Summary Examenwoorden

-
369 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Examenwoorden

  • 1 Signaalwoorden

  • auch
    ook - opsomming
  • auβerdem, zudem, zusätzlich, hinzu kommt
    bovendien - opsomming
  • ebenfalls
    eveneens, ook - opsomming
  • Erstens/Zweitens/Drittens
    ten eerste/tweede/derde - opsomming
  • nicht nur   sondern auch
    niet alleen   maar ook - opsomming
  • sowie
    evenals, alsook - opsomming
  • denn
    want - reden
  • indem
    doordat - reden
  • nämlich
    namelijk - reden
  • schlieβlich
    per slot van rekening - reden
  • weil
    omdat - reden
  • aber
    maar - tegenstelling
  • allerdings
    echter - tegenstelling
  • dagegen, hingegen
    daarentegen - tegenstelling
  • dennoch
    desalniettemin - tegenstelling
  • doch
    toch - tegenstelling
  • jedoch
    echter - tegenstelling
  • eigentlich
    eigenlijk - tegenstelling
  • einerseits    andererseits
    enerzijds   anderzijds - tegenstelling
  • immerhin/ ohnehin
    in ieder geval, toch - tegenstelling
  • nicht   sondern
    niet    maar - tegenstelling
  • obwohl
    hoewel - tegenstelling
  • stattdessen
    in plaats daarvan - tegenstelling
  • trotz(dem)
    (des)ondanks - tegenstelling
  • während
    terwijl - tegenstelling
  • zwar   aber/zwar...doch
    weliswaar   maar - tegenstelling
  • also
    dus - conclusie
  • daher
    vandaar - conclusie
  • damit
    zodat, om te bereiken dat - conclusie
  • demnach
    dus, daarom - conclusie
  • deshalb
    derhalve, daarom - conclusie
  • deswegen
    daarom, vandaar - conclusie
  • je    desto
     hoe    hoe - conclusie
  • so
    dus, daarom - conclusie
  • so    dass
    zo    dat - conclusie
  • etwa
    bijvoorbeeld - voorbeeld geven
  • so
    zo, bijvoorbeeld - voorbeeld geven
  • zum Beispiel
    bijvoorbeeld - voorbeeld geven
  • auch
    ook - vergelijken
  • so     wie
    zo    als - vergelijken
  • weder   noch
    noch    noch - vergelijken
  • erst recht
     pas echt - versterking
  • gar
    al helemaal - versterking
  • nicht nur    sondern auch
    niet alleen   maar zelfs - versterking
  • sogar
    zelfs - versterking
  • tatsächlich/ in der Tat
    inderdaad - versterking
  • zumal
    vooral omdat - versterking
  • jedenfalls
    in elk geval - beperking
  • nur
    slechts, alleen(maar) - beperking
  • übrigens
    overigens - extra informatie
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

dazu
daartoe/ daarvoor
zwischen
tussen
zu
tot/ te
wohin?
waarheen?
woher?
waarvandaan?
wo?
waar?
wie?
hoe?
wer?
wie?
was?
wat?
wann?
wanneer?