Summary Farmaceutische patiëntenzorg

-
351 Flashcards & Notes
37 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Farmaceutische patiëntenzorg". The author(s) of the book is/are J A L van Lakwijk Najoan. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Farmaceutische patiëntenzorg

  • 1 Kennismaking met de apotheek

  • Noem een aantal ruimten van de apotheek
    Publieksruimte, bereidingsruimte, voorraadruimte, personeelskamer, kantoor
  • In de apotheek zijn een aantal afsluitbare kasten voor vergiften en Opiumwetartikelen
  • Noem een aantal apotheekvormen
    - openbare apotheek
    - ziekenhuisapotheek
    - apotheekhoudende huisarts
  • Hoe wordt een openbare apotheek ook wel genoemd?
    Een officiene apotheek
  • Wat is een registratie-apotheker?
    Een apotheker die in opleiding is voor zijn registratie, dit is een 2-jarige opleiding, voordat ze een apotheek mogen leiden
  • De volgende medewerkers zijn werkzaam in een apotheek:
    - apothekers (leiding en begeleiding)
    - apothekersassistenten (bereiding, aflevering en advies, voorraad-administratie, inkoop)
    - administratieve krachten
    - logistieke krachten
    - bezorging
    - huishoudelijke hulp
  • 2 De producten van de apotheek

  • Welke soorten geneesmiddelen worden er in de apotheek afgeleverd?
    Geneesmiddelen op recept en zelfzorggeneesmiddelen
  • Wat zijn UR-geneesmiddelen?
    Geneesmiddelen uitsluitend op recept
  • Wat zijn OTC-geneesmiddelen?
    'over de counter' geneesmiddelen, dus geneesmiddelen voor handverkoop (zelfzorggeneesmiddelen)
  • Wat zijn specialités?
    Fabriekmatig bereide geneesmiddelen met een eigen merknaam

    (Aspirine: tabletten bevatten werkzame stof acetylsalicylzuur)
  • Wat zijn generieke geneesmiddelen?
    Merkloze geneesmiddelen

    (Een doosje acetylsalicylzuur-tabletten is het generieke product)
  • Wat zijn parallel-geïmporteerde geneesmiddelen?
    Ook fabrieksmatig bereide geneesmiddelen met een merknaam wat niet de officiële in NL gangbare merknaam is: soms zijn dezelfde geneesmiddelen in het buitenland goedkoper en worden dus onder de Buitenlandse naam geïmporteerd. NL bijsluiter is verplicht!
  • Welke andere artikelen worden er in de apotheek afgeleverd?
    - verbandmiddelen
    - medische hulpmiddelen (koortsthermometers, injectiespuitjes, inhalatieapparatuur, zwangerschapstesten)
  • Bij het afleveren van geneesmiddelen op recept, zelfzorgmiddelen, verbandmiddelen en medische hulpmiddelen is het verstreken van informatie en het geven van advies noodzakelijk. Bij geneesmiddelen is dit zelfs wettelijk verplicht.
  • Elk geneesmiddel dat afgeleverd wordt moet een bijsluiter bevatten. Bij geneesmiddelen die door de apotheek zelf bereid zijn moet een GIF (geneesmiddelinformatiefolder) of PIF (patiënteninformatiefolder) worden afgeleverd.
  • Wat houdt een gesprek bij eerste uitgifte in?
    De AA geeft informatie over het geneesmiddel, zoals bijwerkingen, innamebeleid, bijzonderheden en gaat na of alles goed begrepen is en of er nog vragen zijn wanneer de patiënt het op recept verstrekte geneesmiddel voor de eerste keer gaat gebruiken.
  • 3 Het recept

  • Wat is een recept?
    Een schriftelijk verzoek van een bevoegd geneeskundige tot aflevering van een geneesmiddel
  • Waar staan de wettelijke eisen die aan een recept en de voorschrijver worden gesteld beschreven?
    In de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening
  • De volgende gegevens moeten op een recept aanwezig zijn:
    - voorletters, naam en woonplaats voorschrijver
    - datum
    - naam, toedieningsvorm en sterkte geneesmiddel
    - hoeveelheid geneesmiddel 
    - gebruiksaanwijzing (dosering) geneesmiddel
    - naam en adres gebruiker (evt geboortedatum)
    - paraaf of handtekening voorschrijver 
  • De volgende gegevens moeten op een herhaalrecept staan:
    - naw client
    - geneesmiddel
    - dosering en gebruik
    - hoeveelheid 
    - naam voorschrijver
    - datum herhalingsrecept
    - naw apotheek
  • Wie mogen volgens de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening recepten voorschrijven?
    - geneeskundigen: alle bevoegde artsen en specialisten
    - specialisten: artsen met deskundigheid op een speciaal gebied (uroloog, cardioloog, psychiater), mogen buiten vakgebied recepten uitschrijven
    - tandartsen: mogen alleen binnen vakgebied recepten uitschrijven
    -verloskundigen: mogen alleen binnen vakgebied recepten uitschrijven en een beperkt aantal geneesmiddelen die te maken hebben met de bevalling), zoals vitamine K, foliumzuur, anaestheticum, oxytocine (weeën bevorderend)
    - dierenartsen: mogen alleen binnen vakgebied recepten uitschrijven
  • Aan welke eisen moet een Opiumwetrecept volgens het Besluit Voorschrijven Opiumwetartikelen voldoen?
    - voorletters, naam en volledig adres van de arts
    - telefoonnummer arts
    - datum 
    - naam en hoeveelheid geneesmiddel in letters
    - duidelijke omschrijving gebruik, met maximaal gebruik per dag
    - herhalingen moeten in letters op het recept staan (herhalingsrecept blijft in apotheek)
    - voorletters, naam, volledig adres patiënt
    - met inkt geschreven handtekening arts
    - 1 recept voor 1 Opiumwetgeneesmiddel
  • Groepen geneesmiddelen die onder de Opiumwet vallen zijn onder andere:
    * opiaten en afgeleide stoffen: morfinetabletten (MS-Contin), methadon (Symoron)
    * amfetaminen: methylfenidaat (Ritalin)
    * cocaine: drugs, niet in apotheek
    * cannabis
    * benzodiazepines (stoffen in slaapmiddelen en middelen tegen angst): diazepam (Valium), lorazepam (Temesta), Rohypnol (gevaarlijk, date rape drug)
  • Er zijn stoffen die wel onder de Opiumwet vallen, maar waarvoor vrijstelling is verleend voor het uitschrijven van een speciaal opiumrecept:
    * codeinepreparaten
    * tramadol
    * benzodiazepines: alleen grondstoffen, niet de preparaten (muv Rohypnol)
  • Waar kun je nagaan of een middel onder de Opiumwet valt?
    In het Informatorium Medicamentorum (naslagwerk geneesmiddelen)
  • Wat staat er in de Regeling Farmaceutische Hulp beschreven?
    Speciale gevallen: geneesmiddelen die niet direct leverbaar zijn, of onder speciale vergoedingsregeling vallen of niet geregistreerde geneesmiddelen. Er staat ook in vermeld hoe je deze moet aanvragen
  • De meest voorkomende Latijnse afkortingen op recepten:
    - a.c.: ante coenam: voor de maaltijd
    - a.d.: auris dextra: rechteroor
    - a.s.: auris sinistra: linkeroor
    - a.n.: ante noctem: voor de nacht
    - a.u.e.: ad usum externum: voor uitwendig gebruik
    - aa.: ana: van elk
    - b.d.d.: bis de die: tweemaal daags
    - d. in m.m.: da in manum medici: geef in handen van de arts
    - da in dim.: da in dimidio: geef de halve hoeveelheid
    - d.c.: durante coenam: gedurende de maaltijd
    - d.d.: de die: per dag
    - dil.: dilutus: verdund
    - d.t.d: da tales doses: geef zodanige dosis
    - f.l.a.: fac lege artis: maak volgens de regelen der kunst
    - m.f.l.a.: misce, fac, lege artis: meng, maak volgens de regelen der kunst
    - m. et v.: mane et vespere: 's morgen en 's avonds
    - n.i.: ne iteretur: mag niet herhaald worden
    - o.d.: oculus dexter: rechteroog
    - o.s.: oculus sinister: linkeroog
    - ocul.: oculentum: oogzalf
    - o.d.d.: omni de die: om de dag
    - p.c.: post coenam: na de maaltijd
    - q.s.: quantum sufficit: zoveel als nodig is
    - R: recipe: neem
    - r.p.: recenter paratus: vers bereid
    - S: signa: schrijf
    - s.n.(s.): si necesse sit: als het nodig is
    - supp.: suppositorium: zetpil
    - tab.: tabulae: tabletten
    - t.d.d.: ter de dia: driemaal daags
    - u.c.: usus cognitus: gebruik bekend
    - u.e.: usus externus: voor uitwendig gebruik
    - vesp.: vespere: 's avonds

    Zie blz. 15-17 voor de hele lijst in boek AG 404
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is een neurotransmitter?
Overdrachtsstof
Wat is een antagonist?
Een stof die de werking van een receptor tegenhoudt of negatief beïnvloedt.
Wat is een klysma?
Vloeibare rectale toediening. Wordt gebruikt bij darmziektes.
Hoe wordt een magistrale bereiding geetiketeerd?
naam bereiding en componenten, datum, houdbaarheid voor en na aanbreken, chargenummer
Noem een paar soorten folders voor patient info
Folders over het geneesmiddel (bijsluiter), over de ziekte, hoe een toedieningsvorm te gebruiken (bv neusdruppels). Geef niet teveel mee - patient overspoeld.
Waarom controleert de apotheker de uitdraai van alle recepten aan het eind van de dag?
Fouten opsporen en snel herstellen
Wat is het geneesmiddelvergoedingssysteem?
Om kosten te besparen
- goedkoper generiek geneesmiddel met zelfde werking als duurder merkmiddel
- middel A en B hebben zelfde stoffen - als A goedkoper is maar B is voorgeschreven door arts vergoed alleen prijs A, patient moet verschil bijbetalen (Geneesmiddel Vergoedingssysteem=GVS-bijbetalingssysteem)
- via machtiging - verzekeraar krijgt info arts en geeft toestemming voor vergoeding, bv incontinentie, groeihormoon
- sommige nooit vergoed ook bij voorschrift arts bv spul wat bij drogist gekocht kan worden bv eenvoudig verband, vitaminen, homeopatisch

Als patient toch anders wil moet die zelf betalen
Wat is de volumeregeling?
Een geneesmiddel die voor de eerste keer wordt gebruikt (eerste uitgifte) of al meer dan een jaar niet is gebruikt mag alleen voor 15 dagen worden meegegeven.  Daarna mag het voor 90 dagen, behalve b.v. slaapmiddelen/psychofarmaca voor maximaal 30 dagen en anticonceptiepil voor 6 of 12 maand.
Noem een middel tegen reuma (antireumatica)?
Remicade en Arava.
Wat is nociceptie?
Receptoren(nociceptoren) = prikkelaanvoerende zenuwvezels richting centrale zenuwstelsel, worden geactiveerd bij weefselbeschadiging. Na activatie komen overdrachtsstoffen vrij (mediatoren), die info geven aan centrale zenuwstelsel = pijn gevoel