Summary Explora

-
249 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Explora". The author(s) of the book is/are Akkerman, Grijpstra, Heringa, Koerselman, Westeneng, Willems. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Explora

  • 3.1 Zintuigen en prikkels

  • Hersenen
    Orgaan waar de berichten vanuit je zintuigen aankomen. In de hersenen word je je bewust van wat je waarneemt en met je hersenen beslis je hoe je reageert.
  • Ruggenmerg
    Een dikke bundel zenuwen die van boven naar beneden door je wervelkolom loopt. Je ruggenmerg is een deel van je zenuwstelsel.
  • Zenuwen
    Dunne draadjes die door je hele lichaam verspreid liggen; via zenuwen worden berichten vervoerd.
  • Zenuwstelsel
    Bestaat uit zenuwen, ruggenmerg en hersenen.
  • Reageren
    Iets doen als gevolg van een prikkel.
  • Pijnzintuigen
    In de huid en andere plekken van je lichaam; zijn gevoelig voor de prikkel pijn.
  • Tastzintuigen
    Zintuigen die gevoelig zijn voor de prikkel "hoe voelt een voorwerp aan"; zitten in je huid, je tong en je mondholte.
  • Koudezintuigen
    Zintuigen in je huid, tong, lippen en mondholte; zijn gevoelig voor de prikkel lage temperatuur.
  • Berichten
    Ontstaan in een zintuig uit een prikkel; berichten gaan via zenuwen naar je hersenen en vanuit je hersenen gaan berichten via zenuwen naar je spieren.
  • Warmtezintuigen
    Zintuigen in de huid, tong, lippen en mondholte; nemen de prikkel hoge temperatuur waar.
  • Smaakzintuigen
    Zintuigen op je tong; worden geprikkeld door smaakstoffen in je eten: zoet, zuur, zout en bitter.
  • Reukzintuig
    In het neusslijmvlies boven in je neus; neemt de prikkel geur waar.
  • Gezichtzintuigen
    In het oog; nemen de prikkels licht waar.
  • Zintuigen
    Organen die prikkels opvangen
  • Prikkels
    Informatie uit je omgeving; een verandering in de omgeving, waarop je kunt reageren.
  • Gehoorzintuig
    In het oor; neemt de prikkel geluid waar.
  • 3.2 Zien

  • Iris
    Gekleurde deel van het vaatvlies.
  • Pupil
    Opening in de iris die bij weinig licht kleiner wordt en bij veel licht groter wordt.
  • Oogwit
    Ligt om de iris heen; is het deel van harde oogvlies dat je kunt zien.
  • Wenkbauwen
    Beschermen je ogen tegen stof en zweet.
  • Oogleden
    Beschermen je ogen tegen stof en zweet
  • Wimpers
    Beschermen je ogen tegen stof zweet
  • Traanklier
    Zit boven je oog; maakt traanvocht dat je ogen tegen uitdrogen beschermt en stof wegspoelt.
  • Traanbuis
    Hieronder stroomt traanvocht met vuil vanuit je ogen naar je neus.
  • Harde oogvlies
    Buitenste laag van het oog; beschermt alles wat binnen in je oog ligt.
  • Hoornvlies
    Het doorzichtige deel van het harde oogvlies.
  • Vaatvlies
    Laag in het oog waarin veel bloedvaatjes liggen.
  • Netvlies
    Laag in het oog met lichtgevoelige zintuigjes; vangt lichtprikkels om en zet ze om in berichten.
  • Lens
    Maakt een scherp beeld op het netvlies.
  • Oogzenuw
    Hierdoor gaan berichten vanuit het netvlies naar de hersenen.
  • Glasachtig lichaam
    Soort gel vulling van het oog.
  • Oogkassen
    Holtes in je schedel waarin je ogen zitten.
  • Bolle lens
    Hiermee zie je voorwerpen van dichtbij scherp; een plus-bril heeft bolle lenzen.
  • Platte lens
    Hiermee zie je voorwerpen van veraf scherp; een min-bril heeft platte lenzen.
  • Verziend
    Als je alleen in de verte scherp kunt zien (te korte oogbol).
  • Bijziend
    Als je alleen van dichtbij scherp kunt zien (te lange oogbollen).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Reserve voedsel
Voedingsstoffen die planten bewaren om de winter door te komen en in het voorjaar weer uit te lopen.
Vetten
Energierijke voedingsstoffen; heb je nodig om te bewegen en om warm te blijven. Planten bewaren vetten als reservestof in wortels en zaden.
Zetmeel
Energierijke stof; planten bewaren dit als reservestof in wortels en zaden
Eiwitten
Bouwstoffen voor je lichaam; zorgen voor de opbouw en het herstel van organisme
Zuurstof
Een gas dat als afvalstof bij planten vrijkomt tijdens de fotosynthese; mensen en dieren ademen dit in.
Zonlicht
Licht van de zon dat de benodigde energie geeft voor de fotosynthese bij planten.
Fotosynthese
Uit koolstofdioxide en water ontstaat in de blandgroenkorrels glucose en zuurstof, hiervoor is ook zonlicht nodig.
Glucose
Een soort suiker in je bloed; planten maken door fotosynthese glucose
Koolstofdioxide
Een gas dat planten nodig hebben voor het maken van glucose
Mineralen
Bouwstoffen en beschermende stoffen voor je lichaam; ook planten hebben mineralen nodig.