Summary financiën

-
ISBN-13 9789082733891
133 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "financiën". The author(s) of the book is/are jan buist. The ISBN of the book is 9789082733891. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - financiën

  • 1.1 Formules

  • Hoe bereken je het Netto werkkapitaal (NWK)
    (Eigen vermogen + lang vreemd vermogen) - vaste activa = NWK
    Kort vreemd vermogen - liquide middelen = NWK

    NWK: Wanneer het bedrag positief is betekent het dat er een overschot aan eigen/lang vreemd vermogen is. 
    Positief is de gouden balans regel.
  • Hoe bereken je de current ratio?
    Vlottende activa : kort vreemd vermogen = Current ratio
    Current ratio: vertel iets over de liquiditeitspositie van een bedrijf. in theorie minimaal een waarde van 1. in de praktijk echter hoger.
  • Hoe bereken je de quick ratio?
    (Vlottende activa - voorraden) : kort vreemd vermogen = Quick ratio
    Quick ratio: vertel iets over de liquiditeitspositie van een bedrijf en laat de voorraden er buiten.
  • Hoe bereken je de solvabiliteit ?
    Eigen vermogen : totaal vermogen x 100 = Solvabiliteit
    Totale activa : totaal vreemd vermogen x 100 = solvabiliteit (minimaal 100% vereist)  

    Solvabiliteit: de mate waarin een onderneming in staat is om, in geval van liquidatie aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen
  • Hoe bereken de je debt ratio? wat is de debt ratio?
    vreemd vermogen : totaal vermogen x 100% = solvabiliteit

    Debt ratio is ook soort van solvabiliteit.
    Hiermee geven we aan wat het aandeel van het vreemd vermogen in het totale vermogen is.
    Debt ratio: hoe lager de waarde, hoe beter de solvabiliteit.
  • Hoe bereken je de rentedekkingsfactor? wat is de rentedekkingsfactor?
    (Nettowinst + rentelasten boekjaar) : rentelasten boekjaar = Rentedekkingsfactor.
    De rentedekkingsfactor geeft dus aan hoeveel maal een onderneming haar interestlasten kan verdienen. hoe groter deze ratio, des te kleinder het reisco dat de onderneming haar renteverplichtingen niet kan nakomen.
  • Hoe bereken je de Rentabiliteit van het totale vermogen (RTV) en wat is de RTV?
    (Nettowinst + Financieringskosten) : gemiddeld geïnvesteerd vermogen  x 100 = RTV

    RTV: geeft de winstgevendheid van de onderneming weer.  
    gemiddeld geïnvesteerd vermogen is ook wel het gemiddeld totaal vermogen 
  • Hoe bereken je de rentabiliteit van het eigen vermogen (REV) en wat is het REV?
    Nettowinst : gemiddeld eigen vermogen x 100 = REV

    REV: de rentabiliteit die je op het eigen vermogen hebt.  
    Dit kan voor en na de belastingen worden berekent.
  • Hoe bereken je de rentabiliteit van het vreemd vermogen? (RVV) Wat is het RVV?
    Betaalde intrest : gemiddeld vreemd vermogen x 100 = RVV

    RVV: geeft het rendement aan van het door de vreemd vermogensverschaffers in de onderneming geïnvesteerde vermogen.
  • Hoe bereken je het hefboomeffect? en wat is het hefboomeffect?
    (RTV-RVV) x vv : ev = hefboomeffect 

    positief effectief: REV > RTV > RVV
    negatief effectief: REV < RTV < RVV

    Het hefboomeffect is het gebruiken van geleend geld om het verwachte rendement van het eigen vermogen te verhogen.
  • Hoe bereken je de pay-out ratio?
    dividend per aandeel : netto winst per aandeel x 100% = pay-out ratio
  • Hoe bereken je de omzetsnelheid van de voorraad?
    inkoopwaarde omzet : waarde gemiddelde voorraad = omzetsnelheid voorraad
  • Hoe bereken je de omloopsnelheid van het totaal vermogen?
    omzet : gemiddeld totaal vermogen = omloopsnelheid totaal vermogen
  • Hoe bereken je de omlooptijd van de voorraad?
    (waarde gemiddelde voorraad : inkoopwaarde van de omzet) x 360 = omlooptijd voorraad
  • Hoe bereken je het krediettermijn van de debiteuren?
    (Gemiddeld debiteurenbedrag : omzet) x 360 = krediettermijn debiteuren
  • Hoe bereken je het krediettermijn van de crediteuren?
    (Gemiddeld crediteurenbedrag : inkopen op rekening) x 360 = krediettermijn crediteuren
  • Wat doet de grote S-tafel?
    Wanneer je nu een eenmalig bedrag stort kun je uitrekenen met een rente percentage en het aantal jaren hoeveel het bedrag dan waard is.
  • Wat doet de grote A-tafel?
    Wanneer je een eindbedrag wilt hebben over een aantal jaren en weet welk vast rente percentage je krijgt over die jaren kun je uitrekenen hoeveel je nu moet storten om dan je eindbedrag te krijgen
  • Wat doet de kleine s-tafel?
    Wanneer je vanaf nu ieder jaar een bepaald bedrag op je spaarrekening zet met een bepaald rente percentage en voor een bepaalde looptijd; kun je uitreken hoeveel je aan het eind van je looptijd op je spaarrekening hebt staan.

    hierbij blijf je dus elke keer een bedrag er bij storten
  • Wat doet de kleine a-tafel?
     Met de kleine tafel a kun je een afkoopsom bepalen.
    Je moet elke maand een bepaald bedrag betalen voor nog een bepaald termijn.
    Als je in 1 keer van deze schuld af wilt neem je het te betalen bedrag per maand x het aantal jaar/rente percentage = de afkoopsom
  • Afschrijven met een vast percentage van de aanschafwaarde
    Totale afscrijvingsbedrag bereken we door aanschaf - restwaarde.
    Afschrijving per jaar is:

    (aanschaf - restwaarde) : aantal jaren
    Dit kun je ook in een percentage uitreken: je moet uitreken wat het af te schrijven bedrag is per jaar. afschrijving per jaar : totale bedrag x 100 = afschrijving vast percentage van de aanschafwaarde.
  • Afschrijven met een vast percentage van de boekwaarde
    Elk jaar schrijf je een vast percentage af van het des betreffende boekjaar.

    Een inventaris kost 50.000 euro en met 10 jaar is het afgeschreven. De restwaarde word berekent op 8.500 euro.

    50.000 -  8500 = 41.500 dit is het af te schrijven bedrag in 10 jaar wat met een vast rente percentage van de boekwaarde uit moet komen.

    50.000 - 16% afschrijving = 42.000
    42.000 - 16% afschrijving = 35.250
    35.250 - 16% afschrijving = 29.635,2
    29.635,2 - 16% afschrijving = 24.893,568
    24.893,568 - 16% afschrijving = 20.910,5971
    20.910,5971 - 16% afschrijving = 17.564,9016
    17.564,9016 - 16% afschrijving = 14.754,5173
    14.754,5173 - 16% afschrijving = 12.393,7946
    10.410,7874 - 16% afschrijving = 10.410,7874
    10.410,7874 - 16% afschrijving = 8.745,06144
  • Door voorzieningen te treffen?
    - verlaag je de winst
    - creëer je een schuld
  • Winst per aandeel?
    netto winst : aantal uitgegeven aandelen =  WPA
  • Verklaar de volgende begrippen

    - Maatschappelijkkapitaal 

    - Geplaatst kapitaal 

    - aandelen in portefeuille 

    - gestort kapitaal
    - Maatschappelijkkapitaal : Het maatschappelijk kapitaal bestaat uit het maximumbedrag waarvoor de BV volgens de statuten aandelen mag uitgeven.

    - Geplaatst kapitaal : het geplaatst kapitaal is het bedrag aan aandelen dat aan de aandeelhouders is verkocht.

    - aandelen in portefeuille : aandelen in portefeuille is het verschil tussen maatschappelijk kapitaal en geplaatst kapitaal. aandelen in portefeuille kan een BV plaatsen wanneer de BV meer eigen vermogen nodig heeft.

    - gestort kapitaal : gestort kapitaal bestaat uit het gedeelte van het geplaatste kapitaal waarvoor de aandeelhouders daadwerkelijk een betaling hebben verricht. aandeelhouders zijn verplicht om direct bij te storten indien de BV daarom verzoekt.
  • Commanditaire vennootschap
    Bij een cv maken we onderscheid tussen de beherende vennoten die bevoegd zijn te handelen namens de vennootschap en vennoten die alleen een financiële inbreng hebben. deze laatste vennoten noemen we ook wel stille vennoten.
  • Wat is een converteerbare obligatielening?
    Converteerbare obligaties geven de houder het recht gedurende een bepaalde periode(de conversieperiode) de tegen vooraf vastgestelde voorwaarde de obligatie om te wisselen in een aandeel.

    conversieprijs = aantal in te leveren obligaties x nominale waarde + eventuele bijbetaling : aantal te verkrijgen aandelen

    ( 4 obligaties x waarde 500 euro ) : 10 te krijgen aandelen = 200 euro (conversieprijs)

    direct percentage uit te rekenen conversieprijs

    (2000 nominale waarde in te leveren obligaties : 500 nominale waarde te verkrijgen aandelen) x 100%
  • wat is een achtergestelde lening?
    ook wel garantie vermogen

    eigen vermogen + achtergestelde lening = garantie vermogen
  • verschil tussen een liquiditeitsbegroting en een exploitatiebegroting
                                                        exploitatiebegroting                      liquiditeitsbegroting

    BTW-plichtige omzet               excl. btw vermelden                       incl. btw vermelden

    BTW-plichtige kosten              excl btw vermelden                         incl btw vermelden

    afschrijvingskosten                 wel vermelden(kosten)            niet melden(geen uitgaven)

    aflossing op leningen             niet vermelden(geen kosten)     wel melden(zijn uitgaven)

    privé-opnamen                        niet vermelden(geen kosten)     wel melden(zijn uitgaven)

    btw-afdrachten                        niet vermelden(geen kosten)     wel melden(zijn uitgaven)
  • Hoe kun je de integrale kostprijs bereken?
    Vaste kosten : normale bezetting
                             +
    Variabele kosten : werkelijke bezetting                      
    = integrale kostprijs
  • Hoe bereken je het break even punt?
    constante kosten : (verkoopprijs - variabele kosten) = BEP
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.