijke verplichting om de uitspraak van het hof van Cassatie te volgen. Wanneer het tweede cassatiearrest het arrest of vonnis vernietigt om dezelfde reden dan is deze wel verplicht de beslissing te volgen.
  • Welke rechtsbanken zijn er buiten de rechterlijke macht?
    RAAD VAN STATE
    bestaat ui een afdeling wetgeving en bestuursrechtspraak. Bestuursrechtspraak beschermt de burger tegen administratieve willekeur. Vervult tevens de taak van adviesorgaan op wetgevend en reglementair gebied. Vaak wordt een wet pas aangenomen nadat advies is gevraagd. Kwaliteit bewaking. 

    GRONDWETTELIJK HOF (voorheen arbitragehof)
    Is exclusief bevoegd om te oordelen of normen met kracht van wet in overeenstemming zijn met de Grondwet. Beoordeelt ook over de correcte naleving van regels die de bevoegdheid bepalen van de federale staat, de gemeenschappen en de gewesten. Het hof is een gespecialiseerd rechtscollege, die los staat van uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht. Bestaat ui 12 rechters, referendarissen en twee griffiers. 
  • Welke rechtsubjecten zijn er?
    DE NATUURLIJKE PERSOON
    Zijn mensen van vlees en bloed, hebben recht omwille van hun bestaan en eindigt bij overlijden. Grondwet heeft de burgerlijke dood afgeschaft (is verlies van alle rechten)

    RECHTSPERSOON
    -TYPENDWANG
    Een organisatie krijgt enkel een rechtspersoonlijkheid indien ze aan bepaalde door de wet opgelegde vereisten voldoent (typendwang). Twee soorten organisaties: met en zonder rechtspersoonlijkheid. 

    -SPECIALITEITSBEGINSEL
    Uit de wettelijke regeling betreffende de gekozen rechtsvorm of uit de statutaire omschrijving van zijn doel kunnen er voor de rechtspersoon beperkingen voortvloeien aan zijn rechtsbekwaamheid of aan de vertegenwoordigingsbevoegdheden van zijn organen. Dit is specialiteitsbeginsel. Zo geniet een rechtspersoon in principe alle subjectieve rechten van een natuurlijk persoon, behalve diegene die een bestaan als natuurlijk persoon vooropstellen

    PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSONEN
    omvatten de overheidorganen en instellingen door de overheid bekleed. 

    PRIVAATRECHTELIJKE RECHTSPERSOON
    Door privaat initiatief zijn totstandgekomen: vennootschappen, verenigingen zonder winstoogmerk, stichtingen en de beroepsorganisaties. 
  • Welke subjectieve rechten zijn er?
    Subjectieve rechten zijn op het objectief recht gesteunde aanspraken of bevoegdheden, die een persoon toelaten om op een bepaalde wijze te handelen in een welbepaalde situatie. 

    POLITIEKE RECHTEN
    ingedeeld in politieke vrijheden, participatierechten en sociaaleconomische rechten. Garanderen vrijheidssfeer, deelname aan het overheidsbeleid en welvaartstaat. 

    CIVIELE RECHTEN
    Patrimoniële en niet patrimoniële: alleen patrimoniële rechten zijn waardeerbaar in geld. Bijvoorbeeld de zakelijke en vorderingsrechten. Extra-patrimoniële rechen kunnen niet gewaardeerd worden in geld en zijn buiten handel. Persoonlijkheidsrechten bijv. eer, goede naam, privacy. Familierechten die voortvloeien uit: huwelijk, ouderschap, adoptie, afstamming en voogdij. 
    Kunnen ook verdeeld worden naargelang hun voorwerp: Vorderings of persoonlijke rechten geven aansprak op een prestatie van een persoon. Zakelijk op een zaak, bijv eigendomsrecht. Intellectuelen rechten hebben niet betrekking op een zaak of een persoon, een onlichamelijk voorwerp zoals: auteursrecht, otrooirecht en merkenrecht. Deze zijn in de regel patrimonieel. Auteursrecht is wel en niet patrimonieel. 
  • Wat is een rechtsfeit? En wat is een rechtshandeling?
    RECHTSFEIT 
    is elk feitelijk gegeven (een gebeurtenis, een situatie of een handeling) waaraan het objectieve recht rechtsgevolgen vastknoopt. Die bestaan in het ontstaan, wijzigen of verlies van subjectieve rechten. 3 categorieen:
    - feiten die voorvallen zonder menselijk handelen
    - die een menselijk handelen veronderstellen dat echter niet bewust werd gesteld om rechtsgevolgen te veroorzaken
    - die een menselijk handelen veronderstellen waarme wel degelijk bepaalde rechtsgevolgen werden beoogd, deze zijn tevens rechtshandelingen

    RECHTSHANDELING
    Is een handeling die bewust gesteld wordt om de door het recht eraan verbonden rechtsgevolgen te veroorzaken. Betreffen een wijziging van de rechtstoestand van een persoon: hij verwerft of verliest rechten of verplichtingen of wijzigt de inhoud van rechten of plichten die hij reeds bezat. Partijen zijn deel, derden niet. 
  • Wat is een geldige wil?
    VEREISTEN EN DRAAGWIJDTE
    Om geldig te zijn zal vereist zijn dat de wil geuit wordt, dat deze volwaardig is, dat deze gericht is op het doen ontstaan van rechtsgevolgen en dat deze geuit is tot degen die de rechtsbtrekking betreft. Het uiten kan door een uitdrukkelijke verklaring of uit niets anders te interpretere handelingen volgen (omstandig stilzwijgen) Een volwaardige wil is wanneer degene in staat is de gevolgen van zijn daden in te schatten. In principe primeert de Werkelijke wil en wordt vermoed dat de Uitgedrukte wil daarme overeenstemt. 

    WILSGEBREKEN
    Indien de partij wel over de nodige informatie zou hebben beschikt of bepaalde factoren afwezig waren geweest zou de partij niet of niet aan dezelfde voorwaarden hebben toegestemd. 

    -DWALING (1110, BW)
    bij dwaling is de wil aangetast door een verkeerde voorstelling van zaken. Dwaling moet ook verschoonbaar zijn, dat degene die zich vergist heeft geen vergissen mag hebben begaan die een normaal zorgvuldig persoon niet zou hebben begaan. Sprake van dwaling moet bepaald worden over totstandkomen van overeenkomst. Niet over uitvoering.

    - BEDROG (1116 BW)
    Er is bedrog indien een partij, door gebruik van listige kunstgrepen zijn tegenpartij bewust doet dwalen en daardoor zijn toestemming bekomt. Kan ook door verzwijgen van essentiele informatie. Moet doorslaggevend zijn. Verschoonbaar is niet vereist, bedrog moet uitgaan van de tegenpartij. 

    - GEWELD (1111 BW)
    indien fysische of morele dwang uitgeoefend ten aanzien van degene die het contract aangaat, zijn echtgenote of zijn bloedverwant in de rechte lijn, zodat de wilsuiting die onder dwang werd geuit niet overeenstemt met de werkelijke wil. Het is niet vereist dat het geweld uitgaat van de tegenpartij, mag ook derde zijn. Het geweld moet van aard zijn om indruk te maken op een redelijk persoon, en doorslaggevend zijn. 

    - BENADELING
    Benadeling, een manifest onevenwicht tussen de wederzijds bedongen prestaties, is geen algemene grond van nietigheid van de rechtshandeling. Onder bepaalde omstandigheden wordt toch aanvaard dat benadeling kan leiding tot de gehele of gedeeltelijke nietigheid van de overeenkomst. Voorwaarden: 1) ernstige benadeling 2) misbruik van concrete omstandigheden 3) doorslaggevend. 
  • Wat is handelsbekwaamheid? Het voorwerp en de oorzaak?
    Om geldig te zijn moet een rechtshandeling gesteld worden door iemand die daartoe bekwaam is. (1123 BW) Wanneer iemand handelingsonbekwaam is, is hij weliswaar drager van rechten en plichten maar hij kan ze niet zelfstandig uitoefenen. 

    VOORWERP
    Het voorwerp van een rechtshandeling betreft het concrete rechtsgevolg dat beoogd wordt door de handelende persoon of personen. Het voorwerp van een overeenkomst bestaat in het doen ontstaan, wijzigen, doen tenietgaan of overdragen van een of meerdere verbintenissen. Het voorwerp moet: bepaald of bepaalbaar zijn, geoorloofd zijn, bestaan of kunnen bestaan. Geoorloofd = niet tegen openbare orde of goede zeden. 

    OORZAAK
    De oorzaak duidt op het nut voor en de motieven van de partijen bij een rechtshandeling; op de doorslaggevende beweegredenen die partijen ertoe bewogen hebben de rechtshandeling te stellen. De oorzaak moet bestaan en moet geoorloofd zijn.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.