Summary Essential psychopharmacology : neuroscientific basis and practical applications

-
ISBN-10 0521673763 ISBN-13 9780521673761
255 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Essential psychopharmacology : neuroscientific basis and practical applications". The author(s) of the book is/are Stephen M Stahl. The ISBN of the book is 9780521673761 or 0521673763. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Essential psychopharmacology : neuroscientific basis and practical applications

  • 1 Structuur en functie van neuronen

  • Waaruit bestaat een neuron?

     

    Uit de soma, dendriten (met spikes) en axon.

  • Wat voor soorten neuronen zijn er?

    - piramide cel (cellichaam) > meerderheid
    - basket neuron (veel dendrieten) > inhiberende interneuronen (gaba)
    - double bouquet neuron > inhiberende interneuronen (gaba)
    - spin neuron (alle kanten op) > ontvangen info van cortex
    - Purkinje cellen (boom vorm)
    - chandelier neuron > inhiberende interneuronen (gaba)

  • Neuronen zenden informatie via het axon naar andere neuronen. Dit kan in het midden van het axon of aan het eind van het axon.

  • Op welke twee manieren kunnen proteïnes en organellen worden vervoerd naar hun bestemming?

    1. slow transport (cytoplasmatische proteïnen)
    2. fast transport

  • Microtubules (eiwitstructuren) worden door slow transport vervoerd naar dendrieten en axonen. Neurofilamenten worden getransporteerd naar axonen. Dit zijn peptiden die zorgen voor de structuur van een axon en de diameter ervan. Door dit cytoskeleton kan snel transport plaatsvinden. Onder snel transport vallen mitochondria, synaptische blaasjes, neurotransmitters, enzymen, receptoren, ionkanalen en proteïnen.

  • Er zijn verschillende types van neuronen. Noem ze op.

    Pyramidal cellen

    basket cellen

    spiny neurons

    double bouquet cellen

    Purkinje cellen

    chandelier neurons

  • Waar zitten de verschillende neuronen?

    Pyramidal cellen zitten vooral in de prefrontale en cerebrale cortex.

    Basket cellen zijn inhibitory interneuronen en zitten in de cortex. Ze maken verbindingen met andere soma's of andere cerebrale ellen.

    Double bouquet cellen zin ook inhibitory interneuronen en verbinden met anderen cerebrale cellen.

    Spiny neuronen zitten in de stratium en ontvangen informatie uit de cortex, de thalamus en de substantia nigra.

    Purkinje cellen zitten in de cerebellum.

    Chandelier cellen zijn inhibitory interneurons in de cortex en maken verbinding met de initial segment van de axon van psyramidal cellen. Het intial segment van de axon van de pyramidal cel is de meest beïnvloedbare locatie of een neuron gaat vuren of niet.

  • Wat is het initiaal segment van het axon?

    De hillcock van het axon.

  • 1.1 Algemene structuur

  • Waar bevinden neuronen zich vooral?

    In het centraal zenuwstelsel. 

  • Waaruit bestaat een neuron?

    - Een soma (cellichaam)

    - Uitlopers (axonen en dendrieten)

  • Wat zijn eigenschappen van axonen?

    - Verzenden

    - Zijn erg lang

    - Dikker dan dendrieten

    - Onvertakt, behalve aan het uiteinde

  • Wat zijn eigenschappen van dendrieten?

    - Ontvangen

    - Dun

    - Sterk vertakt

    - Spines

  • Wat zijn spines?

    Kleine uittrekseltjes die ook werken als ontvanger. 

  • Wat voor soorten synapsen zijn er?

     

    Axodendritisch; Wanneer het postsynaptisch membraan zich op een dendriet bevindt.

    - Axosomatisch; Wanneer het postsynaptisch membraan zich op het soma (cellichaam) van een ander neuron bevindt

    - Axoaxonisch; Wanneer het postsynaptisch membraan zich op een ander axon bevindt

    - Dendrodendritisch; Wanneer de dendrieten van gespecialiseerde neuronen synapsen met elkaar vormen.

  • 1.2 Structuren van unieke neuronen

  • Wat zijn de meest voorkomende structuren van neuronen?

    - Pyramidale cellen

    - Korfcellen (basket cells)

    - Dubbele boeket cellen

    - Spiny neuronen

    - Purkinje cellen

    - Kroonluchter (chandelier) neuronen 

  • Wat zijn eigenschappen van pyramidale cellen?

    - Driehoekig cellichaam

    - Uitgebreid vertakte dendrieten vanuit alle drie de hoeken

    - Eén axon

    - Gebruiken zowel glutamaat als GABA en neurotransmitters

  • Wat zijn eigenschappen van korfcellen (baskset cells)?

    - Wijdvertakte dendrieten in de vorm van een korf

    - Functioneren als inhibirende corticale GABA-erge interneuronen

    - Aan beide zijden verbonden met andere neuronen

  • Wat zijn eigenschappen van dubbele boeket cellen?

     

    - Dendrieten lijken op twee boeketjes

    - Veel voorkomende inhiberende corticale GABA-erge interneuronen

  • Wat zijn eigenschappen van spiny neuronen?

    - Met spines overdekte dendrieten die alle kanten op gaan

    - Inhiberende GABA neuronen

  • Wat zijn eigenschappen van Purkinje cellen?

     

    - Uitgebreide en complex vertakte dendrieten

    - Vormen een van de grootste neuronen in de hersenen

    - GABA-erge neuronen

  • Wat zijn eigenschappen van kroonluchten (Chandelier) neuronen?

    - Axonen lijken op een kroonluchten

    - Inhiberende GABA-erge interneuronen 

    - Synapsen exclusief op pyramidale neuronen 

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat staat centraal in de hersenen voor het beleven van plezier & beloning?
BOTTOM UP; De mesolimbische dopaminebaan van nucleus acc naar ventral tegemental area (VTA).
Connecties met de mesolimbische dopaminebaan en de amygdala hebben te maken met het leren van beloningen.
Deze emotionele herinneringen aan drugs worden getriggerd (intern/extern) waardoor neuronen hier impulsief, meteen en zonder na te denken op reageren door aan te zetten tot het verkrijgen en nemen van drugs.
TOP DOWN; van prefrontale cortex naar nucleus acc.(ook wel reflective reward system geheten).
Welke symptomen overlappen tussen MDD en GDA?
Problemen met slaap, concentratie, vermoeidheid en psychomotorische/arousal symptomen.
Welke twee symptomen zijn terug te zien in elke angststoornis?
Angst en zorgen. Wat deze triggert verschilt tussen elke stoornis binnen de angststoornissen. Angst is gelinked aan de amygdala, zorgen is gelinked aan het functioneren van de cortico-striatale-thalamus-corticale loop (CSTC).
Angst dat zich uit in bewegingen ontstaan door verbindingen tussen de amygdala en periaquaductale grijze stof in de hersenstam.
Angst dat zich uit in endocrine reacties ontstaan door verbindingen tussen de amygdala en de hypothalamus (HPA-as; hypothalamus, hypofyse, adrenaline as).
Wat wordt bedoeld met de neurotransmitter receptor hypothese van depressie?
Antidepressiva zorgen voor veranderingen in receptor gevoeligheid voor neurotransmitters waar langere tijd overheen gaat dan op het moment dat antidepressiva worden ingenomen. Deze zorgen voor upregulatie van neurotransmitter pre- en postsynaptische receptoren.
Wat wordt bedoeld met de monoamine hypothese van depressie?
Door antidepressiva worden monoamines als dopamine, adrenaline en serotonine vaker afgegeven die er normaliter met depressies te weinig in het lichaam aanwezig zijn.
Wat wordt bedoelt met excitotoxische hypothese van schizofrenie?

Neuronen degenereren door excessieve neurotransmissie van glutamaat neuronen. (Geldt ook voor andere neuronale degeneratie soorten als alzheimer etc).

Wat is een prodrome?

Subsyndromale symptomen die niet voldoen aan de criteria voor schizofrenie maar een voorstadium kunnen zijn. Medicatie hiertegen kan mogelijk de uiting/ontwikkeling van schizofrenie voorkomen.

Wat wordt bedoelt met endophenotype/intermediate phenotypes?

Een risico op psychopathologie en het hebben van psychopathologie zelf. Wanneer dit laatste het geval is zijn er twee soorten intermediaire fenotypes: biologisch endofenotype en symptoom endofenotype (uiting). Uit deze twee volgt het fenotype; het hebben van een ziekte.

Wat is upregulation?

Het versnellen van neurotransmitter receptoren synthese (door antagonisten op de receptor).

Wat is downregulation?

Het verlangzamen van neurotransmitter receptoren synthese (door agonisten die de receptoren bezetten).