Summary Feniks

-
790 Flashcards & Notes
10 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Feniks". The author(s) of the book is/are ThiemeMeulenhoff. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Feniks

  • 3 TIJD VAN MONNIKEN EN RIDDERS

  • Wie was de Frankische koning die in de Romeinse tradities ereconsul werd?
    Clovis
  • Van waar tot waar loopt het Tijdvak van monniken en ridders of de vroege Middeleeuwen?
    500-1000
  • Waardoor viel het Romeinse Rijk uiteen?
    Grote Germaanse stammen trokken de grenzen over en zorgden voor geweld en vernietiging.
  • mensen in volksverhuizingen van alle herkomsten. Als ze gevestigd waren namen ze vaak zo veel mogelijk van de bestaande structuren over, tot en met de Christelijke religie.
  • Veel Germanen waren in de loop der tijd geromaniseerd en stichtten na de val van het Romeinse Rijk in West-Europa hun eigen koninkrijken. Na een tijdje kwamen de Franken als belangrijkste machthebbers naar voren.
  • Wie bleef in het Oost-Romeinse Rijk aan de macht?
    een keizer (beschouwde zich als enige echte opvolger van de Romeinse keizers)
  • Waar kwam de islam op?
    Op het Arabisch schiereiland.
  • Wat kwam in handen van de islamitische Arabieren?
    Noord-Afrika en Spanje.
  • Rond 800 had zich in West-Europa een nieuwe samenleving gevormd, waarin de oude Romeinse en nieuwe Germaanse elementen waren vermengd.
  • Welke ontwikkeling was van grote invloed waarbij koningen zich omringden met vazallen en leenmannen?
    het fedoalisme of het leenstelsel
  • Wat waren de gevolgen van het wegvallen van het centrale Romeinse bestuur?
    1. de economie stortte in
    2. geld werd waardeloos 
    3. mensen moesten terugvallen op ruilhandel
    4. door de vlucht van boeren en verlaten akkers heerste er hongersnood
  • Wat deden de achterblijvers in de Volksverhuizingen?
    Ze trokken zich terug op oude Romeinse landgoederen en stelden zich onder bescherming van een Germaanse heer. 
    Veel boeren raakten hierdoor hun zelfstandigheid kwijt en werden horigen.
  • Waar leefden de horigen en welk landbouwsysteem was dat?
    ze leefden op domeinen in een hofstelsel. De domeinen waren door sterke vermindering van de handel nagenoeg autarkisch.
  • De Christelijke kerk wierp zich op als hoeder van de Grieks-Romeinse beschaving. De kerk kreeg zo weer een machtige positie in de nieuwe politieke en sociale verhoudingen die gedurende de hele Middeleeuwen zouden gelden.
  • Hoe kon de kerk haar macht alleen ontwikkelen? en andersom?
    door samen te werken met de nieuwe Germaanse machthebbers. 
    omgekeerd hadden die weer de steun van de kerk nodig om hun machtspositie te verbeteren.
  • Wat waren problemen voor de Frankische koningen die de macht hadden gegrepen?
    1. Alleen de geestelijkheid kon lezen en schrijven. (geen geschreven wetten)
    2. Bruggen en wegen werden slecht onderhouden. (niet reizen)
    3. De handel verdween en daarmee ook het gebruik van geld. (niet makkelijk belasting innen)
  • 3.1 leenheren en leenmannen

  • Wat verving de eenheid en het bestuur in het Romeinse Rijk na de Volksverhuizingen?
    Kleine en tijdelijke koninkrijken, die onderling vaak oorlog voerden.
  • Wie slaagde erin om de oude Romeinse provincie Gallië onder zij gezag te krijgen?
    De Frankische krijgsheer Clovis. Hij stichtte het Rijk der Franken.
  • Wat gebeurde er na Clovis' dood met zijn rijk?
    Zijn rijk viel snel uiteen, omdat elk van zijn zonen een deel erfde.
  • Wie werd de eerste keizer sinds de val van het West-Romeinse Rijk?
    Karel de Grote (rond 800)
  • Wat was de kenmerkende bestuursvorm voor de Middeleeuwen?
    het feodalisme of leenstelsel.
  • Werkte het feodalisme voor zwakke koningen?
    Nee, onder zwakke koningen leidde het tot strijd tussen de leenmannen en de koning, waar vooral de rest van de bevolking onder te leiden had.
  • In de Tijd van monniken en ridders ontstond de standensamenleving die in West-Europa pas in 1789 door de Franse Revolutie zou verdwijnen. In deze standensamenleving bepaalden iemands afkomst en bezit zijn status. Hoe hoger de stand, hoe meer macht.
  • Wat zijn foederati?
    Een deel van de verschillende Keltische en Germaanse stammen die vrijwillig in het Romeinse Rijk zijn gaan wonen, met als taak de grens te verdedigen. Ze betaalden belastingen en leverden soldaten in ruil voor de Romeinse bescherming en het delen in de welvaart.
  • Wat zijn Gallo-Romeinen?
    Geromaniseerde Germanen die in Gallië woonden.
  • Waardoor vielen in de 5e eeuw de noordelijke grenzen van het Romeinse Rijk?
    Door de oprukkende stammen uit Noord- en Oost-Europa (de Hunnen), in combinatie met een verzwakt centraal gezag.
  • Wat waren rampzalige gevolgen  voor de bevolking na het vallen van de grenzen?
    Er was geen centraal aangestuurd Romeins leger meer om de mensen tegen invallers te beschermen. Velen sloegen op de vlucht en lieten hun landbouwgronden en steden onbeheerd achter.
  • Wat waren gevolgen van de Volksverhuizingen?
    De voedselvoorziening en de handel stortten in. Er ontstonden hongersnoden en overal werd geplunderd en gevochten.
  • Wie heersten over Gallië in de loop der jaren na de Volksverhuizingen?
    Vooral Franken namen veel gebieden in. Als krijgsheren heersten zij over een gemengde bevolking van Gallo-Romeinen en hun eigen stamgenoten.
  • Wat deden de Germanen in Gallië na de Volksverhuizingen?
    Geleidelijk namen de Germanen veel van de Romeinse bestuursorganisaties en leefwijze over. Ze vormden de nieuwe elite, maar behielden van de Romeinse cultuur wat ze bruikbaar vonden.
  • Wat deed de oude Romeinse adel?
    Zij pasten zich ook aan aan de nieuwe situatie door bijvoorbeeld te trouwen met leden van vooraanstaande Frankische families. Zo ontstond een nieuwe, Frankische adel.
  • Hoe werd Clovis koning der Franken?
    Met geweld en sluwe politiek schakelde hij de lokale stamhoofden uit. Hij liet in de door hem veroverde gebieden alle mannelijke familieleden van de verslagen heersers doden.
  • Wat deed Clovis om zijn macht aanvaardbaar te maken en te houden?
    Hij zocht aansluiting bij de Gallo-Romeinse elite door zich bijvoorbeeld te laten dopen en te bekeren tot het christendom. 
    Verder maakte hij gebruik van de steun van zijn krijgslieden, vazallen, die met een eed van trouw aan hem gebonden waren. Vazallen die voor hem hadden gevochten beloonde hij. Andere vazallen verzorgden de administratieve en juridische taken.
  • Waar leefden vazallen?
    Vazallen leefden aan het hof en werden onderhouden door de koning.
  • Wie kreeg de macht in handen na veel moeilijkheden met Clovis' opvolgers?
    Karel Martel. Hij moest vaak veldslagen leveren.
  • Hoe werkte het bestuur van Karel Martel?
    Karel Martel beloonde ridders een land wanneer hij hen aan zich wilde binden. Dit omdat ridders zich onderscheidden van andere krijgers door het bezit van een paard en wapenrusting, waarmee ze van doorslaggevend belang waren tijden veldslagen. Het aanschaffen van deze uitrusting was zeer kostbaar.
  • Wie was Karel de Grote?
    de kleinzoon van Karel Martel.
  • Waar waren graven verantwoordelijk voor?
     Voor het handhaven van het koninklijk gezag in hun gebied.
    Ze moesten rechtspreken en de wetten van de koning uitvoeren.
  • Waarvoor stelde Karel de Grote zendgraven aan?
    om de leenmannen te controleren, de wetten van de koning bekend te maken en toe te zien op de naleving ervan.
  • Wie waren markgraven (duces)?
    Graven die land in leen kregen aan de grenzen van het rijk. Hun belangrijkste taak was het verdedigen van dit gebied tegen invallen.
  • Wat deed Karel de Grote in zijn leenstelsel?
    Karel de Grote reisde rond om zijn leenmannen te bezoeken en toe te zien op het bestuur. Hij liet daarom op verschillende plaatsen in zijn rijk paltsen (burchten) bouwen, zoals bij Aken.
  • Wat gebeurde er met een palts (burcht) wanneer de koning er verbleef?
    De palts was dan tijdelijk de hoofdstad van het rijk. In de palts werden raadsvergaderingen gehouden, rechtszittingen georganiseerd en capitularia (wetten) uitgevaardigd.
  • Waardoor kreeg Karel de Grote veel aanzien?
    Door zijn gebiedsuitbreidingen en goed georganiseerd bestuur.
  • Waarom werd Karel de Grote tot keizer gekroond?
    Hij hielp de paus tot twee keer toe toen Rome werd aangevallen. (in 800 gekroond)
  • Wat is het Byzantijnse Rijk?
    de oostelijke helft van het Romeinse Rijk, met als hoofdstad Constantinopel.
  • Wat gebeurde er met het Byzantijnse Rijk tijdens de Volksverhuizingen?
    Het Oost-Romeinse Rijk wist zich tijden de Volksverhuizingen te handhaven. De keizers in Constantinopel beschouwden zich als de enige ware Romeinse keizers.
  • Wat probeerde keizer Justianus?
    Hij probeerde het Romeinse rijk te herstellen door ook West-Romeinse gebieden te veroveren. 
    Om deze heroveringen te kunnen financieren, putte hij zijn rijk echter zodanig uit, dat het niet lang standhield. Meer succes had hij bij de opbouw van een efficiënt bestuur.
  • Wat gebeurde er met Constantinopel (later Byzantium genoemd) tijdens de Middeleeuwen?
    De stad kwam tot grote culturele en economische bloei, omdat het gunstig lag aan de doorgang tussen de Middellandse en de Zwarte Zee, de plaats waar veel handelsroutes liepen.
  • Wat moest de Byzantijnse keizer in 800 door interne conflicten accepteren?
    Dat Karel de Grote zich nu keizer kon noemen.
  • Wat gebeurde er met de Byzantijnse kerk ten opzichte van de christelijke kerk in het westen?
    Na verloop van tijd verschilden deze op veel punten van elkaar.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat stond er in de vernieuwde grondwet van 1795 in Frankrijk?
De wetgevende macht kwam in handen van de Raad van 500 en een Raad der Ouden. Het stemrecht werd ingeperkt. Een vijfkoppige bestuur - het Directoire - kreeg de verantwoordelijkheid over de uitvoerende macht. Dit orgaan moest afrekenen met zowel radicale revolutionairen als met monarchisten.
Welke veranderingen werden in gang gezet na de nieuwe grondwet in Frankrijk?
- De gilden die een modernisering van de bedrijven hadden bemoeilijkt, werden afgeschaft.
- Stakingen werden verboden.
- Tollen in Frankrijk - die de prijzen hadden opgedreven - werden opgeheven.
- Priesters moesten een eed van trouw afleggen aan de nieuwe orde.
(Velen weigerden en belandden in de gevangenis of vluchtten het land uit.)
- Kerkelijke bezittingen werden onteigend en verkocht, waardoor de regering het nieuwe staatsapparaat kon bekostigen.    
- Mannen die een bepaalde hoeveelheid belasting betaalden kregen kiesrecht en het volledige staatsburgerschap.
Wanneer kwam er een grondwet tot stand in Frankrijk?
In 1791, twee jaar na de bestorming van de Bastille. De trias politica werd ingevoerd.
Hoe liep de Amerikaanse burgeroorlog af?
Het noorden behaalde de overwinning op het zuiden, waarna de slaven echt vrij werden.
Wanneer vond de Amerikaanse Burgeroorlog plaats?
1861 tot 1865.
Wat was een van de oorzaken voor de Amerikaanse Burgeroorlog?
De strijd van het zuiden tegen de afschaffing van slavernij.
Wie was een van de schrijvers van de Onafhankelijkheidsverklaring en de derde president?
Thomas Jefferson.
Hoe verging het de antislavernijbeweging ten tijde van de Verlichting?
Met tegenstanders als Voltaire en Montesquieu werd de antislavernijbeweging steeds sterker. In 1787 werd in Groot-Brittannië de Vereniging voor de afschaffing van de slavenhandel opgericht. De strijders werden abolitionisten genoemd.
Hoe werd de slavernij goedgepraat?
Het zou gunstig zijn voor de slaven, want slavernij was het middel om krijgsgevangenen en misdadigers van de dood te redden. De slaven zouden behandeld worden als familie.
Hoe veranderde het standpunt van de Republiek tegenover de slavenhandel?
Tijdens de Opstand heerste er in de Nederlanden een grote weerzin tegen het katholieke slavenhouderschap van de Spaanse vijand. Toen de Republiek in de loop van de 17e eeuw zelf een plantage-economie opzetten, was van die antislavernijopstelling echter weinig meer te merken.