Summary Essential Microbiology for Dentistry

-
ISBN-10 0702046957 ISBN-13 9780702046957
138 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Essential Microbiology for Dentistry". The author(s) of the book is/are Lakshman Samaranayake. The ISBN of the book is 9780702046957 or 0702046957. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Essential Microbiology for Dentistry

  • 2 Bacterial structure and taxonomy

  • Uit welke drie domeinen bestaan alle vormen van leven?
    1- Archae
    2- Bacterie 
    3- Eukaryoten
  • Waarom worden virussen niet opgenomen in de drie domeinen van alle vormen van leven?
    Omdat het cellulaire, metabolisch inactieve cellen zijn die repliceren in levende cellen.
  • Wat is het verschil in structuur tussen virussen en cellen?
    Bacteriën hebben nucleotiden met DNA, omgeven door een cytoplasma waar energie ene eiwitten worden gemaakt. 
    Virussen hebben in hun kern genetisch materiaal als RNA en DNA maar hebben geen cytoplasma. Hierdoor zijn ze afhankelijk van gastcel voor energie en eiwitten (metabolisch inactief). 
  • Wat is het verschil tussen virussen en cellen mbt reproductie?
    Bacteriën reproduceren via binaire fission. Dit houdt in dat een oudercel deelt in twee gelijke cellen. Zij hebben geen gastheercel nodig (behalve chlamydia en ricketsia). 

    Virussen ontleden en produceren kopieën van hun nucleïnezuren en eiwitten. Vervolgens komen ze weer bijeen om andere generatie virussen te vormen. Zij hebben wel een gastheercel nodig. 
  • Wat zijn eukaryoten en geef ook aan welke organismen dit zijn.
    Cellen met een kern. Ze bevatten meervoudige chromosomen omgeven door een nucleair membraan. Schimmels, mensen, protozoa(parkieten) en planten zijn eukaryoot.
  • Wat zij prokaryoten?
    Bacteriën en archae. Bacteriële genoom is enkelvoudig, circulair met dubbelstrengs DNA. Zonder een nucleair membraan.
  • De vorm van een bacterie wordt bepaald door de stugge celwand. 3 basisgroepen van bacteriën zijn hierin te onderscheiden, welke zijn dat?
    1- Cocci (rond)
    2- Bacalli (staaf)
    3- Spirochaetes (schroef)
  • Hoe heet een bacterie die zowel cocci als bacalli is?
    pleomorfisch
  • Welke grootte range bevatten bacteriën?
    0,2-5 um
  • Zijn nacteriën of virussen kleiner?
    virussen
  • Hoe komen bacteriën vooral voor?
    Als:
    - Paren (diplococci)
    - Ketens (streptococci)
    - Druifvormige klusters (staphylococci)
    - Hoekvormige paren/ palisade (schutting) (corynebacteriën)
  • Hoe kun je naar aanleiding van celwand bacteriën indelen?
    Mbv gram kleuring. 
    Grampositief: Paars
    Gramnegatief: Roze
  • Waarvoor is de tramkleuring belangrijk?
    Belangrijk voor de indeling voor identificatie en therapie van bacteriële infecties, omdat het in het algemeen trampositief gevoeliger zijn voor penicilline dan tramnegatief.
  • Welke 4 structuren kunnen zich extern aan de celwand van een bacterie bevinden?
    1- Flagella
    2- Fimbriae en pilli
    3- Glycocalyx (slijmlaag)
    4- Capsule
  • Wat zijn flagella?
    Zweepachtige filamenten die werken als propellers en wijzen de bacteriën de weg naar voeding- en andere bronnen.
  • Waaruit bestaan de filamenten van flagella?
    Uit flagellin
  • Waar bevinden flagella zich op de celwand?
    Aan een eind van de bacterie (een flaglla = monotrichous of meerdere flagella = lophotirchous). 
    Over het gehele buiten oppervlak (peritrichous). 
  • Welke groep bacteriën bevat meestal flagella? En wat is hiervan het gevolg?
    De meeste bacilli (staaf), hierdoor zijn zij beweegbaar. De meeste cocci (rond) bevatten ze niet en zijn dus niet beweegbaar.
  • Hoe bewegen spirochaetes?
    Door axiale filamenten te gebruiken die om de cel gerold zijn en golvende bewegingen veroorzaken.
  • Wat zijn fimbriae en pili?
    Fijne, haarachtige filamenten die uitsteken op het celoop.
  • Waaruit bestaan pili vaak?
    Uit subeenheden van eiwitten: pilin. Ze bevinden zich vaak op gram-negatieve cellen.
  • Waarvoor zorgt de sex pili?
    Deze vormt hechting tussen man en vrouw bacterie tijdens conjugatie.
  • Wat is de glycocalyx?
    Dit is een polysacharide coating om de buitenkant van veel bacteriën. Hierdoor kunnen bacteriën hechten aan veel structuren (mucosa, tanden etc.) en bijdragen aan de vorming van biofilms. Met name streptococcus mutans kan enorme hoeveelheden extracellulaire polysachariden maken met de aanwezigheid van suikers.
  • Wat is een capsule?

    enorme, gelatine laag (vaak erger dan glycocalyx) om bacterie. Bestaat uit polysachariden,
    soms eiwitten.
  • Wat bepaalt het serologische type binnen een soort?
    De suikercomponenten van polysachariden van een bacteriesoort.
  • Voor welke 4 dingen is een capsule belangrijk?
    1. Adhesie –helpt bij adhesie van bacterien aan menselijke cel. (op gebit, voorwaarde voor kolonisatie en infectie)
    2.Phagocytose–hindert of remt de fagocytose, vandaar aanwezigheid capsule hangt samen met giftigheid.
    3.Identificatie–helpt bij indentificeren van organismen (bij de aanwezigheid van antiserum tegen capsulair polusacharide, zal de capsule zwellen = quelling reactie)
    4.Antigenen: de polysachariden worden gebruikt als antigenen in bepaalde vaccins omdat ze beschermde antilichamen oproepen. (bv vaccin van s. pneumoniae)
  • Waardoor zorgt een celwand in een bacterie?
    Voor stugheid rond bacterie
  • Hoeveel nagig is een celwand?
    Meerlagig. Binnenste laag bestaat uit peptidoglycans (= mucopeptide) en is omgeven door een buitenmembraan dat verschilt in dikt en chemische compositie, hangt af van grampositieve uiterlijk van een bacterie.
  • Geef de verschillen tussen gram-positieve (roze) en gram-negatieve (paars) bacteriën. (peptideglycaan-laag, stoffen in buitenmembraan, LPS, 
    1- Beiden hebben een peptideglycaanlaag, maar die van gram-positieve is dikker. 
    2- Gramnegatieven hebben in het buitenmembraan liposachariden (LPS), lipoproteïne en fosfolipiden, deze vormen porins. 
    3- Gramnegatieven hebben tussen hun buitenmembraan en cytoplasmamembraan een periplasmatische ruimte. 
    4- Gramnegatieven bevatten de heel toxische LPS endtoxine. LPS is gebonden aan celopp. en wordt alleen vrijgelaten wanneer het wordt gelysolyseerd. 
    5- Sommige bacteriën bevatten celwanden met bacterie lipiden genaamd mycolic zuren, deze zijn niet gram-stained en zijn dus zuur-vast. 
  • Welke bacteriën kunnen overleven zonder een intacte celwand?
    Mycoplasmas, L-forms, spheroplasten en protoplasten
  • Geef karakteristieken van mycoplasmas
    Zij bevatten geen celwand en hebben geen hypersonische omgeving nodig om te overleven. Ze komen voor in de natuur en kunnen ziekten veroorzaken.
  • Geef karakteristieken van L-forms
    Deze worden geproduceerd in laboratoria en hebben bijna geen of helemaal geen celwand. Ze kunnen worden geproduceerd in mensen die behandeld zijn met penicilline.
  • Geef de karakteristieken van spheroplasten en protoplasten
    Spheroplasten (gram-negatieve bacteriën) en protoplasten (gram-positieve bacteriën) hebben geen celwand en kunnen niet delen in laboratoria. Ze hebben hypersonische omgeving nodig voor het behoud en productie in het lab door de actie van enzymen of antibiotica.
  • Waar bevindt het cytoplasma membraan zich?
    In de peptidoglycaan laag van de celwand. Bestaat uit een fosfolipide dubbellaag.
  • Wat is het verschil tussen een cytoplasma van eukaryoten en prokaryoten?
    Eukaryoten bevatten sterolen
  • Wat zijn de functies van het cytoplasma membraan?
    Actief transport + selectieve diffusie van moleculen en oplossingen in de cel
    Elektronen transport en oxidatieve fosforylatie, in aerobe soorten
    Synthese van cel wand deeltjes
    Secretie van enzymen en toxinen
    Ondersteunen receptoren en andere eiwitten van chemotactic en sensorische overdachtsysteem.
  • Wat is een mesosoom?
    opgerolde invaginatie van cytoplasma membraan dat fungeert als orgin van de septum transversum dat de cel deelt tijdens celdivisie. + bindingsplek voor DNA dat het genetische materiaal wordt van de dochtercel.
  • Waaruit bestaat het cytoplasma?
    Uit een binnen, nucleotide regio (bestaande uit DNA), die is omgeven door een enorme matrix met ribosomen, voedingsgranulen, metabolieten en verschillende ionen.
  • Waaruit bestaat bacterieel DNA?
    Een enkelvoudige, gewikkeld, circulair chromosoom met zo'n 2000 genen. Ongevouwen zo'n 1 mm lang. De replicatie verloopt bidirectioneel vanaf 1 vast punt.
  • Wat zijn de ribosomen en in wat voor een eenheden zijn ze georganiseerd?
    De plekken voor eiwitsynthese. Ze zijn georganiseerd in eenheden van 70S.
  • Waarvoor dienen cytoplasmatsiche inclusions?
    Zij dienen als bron voor opgeslagen energie. Zoals polymetafosfaat en polysacharide.
  • Wanneer worden bacteriële sporen gevormd?
    Als reactie op ongunstige condities door het bacteriegeslacht: Bacillus en clostirdium. Zij vormen sporen wanneer voedingsstoffen als CO2 en stikstof, arm zijn.
  • Wat bevat een spore?
    Bacterieel DNA, een kleine hvh cytoplasma, celmembraan, peptiodglycaan, water en een dikke keratine laag. Deze keratine laag bevat veel calcium en is resistent tegen hitte, dehydratie, radiatie en chemicaliën.
  • Hoe kun je sporen verwijderen?
    Door te stomen onder druk
  • Hoe kun je bacteriën indelen op basis van fenotype?
    Morfologie (cocci, bacilli, spirochaetes)
    Staining eigenschappen(grampositief of negatief)
    Cultural voorwaarden (aerobisch, facultatief anaerobisch, anaerobisch)
    Biochemische reacties (saccharolytisch en asaccharolytisch, betreffend suiker vorming)
    Antigenische structuur (serotypen)
  • Hoe kunnen unculturabele soorten gedetecteerd worden?
    Door metagenomic techniek
  • Wat is de core microbiome?
    De cultural en uncultured organismen samen
  • Door welke techniek wordt het microbiome bekeken?
    Pysroseque techniek
  • Geef de taxonomie aan
    1- Naam geslacht
    2- Soort (geen hoofdletter)
    3- Stam 

    Groep: Niets in hoofdletter
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.