Summary Ethiek

-
0 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Ethiek". The author(s) of the book is/are E thiek. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Ethiek

  • 1 Moraal en ethiek

  • Moraal:
    Ideeën over goed en slecht.
  • Morele vragen:
    Vragen over de manier waarop mensen zouden moeten leven.
  • Morele opvattingen:
    Opvattingen die betrekking hebben op de vraag hoe men zich als mens goed en verantwoordelijk kan gedragen.
  • Vijf moralen Verplaetse:
    o Hechtingsmoraal;
    o Geweldmoraal;
    o Reinigingsmoraal;
    o Samenwerkingsmoraal;
    o Beginselenmoraal.
  • Hechtingsmoraal:
    Hoe gaan we met de mensen om met wie we verbonden zijn?
  • Geweldmoraal:
    Hoe gaan we met bedreigende situaties om?
  • Reinigingsmoraal:
    We koppelen reinheid aan het goede en besmetting aan het kwade.
  • Samenwerkingsmoraal:
    Hoe werken we samen met elkaar en hoe gaan we om met mensen die de samenwerking bedreigen?
  • De eerste 4 moralen van Verplaetse zijn instinctief, ze bepalen ons gedrag en onze opvattingen, maar geven geen argumenten.
  • Beginselmoraal:
    We zoeken naar redelijke argumenten om te onderbouwen waarom een handeling goed of fout is.
  • Microniveau van morele kwesties:
    Morele vragen die gaan over de manier waarop we met elkaar om zouden moeten gaan.
  • Mesoniveau van morele kwesties:
    De morele keuzes van organisaties vinden hun neerslag in de visie en missie.
  • Macroniveau van morele kwesties:
    Morele vragen die gaan over de manier waarop de samenleving moet worden ingericht.
  • Waarden:
    Omschrijven wat mensen waardevol vinden en waar zij naar streven. (vrijheid/gezondheid)
  • Normen:
    Handelingsvoorschriften waarin een waarde tot uiting komt. (geef mensen gelijke kansen)
  • Fatsoensnormen:
    Omgangsregels die vastleggen wat hoort en wat niet hoort. (aka etiquette)
  • Juridische normen:
    Wettelijke regels die aansluiten bij wat een goede maatschappij is en op de morele regels die mensen delen.
  • Deugd:
    Een goede eigenschap die iemands handelwijze bepaalt. (moet/zorgzaamheid)
  • Verschil tussen waarden en deugden:
    Waarden zijn abstracte cognitieve begrippen.
    Deugden zijn persoonsgebonden.
  • Ethiek:
    Systematische reflectie op morele vragen, op basis van rationele argumenten.
  • Bij moraal is er sprake van intuïtie, als mensen afstand kunnen nemen van instinctief gedrag en op een redelijke manier het verschil tussen goed en kwaad kunnen beargumenteren, is er sprake van ethiek.
  • Descriptieve ethiek:
    Beschrijft de moraal in een gemeenschap, vooral feitelijk.
  • Prescriptieve ethiek:
    Voorschrijvende/normatieve ethiek, iemand kan nadenken over voor- en tegenargumenten van een bepaalde handeling en daar een standpunt over innemen, vooral over waarden.
  • Beroepsethiek:
    Specifieke morele regels voor een bepaalde beroepsgroep, zowel descriptief (hoe omgaan met), maar ook prescriptief (hoe moet).
  • Meta-ethiek:
    Bestudeert fundamentele vraagstukken.
  • Fundamentele meta-ethische vragen:
    o Zijn waarden universeel of cultuurgebonden?
    o Zijn mensen vrij en dus verantwoordelijk voor hun daden?
    o Zijn mensen gelijk?
    o Hoe ziet een rechtvaardige samenleving eruit?
  • Zijn waarden universeel of cultuurgebonden?
    Alle rechten moeten plicht gebonden zijn, het moet duidelijk zijn wiens plicht het is om te zorgen dat iemand krijgt waar hij recht op heeft.
  • Universele waarden:
    Zijn een absolute standaard en gelden voor iedereen.
  • Cultuur relativisme:
    Wat moreel juist of onjuist is wordt volledig bepaald door de culturele context.
  • Subjectivisme:
    Morele principes zijn individueel, een morele handeling is juist als de persoon deze zelf goedkeurt. (ethisch relativisme)
  • Universalisme:
    Fundamentele, morele principes zijn universeel geldig en toepasbaar op vergelijkbare mensen in vergelijkbare situaties, ongeacht de plaats en tijd waarin zij leven.
  • Beschrijvend aspect cultuur relativisme:
    In iedere cultuur gelden andere normen en waarden. (feit)
  • Normatief aspect cultuur relativisme:
    Morele kwesties behoren beoordeeld te worden op basis van de waarden die in die cultuur gelden. (norm)
  • Beschrijven aspect universalisme:
    Overal gelden dezelfde waarden. (feit)
  • Normatief aspect universalisme:
    Bepaalde centrale waarden moeten overal worden aanvaard. (norm)
  • Zijn mensen vrij en dus verantwoordelijk voor hun daden?
    Je bent alleen moreel verantwoordelijk voor je daden als je ook anders had kunnen handelen en niet door interne of externe krachten werd gedwongen.
  • Wilsvrijheid:
    Vrijheid van het individu om zijn eigen wil te bepalen. 
    De menselijke wil wordt niet uitsluitend bepaald door erfelijkheid, opvoeding en omgeving.
  • Maatschappelijke vrijheid:
    Vrijheid van een individu binnen de samenleving.
  • Zijn mensen gelijk?
    Als iemand stelt dat mensen gelijk zijn of zouden moeten zijn, kunnen zij spreken van natuurlijke gelijkheid, economisch-culturele gelijkheid en rechtsgelijkheid.
  • Natuurlijke gelijkheid:
    Mensen zijn van nature gelijk, de overeenkomsten zijn belangrijker dan de verschillen.
  • Economisch-culturele gelijkheid:
    Mate waarin mensen gelijk zijn in inkomen en maatschappelijke mogelijkheden.
  • Rechtsgelijkheid:
    De norm dat mensen gelijk zijn voor de wet.
  • Hoe ziet een rechtvaardige samenleving eruit?
    Plato: In een rechtvaardige samenleving krijgt iedereen de plaats die bij zijn aard past.
  • Schaamte en schuld dragen ertoe bij dat mensen zich moreel juist gedragen. Mensen houden zich aan morele regels, omdat ze willen voorkomen dat andere hen veroordelen (schaamte) of dat ze slecht over zichzelf gaan denken (schuld).
  • Psychoanalyse van Freud vanuit de levenslooppsychologie:
    Kinderen krijgen waarden en normen mee vanuit hun opvoeding.
    Het geweten is een innerlijke stem die zegt wat goed en kwaad is.
    Het ego bemiddelt tussen de persoonlijkheid en tussen het geweten en de realiteit.
  • De leertheorie vanuit de levenslooppsychologie:
    Alle gedrag is aangeleerd, normen en waarden komen tot stand door beloning en straf.
  • Cognitieve theorie van Kohlberg vanuit de levenslooppsychologie:
    Er zijn drie niveaus in morele ontwikkeling, preconventioneel, conventioneel en postconventioneel.
  • Preconventioneel niveau (Kohlberg):
    Eerste niveau in morele ontwikkeling, de actor is nog niet aangepast aan zijn omgeving. 
    Stadia zijn gehoorzaamheid en straf en voor wat hoort wat.
  • Conventioneel niveau (Kohlberg):
    Tweede niveau in de morele ontwikkeling, de actor houdt rekening met zijn omgeving.
    Stadia zijn brave jongen/braaf meisje en wet en orde.
  • Postconventioneel niveau (Kohlberg):
    Hoogste niveau in de morele ontwikkeling, de actor kan afstand nemen van een feitelijke situatie en zelfstandig bedenken wat de juiste waarden en normen zijn uitgaand van universele morele principes.
    Stadia zijn mensenrechten en universele waarden.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.