Summary Economische crisis (VWO) (2011)

-
ISBN-10 9461100248 ISBN-13 9789461100245
411 Flashcards & Notes
72 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Economische crisis (VWO) (2011)". The author(s) of the book is/are Stichting LWEO. The ISBN of the book is 9789461100245 or 9461100248. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Economische crisis (VWO) (2011)

  • 1.1 Een huis om in te wonen

  • Het is voor de overheid voordelig als er meer eigenaren dan huurders van woningen zijn: iemand die een eigen woning heeft woont hier vaak langere tijd en zal meer moeite doen het huis en de buurt te onderhouden. Dit scheelt de overheid kosten.
    Het duurt lang voordat een huis afgebroken moet worden, daarom bestaat het aanbod op de woningmarkt vooral uit bestaande woningen. De aanbouw van een nieuw huis is duur. Daarnaast kost het veel tijd, zeker als er een hele nieuwbouwwijk aangelegd moet worden. Als er meer vraag naar woningen is kunnen huizen niet zomaar ontstaan, het aanbod op de woningmarkt reageert dus niet gelijk op de vraag. De vraag heeft meer invloed op de prijs dan het aanbod, omdat het aanbod weinig verandert. De vraag naar huizen reageert ook op de verwachte prijsontwikkeling: Als verwacht wordt dat de huizenprijzen zullen stijgen, zullen veel mensen de koop van een huis vervroegen om later geen hogere prijs te moeten betalen. Hierdoor ontstaat er meer vraag, waardoor de prijzen stijgen en er uiteindelijk een selffulfilling prophecy ontstaat. Een selffulfilling prophecy is een verwachting die zichzelf vervult: in dit geval stijgen de huizenprijzen, omdat verwacht wordt dat ze in de toekomst zullen stijgen en de vraag hierdoor toeneemt.
  • Het kopen van een huis kost veel geld, dit is zo'n groot bedrag dat het meestal niet mogelijk is dit in één keer te betalen. Veel kopers van huizen sluiten een hypotheek af: een lening op lange termijn met onroerend goed (meestal is dit het huis zelf) als onderpand. Als de schuld niet kan worden afbetaald kan de bank dit onroerend goed verkopen om haar geld terug te krijgen. Er zijn veel verschillende soorten hypotheken: hypotheken met een vaste of variabele rente, aflossingsvrije hypotheken of spaarhypotheken.
  • Wat is een selffulfilling prophecy?
    Een selffulfilling prophecy is een verwachting of een voorspelling die juist doordat het verwacht wordt uitkomt.
  • Waarom kan het aanbod op de woningmarkt niet gelijk op de vraag reageren?
    Het aanbouwen van nieuwe huizen kost veel tijd. Architecten moeten het huis ontwerpen en totdat het door een bouwvakker gebouwd is zijn er vaak al een paar jaar voorbij. 
  • Wat is een onderpand voor een (hypotheek)lening?
    Een onderpand is onroerend goed, meestal een huis of gebouw, wat de bank in beslag neemt als de lening niet afbetaald kan worden. Voor de bank verlaagt dit het risico van wanbetaling.
  • Noem twee voorbeelden van een hypotheek.
    Spaarhypotheek en aflossingsvrije hypotheek.
  • 1.2 De vermogensmarkt

  • Soms worden huizen ook als belegging gekocht, om winst te halen. Deze winst wordt vaak uitgedrukt als rendement: de opbrengst in procenten van de kosten van de belegging. Het nominale rendement is het rendement in euro's, bij het reële rendement wordt er rekening gehouden met inflatie. Veel mensen hebben geldillusie: er wordt alleen maar naar de nominale waarde van geld gekeken. Met inflatie wordt geen rekening gehouden, de nominale waarde stijgt vaak harder dan de reële waarde. In koopkracht zijn beleggers er vaak veel minder op vooruit gegaan.
    Als een hypotheeklening bij een bank wordt afgesloten, haalt de bank het geld van de lening van de mensen die bij de bank sparen. Sparen is het niet uitgeven van inkomen. Je kunt je geld in een oude sok stoppen of op een betaalrekening met geen/weinig rente zetten (oppotten), maar je kunt ook beleggen. Als je geld belegt behaal je er meer winst mee. Geld beleggen wordt gedaan op de vermogensmarkt.
  • Op de vermogensmarkt komen vraag en aanbod naar vermogen samen.
    Aanbieders (beleggers): Gezinnen, bedrijven en de overheid
    Beleggen kan in bijvoorbeeld: onroerend goed, kunst, financiële bezittingen (obligaties, aandelen), spaarrekening of een spaardeposito.
    Het is in Nederland verplicht om premies af te dragen aan pensioenfondsen. Ook de bij elkaar gespaarde premies in het fonds is een belegging.
    Net als op elke markt geldt op de vermogensmarkt een prijs, dit is de rente. Met die rente/prijs kan ook een vraag- en aanbodfiguur voor geld gemaakt worden.
    De vermogensmarkt kan worden gesplitst in deelmarkten: de geldmarkt (kortlopende kredieten tot twee jaar) en kapitaalmarkt (lange kredieten en permanent vermogen).
  • Als een belegger lang zijn geld belegt neemt zijn risico toe. De kans wordt namelijk groter dat de ander de schuld niet meer terug kan betalen. Een ander risico bij een langdurige belegging is inflatie: de reële waarde van de belegging neemt hierdoor af. Voor een risicovollere belegging eisen beleggers een hogere rente als compensatie. Voor leners is inflatie vooral een voordeel: de reële waarde van hun schuld daalt.
  • Aandelen en obligaties worden verhandeld op de effectenbeurs. Nieuwe aandelen en obligaties komen rechtstreeks van de bedrijven en komen op de primaire markt, maar het grootste deel bestaat uit tweedehandsmarkt. In Nederland is de AEX heel belangrijk om de aandelenkoersen bij te houden.
    Een onderneming is niet verplicht dividend uit te keren aan aandeelhouders, maar doet dit vaak wel. Dividend is een compensatie voor de aandeelhouders, zij halen hiermee winst. Meestal gaat het aandeelhouders meer om de koerswinst. Mensen kopen niet graag aandelen omdat er een hoger risico op zit: ze zijn risico-avers. Op obligaties zit een lager risico en daarom is de rente daarvan lager.
  • Geldillusie kan niet alleen bij inkomen en vermogen ontstaan, maar ook bij het rendement. Inflatie heeft invloed op het reële rendement. Het verband tussen de reële, nominale waarde en de inflatie geven we vaak aan in indexcijfers. Reëel indexcijfer = Nominaal indexcijfer / Prijsindexcijfer, afgekort RIC = NIC / PIC
  • Wat is geldillusie?
    Geldillusie treedt op als mensen geen rekening houden met inflatie. De nominale waarde van een belegging kan gestegen zijn, maar vanwege inflatie kan de reële waarde veel minder gestegen of zelfs gedaald zijn. Door de inflatie ontstaat er dus de illusie dat het meer geld waard is.
  • Wat wordt er verhandeld op de geldmarkt?
    Op de geldmarkt worden kortlopende leningen verhandeld. Dit zijn leningen met een looptijd van maximaal twee jaar.
  • Op welke markt worden langlopende leningen en permanent vermogen uitgegeven?
    Langlopende leningen en permanent vermogen (aandelen zijn een voorbeeld van permanent vermogen) worden op de kapitaalmarkt uitgegeven.
  • Wie zijn de aanbieders op de vermogensmarkt?
    Gezinnen, bedrijven en de overheid.
  • Waar of niet waar: Elke Nederlander belegt.
    Waar. In Nederland is iedereen verplicht pensioenpremie te betalen, deze premies worden in een pensioenfonds belegd.
  • Wat is de prijs op de vermogensmarkt?
    De prijs op de vermogensmarkt is de rente.
  • Waarom is een langdurige belegging risicovoller dan een korte belegging?
    Als de belegging op langere termijn is, is de kans dat de schuldeiser niet terug kan betalen groter. Daarnaast is er op langere termijn meer inflatie. Inflatie verminderd de reële waarde van beleggingen.
  • Hoe worden beleggers gecompenseerd voor het risico dat ze lopen?
    Beleggers ontvangen rente over hun beleggingen. Op deze manier maken ze winst.
  • Waarom is inflatie voor schuldeisers aantrekkelijk?
    Inflatie zorgt ervoor dat de reële waarde van een schuld afneemt. Voor leners betekent dit ook dat ze reëel minder geld hoeven terug te betalen.
  • Wat is dividend?
    Dividend is de uitbetaling die aandeelhouders krijgen. Als een bedrijf winst maakt wordt een klein deel aan de aandeelhouders uitgekeerd, dit is dividend.
  • Wat wordt er verhandeld op de effectenbeurs?
    Op de effectenbeurs worden aandelen gekocht en verkocht.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

wat zijn de 4 productiefactoren met hun daarbij behorende beloning?
kapitaal: rente
arbeid: loon
natuur: pacht 
onderneming: winst
Wat zijn obligaties?
Verhandelbaar bewijs van deelneming in een geldlening aan bedrijven of de overheid met een vaste rente en vaste loontijd.
Wat is de Nominale rente?
Rentepercentage dat de bank geeft of vraagt voor sparen of lenen.
Wat is een kapitaalmarkt?
Deel van de vermogensmarkt waar laaglopende leningen en permanent vermogen gehandeld worden.
Wat is een hypothecaire lening?
Lening bij een bank met onroerend goed als onderpand.
Wat is de geldmarkt?
Deel van de vermogensmarkt waar kredieten, leningen en dergelijke worden verstrekt en verhandeld met een looptijd van korter dan twee jaar. Hieronder vallen spaarrekeningen voor particulieren bij banken, het kopen op afbetaling enzovoort.
Wat is geldillusie?
De situatie dat mensen alleen kijken naar de nominale waarde van geld.
Wat is eigen vermogen?
Het door de eigenaren ingebrachte geld.
Wat is dividend?
Winstuikering van aandeelhouders van een nv of bv.
Wat is een centrale bank?
Een centrale bank verzorgt de aanmaak van geld en controlleert de algemene banken.