Summary Essential Surgery Problems, Diagnosis and Management: With STUDENT CONSULT Online Access

-
ISBN-10 0702054836 ISBN-13 9780702054839
343 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Essential Surgery Problems, Diagnosis and Management: With STUDENT CONSULT Online Access". The author(s) of the book is/are Clive R G Quick Joanna B Reed Simon J F Harper Kourosh Saeb Parsy Philip J Deakin. The ISBN of the book is 9780702054839 or 0702054836. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Essential Surgery Problems, Diagnosis and Management: With STUDENT CONSULT Online Access

  • 1 Principles of surgical care

  • Welke contrastvloeistof is het meest geschikt om het gastrointestinale stelsel op een röntgenfoto in beeld te brengen?
    Bariumsulfaat is hiervoor het meest geschikt.
  • 1.5 Imaging and interventional techniques in surgery

  • Welke beeldvorming is het meest geschikt voor onderzoek van de dikke darm?
    CT-scan kan het best de dikke darm in beeld brengen. Anders contrast x-abdomen met barium via rectum.
  • Wat is hepatobiliaire imaging en wanneer wordt het toegepast?
    Bij hepatobiliare imaging (HIDA-scanning) worden techneticum-gelabeled imido-diacetic acid derivaten ingespoten. Deze derivaten worden uitgescheiden in de gal door de hepatocyten, zelfs in het geval van geelzucht.
    Hepatobiliaire beeldvorming wordt gebruikt bij vermoeden van obstructie in cystic duct in acute cholecystitis en om aan te tonen of er sprake is van galwegobstructie in patiënten met geelzucht.
  • 3 Immunity, inflammation and infection

  • Waaruit bestaat excudaat bij een acute ontsteking?
    Deze bestaat uit serum, leukocyten (mn. neutrofielen die zelf 'sterven' bij de immuunrespons) en fibrinogeen.
  • Hoe werkt de aangeboren afweer? Wat zijn de belangrijkste cytokinen?
    De cellen van de aangeboren afweer herkennen pathogenen op TLR's van de dendritische cellen. De belangrijkste cytokinen die worden afgegeven zijn TNF-alpha en IL-1.
  • Hoe werkt de verworven immuniteit?
    macrofagen tonen fragmenten op hun oppervlakte, welke herkent worden door de T- en B-cellen. De T- en B-cellen veroorzaken een krachtige imuunrespons. Ze scheiden antilichamen uit die binden aan het antigeen en ze vernietigen.
  • Uit welke drie hoofdelementen bestaat onstekingsexsudaat?
    serum, leukocyten (vooral neutrofielen) en fibrinogeen.
  • Hoe ontstaan abcessen? Wat zijn de meest voorkomende verwekkers? Hoe kan men zien dat er sprake is van een abces aan het bloedbeeld?
    Deze ontstaan op plekken van weefselnecrose en door vreemde lichamen als bijvoorbeeld een splinter. De meest voorkomende verwerkker is de staphylococcus aureus, sommige streptokokken (vooral streptococci pyogenes, E. Coli en gram negatieve bacteriën. Wanneer men een leukocytenmeting doet is deze sterk verhoogd.
  • Wat is de behandeling van een abces?
    In sommige gevallen zal een abces vanzelf verdwijnen, door de drainage via nabijgelegen epitheel oppervlakten. Wanneer het een dieper gelegen abces is en wanneer men er vroeg bij is kan antibiotica een abcesvorming voorkomen en anders zal men chirurgisch in moeten grijpen
  • Welke veelvoorkomende staphylococcen heb je,  wat veroorzaakt het, waar bevinden ze zich vooral op het lichaam/in het lichaam en hoe worden ze behandeld?
    • staphylococcus aureus: hoort bij de normale flora (30% neus, 10% huid perineum), veroorzaakt vooral puisten, borstabcessen, wondinfecties en osteomyelitis. Gevoelig voor: flucloxacilline, erythromycine, cefalosporine en gentamicine.
    • staphylococcus epidermis: komt voor op de huid, vaak onschuldig. Gevoelig voor zelfde antibiotica als hierboven. 
    • MRSA: is alleen gevoelig voor vancomycine en teicoplanine, er zijn nu al enige soorten immuun voor vancomycine, dus er zijn drie nieuwe soorten antibiotica ontwikkelt. 
  • Wat zijn de belangrijkste streptokokken? Hoe wordt dit behandeld?
    • groep A (streptococcus pyogenes): bij 10% van de kinderen in de bovenste luchtwegen. Kan cellulitis, zere keel en reumatische koorts veroorzaken. In ernstigere gevallen kan het necrotiserende fascitis en TSS veroorzaken. 
    • groep B (strep. agalactiae): veroorzaakt neonatale sepsis
    • groep C/G: cellulitis en bacteriëmie. 
    • streptococcus viridans: komt voor in de mondholte veroorzaakt infectieuze endocarditis
    • streptococcus pneumonaie: lobulaire en bronchopneumonie, OM, excacerbaties chronische bronchitis, meningitis en sepsis
    • streptococcus Milleri: abcessen appendix, lever, longen en hersenen
    • aerobe streptokokken: leven in de armen, veroorzaken intraperioteneale abcessen of infecties met necrotiserend weefsel


    Eerste keuze in de behandeling is penicilline gevolgd door macroliden. Bij meningitis moet er nog een antibioticum worden bijgevoegd als ceftriaxon en vancomyosine. 
  • Welke verdere bacteriële verwekkers heb je? Wat veroorzaken ze? Hoe worden deze behandeld?
    • enterokokken: komen voor in de darmflora, veroorzaken urogenitale infecties. Kan behandeld worden met: Penicilline, ampicilline, amoxycilline en vancomycine. 
    • enterobacteriën: leven in anearobe condities, komen voor in de darmflora. E. Coli is de meest voorkomende verwekker van UWI. Behandeling: cefalosporine, gentamicine en fluoroquinolinen. 
    • pseudomonas: komt veel voor in langdurige open wonden, komt voor in een vochtige omgeving, zit vaak in schoonmaakartikelen. Het kan een pneumonie veroorzaken. Gevoelig voor: aminoglycosiden, uitgebreid spectrum, quinolonen, ciprofloxacine, ofloxacine.
    • acinetobacter: meestal niet pathogeen, kan wel een rol spelen als iemand op de IC ligt. Gevoelig voor amikacine en colistine. 
    • clostridum: gasgangreen (hoge dosis penicilline), tetanus (benzylpeniciline en passieve immunisatie) en pseudomembraneuze colitis (metronidazol en vancomycine)
  • Welke volgorde van orgaanschade treedt op bij MODS (multi-orgaan dysfunctie syndroom)?
    • longfalen - ARDS
    • leverfalen - verhoogd bilirubine, ASAT en LDH
    • darmfalen - bloeding
    • nierfalen - verhoogd plasma creatinine en lage urineproductie
    • hartfalen - lage cardiac output en hypotensie
    • cerebraal falen - verwardheid en DIC
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe behandel je peptische ulceratie ziekten?
  • Vermijd eten wat de symptomen verergert
  • Vermijd NSAIDs/apirine indien mogelijk (artritis is lastig)
  • Verbeter je levenstijl: probeer af te vallen, verhoog het hoofd van het bed, pas op bij dagelijkse activiteiten
  • Wanneer er sprake is van een H. Pylori infectie geeft men omeprazol en twee soorten antibiotica
  • Sucralfate bindt met beschadigde delen van het mucosa en kan zo een zuuraanval beter weerstaan. 
  • Reductie van zuursecretie door H2-antagonist of protonpomp inhibiter. 
  • Mocht dit allemaal niet voldoende werken komt men in aanmerking voor een vagotomie of een partiële gastrectomie. 
Waarvoor wordt contrast radiologie gebruikt?
Dit wordt gebruikt om te kijken hoe men slikt.
Wat is de gouden standaard voor het diagnosticeren van een maagulceratie?
De gouden standaard is een oesofagale-maag-duodenale endoscopie. Dit werkt beter dan een radiologisch beeld omdat het structurele abnormaliteiten kan identificeren. Men kan namelijk biopten nemen.
Hoe zorgt NSAID gebruik voor een verhoogde kans op een maagulceratie?
NSAIDs inhiberen de prostaglandinen.
Welke beschermende factoren heb je in de maag?
  • Somatostatine, COX1 induceren prostaglandinen en inhiberen de pariëtale celsecretie. 
  • Oplosbare en niet-oplosbare mucus wordt uitgescheiden, dit bevat bicarbonaat en zorgen voor het behouden van de juiste pH.
Wat is de waarde van zuur bij een maagulcer?
Deze is normaal of verlaagd. Vandaar dat de maag minder goed bestand is tegen een zuur aanval.
Hoe kan men testen of er sprake is van H. Pylori?
Antigeentesten, serum anti-H, pylori IgG en hydrogene ademtesten.
Hoe wordt een ulceratie behandeld?
Het wordt behandeld door een combinatie van bismuth en antibiotica.
Hoe kan de H. Pylori bacterie bijdragen aan een ulceratie?
  • Ze kunnen penetreren in de beschermende mucuslaag
  • Ze stimuleren inflammatie
  • Ze stimuleren de vrijlating van zure pepsinen 
  • Doen afbreuk aan beschermende mechanismen
Hoe kenmerkt een ulcer in de oesofagus zich?
Het kenmerkt zich door lineaire ulceratie, wanneer het ulcer ontstaat door reflux klachten. Dit kan tot gevolg hebben dat plaveiselepitheel vervangen wordt door cilindrisch epitheel (Barret’s oesofagus).