Summary Familierecht

-
ISBN-10 9462904448 ISBN-13 9789462904446
289 Flashcards & Notes
10 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Familierecht". The author(s) of the book is/are W M Schrama. The ISBN of the book is 9789462904446 or 9462904448. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Familierecht

  • 8.1 Inleiding

  • Waarom worden huwelijk en geregistreerd partnerschap formele relaties genoemd?
    Zowel hun begin als hun einde zijn door de wet geformaliseerd, dat wil zeggen dat bij het begin en einde van de relatie tussenkomst van de overheid verplicht is.
  • De term 'echtscheiding' is gereserveerd voor de ontbinding van het huwelijk, de term 'scheiding' is breder en omvat beëindiging van alle soorten relaties.
  • Wat is een overeenkomst tussen de echtscheiding en de beëindiging van het geregistreerd partnerschap?
    In beide gevallen wordt de relatievorm door de beslissing van een bevoegd overheidsorgaan beëindigd zonder terugwerkende kracht.
  • Kan het geregistreerd partnerschap buitengerechtelijk worden beëindigd?
    Ja, maar alleen het geregistreerd partnerschap van partners zonder minderjarige kinderen (art. 1:80c lid 3 BW), kan met wederzijds goedvinden van de partners buitengerechtelijk door de ambtenaar van de Burgerlijke stand worden beëindigd.
  • Geldt scheiding van tafel en bed zowel voor huwelijk als geregistreerd partnerschap?
    De scheiding van tafel en bed en de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed zijn niet van toepassing op het geregistreerd partnerschap.
  • Wat is een flitsscheiding en is dat nog steeds mogelijk?
    De beëindiging van het huwelijk door omzetting in een geregistreerd partnerschap -  de zogenoemde flitsscheiding -  is sinds 2009 niet meer mogelijk
  • 8.2 Kenmerken en beginselen

  • Het besluit dat een formele relatie is ontbonden, is een constitutief besluit van een bevoegd overheidsorgaan - voor het huwelijk vooralsnog alleen de rechter, en voor het geregistreerd partnerschap de rechter of de ambtenaar van de Burgerlijke Stand.
  • De bescherming van de zwakkere partij en de kinderen wordt thans gewaarborgd door de rechterlijke tussenkomst en de verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat.
  • Over de gevolgen met betrekking tot de kinderen moeten de ouders sinds 2009 een overeenkomst - het zogenoemde ouderschapsplan - sluiten.
  • 8.3 Belangrijke ontwikkelingen

  • De echtscheiding en de beëindiging van het geregistreerd partnerschap hebben geen terugwerkende kracht en werken dus slechts voor de toekomst.
  • Wat is het voornaamste gevolg van beëindiging geregistreerd partnerschap en echtscheiding?
    Het voornaamste gevolg is dat nagenoeg alle verplichtingen van de echtgenoten en de partners vanaf het moment van de beëindiging ophouden te bestaan.
  • De gemeenschap van goederen wordt zelfs op een eerder moment -  moment van het indienen van het echtscheidingsverzoek/ontbindingsverzoek - ontbonden.
  • Uitzonderingen op de regel dat de scheiding alle verplichtingen tussen de echtgenoten of partners tot een eind brengt:
    De door een van de echtgenoten tijdens de relatie gedane investeringen (bijv. Een grote rol in de zorg voor de kinderen en de huishouding) die tot een vermindering van verdiencapaciteit van deze echtgenoot heeft geleid, werken door na de scheiding en vormen een tweede grond voor partneralimentatie.
  • Eindigt aanverwantschap na scheiding?
    Nee, de aanverwantschap die met bloedverwanten van de andere echtgenoot is ontstaan door het huwelijk, eindigt niet door de scheiding (art. 1:3 lid 3 BW).
  • De scheiding brengt geen verandering in het gezamenlijk gezag van de ouders over hun kinderen. Ook de onderlinge relaties tussen de ex-echtgenoten in hun hoedanigheid van ouders van hun gezamenlijke kinderen eindigen niet met de scheiding.
  • Nieuwe verplichting bij scheiding: voorbeeld -> De verplichting van de gescheiden ouder waarbij de kinderen wonen om de band van de kinderen met de andere ouder te bevorderen.
  • De scheiding van tafel en bed heeft andere gevolgen dan de echtscheiding: de huwelijksband blijft namelijk bestaan.
  • Een van de belangrijkste gevolgen van de scheiding van tafel en bed - de beëindiging van de samenlevingsplicht - is sinds de opheffing van de echtelijke samenlevingsplicht in 2001 komen te vervallen. De ontbinding van het huwelijk na de scheiding van tafel en bed heeft dezelfde gevolgen als een echtscheiding (art. 1:182 BW).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Moment van ontbinding
Bij overlijden van een echtgenoot wordt de gemeenschap ontbonden op het tijdstip van overlijden (art. 1:99, lid 1 sub a BW). 

Bij een scheiding wordt de gemeenschap ontbonden op het tijdstip van indiening van het verzoek tot echtscheiding (art. 1:99, lid 1 sub b BW). 
Schulden en goederen die worden aangegaan tijdens de echtscheidingsprocedure behoren niet meer tot een gemeenschapsgoed of een gemeenschapsschuld, maar zijn eigen goederen en schulden van de betreffende echtgenoot. 

Het huwelijk dient wel daadwerkelijk ontbonden te worden. Art. 1:99, lid 3 BW bepaalt dat als duidelijk wordt dat een verzoek tot echtscheiding niet meer kan leiden tot echtscheiding van rechtswege, alle gevolgen van de gemeenschap herleven alsof het verzoek tot echtscheiding nooit was ingediend, 
tenzij zich er ondertussen een ander grond voor ontbinding heeft voorgedaan. Met het laatste wordt bedoeld dat indien er een verzoek tot echtscheiding is ingediend door een echtgenoot en nog voor de echtscheiding 1 van de echtgenoten komt te overlijden, de gemeenschap wordt ontbonden op het tijdstip van het verzoek tot echtscheiding. 
Ontbinding van de gemeenschap
Gronden voor ontbinding van de gemeenschap van rechtswege (art. 1:99, lid 1 BW) zijn:
- Het eindigen van het huwelijk door echtscheiding of overlijden
- Scheiding van tafel en bed
- Opheffing van de gemeenschap door een beschikking
- Vermissing en daarop gevolgd huwelijk
- Opheffing bij latere huwelijkse voorwaarden.
Draagplicht
De draagplicht van de schulden regelt enkel de interne vermogensrechtelijke verhouding tussen de echtgenoten. ALs uiteindelijk het verhaal of de betaling van de schulden heeft plaatsgevonden, dient er gekeken te worden of uitwinning ten laste genomen van het vermogen waartoe de schuld heeft behoord. 

Indien de schuld een gemeenschapsschuld is geweest, dient deze ten laste te komen van de gemeenschap  en dan ook door de gemeenschap gedragen te worden. Is de schuld een privé schuld van een van de echtgenoten, dan de behoort deze ten laste te komen van het privévermogen van de betreffende echtgenoot en ook gedragen te worden door dat vermogen. Indien de schuld van de gemeenschap is voldaan uit het privévermogen van een echtgenoot, heeft deze echtgenoot recht op een vergoeding uit de goederen van de gemeenschap. 

Let op! De gemeenschapsschulden kunnen zowel worden verhaald op de goederen van de gemeenschap als op de privé-goederen van de echtgenoot die de schuld is aangegaan. 
Verhaal
Het verhaal houdt in dat de schuldeiser alleen tot uitoefening van verhaal kan komen indien de echtgenoot/schuldeiser niet aan zijn verplichtingen voldoet. Als hoofdregel bepaalt art, 3:276 BW dat een schuldeiser zijn vordering op alle goederen van zijn schuldenaar kan verhalen, tenzij de wet dit anders bepaalt. 
Art. 1:96, lid 1 BW biedt een aanvulling voor een schuld van een echtgenoot. Ongeacht of dit een gemeenschapsschuld is of een privéschuld, zowel de goederen van de gemeenschap als zijn eigen goederen  kunnen worden uitgewonnen. Voor uitwinning zijn de privégoederen van de andere echtgenoot (niet-schuldenaar niet vatbaar). 
Aansprakelijkheid
Aansprakelijkheid is de verbintenisrehtelijke relatie tussen de derde als schuldeiser en de echtgenoot/echtgenoten als schuldenaar. Alleen de echtgenoot die de schuld of op de verplichting is aangegaan, kan door de wederpartij tot betaling of nakoming worden aangesproken. 
Indien de echtgenoten zich evenwel gezamenlijk tot nakoming van de verplichting hebben verbonden, zijn de echtgenoten hoofdelijk schuldenaar en kunnen zij dus beiden worden aangesproken voor het geheel van de schuld. 
Beroeps- en bedrijfsmiddelen
Goederen die onder een beroep of bedrijf van een echtgenoot vallen, kunnen krachtens art. 1:97, lid 2 BW onder het bestuur van de andere echtgenoot vallen. Het gaat om handelingen die verricht worden in het kader van de normale uitoefening van het beroep of bedrijf. De toestemming van de oorspronkelijke bestuursbevoegdheid kan vormvrij geschieden. 

Onder normale uitoefening  wordt  het volgende verstaan:
- De verkoop van voorraden;
- De verkoop of reparatie van machines
- Eventuele verbouwingen van een gebruikte bedrijfsruimte  die eigendom staat van de andere echtgenoot. 
Bestuursbevoegde echtgenoten
In art. 1:97 BW wordt een regeling gegeven van de bevoegdheid van de echtgenoten om rechtshandelingen te verrichten m.b.t.  de goederen van de gemeenschap: bestuursbevoegdheid. Er is daarbij sprake van een cumulatief bestuur: t.a.v.  de meeste goederen kunnen beide echtgenoten afzonderlijk (zonder medewerking en toestemming van de ander) bevoegd zijn tot het verrichten van rechtshandelingen. 

Er bestaat hier echter een uitzondering op. Een cumulatieve bevoegdheid kan niet worden uitgeoefend t.a.v.  goederen die op naam van de echtgenoot staan of die krachtens erfopvolging bij Verster, making, lastbevoordeling of gift zijn verkregen. Er dient dus een onderscheid gemaakt te worden tussen goederen die met en goederen die zonder een uitsluitingsclausule zijn verkregen. 
Vruchten
De vruchten van goederen die niet in de gemeenschap vallen, vallen dan ook niet in de gemeenschap (Art. 1:94, lid 4 BW). Vruchten die op grond van de hoofdregel privé-goederen zijn vallen dan ook niet in de gemeenschap.
Schulden
De gemeenschap omvat, wat haar lasten betreft, alle schulden van ieder van de echtgenoten, m.u.v.  schulden betreffende van de gemeenschap uitgezonderde goederen, alsmede de schulden van een nalatenschap waartoe een echtgenoot is gerechtigd (art. 1:94, lid 5 BW)

Voorbeeld: de restauratiekosten van een door de vrouw geërfd schilderij (een privégoed van de vrouw) is dan ook een privé schuld van de man. 
Insluitingsclausule en uitsluitingsclausule
Van de hoofdregel kan wel worden afgeweken. Het is mogelijk dat een erflater of gever bepaalt dat de goederen die de echtgenoot verkrijgt toch zullen vallen in een huwelijksgemeenschap; de insluitingsclausule (art. 1:94, lid 3 BW). 
Indien de verkrijger is gehuwd ten tijde van de verkrijging in gemeenschap van goederen, vallen deze verkregen goederen toch in de gemeenschap en zijn ze geen privégoederen van de verkrijgende echtgenoot. 

Art. 1:94, lid 4 BW regelt dat voor zover een erflater als onderdeel van zijn uiterste wilsbeschikking een uitsluitingsclausule in zijn testament heeft opgenomen of dat bij een gift is bepaald dat het verkregen goed buiten de huwelijksgemeenschap blijft, een dergelijke uitsluitingsclausule niet door de echtgenoten kan worden doorbroken door het maken van huwelijkse voorwaarden (waarin zij zijn overeengekomen dat deze goederen in de gemeenschap vallen).