Summary Evidence-based practice voor verpleegkundigen methodiek en toepassing

-
ISBN-10 905931848X ISBN-13 9789059318489
272 Flashcards & Notes
71 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Evidence-based practice voor verpleegkundigen methodiek en toepassing". The author(s) of the book is/are Chris Kuiper. The ISBN of the book is 9789059318489 or 905931848X. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Evidence-based practice voor verpleegkundigen methodiek en toepassing

  • 1 Evidence-based practice

  • Bij evidence-based practice gaat het om het nemen van klinische beslissingen op basis van het best beschikbare bewijs, in combinatie met de kennis en ervaring van de verpleegkundige en de waarde(en) en voorkeur van de individuele patiënt.

  • Kennis (zowel propositionele (kennis door ervaring), professionele als persoonlijke) van zowel patiënt als verpleegkundige is fundamenteel voor besluitvorming en staat dus centraal in de zorgverlening.

  • Er wordt onderscheid gemaakt tussen evidence en bewijs, waarbij evidence wordt opgevat als kennis uit verschillende bronnen, die getoetst is en betrouwbaar is bevonden, en bewijs als de resultaten van wetenschappelijk onderzoek.

     

  • Evidence-based practice biedt de beroepsbeoefenaar een hulpmiddel om verantwoording af te leggen over de effectiviteit en efficiëntie van de zorgverlening.

  • Wat is het belangrijkste doel en reden van toepassing van evidence-based practice?

    Kwalitatief goede zorg te (blijven) bieden.

  • EBP helpt verpleegkundige hun handelen te verantwoorden tegenover patienten, collega's, verwijzers en financiers, maar ook om hun beroep te (blijven) ontwikkelen, positioneren en te financieren.

  • Het is van belang om niet alleen bewijs over de effectieve  behandelmethoden te verzamelen, maar om ook goed rekening te houden met kennis en opvattingen van professionals in de praktijk en patiënten. Hun kennis en visie moet niet worden genegeerd bij de ontwikkeling en implementatie van wettenschappelijke inzichten.

  • Evidence heeft pas zin als het de patiënt bereikt. Dit betekent dat verpleegkundigen onderzoeksresultaten dienen te gebruiken bij het opstellen van protocollen en/of richtlijnen en deze ook daadwerkelijk toepassen in de dagelijkse praktijk. En dat de evidence gecommuniceerd wordt aan collega's en artsen.

  • Wat integreert een beroepsbeoefenaar?

    Wetenschappelijke kennis, patiëntspecifieke gegevens, klinische ervaring en organisatorische randvoorwaarden.

  • 1.2 Wat is evidence-based practice?

  • Wat is EBM?

    Evidence-based medicine

  • Waar staat de afkorting RCT ?

    Randomized controlled trails.

    Bewijsvoering voor medische handelen moet berusten op RCT's, om zo de kwaliteit te verbeteren.

  • Welke organisatie houdt zich wereldwijd bezich met het uitvoeren en publiceren van systematic rewiews op basis van RCT's en andere onderzoeken?

    De Cochrane Collaboration

  • Het gaat bij EBP in principe om het nemen van klinische beslissingen. Op grond van welke 3 aspecten wordt de klinische beslissingen afgewogen?

    - het huidige beste beschikbare bewijs

    - de kennis en ervaring van de verpleegkundige

    - de waarde(n) en voorkeur van de individuele patiënt

  • Wat is een belangrijk doel van EBP?

    Het toepassen van resultaten van wetenschappelijk onderzoek (bewijs) en getoetste en betrouwbaar gevonden kennis (evidence) in de beroepspraktijk, om de kwaliteit van zorg te verbeteren en de geleverde zorg te verantwoorden.

  • Definitie EBP:

    EBP is het zorgvuldig, expliciet en oordeelkundig gebruik van het huidige beste bewijsmateriaal en evidence om beslissingen te nemen met individuele patiënten om de zorgverlening te verbeteren. De praktijk van EBP impliceert het integreren van individuele professionele kennis van de behandelaar, de wens en voorkeur van de patiënt met het beste externe bewijsmateriaal dat vanuit systematisch onderzoek beschikbaar is. De voorkeuren, wensen en verwachtingen van de patiënt spelen bij de besluitvorming een centrale rol.

  • Noem de vijf stappen van de methodiek van EBP

    1. Het (klinische) probleem vertalen in een beantwoordbare vraag;

    2. Het efficiënt zoeken naar het beste bewijsmateriaal;

    3. Het beoordelen van het gevonden bewijs op methodologische kwaliteit en toepasbaarheid;

    4. Het toepassen van het gevonden resultaat in de praktijk;

    5. Het regelmatig evalueren van het proces en het resultaat.

     

  • 1.3 Wat is evidence; wat is kennis en bewijs?

  • Effectiviteit van zorg of belang van een behandeling wordt veelal niet alleen gedemonstreerd door oorzaak-en-gevolgrelaties, waardoor nog meer?

    Intuïtie, ervaring, getuigenissen, persoonlijke observaties, cases en analogieën (overeenkomst tussen twee zaken)

  • Proof = onomstotelijk bewijs

    Evidence = geeft reden om iets te geloven

    Evident = zeer duidelijk, in het oog springend, geen bewijs behoevend

     

    Bewijs; wetenschappelijk bewijs (propositionele kennis)

    Evidence; kennis gebaseerd op verschillende bronnen, die getoetst is en die betrouwbaar is bevonden.

     

    Kennis is al dat wat geweten wordt door de mens

    Het is niet van belang of deze kennis gerechtvaardigd of 'waar' is.

    Kennis wordt onderscheiden in bewuste en onbewuste kennis, niet-geëxpliciteerde kennis (aanwezig a.g.v. bijv. werkervaring), en expliciete kennis (info die al dan niet schriftelijk of digitaal is vastgelegd in boeken of geschriften met teksten of beelden).

     

    Expliciet = kennis waar wij ons bewust van zijn (staat in spotlight)

    Impliciet = kennis aanwezig in het bewustzijn, die als achtergrond het beeld meebepaalt. Deze individuele kennis is moeilijk overdraagbaar (zit in je hoofd). Deze vorm van kennis bevat vaak (cultuurgebonden) waarden, ervaringen en attitudes. Vormen van impliciete kennis zijn handelingen en routines. 

     

  • Wat is de definitie van kennis?

    Kennis is al dat wat geweten wordt door de mens.

  • Wat is de definitie van evidence?

    Evidence is kennis gebaseerd op verschillende bronnen, die getoetst is en die betrouwbaar is bevonden.

  • Wat is de definitie van bewijs?

    Bewijs is kennis die gebaseerd is op (de resultaten van) wetenschappelijk onderzoek. Hierbij wordt gestreefd naar variëteit in de bewijsvoering.

  • Wat is de methodiek van het proces van zoeken, toetsen en evalueren van geëxpliciteerde kennis?

    1. het (klinische) probleem vertalen in een beantwoordbare vraag;

    2. het efficiënt zoeken naar bronnen met geëxpliciteerde professionele en persoonlijke kennis;

    3. het beoordelen van de gevonden kennis op geloofwaardigheid, overdraagbaarheid, afhankelijkheid en contextualiteit, overtuigingskracht en intersubjectiviteit en toepasbaarheid;

    4. het toepassen van de gevonden kennis (evidence) in de praktijk;

    5. het regelmatig evalueren van het proces en het resultaat.

  • Kun je kennis die niet geëxpliciteerd (uitgelegd) is toetsen?

    Ja dit is te toetsen en kan leiden tot evidence. In dit proces wordt impliciete kennis van patiënt, zorgverlener, experts en collega's expliciet gemaakt en getoetst.

  • Wat is propositionele kennis?

    Kennis gebaseerd op resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Deze kennis is per definitie getoetst en gepubliceerd.

  • Wat gebeurd er als er alleen een wetenschappelijke benadering wordt toegepast in de praktijk?

    Dan kan de patiëntgerichtheid binnen de zorg verloren gaan.

  • Wat is professionele kennis?

    Kennis die ontstaan is door de (beroeps)opleiding en de -vaak jarenlange- praktijkervaring van beroepsbeoefenaars. Een deel hiervan staat beschreven in praktijktheorieën, maar is wetenschappelijk nog niet (goed) getoetst.

  • Wat is tacit knowledge?

    Praktijktheorieën die deel uit maken van intuïtie.

  • Welke vormen van kennis zijn er?

    propositionele kennis (gebaseerd op resultaten van wetenschappelijk onderzoek), professionele kennis (kennis door beroepsopleiding en praktijkervaring) en persoonlijke kennis (kennis vanuit levenservaring)

  • Het samenkomen van de propositionele, professionele en persoonlijke kennis van de verpleegkundige met de propositionele, patiëntenloopbaan kennis en persoonlijke kennis van de patiënt, leidt tot het komen van een evidence-based beslissing.

  • Voor het vergroten van propositionele kennis zullen professionele en persoonlijke kennis ook wetenschappelijk moeten worden getoetst. Om dit te toetsen ligt de kwalitatieve onderzoeksmethoden meer voor de hand dan de kwantitatieve onderzoeksmethoden.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

A. Niet-experimentele (kwalitatieve, beschrijvende) studiesB. Randomized controlled trialsC. Meningen van deskundigen of 'algemeen aanvaard' handelenD. Systematische reviews of meta-analyse van RCT'sE. Clinical controlled trials   Welke van onderstaande antwoorden is de juiste volgorde van de hiërarchie van evidence:1. B  E  C  D  A2. D  E  B  A  C3. C  E  A  B  D4. D  B  E  A  C
Antwoord 4.
D. Systematische reviews of meta-analyses van RCT's
B. Randomized controlled trials
E. Clinical controlled trials
A. Niet-experimentele studies
C Meningen van deskundigen of 'algemeen aanvaard' handelen.
wat is de principe van interventieonderzoek?
het is het geheel van door de paramedicus bewust toegepaste acties die tot doel hebben de gezondheidstoestand van de patiënt en de wijze waarop de patiënt hiermee omgaat in de positieve zin te veranderen
Wat staat centraal in de zorgverlening van zowel patiënt als verpleegkunde?
Kennis
Welke (sub)vragen gebruik je om de hoofdvraag; 'hoe helpen deze resultaten mijn patiënten' te beantwoorden?
  • zijn de resultaten toepasbaar op de patiëntengroep en de methoden waar ik mee werk (hangt samen met de goodness of fit)?
  • leveren de resultaten stof tot nadenken voor mijn werk? bijv. over de waarde en effectiviteit van de wijze waarop ik (of het team waarvan ik deel uitmaak) mijn beroep of aspecten daarvan uitoefen.
Welke (sub)vragen gebruik je om de hoofdvraag; 'wat is het belang van de resultaten' te beantwoorden?
  • wat zijn de belangrijkste resultaten? Worden thema's of concepten duidelijk beschreven, en wordt de relatie tussen de resultaten en het doel van de studie gelegd?
  • worden de resultaten gedetailleerd genoeg beschreven om de interpretatie van de gegevens en de keuze van thema's en concepten te kunnen beoordelen? bijv. letterlijke weergave van interviewcitaten/observaties, citaten van verschillende respondenten (personen) en niet slechts van één of twee.
  • worden de onderzoeksresultaten en conclusies gescheiden van elkaar gepresenteerd? Worden de conclusies ondersteund door de resultaten? Consistentie (dichtheid/samenhang) van een en ander.
  • worden de resultaten in relatie gebracht met bestaande literatuur en kennis (body of knowledge)?
  • zijn er, indien de vraagstelling zich daartoe leent, kwantitatieve methoden gebruikt in aanvulling op de kwalitatieve methoden?
Welke (sub)vragen gebruik je om de hoofdvraag; 'zijn de resultaten valide' te beantwoorden?
  • is duidelijk wat de onderzoeksvraag, doelen en focus van het onderzoek zijn?
  • zijn een kwalitatieve benadering en de gekozen methode geschikt voor de uitwerking van de onderzoeksvraag?
  • is de context waarin het onderzoek heeft plaatsgevonden duidelijk beschreven? Zijn de criteria voor selectie en de selectieprocessen bewust gekozen en beargumenteerd (zowel van de context als van de respondenten), duidelijk beschreven?
  • is duidelijk beschreven hoe de gegevens zijn verzameld? Bijv. de toegang tot het veld van onderzoek, voorbeelden van interviewvragen, (participerende) observatie, veldaantekeningen, gebruik van opnameapparatuur.
  • is men doorgegaan met gegevens verzamelen tot er een verzadigingspunt was bereikt?
  • welke methoden zijn gebruikt om de gegevens te analyseren? Systematiek? Inhoudsanalyse, constant vergelijkende methode?
  • zijn er methoden gebruikt om de geloofwaardigheid van het onderzoek te verzekeren? Bijv. triangulatie, member checking, reflectie.
  • heeft men aspecten beschreven die de verifieerbaarheid en plausibiliteit van de resultaten betreffen? Is er een duidelijke beschrijving van onderzoeksproces, peer review, member checking, omgaan met afwijkende cases?
  • zijn ethische aspecten in ogenschouw genomen en beschreven? Zoals informed consent-procedure, privacy en anonimiteit van gegevens, belangenverstrengeling (bijv. de rol van therapeut en onderzoeker in één persoon verenigd).
Waar wordt de PICO methoden voor gebruikt?

Om een vraag te formuleren

Waar staat PICO voor?

P=probleem of patiënt

I= interventie

C= co-interventie

O= outcome (resultaat)

Wat wordt bedoelt met plausibiliteit? ( dependability)
Of de gegevens en bevindingen consistent (kloppend, samenhangend) zijn. De sociale wereld is veranderlijk.
ook te maken met veranderingen die door de onderzoeker of het onderzoeksdesign geïnduceerd worden.
Wat wordt bedoelt met verplaatsbaarheid? (transferability)
Dat zij in hypothetische zin verplaatsbaar zijn: kunnen de resultaten worden gezien als overdraagbaar naar andere settings (en niet direct overdraagbaar). Kan een onderzoek dat heeft plaats gevonden binnen een bepaalde setting, toegepast worden binnen een andere setting?