Summary Effectief leren basisboek

-
ISBN-10 9001815448 ISBN-13 9789001815448
231 Flashcards & Notes
156 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Effectief leren basisboek
  • Sebo Ebbens
  • 9789001815448 or 9001815448

Summary - Effectief leren basisboek

  • 1.1 Sleutelbegrippen bij het vormgeven van effectief leren

  • Wat zijn de zes sleutelbegrippen bij het vormgeven van effectief leren in de de les?

    1. een heldere structuur in de opbouw van de leerstof

    2. het juiste niveau van de leerstof

    3. betekenis geven aan de leerstof

    4. individuele aanspreekbaarheid

    5. zichtbaarheid van leren

    6. aandacht voor nieuwsgierigheid en motivatie

  • 1. heldere structuur

     

    goede opbouw van de les: meeste lessen kennen een begin, midden en eind

  • Wat zijn de kenmerken van effectief leren in de les?

    Er kan effectief geleerd worden als:

    - er een postief leerklimaat heerst in de klas;

    - de docent helder uitlegt en structuur in de les heeft en het hem lukt de lln zichtbaar betrokken te laten zijn;

    - de leerlingen  zichtbaar bezig zijn om de de inhoud van de leeractiviteiten eigen te maken.

  • 2. juiste niveau van de leerstof
    leren in de vorm van onthouden, begrijpen, integreren en toepassen in relatie met leeractiviteiten van leerlingen
  • 3. Betekenis geven aan de leerstof
    Leerlingen moeten weten waarom ze iets moeten leren en waarom op dat moment Ze moeten betekenis gaan geven aan de leerstof.
    Als de docent dit goed kan overbrengen is de kans groot dat de ll er betekenis aan kunnen geven.
  • 4. individuele aanspreekbaarheid
    Het is van belang dat de docent de ll actief en effectief met te leerstof bezig laat zijn.
    Dat kan je doen door iedere leerling het gevoel te geven dat hij/zij  aanspreekbaar is op een vraag of opdracht.
  • 1.1.1 betekenis geven

  • Welke vier vragen kan iemand beantwoorden als kennis betekenis heeft zodat iemand weet waarvoor hij die kennis kan gebruiken. (Perkins)

     

    1. Wat is de functie, het doel van deze kennis?

    2. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van deze kennis?

    3. Kan ik voorbeelden van deze kennis geven?

    4. Welke argumeten heb ik om deze kennis te verkrijgen?

  • Kennis krijgt betekenis als ll weten waarvoor ze die kennis kunnen gebruiken.

    Als kennis betekenis heeft zodat iemand weet waarvoor hij die kennis kan gebruiken, kan hij daarover 4 vragen beantwoorden (Perkins, 1986)

    1. Wat is de functie, het doel van deze kennis?
    2. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van deze kennis?
    3. Kan ik voorbeelden van deze kennis geven?
    4. Welke argumeten heb ik om deze kennis te verkrijgen?
  • Perkins: 3. Noem een voorbeeld van effectief leren.
    Een docent die aan het begin van de les uitgebreid de moeite neemt om met leerlingen te inventariseren wat zij al weten van een begrip, en hoe zij dat in hun dagelijks bestaan tegenkomen. 
  • Noem argumenten die pleiten voor het gebruik van effectief leren.

    Er zijn 3 belangrijke argumenten voor effectief leren.
    - dat de motivatie sterk gestimuleerd wordt als ll de betekenis van leerstof begrijpen
    - dat veel ll als zij zich niet aangesproken voelen, langdurig in de klas met andere dingen (in hun hoofd) bezig zijn.
    - leren met behulp van leeractiviteiten zichtbaar maken, zorgt ervoor dat de docent meer zicht krijgt op de leerprocessen van de ll.
  • Aansluiten bij voorkennis

    Het is belangrijk om aan te sluiten op wat de ll al weten, op hun voorkennis. Dit maakt het leren effectiever en zorgt ervoor dat de nieuwe informatie op de juiste manier en op een logische plaats in zijn/haar hoofd wordt opgeslagen.
    Het is dus belangrijk dat jij als docent die voorkennis activeert bij de ll bewust maakt van wat zal denken te weten.
  • Als docent kun je de ll stimuleren om betekenis te geven aan de lesdoelen. Je kunt dit doen door jezelf vooraf de volgende vragen te stellen (ontleend aan die van Perkins )
    - bij welke voorkennis en ervaringen van ll sluit dit lesdoel aan? Welke vragen moet ik stellen om daar achter te komen.
    - hoe is effectief en zinvol gebruik door ll op korte termijn mogelijk?
    - voor welke andere vakken/thema's is dit lesdoel ondersteunend?
    - komt dit lesdoel voort uit beroepseisen? Zo ja, hoe maak ik dat zichtbaar voor de ll?
    - is dit lesdoel vooral gericht op het examen? Zo ja, leg dit uit aan de ll. En behandel de stof dan effectief en doelgericht.
  • 1.1.2 Individuele aanspreekbaarheid

  • Studenten leren beter wanneer zij individueel benaderd worden of kans hebben om individueel benaderd te worden. Hierdoor zullen zij zich meer betrokken voelen bij de les en zich meer inzetten.

  • Voorbeeld met individuele aanspreekbaarheid:
    Docent: 'Ik stel zo meteen een vraag. Schrijf voor jezelf zonder overleg het antwoord op. Daar krijgen julie 2 min voor. Het blijft dus evenstil. Vergelijk op mijn teken het natwoord met je buurman en bespreek het kort. Daarna geef ik kriskras de beurt. De vraag luidt;...'
    Voorbeeld zonder individuele aanspreekbaarheid:
    Docent: 'Hakim, wat is het gemiddelde van deze meting?
    Tina, waarom rekenen we daar 14 niet in mee?
    Joost, weet jij dat?'
  • 1.1.3 Zichtbaarheid

  • De docent kan het leerproces volgen door rond te lopen bij zelfstandig werken, bij de leerlingen mee te kijken en hardop te laten denken.

  • 1.1.4 Motivatie

  • Er zijn zes factoren te onderscheiden die direct en merkbaar invloed hebben op goed leergedrag van leerlingen:

    1. succesbeleving

    2. individuele aanspreekbaarheid

    3. feedback, kennis van de resultaten

    4. betekenis geven

    5. interesse in de leerling en veligheid

    6. positieve benadering

  • Welke 6 factoren zijn er te onderscheiden die direct en merkbaar invloed hebben op goed leergedrag van leerlingen?

    1. succesbeleving

    2. individuele aanspreekbaarheid

    3. feedback, kennis van de resultaten

    4. betekenis geven

    5. intresse in de leerling en veiligheid

    6. positieve benadering

  • 1. Succesbeleving
    Het verwijzen naar eerder behaalde goede resultaten en het benadrukken van de goede aspecten in deels foute antwoorden is vele malen effectiever dan het benadrukken van fouten. Wanneer lln beloning voor hun inspanning ervaren, zijn ze meer gemotiveerd.
    Dit betekent ook goed aansluiten bij de voorkennis en de mogelijkheden van lln. ze moeten zich gezien en uitgedaagd voelen, zonder overvraagd te worden.
  • De docent is verantwoordelijk voor het scheppen van een klimaat waarin de ll willen en kunnen leren.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Effectief leren : basisboek
  • Sebo Ebbens, Simon Ettekoven
  • 9789001307523 or 9001307523
  • 2e dr.

Summary - Effectief leren : basisboek

  • 1 Kenmerken effectief leren en directe instructie

  • In dit onderdeel gaan we in op directe instructie als strategie voor het stimuleren van het leren van leerlingen

  • 1.1 Effectief leren en directe instructie

  • welk doel heeft directe instructie

    te helpen met nieuwe informatie of basisvaardigheden te oefenen

  • twee belangrijkste kenmerken zijn

    leiding ligt bij de docent  en dat de leerlingen effectief leren

  • 1.1.1 wat is het niet?

  • eenrichtingsverkeer is een onderdeel van directe instructie

    nee, dat is niet de juiste insteek leerlingen moet actief betrokken blijven

  • is directe instructie het ontvangen van informatie

    nee, het is ook het opslaan en verwerken van de geven informatie

  • 1.1.2 wat is het wel?

  • maakt feedback deel uit van de goede directe instructie

    Ja het is zelfs een essentieel onderdeel hiervan

  • samenvattingen worden gegeven door de leerlingen is dat goed of juist niet goed

    dat is goed leerlingen in hub eigen worden laten samenvatten

  • 1.2 sleutelbegrippen

  • sleutelbegrippen bepalen de effectiviteit van de docent

  • Benoem de 6 sleutelbegrippen
    1. heldere structuur in de opbouw van de leerstof
    2. het juiste niveau van de leerstof
    3. betekenis geven
    4. individuele aanspreekbaarheid
    5. zichtbaarheid van leren/ denken
    6. aandacht voor nieuwsgierigheid en motivatie
  • de zes sleutelbegrippen zijn

    1. een goede structuur in de opbouw
    2. het juiste niveau van de lesstof
    3. betekenis geven
    4. individuele aanspreekbaarheid
    5. zichtbaarheid
    6. motivatie
  • de zes sleutelbegrippen zijn een goede structuur in de opbouw het juiste niveau van de lesstof betekenis geven individuele aanspreekbaarheid zichtbaarheid motivatie
  • 1.2.1 betekenis geven

  • waarom is het van belang om deze kennis tot je te nemen.

    Wat is het doel 

    Wat kun je ermee

  • Kennis betekenis geven, dus waarom moet je dat leren.


    Vier vragen van Perkins (voor de leerling):
    1. Wat is de functie/doel van deze kennis
    2. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van deze kennis?

    3. Kan ik voorbeelden van deze kennis geven?

    4. Welke argumenten heb ik om deze kennis te verkrijgen? (waarom zou ik dit willen leren)


    De nieuwe kennis moet aansluiten bij voorkennis


    Vragen die de docent zich vooraf kan stellen gericht op betekenis:
    1. Bij welke voorkennis en ervaringen van de leerlingen sluit dit lesdoel aan?
        Welke vragen moet ik stellen om dat te weten?
    2. Voor welke andere vakken/thema’s is dit lesdoel ondersteunend?
    3. Komt dit lesdoel voort uit beroepseisen? Hoe kan ik dat zichtbaar maken voor de leerling?
    4. Is dit lesdoel voornamelijk voor het examen? Zo vermeld dat dan.


  • Wat is betekenis geven aan de leerstof?
    leerlingen moeten weten waarom ze iets leren, als ze weten waar ze het voor leren, leren ze veel sneller en gemakkelijker
  • is de voorkennis van belang bij het geven van betekenis

    ja dat is zelf voorwaardelijk om inzicht te krijgen

  • 1.2.2 individuele aanspreekbaarheid

  • Hoe kun je leerlingen aanspreken op de bijdrage die wordt geleverd tijdens de les.

  • Hoe kun je leerlingen aanspreken op de bijdrage die wordt geleverd tijdens de les. Methode om de leerlingen gemotiveerd te houden. Je kunt immers 'de beurt' krijgen.
  • Leerlingen op zo’n manier te benaderen dat iedere leerling aanspreekbaar is op het antwoord op een vraag of opdracht. Je betrekt ze op deze manier effectief bij de les.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de momenten waarop heldere terugkoppeling mogelijk is en een leraar een leerling verder kan helpen of de directe instructie kan aanpassen?
- Tijdens het luisteren naar een uitleg;
- In een onderwijs-leergesprek of klassengesprek;
- Tijdens het zelfstandig werken of samenwerken.
Wat is de korte definitie volgens Van Emst van competent zijn?
Je kunt wat en je weet waarom. 
Wat is de definitie van competent zijn?
Het binnen een bepaalde (beroepsgerichte) activiteit bewust zichtbaar kunnen maken van samenhangende kennis, vaardigheid en persoonlijke kwaliteit, het kunnen toen van (beginnend) vakmanschap. 
Het aanleren an vaardigheden verloopt globaal in de volgende stappen volgens Marzano:
- Voordoen: het construeren van modellen van procedurele kennis
- Eigen maken: Het bijstellen en verfijnen van procedurele kennis
- Automatiseren: Het verinnerlijken van procedurele kennis. 
Leg uit wat metacognitieve vaardigheden zijn.
Het inzicht in en de beheersing van het eigen denken en leren. Het omvat ook begrippen als regulerende vaardigheden die terugkomen bij onderwerpen als 'leren leren'.Bijvoorbeeld oriënteren, plannen, aanpak kiezen, toetsen, bijsturen, evalueren en reflecteren. 
Leg uit wat sociale vaardigheden zijn.
Het vermogen volgens uitgesproken en onuitgesproken regels met mensen en de omgeving om te gaan. Bijvoorbeeld luisteren, afspraken maken, elkaar aanmoedigen en conflicten oplossen. 
Leg uit wat affectieve vaardigheden zijn.
Reflectieve vaardigheden, er is een directe verbinding met zelfkennis. Bijvoorbeeld wanneer een leerling een toetsresultaat toeschrijft aan eigen inspanning of aan toeval, wanneer hij volhardt bij het utivoeren van een taak met concentratie, of wanneer hij van zichzelf weet dat hij tijdens  het studeren het mobieltje moet uitzetten.
Leg uit wat motorische vaardigheden zijn.
Handelingen. Bijvoorbeeld springen, handstand doen, rekenmachine hanteren, iets opzoeken in de bibliotheek.
Leg uit wat cognitieve vaardigheden zijn.
Vaardigheden die het leren vormgeven en ondersteunen. Bijvoorbeeld vergelijken, abstraheren, samenvatten, analyseren, structureren, selecteren, memoriseren, toepassen, schematiseren. 
In de literatuur onderscheid men als regel vijf verschillende typen vaardigheden:
- Cognitief
- Motorisch
- Affectief
- Sociaal
- Metagcognitief