Summary Farmaceutische patiëntenzorg

-
429 Flashcards & Notes
38 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Farmaceutische patiëntenzorg". The author(s) of the book is/are J A L van Lakwijk Najoan. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Farmaceutische patiëntenzorg

  • 9 Het geneesmiddel

  • Wat betekent WOG
    Wet op de Geneesmiddelenvoorziening
  • Wat betekent RVG?
    Register der Verpakte Geneesmiddelen
  • Wat betekent UR?
    Op recept
  • Welke personen mogen een geneesmiddel voorschrijven?
    Artsen (huisartsen en  specialisten die geregistreerd zijn) tandartsen, dierenartsen en verloskundigen.
    Deze laatste drie beperkt. en alleen met betrekking tot hun beroep.
  • Wat betekent BUA?
    Besluit Uitoefening Artsenijbereidkunst.
  • 10 Toedienen van het geneesmiddel

  • Bij plaatselijke toediening wordt het geneesmiddel direct op de plaats van werking aangebracht.
    Noem er 3.
    - de huid of de slijmvliezen
    - het oog
    - het oor
    - de endeldarm of het rectum
    - de neus
    - de keel
    - bovenste ademhalingswegen
    - systemische toediening
  • Wat is systemische toediening?
    Toediening die via het lichaam wordt opgenomen in de bloedbaan.
  • Welke systemische toedieningsvormen ken je?
    - oraal (per os = door de mond en inslikken)
    - sublinguaal (onder de tong) of ormucosaal (via het mondslijmvlies)
    - rectaal (zetpil of klysma)
    - transdermaal (via pleister)
    - parenteraal (injectie)
  • Wat is een rectiole?
    Microklysma
  • Wat is parenteraal?
    Een injectie
  • We kennen verschillende namen voor parenterale toediening afhankelijk van de plaats.
    Noem er 3.
    - Subcutaan (onder de huid)
    - Intraveneus (in de ader)
    - Intramusculair (in de spier)
  • Noem 3 toedieningsvormen voor de huid en slijmvliezen.
    - Zalf
    - Pasta 
    - Crème
    - Vloeibare dermatica (lotions, schudsels)
    - Pleisters
  • Waaruit bestaat een zalf?
    Een zalf is een mengsel van vette bestanddelen met vaste stoffen.
    Vaak moeilijk met water afwasbaar van de huid.
  • Waaruit bestaat een pasta?
    Een pasta is een samenstelling zoals een zal maar met meer dan 50% vaste stof.
  • Waaruit bestaat een crème?
    In een crème zijn vetten en water door middel van hulpstoffen gemengd tot een makkelijk smeerbare subtantie die gemakkelijk met water is af te wassen.
  • Wat zijn vloeibare dermatica?
    Lotions en schudsels
    Lotions = geneesmiddel opgelost in oplosmiddelen zoals water en alcohol of mengsels ervan.
    Schudsels = als het geneesmiddel niet oplost in water of alcohol of mengsels ervan
  • Waaraan moet een parenterale toediening aan voldoen?
    Moet
    - steriel zijn
    - isotoon en
    - isohydrisch
  • Wat is isotoon?
    De osmotische druk van de injectievloeistof is gelijk aan de osmotische druk van de bloedcellen.
  • Wat is isohydrisch?
    De zuurgraad van de injectie is gelijk aan de zuurgraad van het bloed.
  • 11 Toepassen van het geneesmiddel

  • Wat is farmacotherapie?
    Behandeling van ziekte en aandoening met geneesmiddelen.
  • Wat is causale therapie?
    Therapie waarbij de oorzaak wordt weggenomen bv bij bacteriële infectie
  • Wat is sympthomatische therapie?
    Bestrijdt de ziekte maar niet de symptonen..
    Bv pijn bij kanker kan worden tegen gegaan maar kan het proces niet wegnemen.
  • Wat is substitutietherapie?
    Vult ontbrekende stoffen aan bv insuline bij suikerziekte.
  • Wat is preventieve therapie?
    Therapie gericht op het voorkomen van een ziekte, bv griepvaccin.
  • Wat is palliatieve therapie?
    Verzachtende therapie die toegepast wordt bij patiënten die ongeneeslijk ziek zijn en veel lijden
  • Wat zijn alternatieve geneeswijzen? Noem er 4.
    Geneeswijzen die buiten de dokter of geneesmiddelen om gaan.
    - aromatherapie
    - accupuntuur
    - homeopathie
    - fytotherapie
  • Wat is het verschil tussen fytotherapie en homeopathie?
    Fytotherapie is therapie met kruiden.

    Homeopathie is een geneeswijze volgens het idee dat men de kwaal met de kwaal moet bestrijden (similiaregel) gevolgd door toediening van geneesmiddel in bepaalde verdunningen en verwrijvingen.
  • Wat zijn benzodiazepines?
    Medicijnen met een rustgevende en ontspannende werking.
  • Wat is een chronische intoxicatie?
    Het lichaam is lange tijd in aanraking geweest met een kleine hoeveelheid stof waaruit een ernstige ziekte kan ontstaan.
    Denk bv aan asbest of verf.
  • Wat is een antidotum?
    Tegengif
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

De bekendste neurotransmitter zijn?
Acetylcholine, dopamine en norepinefrine
Het steunweefsel noemen we ook wel?
Steuncellen of gliacellen
Een snap is opgebouwd uit?
Het uiteinde van de ene neuron en het begin van de andere neuron
Wat zijn synaps?
De plaats waar de prikkels word overgedragen tussen verschillende neuronen
Waaruit is het zenuwstelsel opgebouwd?
Uit zenuwcellen en steuncellen
Waardoor kan de eliminatie(vooral via de nier) beïnvloed worden?
Door zuren of basen (basische stoffen worden vaak langer in de nier vastgehouden, zure stoffen daarentegen worden soms eerder uitgescheiden)
Waardoor kan De metabolisering beïnvloed worden?
door de leverfunctie of stoffen die de leverfunctie wijzigen
Waardoor kan de distributie gewijzigd worden?
Door verandering van eiwitbindingen of verandering van de hoeveelheid vloeistof in de compartimenten
Waardoor kan de absorptie beïnvloed worden?
Door een versnelde of vertraagde darmpassage
De distributie
De verdeling van het geneesmiddel over het lichaam