Summary Financiering + cost acounting

-
202 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Financiering + cost acounting

  • 1 Ondernemingsplan

  • Financieringsgat
    investeringen-financieringen=financieringsgat
  • 2 Resultatenrekening

  • Resultatenrekening
    Omzet 
    Kostprijs verkopen
    Bruto omzetresultaat

    Huisvestingskosten
    Verkoopkosten
    Overige kosten
    Totale kosten

    Periode resultaat (bruto omzetresultaat-totale kosten)

    financiële baten en lasten
    Winst voor belasting

    belastingen
    Netto winst
  • Periode resultaat
    Belastingen + Netto winst
  • Netto winst
    Periode resultaat - belasting
  • 3 Liquiditeits overzicht

  • Liquiditeits overzicht definitie
    Overzicht inkomende en uitgaande geldstromen van een onderneming in een bepaalde periode.
  • Netto ontvangsten =
    Totale ontvangsten - Totale uitgaven
  • Eindsaldo liquide middelen =
    netto ontvangsten + beginsaldo liquide middelen
  • 4 Omzet en inkoopwaarde verkopen

  • Omzet
    aantal verkochte producten x verkoopprijs
  • Brutowinst
    Omzet - kostprijs verkopen
  • Brutomarge
    omzet - kostprijs verkopen : omzet x 100

    brutowinst - omzet x 100

    verkoopprijs - kostprijs : verkoopprijs x 100
  • 5 Kosten en kostensoorten

  • Vier soorten kosten
    1. Variabele directe kosten
    2. Variabele indirecte kosten
    3. Vaste directe kosten
    4. Vaste indirecte kosten
  • Voorbeelden Variabele directe kosten
    - grondstoffen
    - verpakkingskosten
    - provisiekosten verkoop
  • Voorbeelden Variabele indirecte kosten
    - Distributiekosten bij vervoer van meerdere producten per keer
    - Energiekosten van een fabriek waar meerdere producten worden gemaakt
  • Voorbeelden Vaste directe kosten
    - Afschrijvingskosten van een machine 
    - Personeelskosten van personeel dat aan 1 type product werkt
    - Marketing kosten voor 1 type product
  • Voorbeelden vaste indirecte kosten
    - personeelskosten van management of financiën
    - afschrijvingskosten van het hele gebouw
    - rente
  • 6 Verschil opbrengsten en ontvangsten

  • Opbrengst
    inspanning, niet relevant of klant al betaald heeft of niet.
  • Ontvangsten
    Alle geldstromen die binnenkomen in een bepaalde periode
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Methodes voor het berekenen van de indirecte kosten:
  • De equivalentie methode
  • De verfijnde opslagmethode
  • De primitieve opslagmethode
  • De kostenplaatsenmethode
  • De Activity Based Costing methode
Verfijnde opslagmethode : Kostprijs
Kostprijs = Directe kosten per product x ( 1 + Opslagpercentage )
Verfijnde opslagmethode : Opslagpercentage
Opslagpercentage= Indirecte : directe kosten x 100
Primitieve opslagmethode : Kostprijs=
Kostprijs = Directe kosten per product x (1 + Opslagpercentage)
Primitieve opslagmethode : opslagmethode=
Opslagpercentage = indirecte : directe kosten x 100
Deelcalculatie methode : Kostprijs=
Kostprijs = directe kosten + indirecte kosten : aantal producten
Gemiddelde Inkoopprijs (GIP)
Een alternatieve methode voor de voorraadwaardering is de gemiddelde inkoopprijs. Bij deze methode wordt de voorraad gewaardeerd tegen het gewogen gemiddelde van de inkoopprijzen waaruit de voorraad bestaat. Op het moment dat er een nieuwe inkoop plaatsvindt, wordt de nieuwe gewogen gemiddelde inkoopprijs van de voorraad bepaald. Indien er een partij goederen wordt verkocht, wordt de inkoopwaarde verkopen gebaseerd op deze gewogen gemiddelde inkoopprijs.
Impact van FIFO en LIFO op het resultaat
Als de inkoopprijs van de goederen stijgt wordt bij FIFO de lage inkoopprijs gebruikt om de bruto winst te bepalen. De bruto winst is hierdoor dus hoger dan dat de nieuwe – en hogere – inkoopprijs zou worden gehanteerd. De voorraad wordt gewaardeerd op de nieuwe – en hogere– inkoopprijzen en is dus meer waard. 


Als de inkoopprijs van de goederen stijgt wordt bij LIFO de hoge inkoopprijs gebruikt om de bruto winst te bepalen. De bruto winst is hierdoor dus lager dan dat de oude – en lagere – inkoopprijs zou worden gehanteerd. De voorraad wordt gewaardeerd op de oude – en lagere – inkoopprijzen en is dus minder waard.
Collectief LIFO
Is een eenvoudige vorm van het individueel LIFO. In deze variant wordt de inkoopwaarde verkopen bepaald aan het einde van de periode – vaak de maand-, waarbij ervan uitgegaan wordt dat de eindvoorraad bestaat uit de goederen van de beginvoorraad. Indien de eindvoorraad hoger is dan de beginvoorraad, dient de waarde van de beginvoorraad verhoogd te worden met de waarde van de eerste inkopen in die periode om de waarde van de eindvoorraad te bepalen. De rest van de inkopen in deze situatie zijn de inkoopwaarde verkopen. Is de eindvoorraad lager dan dient de waarde van de beginvoorraad verlaagd te worden met de waarde van de jongste goederen van de beginvoorraad. In dat geval is de inkoopwaarde verkopen gelijk aan de waarde van deze jongste goederen plus de waarde van de inkopen.
Individueel LIFO:
In deze variant wordt per individuele verkooptransactie bepaald welke goederen er op die datum in de voorraad waren en daarmee wordt de inkoopwaarde van de verkopen bepaald.