Summary Financieel management van non-profit organisaties

-
ISBN-13 9789001809553
505 Flashcards & Notes
41 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Financieel management van non-profit organisaties". The author(s) of the book is/are Groot van Helden. The ISBN of the book is 9789001809553. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Financieel management van non-profit organisaties

  • 2.1 Maganement: een overzicht

  • maak onderscheid tussen het productie- of voortbrengingssysteem en het bedrijfsvoerings- of management systeem:
    • in het productie/voortbrengingssysteem worden handelingen uitgevoerd die gericht zijn op het voortbrengen van goederen en diensten
    • het bedrijfsvoerings/management systeem zorgt voor besturing van het productie/voortbrengingssysteem.
  • welke processen kan je onderscheiden binnen het management systeem?
    • planning: alle activiteiten die nodig zijn voor opstellen van een plan die leiden tot het verwezenlijken van de doelstellingen, de wijze waarop en de termijn waar binnen de doelstellingen verwezenlijkt worden.  
    • beheersing: is gericht op het laten functioneren van verschillende onderdelen van de organisatie met als doel op efficiënte wijze de doelstellingen te verwezenlijken. 
  • wat is de definitie van doelstellingen?
    concrete voornemens en strategieen hoe de gesignaleerde problemen moeten worden aangepakt.
  • Wat is de definitievan efficientie in een organisatie of beleidsprogramma?
    De waarde vande opgeofferde goederen (input) per eenheid output. Hoe hoger de efficiency hoe lager dekosten (output). Voorbeeld: kosten in euro's per kind in onderwijs instelling).
  • Wat meet de productiviteit en hoe kan je productiviteit verder opsplitsen?
    Productiviteit meet het middelenbeslag als de gerealiseerde output per eenheid input. 
    • De totaalproductiviteit meet de prestaties per euro ingezette productiemiddelen
    • Partiele productiviteit/factorproductiviteit meet de productiviteit van een specifieke productiefactor (arbeid/kapitaal productiviteit)
  • Wat is de definitie van effectiviteit (doelgerichtheid)?
    De mate waarin een organisatie er in slaagt de gestelde doelstellingen te realiseren.
  • Wat is de interne effectiviteit?
    De mate waarin een organisatie in staat is gebleken de verlangde prestaties naar aard als omvang te realiseren. Voorbeeld: is de school in staat geweest goed onderwijs aan kinderen te leveren?
  • Wat is externe effectiviteit?
    De mate waarin de prestaties van de organisatie tot het beoogde doel hebben geleid. Voorbeeld: hoeveel kinderen hebben met goed resultaat de school verlaten?
  • Geef aan welke functies een beheersingsysteem bevat.
    • Monitoring (measuring and reporting)
    • Beoordeling (assessement)
    • Bijsturing (intervention)
  • 2.2 Financieel management

  • Wat is de definitie van financieel management?
    Het vakgebied dat zich bezighoudt met planning en beheersing van financiele transacties en van de taakuitvoering (op financieel gebied).
  • Het financieel management neemt investeringsbeslissingen en financieringsbeslissingen. 
    • Investeringsbeslissingen: vaststelling van optimale groei en groeitempo van de orgaisatie.
    • Financieringsbeslissngen: op welke wijze worden productiemiddelen gefinancierd. 
  • 2.3 Planning

  • De wijze van planning/het planningsproces is afhankelijk van volgende factoren:
    • Besliutvorming: de wijze waarop personen/groepen beslissingen nemen
    • Planningsproces: de wijze waarop het proces van planning is gestructureerd
    • Planningstijl: de psychische instelling die beslissers tov de planning hebben. 
  • 2.3.1 besluitvorming

  • Besluitvorming in het planningsproces is:
    • Anticipeert op acties of omstandigheden
    • Is een samenhangende reeks beslissingen
    • Is gericht op het realiseren van een gewenste situatie
  • Noem theorieen van besluitvormingsprocessen:
    • Neoklassieke theorie: de beslisser weet op voorhand wat de consequenties zijn van de alternatieven waaruit de beslisser moet kiezen. Informatie hierover is kosteloos beschikbaar. Met alle informatie beschikbaar kan er een volledige voorkeursordening plaatsvinden. 
    • Theorie van begrensde rationaliteit: niet alle kennis is aanwezig of informatie is niet kosteloos beschikbaar, dus er volgt een proces met strategien waarlangs een vereenvoudigd beeld gevormd wordt en een afweging gemaakt wordt. Partiele voorkeursordening. 
    • Incrementele methode: 'theorie van het doormodderen' . De beslisser kiest uit bekende oplossingsstrategien. Ervaringen uit het verleden bieden mogelijkheid voorspellingen te doen over het eindresultaat
  • Bij analyse van beslissingsprocessen dient rekening gehouden te worden met omgevingsfactoren. Als geen van deze drie voorwaarden aanwezig zijn spreekt met van georganiseerde anarchie
    • De mate waarin beslissers in staat zijn een constitent geheel van de doelstellingen te formuleren
    • De context waarin het probleem zich aandient (productiesystemen)
    • Aandacht voor het beslissingsprobleem. 
  • Welke vier omstandigheden  spelen een rol bij  de vuilnisbakbenadering (de vuilnisbak kan gevuld worden met problemen en oplossingen).
    • Wat is de kenmerk van het probleem? Wanner wordt het zichtbaar, welke oplossingen zijn er en wat kost het aan energie op het op telossen?
    • Wanneer is het beslissingsmoment?
    • De aanwezige oplossingen
    • Energie van participanten.
  • Bekijk figuur 2.4 op pagina 49 waarin de vier besluitmodellen staan: 
    • Ad hoc besluitvorming (vuilnisbak model)
    • Incrementele besluitvorming (doormodderen)
    • Intersubjectieve besluitvorming (overleg en onderhandeling)
    • Rationele besluitvorming (calculatie)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

leverage ratio
  • het verhoudingsgetal dat inzicht geeft in de wijze waarop een onderneming of bank zich heeft gefinancierd
  • een hoge leverage ratio betekent dat een onderneming of bank veel vreemd vermogen heeft vs. eigen vermogen. 
dekkingsgraad specifiek
  • opbrengsten gedeeld door kosten voor een specifiek deel van de operaties
dekkingsgraad
  • opbrengsten gedeeld door kosten
  • geeft aan in welke mate de kosten worden gedekt door de opbrengsten
efficiency voorraden ratio is
  • kosten van voorraden gedeeld door waarde voorraden
  • geeft aan hoeveel kosten met de voorraden zijn gemoeid
efficiency debiteuren ratio is
  • ontvangsten uit vorderingen gedeeld door debiteuren
  • geeft aan hoe snel de organisatie haar vorderingen weet te innen
quick ratio is
  • liquide middelen plus debiteuren gedeeld door vlottende passiva
  • geeft aan of organisatie snel geld kan vrijmaken uit het meest vlottende deel van de vlottende activa om verplichtingen te voldoen
current ratio is
  • vlottende activa gedeeld door vlottende passiva
  • geeft aan of de organisatie over voldoende mogelijkheden bezit om op korte termijn te voldoen aan korte termijn verplichtingen
relatieve omvang ratio is
  • balanspost of post op exploitatierekening als percentage van totaal
  • geeft aan hoe groot te relatieve omvang is van een balanspost
wat is het weerstandsvermogen?
weerstandscapaciteit versus de gewogen financiele risico's
wat is de weerstandscapaciteit van een organisatie?
een combinatie van:
  • eigen vermogen 
  • langlopende voorzieningen
  • onbenutte inkomstenbronnen
  • bezuinigingsmogelijkheden
  • garantstellingen van derden.