Summary Endocrinologie slides

-
379 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Endocrinologie slides

  • 1 college 1 ma 2-2-2015

  • Wat waren de doorslaggevende ontdekkingen/ experimenten in de geschiedenis van de endocrinologie?
    - Berthold's experiment beschreef de aanwezigheid van hormonen voor het eerst. Dit deed hij dmv het weghalen van de testis bij hanen. Later werd bekend dat het hier om testosteron ging.
    - Ontdekking van de regulerende rol van de hypothalamus op de hypofyse. (TRH)
    - RIA ( radio immunoassay): hiermee kan de hormoonconcentratie worden gemeten in plasma.
    - Moleculaire biologie: knock out van betrokken hormonale genen. 
  • Wat is het verschil tussen het endocriene systeem en het exocriene systeem? 
    Het endocriene systeem geeft hormonen af aan de bloedbaan, wat vervolgens ergens anders zijn werk kan doen. Het exocriene systeem geeft producten af aan een duct die naar het lumen van een ander orgaan leidt. Producten komen hierbij dus niet in het bloed terecht. 
  • Op welke 5 manieren kunnen hormonen worden afgegeven?
    1) Endocrien: cel geeft hormoon af aan de bloedbaan. 
    2) neuroendocrien: neuron geeft hormoon af aan de bloedbaan. 
    3) paracrien: cel geeft hormoon aan buurcel. 
    4) autocrien: cel geeft hormoon aan zichzelf.
    5) neurocrien: neuron geeft stof af aan een ander neuron.
  • Wat is homeostase?
    Het is de regulatie en handhaving van een evenwicht, opdat de toestand van het interne milieu in het lichaam (bloed en weefselvloeistof) stabiel blijft. 
  • Homeostase kan ook gereguleerd worden door verschillende hormonen. (2 bijv.) De een heeft dan een negatieve feedback op het targetweefsel en de ander een positieve feedback. 
  • Positieve feedback komt ook voor bij hormonale systemen. Bijv. tijdens de zwangerschap. Dit wordt vaak op een gegeven  moment ook wel weer geremd. 
  • Eiwithormonen zijn hydrofiel waardoor ze niet de cel in kunnen. Dit gebeurt via receptoren. De synthese van een eiwithormoon vindt dan ook als volgt plaats: preprohormoon -prohormoon- hormoon. Hierna wordt het opgeslagen in secretoire granules welke klaar liggen om uitgescheiden te worden. (oiv intracellulair Ca) Regulatie vindt daarom ook niet op DNA niveau plaats maar op het uitscheidingsniveau. 
  • Eiwithormonen worden meestal snel afgegeven, maar ook weer vrij snel afgebroken. 
    Een hormoon kan wel verschillende receptoren hebben (isoformen) om zo verschillende effecten teweeg te brengen.
  • Aan welke soorten receptoren binden hormonen?
    - GPCR's: bijna alle hormonen binden hieraan.
    - Kanaalgebonden receptoren
    - enzymgebonden receptoren. 
  • Hoe werkt een GPCR kort?
    Ligand bindt receptor. Dit zorgt voor conformatieverandering waardoor de alfa subunit GTP omzet in GDP. Dit zorgt er vaak voor dat AD wordt geactiveerd. 
  • Welke verschillende eiwithormonen kennen we?
    - Neurotransmitters: gesynthetiseerd door neuronen, wordt afgegeven en beinvloedt paracrien.
    - Neuropeptides: peptide hormoon geproduceerd oor een neuron
    - groeifactoren: 
  • Wat zijn de steroid hormonen?
    Deze zijn afgeleid van cholesterol. Het zijn hormonen van de bijnierschors. Ze hebben een intracellulaire receptor en kunnen niet worden opgeslagen. In de targetcel zorgen ze voor genexpressie. Ze worden vervoert via transporteiwitten. Hierbij is het zo dat 1 receptor maar aan 1 specifiek hormoon bindt. 
  • Wat zijn de amines?
    Dit zijn de hormonen geproduceerd uit tryptofaan of tyrosine. voorbeelden zijn melatonine, catecholamines en schildklierhormoon.
  • Wat is er zo bijzonder aan het schildklierhormoon?
    - Het heeft jood nodig voor zijn werking.
    - Het werkt ook met een intracellulaire receptor net als steroid hormonen.
  • Welke hormooncategorieen zijn er nog meer?
    - Eicosanoiden
    - Feromonen
    - electrolyten en metabolieten. 
  • Wat zijn feromonen?
    Dit zijn organische structuren met koolstoffen en waterstoffen. Ze zorgen voor gedragsveranderingen bij dieren. 
  • Een cel kan ook minder of meer reageren op een hormoon door het aantal receptoren. 
  • 2 College 2 di 3-2-2015

  • Wat is GLP-1?
    Glucagon-like Peptide 1. Het inhibeert de glucagonsecretie. Het is verantwoordelijk voor bijna 70% van de insuline secretie. Het zorgt ook voor vertering.
  • Wat voor soort geneesmiddelen met hormonale achtergrond zijn effectief bij cardiovasculaire ziekten?
    - Aspirine
    - ACE-inhibitor
    - Beta-blocker
    - Statine
    - Diuretica
    - Foliezuur
  • Door biologische diversiteit kan niet ieder mens dezelfde dosering hebben van een bepaald geneesmiddel op basis van hormonen. Sommige mensen kunnen bijvoorbeeld bijna resistent ergens voor zijn en anderen juist hypersensitief. Personalized medicine kan de oplossing zijn. 
  • Wat zijn incretines?
    Dit zijn darmhormonen. Hierdoor komt het dat een oraal toegediende hoeveelheid glucose een hogere insuline respons teweegbrengt dan een equivalente dosis intraveneus toegediend. Dit komt omdat de orale toediening een incretinerespons teweeg brengt. Een voorbeeld van een incretine is GLP-1.
  • Wat doet GIP?
    De secretie hiervan wordt gestimuleerd door glucose en vet in het duodenum. Het inhibeert zuursecretie en motiliteit. (gastric inhibitory peptide)
  • Welke 2 hormonen zijn verlaagd bij type 2 diabetes patienten?
    GLP-1 en GIP. (type 2 diabetes; geen insuline productie en een verminderde respons op insuline. )
  • Wat is homeostase en wat is de rol van de hypothalamus en de hypofyse hierin?
    Het interne milieu wordt gehandhaafd rond een nauwe fysiologisch waarde. De hypothalamus reguleert de lichaamstemperatuur, vloeistofbalans en de energiebalans. Drie componenten van deze neuronale respons zijn de hypofyse (humorale respons), het autonome zenuwstelsel (visceromotor response) en het gedrag (somatische motorische respons).
  • Waar bevindt de hypofyse zich? En waaruit bestaat deze?
    Het hangt onder aan de hypothalamus vlak onder het optisch chiasma. Het bestaat uit de adenohypofyse en de neurohypofyse. 
  • Wat is de embryologie van de hypofyse?
    Vlak voor de mond  in het embryo zit weefsel dat zowel uit neuronaal weefsel bestaat als uit hormonaal weefsel. Dit wordt ook wel Rathke's Pouch genoemd. Hieruit groeit de hypofyse. 
  • Waardoor wordt de hypothalamus gestuurd en welke 2 hypothalamus-hypofyse verbindingen zijn er?
    De hypothalamus wordt ofwel door signalen uit het lichaam gestuurd ofwel door de hogere hersendelen. De 2 verbindingen tussen de hypothalamus en de hypofyse zijn:
    1) Neuronen uit de hypothalamus met eindigingen in de neurohypofyse.
    2) Hypothalamus neuronen eindigen in de eminentia mediana. Deze zorgen voor de afgifte van releasing hormones. Via het portale bloedvatenstelsel komt dit bij de de adenohypofyse terecht. 
  • Tijdens de embryologie van de hypofyse kan er iets misgaan waarbij delen die niet bij de hypofyse horen tumorweefsel kunnen gaan worden. Artsen zien dan niets aan de hypofyse zelf en kunnen dit dus moeilijk opsporen. 
  • Vanuit de paraventricularis gaan de neuronen naar de neurohypofyse. Daar wordt vasopressine en oxytocine aangemaakt. 
    Vanuit allerlei andere hypothalamische plaatsen gaan neuronen naar de eminentia mediana. Daar vindt de afgifte van releasing hormones plaats. Deze gaan via het portale bloedvatenstelsel naar de adenohypofyse. De adenohypofyse geeft vervolgens MSH, prolactine, FSH, LH, GH, ACTH en TSH af. 
  • Welke hormonen geeft de eminentia mediana zoal af?
    TRH: TSH Releasing Hormone. Het zorgt ervoor dat TSH productie in de adenohypofyse omhoog gaat.
    CRH: Corticotropin releasing hormone. Het zorgt ervoor dat de ACTH productie omhoog gaat.
    GnRH/ FSH/LH-RH: Gonadotropin releasing hormone. Het zorgt ervoor dat FSH en LH omhoog gaan.
    GRH: GH releasing hormone. Het zorgt ervoor dat GH omhoog gaat.
    GIH: GH inhibiting hormone (somatostatine). Het zorgt ervoor dat GH naar beneden gaat.
    PIH: prolactine inhibiting hormone (dopamine): prolactine gaat naar beneden.
  • Waar in het lichaam werkt ACTH en wat voor effect heeft het?
    Het werkt in de adrenale cortex en het zorgt voor cortisolproductie. Cortisolproductie zorgt weer voor een negatieve terugkoppeling van de hypofyse, hypothalamus en de hogere hersenscentra.
  • Waar in het lichaam werkt FSH-LH en wat voor effect heeft het?
    Het werkt in de ovaria en de de testis. In de ovaria zorgt het voor oestradioproductie en in de testis voor testosteronproductie. Dit werkt weer op andere doelorganen. De oestradiol/testosteronproductie heeft ook weer een negatieve terugkoppeling op de hypofyse, hypothalamus en de hogere hersendelen.
  • Waar in het lichaam werkt TSH en wat voor effect heeft het?
    Het werkt op de schilkdklier. Daar zorgt het voor de productie van thyroxine. Dit zorgt weer voor een negatieve terugkoppeling naar de hypothalamus, hypofyse en de hogere hersendelen.
  • Welke verschillende soorten feedback bestaan er bij de hypothalamus-hypofyse as?
    - De autoinhibitie: vb: hormonen van de hypofyse inhiberen de productie in de hypofyse van deze hormonen.
    - short-loop feedback: Hypofyse inhibeert de hypothalamus
    - long-loop feedback: Target tissues inhiberen de hogere hersendelen.
  • Waar zorgt vasopressine voor en wat is de stimulus van afgifte?
    Vasopressine (ADH) of AVP (arginine vasopressine) zorgt voor bloeddrukstijging (vasopressine) en voor het vasthouden van water (antidiuretisch hormoon).
    De stimulus voor afgifte is een te lage bloeddruk of teveel bloedverlies (shock). Een andere stimulus is een te hoge plasma osmolariteit.
  • Wat is de functie van oxytocine en wat is de stimulus van afgifte?
    De functie van oxytocine is uterus spiercontractie tijdens en na de baring. en melkafgifte.
    De stimulus voor de afgifte is baring en/of zogen.
  • Wat zijn overeenkomsten tussen vasopressine en oxytocine?
    Ze worden allebei gemaakt uit een nonapeptide (9 aminozuren op een rijtje). Hierdoor lijken ze erg op elkaar. De plaatsen 1,2,5, 6, 7 en 9 zijn essentieel voor het functioneren van het peptide. Op de 8e positie zit bij vasopressine een arginine. Dit is niet het geval bij andere dieren.
  • Een reden waarom een zeeschildpad niet hetzelfde vasopressine heeft als de mens is omdat de mens geen eieren hoeft te leggen.
  • Bij zware hersentrauma's kan er heel gemakkelijk schade aan de hypofyse optreden. Dit veroorzaakt dan allerlei vage klachten, waarmee artsen vaak geen raad weten. Terwijl dit komt doordat delen van de functie van de hypofyse zijn weggevallen. Hierdoor zouden neuroendocriene evaluaties verplicht moeten worden bij mensen met hersentrauma's.
  • Boxers krijgen veel hoofdklappen wat ervoor zorgt dat de hoeveelheid groeihormoon lager is. Deze waarde is vergelijkbaar met de waardes van andere mensen 's ochtends.
  • Wat is het dualisme?
    Dit is het geloof dat het lichaam fysiek is maar het denken niet. Dus dat het denken en de hersenen gescheiden zijn maar wel interacteren. Descartes dacht bijvoorbeeld dat de epifyse de ziel was.
  • Waar bevindt de epifyse zich?
    Deze bevindt zich tussen de kleine hersenen en de grote hersenen. Het is een orgaan dat eruit ziet als een dennenappel. 
  • Waar zorgt de epifyse zoal voor?
    Het zorgt voor een snellere volwassenwording op seksueel gebied. Bij bepaalde dieren krijgt de epifyse informatie over licht en donker. Bij de mens gebeurt dit via de retina en het ruggenmerg.
  • Wat is melatonine?
    De primaire rol hiervan is om informatie die geassocieerd is met licht of donker om te zetten in een endocrien signaal van donkerheid. Het zorgt ook voor volwassenwording op seksueel gebied. Het heeft ook inhiberende werkingen op seksualiteit. Ook zorgt het voor circadiane ritmes in metaboisme en immuunfunctionering.
  • Bij alle dieren gaat melatonine omhoog op het moment dat het donker is. Bij sommige dieren heeft het weghalen van de epifyse een remmend effect. Het verschil zit tussen dag- en nacht dieren.
  • Waaruit wordt melatonine gemaakt?
    Melatonine wordt gemaakt uit serotonine. Dit wordt weer gemaakt uit tryptofaan. Mensen die te weinig tryptofaan binnenkrijgen kunnen last krijgen van depressie's of van een verstoord dag/ nacht ritme.
  • Waarmee is aangetoond dat er een circadiane ritmiek bestaat?
    Dit is aangetoond met de de mimosa pudica. Wanneer deze overdag in het donker werd gezet ging deze niet slap hangen. Hieruit blijkt dat de plant wist dat het dag was. 
  • Wat is free running?
    Dit betekent dat de 24 uurs ritmiek blijft bestaan onder constant dag of onder constant licht. Hierbij zijn exogene factoren zoals de rotatie van de aarde uitgesloten. Het moet dus gaan om een endogene klok. De endogene klok wordt gesynchroniseerd door externe informatie (meestal licht/donker ritme)
  • Er zijn meerdere klokken in het lichaam die allemaal bijna worden aangestuurd door de centrale klok; SCN. Melatonine is de hormonale klok. En de ECN is de neurale klok. Verder heeft elke cel klokgenen. 
  • Bij ratten is aangetoond dat de biologische klok iets langer is dan 24 uur. Bij een steeds lagere lichtintentie verdwijnt op een gegeven moment dat hij het licht niet meer kan zien. Dit soort experimenten zijn ook bij mensen gedaan.Ook bij blinde mensen. Deze mensen gaan soms freerunnen en soms passen ze zich aan aan het lichaam. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is er aan de hand bij een spontane abortus?
Dan treedt de shift van een type 1 naar een type 2 respons niet op.
Waarom komt tijdens de zwangerschap de integriteit van de moeder niet in gevaar?
Dit komt omdat de A-specifieke respons veel heviger wordt gedurende de zwangerschap. 
Wat doen progesteron en oestrogenen?
Deze inhiberen de Th-1 lymfocyten.
Wat is het verschil tussen een type 1 en een type 2 respons?
Een type 1 respons is schadelijk voor de zwangerschap en een type 2 niet. Een type 1 respons bestaat uit IFN gamma, TNF alfa en IL-2 en is een cellulaire respons. Een type 2 respons bestaat uit IL-10-IL-5 en IL-4. Deze is humoraal en niet schadelijk voor de zwangerschap. 
Hoe beschermen trofoblasten zich voor NK-cellen?
Door HLA-E of HLA-G tot expressie te brengen.
Wat zijn de big 4 problemen bij zwangerschap?
- congenitale afwijkingen
- vroeggeboorte
- zuurstoftekort tijdens bevalling
- foetale groei vertraging
Wat gebeurt er nadat de acrosoomreactie heeft plaatsgevonden?
Dan ontstaat de corticale reactie van de eicel waardoor er geen andere zaadcellen kunnen binnendringen. Vrij snel daar weer naar vindt de eerste deling plaats. 
Wat houdt de acrosoomreactie precies in?
De zaadcel zit verstrikt in de cumules cellen. Aan de bovenkant van het acrosoom zitten eiwitten die ZP3 herkennen. Het kan ook zijn dat de zaadceleln een remmer bezitten waardoor ze onderweg nergens aan kunnen binden maar wel aan de zona pellucida. Door de binding van de zaadcel aan de zona pellucida wordt deze getriggerd om het plasmamembraan af te breken. Zo komt de inhoud van de acrosoom vrij. het binnenste deel van de acrosoom blijft echter wel aanwezig. Alleen de 2 kleine zijkantjes blijven over van het buitenmembraan. Deze hebben dan een versmeltend vermogen. Hierna wordt de zaadcel door fusie opgenomen. 
Wat houdt de acrosoomreactie precies in?
De zaadcel zit verstrikt in de cumules cellen. Aan de bovenkant van het acrosoom zitten eiwitten die ZP3 herkennen. Het kan ook zijn dat de zaadceleln een remmer bezitten waardoor ze onderweg nergens aan kunnen binden maar wel aan de zona pellucida. Door de binding van de zaadcel aan de zona pellucida wordt deze getriggerd om het plasmamembraan af te breken. Zo komt de inhoud van de acrosoom vrij. het binnenste deel van de acrosoom blijft echter wel aanwezig. Alleen de 2 kleine zijkantjes blijven over van het buitenmembraan. Deze hebben dan een versmeltend vermogen. Hierna wordt de zaadcel door fusie opgenomen. 
Waaruit bestaat de zona pellucida?
Deze bestaat uit ZP2 en ZP3 die bij elkaar gehouden worden door ZP1.