Summary Economische crisis

ISBN-10 9461102496 ISBN-13 9789461102492
591 Flashcards & Notes
9 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Economische crisis". The author(s) of the book is/are . The ISBN of the book is 9789461102492 or 9461102496. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Economische crisis

  • 1 De grote recessie

  • Wat is een recessie?
    Een krimp die minsten twee kwartalen aanhoudt
  • Wat is de bbp?
    De totale productie in een jaar en dit is gelijk aan het totale inkomen van dat jaar.
  • 1.2 Financiële markten

  • Wat is de vermogensmarkt?
    Het geheel van de vraag naar en het aanbod van vermogen
  • Sparen wordt in de economie gedefinieerd als het niet-besteden van inkomen.
  • Wat is het spaarquote?
    Het deel van het inkomen dat wordt gespaard.
  • Wat is de geldmarkt?
    Kortlopende kredieten met een looptijd tot twee jaar worden hier verhandeld.
  • Wat is de kapitaalmarkt?
    Het gaat hier om langlopend en soms zelfs permanent vermogen.

    De markten van onroerend goed en de markten van hypotheken, obligaties en aandelen behoren hier toe.
  • Wat is een aandeel?
    Een bewijs van mede-eigendom van een nv of bv.
  • Wat is dividend?
    Het uitkeren van winst van een vennootschap.
  • Wat is een obligatie?
    Een schuldbekentenis voor een langlopende lening.
  • Wat is wanbetaling of debiteurenrisico?
    Als de geldgever het risico loopt dat hij geen rente en aflossing ontvangt.
  • Twee risico's van rentes:
    1. Wanbetaling
    2. Inflatie, hierdoor verliezen de rentes en aflossingen die de geldgever ontvang een deel van hun koopkracht.
  • Wat is de reële rente?
    Het nominale rentepercentage, het rentepercentage dat je krijgt of moet betalen, te corrigeren voor de inflatie. Dit gebeurt met behulp van indexcijfers.
  • Voor schuldenaars is een hogere inflatie goed nieuws: de nominale waarde van de schuld blijft gelijk, terwijl de reële waarde afneemt. Als het inkomen van de schuldenaar wel meestijgt met de inflatie, wordt het makkelijker de schuld af te lossen.
  • Prijsschommelingen op de woningmarkt ontstaan vooral door veranderingen in de vraag.
  • Wat is selffulfilling prophecy?
    Een voorspelling die uitkomt omdat mensen zich er naar gaan gedragen.
  • Wat is een zeepbel?
    De prijzen geven niet langer de daadwerkelijke waarde aan.
  • Wat is een onderwaterhypotheek?
    Als de prijzen zo sterk dalen dat de hypotheek van mensen hoger is dan de waarde van hun huis.
  • Wat is het rendement?
    Het totaal van de opbrengsten in procenten van het belegde bedrag.
  • Wat is het reële rendement?
    Het nominale rendement gecorrigeerd voor de inflatie.
  • De koersen van obligaties hangen niet alleen af van de risico's, maar ook van de beloning die beleggers elders in de markt kunnen verdienen. As de marktrente stijgt zullen beleggers minder willen betalen voor een obligatie met een vaste rente.
  • Wat is het hefboomeffect?
    De extra inkomsten die ten goede komen aan de verschaffers van het eigen vermogen.
  • Wanneer is er een positief hefboomeffect?
    Zolang het gemiddelde rendement hogers is dan de rente over de leningen.
  • Wat is de solvabiliteit?
    De mate waarin een onderneming in staat is haar schulden terug te betalen. De maatstaf voor solvabiliteit is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke twee manieren zijn er om met de recessie om te gaan?
  1. De overheid kiest ervoor helemaal niets te doen. Er zal een nieuw lange-termijnevenwicht tot stand komen dmv het aanpassingsproces
    • tijdrovende strategie
    • hoge werkloosheid en deflatie

  1. De overheid stimuleert de macrovraag
    • miljarden in de economie steken
    • banken hielden rente laag om bestedingen te stimuleren
    • bij succes gaat de macrovraaglijn terug naar de oude situatie
Wanneer spreken we van evenwicht op lange termijn?
Zodra het aanpassingsproces is voltooid en de productiecapaciteit volledig wordt gebruikt.

  • aanpassingsproces van de lonen en prijzen  
Prijsflexibiliteit
Verschijnsel dat de marktprijzen van goederen en diensten zich snel aanpassen aan een verandering in de verhouding tussen vraag en aanbod. De prijzen zijn niet rigide of star. De prijzen kunnen op de korte termijn aangepast worden.
Loonflexibiliteit
Verschijnsel op de arbeidsmarkt dat de lonen zich snel aanpassen aan een verruiming of een verkrapping. De lonen zijn niet rigide. Lonen passen zich snel aan de veranderingen op de arbeidsmarkt aan.
Wanneer het algemene prijspeil boven het evenwichtsniveau ligt, welk onevenwichtigheid doet zich dan voor?
Er ontstaat een aanbodoverschot. Het geaggregeerde aanbod is op korte termijn groter dan de geaggregeerde vraag.
Hoe ontstaat het macro-economisch evenwicht op korte termijn?
Dat is het evenwicht tussen macrovraag en macroaanbod
Wat is prijsrigiditeit of prijsstarheid?
erschijnsel dat de marktprijzen van goederen en diensten zich pas na langere tijd aanpassen aan een verandering in de verhouding tussen vraag en aanbod. De prijzen zijn niet flexibel. De prijzen kunnen op de korte termijn door bijvoorbeeld loonstarheid niet gewijzigd worden.
Wat is het geaggregeerde aanbod?
De totale hoeveelheid goederen en diensten die bedrijven in een jaar willen produceren en verkopen.

  • ook wel macroaanbod of macro-economisch aanbod genoemd.  
Waar bestaat de geaggregeerde vraag uit?
De totale hoeveelheid goederen en diensten die consumenten, producenten, overheid en buitenland in een jaar willen kopen.

  • Wordt ook wel macrovraag of macro-economische vraag genoemd.

  • Het is een reële grootheid  
Wat is stagflatie?
Een recessie die samengaat met inflatie. Een situatie van stagnatie in de reële sector en inflatie in de monetaire sector. Hoge werkloosheid gaat samen met hoge inflatie.