Summary Europees Recht - Algemeen Deel

ISBN-13 9789089521613
203 Flashcards & Notes
21 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Europees Recht - Algemeen Deel". The author(s) of the book is/are . The ISBN of the book is 9789089521613. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Europees Recht - Algemeen Deel

  • 1 Europa als woonplaats, de Unie als haar bestuur

  • Hoe is de Recht van de Unie ontstaan?
    Na de val van de Berlijnse Muur zijn de Europese Gemeenschappen ontstaan die de basis zijn van de oprichting van de Europese Unie met als communicatievorm Europees Recht.
  • Wat is op basis van de Europese gemeenschappen opgericht? 
    Op basis van de Europese gemeenschappen is de Europese Unie opgericht. De oprichting van de Unie gebeurde onder de schok van de val van de Berlijnse muur.
  • Autonome rechtsorde.
    Een op zichzelf staande maatschappelijke orde die op het recht is gebaseerd. Hiermee wordt over het algemeen karakteristiek gedoeld op het EU-recht. Op grond van deze autonomie is in het arrest Costa/ENEL (1964) door het Hof voorrang toegekend aan het Europese recht boven dat van de lidstaten (Eijsbouts p. 14).
  • Communautaire methode
    De methode van de gemeenschap, waarmee over het algemeen gedoeld wordt op de wijze waarop de gemeenschap haar recht vormt. Communautair is frans voor ‘gemeenschap’. De communautaire methode houdt een beslismethode in waarin vooral de instanties van de voormalige gemeenschappen (dus de instanties van de EU in dit geval), het initiatief hebben. Dit staat tegenover de intergouvernementele methode waarin de overheden van de gemeenschappen het initiatief hebben. 
  • Gedeelde soevereiniteit
    Gedeelde soevereiniteit houdt in dat een deel van de initiatieven bij het (in dit geval supranationale) orgaan liggen, maar een ander gedeelte bij de lidstaten blijft. De door de lidstaten samengebrachte (eigen) bevoegdheden om de eigen rechtsorde, de eigen bestuursvorm en de onderlinge rechtsverhoudingen in te stellen.
  • EU-identiteit
    het eigen karakter en de kenmerken van de Europese Unie, die door de lidstaten worden gevormd en toebedeeld. Dit hangt samen met het begrip constitutionele ordening/praktijk (Eijsbouts p. 11-12 en par. 2.4)
  • Intergouvernementeel
    Intergouvernementeel houdt in tussen overheden van verschillende lidstaten. p. 324 van Grondslagen van het recht.
  • Legaliteit
    Legaliteit houdt in dat een besluit of actie berust op een bepaalde bevoegdheid, waarnaar deze beslissing of dit besluit dus ook altijd is terug te leiden. Dit maakt de actie legitiem. Verder betreft legaliteit de erkenning van (in dit geval) de lidstaten van de macht welke de EU vormt. Alleen wanneer deze erkend wordt, en dus legitiem is, is dit ook daadwerkelijk macht. 
  • Pijlers
    De drie gebieden waarin het recht en de beleidsterreinen van de communautaire rechtsorde oorspronkelijk was ondergebracht, tot aan de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in 2009 (Eijsbouts p. 10-12): de eerste pijler omvat de drie Europese Gemeenschappen ((afgekort EG) EGKS, EEG, EURATOM), de tweede pijler bestaat uit een gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid en de derde pijler wordt gevormd door de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken.
  • Rechtsgemeenschap
    Een rechtsgemeenschap is een gemeenschap met een eigen politieke en rechterlijke organisatie. Waarin een eigen systeem van checks and balances bestaat en autonoom rechtgesproken kan worden. Het recht bepaalt sterk de gang van zaken binnen een rechtsgemeenschap.
  • Rule of law / rechtstaat
    Rule of law oftewel een rechtstaat heeft o.a. als basisprincipes een legaliteitsbeginsel. Dit houdt in dat alle acties op erkende bevoegdheden berusten. Verder bestaat er eerbied voor de grondrechten en staat er voor een ieder altijd de weg naar een onafhankelijke rechter open. 
  • Supranationaal
    Een supranationaal orgaan staat boven dat van de lidstaten. Boven het nationale uitstijgend. Deze heeft haar eigen rechten en plichten, kan sancties opleggen, en hoeft behalve aan zichzelf (door middel van checks and balances) aan niemand anders verantwoording af te leggen. 
  • Op welke manier komt een verdrag tot stand?
    Een verdrag komt in een vijftal stappen tot stand;
    (1)Overleg, er wordt tussen de betrokken partijen (soms erg lang) overlegd over de inhoud van het verdrag, wanneer men het hier over eens is, wordt vervolg naar de volgende stap.
    (2)Sluiting, zijn de partijen het eens, dan wordt het verdrag gesloten, ten blijke daarvan wordt het verdrag (3)ondertekend. Op dit moment is de staat nog niet gebonden aan het verdrag.
    Vervolgens wordt het verdrag door een bepaalde staat (4)geratificeerd, (bekrachtigd), of op een andere manier als verbindend beschouwd (publicatie etc). Pas hierna is het verdrag juridisch bindend voor de betreffende staat.
    Als laatste resteert de (5)inwerkingtreding, dit wordt op nationaal en internationaal niveau bepaald in het verdrag zelf. 
  • Wat is het verschil tussen intergouvernementele samenwerking en supranationale samenwerking?
    Bij intergouvernementele samenwerking beogen staten samen te werken doch slechts op een wijze dat ze niet tegen hun wil kunnen worden gebonden aan de besluiten die in het kader van de samenwerking worden genomen. Bij supranationale samenwerking is dat laatste wel mogelijk. In dergelijke situaties wordt de eigen soevereiniteit gedeeld, respectievelijk (voorwaardelijk) overgedragen aan een gezamenlijk ingestelde organisatie. Vervolgens worden op basis van (eventueel gekwalificeerde) meerderheid door deze organisatie besluiten genomen, waarbij een veto voor de individueel betrokken staten op dergelijke besluiten ontbreekt. Het is dan hoogstens mogelijk om in zijn geheel uit het samenwerkingsverband te stappen, zoals het Verenigd Koninkrijk nu in gang heeft gezet. Het internationale (supranationale) orgaan waaraan de bevoegdheden worden overgedragen krijgt dan ook een zekere autonomie en eigen bindende bevoegdheden over de (lid)staten (zie ook Eijsbouts, p. 9).
  • In hoofdstuk 1 paragraaf 2.1 wordt aangegeven dat de eerste zes stichterstaten Frankrijk, Duitsland, Italië en de Benelux-landen waren. Wat is de idee achter de Benelux en wanneer is deze ontstaan en verwezenlijkt?
    De wens om tot een nauwere samenwerking tussen België, Luxemburg en Nederland te komen, is ontstaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toen spraken de regeringen van België, Luxemburg en Nederland af om na de oorlog deze samenwerking vorm te geven. Het idee achter de samenwerking was de totstandbrenging van een economische unie, waarbij de binnengrenzen vrijwel volledig zouden worden geslecht voor wat betreft het economische verkeer en het verkeer van personen. Dit idee is ook in grote mate verwezenlijkt.
    Het oorspronkelijke Benelux Verdrag (Benelux Economische Unie) dateert van 3 februari 1958 en is op 1 november 1960 in werking getreden. Het verdrag is op 17 juni 2008 herzien. Bij de herziening is overeengekomen dat de Benelux zich niet alleen zal richten op de verdere ontwikkeling van de economische unie, maar ook op duurzame ontwikkeling en op samenwerking op het terrein van justitie en binnenlandse zaken.
  • Verdrag van Maastricht?
    Invoering Europese Unie als overkoepelde structuur die de drie oorspronkelijke Europese Gemeenschappen omvat; tevens wijziging EEG in EG. 1992.
  • Verdrag van Amsterdam?
    Versterking positie Europees Parlement. 1997
  • Verdrag van Nice?
    Institutionele wijzigingen gericht op het functioneren van een sterk uitgebreide Europese Unie. 2001.
  • Verdrag van Lissabon?
    Hervormingsverdrag: Verdrag betreffende de Europese Unie en Verdrag betreffende de werking van de Europese unie; veel van de -niet in werking getreden- Grondwet wordt in dit verdrag opgenomen; afschaffing pijlerstructuur. 2007.
  • Welke rol speelde Winston Churchill bij de eerste initiatieven tot Europese integratie?
    Na de Tweede Wereldoorlog heerste in Europa de overtuiging dat samenwerking een noodzaak was, zowel om toekomstige oorlogen te voorkomen als ter stimulering van de wederopbouw in de door de oorlog getroffen landen. Op 19 september 1946 opperde Winston Churchill in Zürich de ontwikkeling van een soort ‘Verenigde Staten van Europa’ vanuit een nauwe samenwerking tussen Frankrijk en Duitsland. Het Verenigd Koninkrijk zou zich daarbij onafhankelijk opstellen als hoofd van de Commonwealthlanden en als speciale bondgenoot van de Verenigde Staten van Amerika (‘with Europe and not of Europe’, p. 9 Eijsbouts).
  • Wat zijn de achtergronden en opzet bij de oprichting van de EGKS? Betrek hierbij de Schuman-Verklaring.
    De initiële bedoeling van het plan was om Duitsland, 5 jaar na de oorlog, haar zeggenschap over de productie van kolen en staal terug te geven. Dit was het “plan schuman”, van 9 mei 1950. Frankrijk was zeer wantrouwend en wou dat dit gedaan werd met extra zekerheden. De soevereiniteit van Duitsland zou gedeeld worden met andere landen. Dit resulteerde in 1951 in een zelfstandige gezagsinstelling met verregaande bevoegdheden. Tijdens de onderhandelingen werd het oorspronkelijke plan uitgebreid en verder vormgegeven tot het door de stichterstaten ondertekende EGKS-Verdrag; inclusief een Hoge Autoriteit, die supranationale bevoegdheden kreeg, een Raad van Ministers, een Gemeenschappelijke Vergadering en een Hof van Justitie. Het EGKS-Verdrag werd getekend op 18 april 1951 te Parijs en trad op 23 juli 1952 in werking voor de termijn van vijftig jaar.
  • Waarom is de EEG opgericht?
    Om de bestaande organisatie uit te breiden naar een van een gemeenschappelijke markt, en gedeelde soevereiniteit. Aangezien grootschaliger gemeenschappen niet van de grond kwamen (EDG – Europese Defensiegemeenschap en EPG – Europese Politieke Gemeenschap) werd gepoogd om te komen tot de in opzet meer bescheiden Europese Economische Gemeenschap met als ambities de vestiging van een gemeenschappelijke markt en de instelling van enkele gedeelde sectorale beleidsgebieden, landbouw, vervoer en mededinging.
  • Aan welke eisen moeten kandidaat/lidstaten voldoen als zij willen toetreden tot de Unie en op welke wijze vindt de toetreding plaats? (art. 49 VEU)
    Elke Europese staat, welke de door de EU gehanteerde waarden eerbiedigt en zich ertoe verbindt deze uit te dragen, kan lidmaatschap van de EU aanvragen bij de raad. De raad raadpleegt de commissie en wacht goedkeuring van het parlement af. Vervolgens wordt er gestemd. Er moet eenparigheid van stemmen bestaan. De raad stelt specifieke criteria op voor het toetreden van de betreffende staat. 
  • Welke veranderingen bracht het Verdrag van Nice en wat werd in Nice ook ondertekend?
    Om te zorgen dat de EU verder kon uitbreiden waren nodige aanpassingen vereist. Deze zijn in het verdrag van Nice gerealiseerd. Ook werd hier het ER-grondrechtenhandvest ondertekend. In een verklaring die is gevoegd bij het verdrag wenste de IGC dat er een breder en diepgaander debat gevoerd zou gaan worden over de toekomst van de EU. 
  • Wat is het attributiebeginsel en welke vier aspecten kent dit beginsel?
    Volgens dit beginsel mag de Europese Unie (EU) alleen regels maken en optreden op grond van bevoegdheden die de lidstaten aan de EU hebben toegekend. Alle andere bevoegdheden behoren toe aan de lidstaten zelf. Met het attributiebeginsel moet zowel bij het interne als het internationale optreden van de EU rekening gehouden worden. Het attributiebeginsel is vastgelegd in artikel 2 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
     
    1.Het attributiebeginsel betekent in principe dat beleidsterreinen die niet voorkomen in de Verdragen, niet voorwerp van bindende besluitvorming door de Europese instellingen kunnen zijn.
    2.De bevoegdheden moeten worden uitgeoefend met het oog op de vermelde doelstellingen en de van toepassing zijnde rechtsbasis.
    3.Het Werkingsverdrag beperkt de vrijheid van de Unie door in de afzonderlijke Verdragsbelpalingen die een rechtsgrondslag behelzen, voor te schrijven welke rechtsinstrumenten kunnen worden gebruikt. In sommige gevallen worden bepaalde instrumenten volledig uitgesloten.
    4.Het attributiebeginsel is van belang bij het bepalen van de besluitvormingsprocedure. De specifieke verdragsbepaling waarop de Europese wetgever een besluit moet baseren, bepaalt de rolverdeling tussen Raad, Commissie en Europees Parlement. Hierin is geen vrij keus. 
  • In de EU hebben de grondrechten inmiddels een prominente plaats ingenomen. Op grondrechtelijk vlak heeft echter, zoals u in de cursus Inleiding recht heeft geleerd, de Raad van Europa een behoorlijke staat van dienst opgebouwd met het vanuit deze Raad geïnitieerde EVRM en het EHRM dat reeds vele zaken heeft gewezen. In welke zin is de verhouding tussen EU en EVRM ongemakkelijk?
    In artikel 6 VEU is vastgelegd dat de EU zal toetreden tot het EVRM. Voor het Hof van Justitie EU is die toetreding ongemakkelijk, omdat zijn uitspraken en interpretaties van eigen grondrechten dan kunnen worden gecorrigeerd door het EHRM. 
  • Les Tabaksreclame
    Art. 114 VWEU mag als rechtsgrondslag gebruikt worden wanneer:
    1. De belemmeringen waarschijnlijk zijn en
    2. De maatregel ertoe strekt de belemmeringen te voorkomen.
  • Wat zijn de punten van de subsidiariteitstoets?
    1. Gaat het niet om een exclusieve bevoegdheid?
    2. Kan een lidstaat het gewenste resultaat niet voldoende op centraal, regionaal of lokaal niveau bereiken?
    3. Kan de Unie de doelstelling beter bereiken?
  • Vereisten voor rechtstreekse doorwerking?
    1. de (verdrags)bepaling moet zich naar aard en inhoud lenen voor rechtstreekse werking;
    2. het moet gaan om een voldoende duidelijke/nauwkeurige en onvoorwaardelijke bepaling die een recht aan een particulier inhoudt, zonder dat er een discretionaire bevoegdheid bestaat.
  • Is een richtlijn bindend?
    Een richtlijn heeft geen rechtstreekse werking vóór het verstrijken van de implementatietermijn, omdat dat zou indruisen tegen het gebruik van het specifieke rechtsinstrument richtlijn. Er wordt voor een richtlijn gekozen, als men de lidstaten de ruimte wil geven om zelf te bepalen hoe de doelstellingen van het rechtsinstrument verwezenlijkt moeten worden.
  • Horizontale rechtstreekse werking van richtlijnen is uitgesloten in welk arrest?
    Faccini Dori
  • Wat zijn de drie voorwaarden voor staatsaansprakelijkheid (Francovich)
    • De geschonden regel van het Unierecht moet ertoe strekken rechten aan particulieren toe te kennen;
    • Er moet sprake zijn van een voldoende gekwalificeerde schending door een lidstaat (de schending moet de staat toe te rekenen zijn);
    • Er moet sprake zijn van een direct causaal verband tussen de geleden schade en de schending van het Unierecht door de lidstaat.
  • Welke uitzonderingen bestaan er op de verplichting een prejudiciële procedure te starten?
    1. De rechter beantwoording niet nodig acht voor het wijzen van vonnis of
    2. Er sprake is van een acte clair of
    3. Er sprake is van een acte éclairé
  • Wanneer kan men zich niet beroepen op 'dwingende eisen van algemeen belang'?
    Wanneer het een maatregel met onderscheid betreft.
  • Rechtsregel dasonville arrest?
    Iedere handelsregeling van de lidstaten die de intracommunautaire handel al dan niet rechtstreeks, daadwerkelijk of potentieel, kan belemmeren, is als een maatregel van gelijke werking als kwantitatieve beperkingen te beschouwen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Rechtsregel dasonville arrest?
Iedere handelsregeling van de lidstaten die de intracommunautaire handel al dan niet rechtstreeks, daadwerkelijk of potentieel, kan belemmeren, is als een maatregel van gelijke werking als kwantitatieve beperkingen te beschouwen.
Wanneer kan men zich niet beroepen op 'dwingende eisen van algemeen belang'?
Wanneer het een maatregel met onderscheid betreft.
Welke uitzonderingen bestaan er op de verplichting een prejudiciële procedure te starten?
1. De rechter beantwoording niet nodig acht voor het wijzen van vonnis of
2. Er sprake is van een acte clair of
3. Er sprake is van een acte éclairé
Wat zijn de drie voorwaarden voor staatsaansprakelijkheid (Francovich)
  • De geschonden regel van het Unierecht moet ertoe strekken rechten aan particulieren toe te kennen;
  • Er moet sprake zijn van een voldoende gekwalificeerde schending door een lidstaat (de schending moet de staat toe te rekenen zijn);
  • Er moet sprake zijn van een direct causaal verband tussen de geleden schade en de schending van het Unierecht door de lidstaat.
Horizontale rechtstreekse werking van richtlijnen is uitgesloten in welk arrest?
Faccini Dori
Is een richtlijn bindend?
Een richtlijn heeft geen rechtstreekse werking vóór het verstrijken van de implementatietermijn, omdat dat zou indruisen tegen het gebruik van het specifieke rechtsinstrument richtlijn. Er wordt voor een richtlijn gekozen, als men de lidstaten de ruimte wil geven om zelf te bepalen hoe de doelstellingen van het rechtsinstrument verwezenlijkt moeten worden.
Vereisten voor rechtstreekse doorwerking?
  1. de (verdrags)bepaling moet zich naar aard en inhoud lenen voor rechtstreekse werking;
  2. het moet gaan om een voldoende duidelijke/nauwkeurige en onvoorwaardelijke bepaling die een recht aan een particulier inhoudt, zonder dat er een discretionaire bevoegdheid bestaat.
Wat zijn de punten van de subsidiariteitstoets?
  1. Gaat het niet om een exclusieve bevoegdheid?
  2. Kan een lidstaat het gewenste resultaat niet voldoende op centraal, regionaal of lokaal niveau bereiken?
  3. Kan de Unie de doelstelling beter bereiken?
Subsidiariteitsbeginsel
Wanneer er sprake is van een niet-exclusieve bevoegdheid van de EU, treedt de EU alleen op als de lidstaten een beoogd resultaat onvoldoende kunnen bereiken en de EU dit beter kan.
Les Tabaksreclame
Art. 114 VWEU mag als rechtsgrondslag gebruikt worden wanneer:
1. De belemmeringen waarschijnlijk zijn en
2. De maatregel ertoe strekt de belemmeringen te voorkomen.